Overslaan en naar de inhoud gaan

Redactie Beroepseer

Reclassering kan beter

In nummer 10 van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken (TSS) verscheen het artikel Reclassering kan beter van Corine von Grumbkow en Jaap van Vliet waarin zij beschrijven hoe reclasseringswerkers in Brabant de kans kregen om zonder regels te werken en te doen wat nodig is voor een cliënt. Dat pakte in de praktijk anders uit dan gedacht. Het bleek nog niet zo eenvoudig de knop om te zetten.
Reden voor dit experiment was dat  door efficiëntere bedrijfsvoering de reclassering bijna was gaan lijken op een productiebedrijf. Maar nu mocht het keurslijf van regels worden afgelegd: “Een groot deel van de werkers sprak over hun werk als het ‘moeten behalen van productietikken’. Waren ze nog wel aan het reclasseren? Deze signalen bereikten ook de politiek en waren in 2007 de aanleiding voor de motie van Velzen/Teeven.
Deze coproductie van SP en VVD riep op de reclassering te laten experimenteren met regelvrij werken. In een afgebakende periode mocht in één arrondissement in Noord-Brabant de reclassering de helft van het budget vrij besteden. De reclasseringswerkers kregen simpelweg de opdracht: ‘pak ruimte, doe wat nodig is, schat zelf in of je voor deze cliënt wat extra’s kan doen, of iets anders kan doen’ om zijn leefsituatie te verbeteren of hem op het rechte pad te houden”.

In de anderhalf jaar dat het experiment duurde hebben 63 reclasseringswerkers in 255 casussen gebruik gemaakt van de mogelijkheid cliënten meer te bieden dan regulier gebruikelijk.

Wat gingen ze doen?

Lees verder op de site van Sociale Vraagstukken over dit interessante experiment waarin het durven geven van ruimte en vertrouwen een veelbelovend begin is van een nieuwe manier van werken en besturen: Reclassering kan beter, door www.socialevraagstukken.nl

De praktijk

goed werk gereedschap omslag voor webWerk neemt veel tijd in beslag in ons leven. We besteden op kantoor of thuis dikwijls meer tijd aan het denken over taken en verplichtingen die met ons werk hebben te maken dan aan het werk zelf. En toch kunnen we ons de vraag stellen hoe velen van ons werk zinvol vinden? Hoe velen hebben het gevoel dat ze het beste werk doen? Hoe vaak houden we ermee op rekening te houden met de gevolgen van ons werk voor anderen, of de invloed ervan op de samenleving als geheel? Zeldzaam zijn de momenten waarop mensen van welk opleidingsniveau dan ook – jonge studenten, afgestudeerden, jonge en ervaren professionals – zich afvragen wat de zin van hun werk is voor hun zelf en voor anderen. Maar die momenten zijn wel noodzakelijk.
De samenleving heeft professionals nodig die zich bekommeren om goed werk.

Sinds 1995 zijn wetenschappers aan Claremont Graduate University, Harvard University en Stanford University bezig met het GoodWork® Project, dat zich richt op onderzoek naar de betekenis van “goed werk” in het beroep en bij de beroepsbeoefenaren. De definitie van “goed werk” is werk dat van uitmuntende kwaliteit is, dat beantwoordt aan de behoeften van de gemeenschap en dat persoonlijk zinvol is.

Het project, geleid door de psychologen Mihaly Csikszentmihalyi, William Damon en Howard Gardner, is ontstaan uit bezorgdheid over wat er zou kunnen gebeuren als professionals onder enorme druk komen te staan om te voldoen aan hoge eisen.
Terwijl wetenschapsmensen in het verleden zich bijvoorbeeld hebben gericht op het vermeerderen van kennis of het vinden van remedies tegen ziekten, zoeken zij vandaag waarschijnlijk naar winstgevende behandelingen die de aandelen van de biotechmarkt in waarde doen stijgen.

Dat wil niet zeggen dat financiële belangen niet altijd al een of andere rol hebben gespeeld in de beroepen. Wetenschappers hebben uiteraard altijd met elkaar gewedijverd om de subsidies. Maar de druk van de markt in onze tijd moet gezien worden in combinatie met de vooruitgang van de technologie en die kent zijn weerga niet.
Jonge werkers ontwikkelen zich in een ander cultureel klimaat dan hun voorgangers. Zij staan voor  de complexe uitdaging om te leren onderhandelen over de vaak tegenstrijdige eisen van uitmuntendheid, moraal en verdiensten. Ervaren professionals worstelen ook met de handhaving van hun normen en de zin en betekenis van hun werk in deze veranderende verhoudingen.

De uitdagingen om werk te doen dat uitmuntend van kwaliteit is èn maatschappelijk verantwoord èn fijn om te doen – “goed werk” – zijn van cruciaal belang voor professionals op alle niveaus en in alle gebieden. Goed Werk Gereedschap is een set gereedschappen dat ons besef van ideeën over “goed werk” doet toenemen. Door te werken met deze gereedschappen onderzoeken, bediscussiëren en formuleren zowel jonge studenten als ervaren professionals de kern van hun verantwoordelijkheden, hun overtuigingen en waarden, en doelen van werk.
Goed Werk Gereedschap levert een kader waarbinnen personen kunnen nagaan wat voor soort werkers zij eigenlijk zijn en wat voor soort professionals zij zouden willen worden.

Goed Werk Gereedschap moedigt hoge kwaliteit en zinvol werk aan, maar formuleert ook onze gedachten over de gevolgen van werk voor anderen. Via een reeks praktijkgevallen en de daarbij aansluitende opgaven, denken mensen na over de kern van “goed werk” bevattende thema’s.
Deelnemers wordt gevraagd kritisch na te denken over wat iemand tot een “goede” professional maakt. Is een “goede” journalist iemand die vaak haar verhalen op de voorpagina terugvindt, ook als haar manier van werken te wensen over laat? Of is een “goede” journalist iemand die geen compromissen sluit met zijn professionele maatstaven of normen (zoals rechtvaardigheid, eerlijkheid en nauwgezetheid) en wiens verhalen minder de aandacht trekken? Het voornaamste doel van de het Gereedschap is mensen te betrekken bij vragen die alle mensen met een beroep zich behoren te stellen.

Goed Werk Gereedschap is niet een voorgeschreven leergang. Hij heet “gereedschap”, omdat er een keur aan “gereedschappen” in te vinden is, te gebruiken in onderlinge combinatie. De onderdelen zijn bedoeld voor toepassing in allerlei samenstellingen.
Anders gezegd, Goed Werk Gereedschap kan gebruikt worden als onderdeel van een termijn van bezinning, als thema van een studiejaar op een school of universiteit of als basis voor een twee of drie dagen durend seminarie.
Het is niet nodig bij gebruik zich aan de opgegeven volgorde van de hoofdstukken te houden. Gebruikers voelen zich liever vrij hun eigen keuze te maken uit de praktijkgevallen en opgaven die het best overeenkomen met hun eigen doelen en behoeften.

Inhoud van het boek
Goed Werk Gereedschap is verdeeld in hoofdstukken en elk hoofdstuk is gewijd aan een hoofdthema van “goed werk”. Een hoofdstuk bevat praktijkgevallen waarbij personen (van verschillende leeftijd en beroep) op een of andere manier hebben geworsteld met het verrichten van “goed werk”.

Na elk praktijkgeval volgt een reeks vragen voor discussie waarover deelnemers zelf kunnen nadenken en waarop zij schriftelijk kunnen reageren. Begeleiders kunnen de vragen ook gebruiken om de discussie in de groep op gang te brengen of kunnen ze inbrengen als onderdeel van een groter project. Hoofdstukken bevatten eveneens vragen en verschillende opgaven, ontworpen voor deelnemers om uit te voeren in samenhang met het praktijkgeval.
De opgaven behelzen groepsdiscussie, rollenspel, groepsopdrachten, onderzoeksprojecten en schrijfoefeningen.

Goed Werk Gereedschap

Jennifer Bergkamp

Jennifer Bergkamp is wijkverpleegkundige bij Buurtzorg in Rijsenhout, waar ze na 25 jaar nog steeds actief aan het bed staat. Naast haar praktijkwerk is ze bestuurlijk adviseur bij VvAA, columnist voor Nursing, Skipr en Arts en Auto, en auteur van de boeken Lofzang en Het mooiste vak van de wereld. Met haar nieuwsbrief op Zorg dat je het Weet bereikt ze meer dan 20.000 lezers met politieke ontwikkelingen en wat die betekenen voor de zorg. Adviezen van Bergkamp: "Ik geloof niet in zorg die eerst door een systeem moet, voordat ze bij de patiënt aankomt. De beste beslissingen neem ik niet achter een bureau, maar aan de keukentafel, samen met degene die zorg nodig heeft. Beroepstrots begint bij het lef om te blijven zeggen wat je ziet, ook als dat het systeem niet uitkomt."

Read more

Vakmanschap in Japan

Vakmanschap in Japan

Vanuit de ogen van een gajin die daar rondreist

Bureaucratie

Mijn eerste kennismaking met Beroepseer was tijdens een verhitte discussie over de vraag of ambtenaren wel professionals kunnen zijn, vakmensen. Ik was er toen eentje en vond van wel. Gevalletje ‘hubris’ volgens de zwaar tegenhangende gesprekspartner. Deze column start ik dan, lekker puh, met het roemen van het vakmanschap van de ambtenaren van de Japanse emigratiedienst. Daar zijn we al viermaal afhankelijk van hun beslissing geweest, want we willen niet op een standaard toeristenvisum drie maanden door Japan kunnen trekken, maar een vol jaar. Hun kantoren en balies zien eruit alsof je terug bent in de jaren ‘70. Overal kastjes met mappen, laadjes met dossiers, stapels formulieren, totaal onleesbare vergeelde posters met kleine kanji-tekens en alle parafernalia die bij een pre-digitaal tijdperk kantoor horen. Van nietmachines tot scherpgeslepen potloden aan toe. Alles is ook digitaal, maar papier voert de hoofdtoon, inclusief stempels en leges-zegels. Snel werd ons duidelijk dat we een uitzondering op de regel zijn. Rondtrekken in een eigen camper in Japan? “Sugoi!! Subarashi!!”* Maar daardoor passen we niet in de vakjes van de formulieren want we hebben geen vast adres. En daar op de papieren moet toch echt een adres worden ingevuld als je iets wilt c.q. boetes wilt vermijden. Dan komt het niet alleen aan op de kennis van de eigen procedures, maar op houding en gedrag van de professional, van de vakman/vrouw. Op waarden en normen van de mensen achter de balie en die in de scharrige kantoortjes erachter. Met de jarenlange ervaring in de Nederlandse bureaucratie verwacht je dan lastige trajecten die net zo makkelijk kunnen eindigen in een “sorry, maar het kan niet wat u wilt want het systeem laat het niet toe”. Met een onuitgesproken “Tja, u wilt zo graag reizen…. Niet onze verantwoordelijkheid en ook niet ons probleem. Los het zelf maar op.” Maar dan blijkt dat de Japanse manier van werken, het veel geprezen vakmanschap en de kwaliteitszorg, ook hier in de overheidsomgeving aanwezig is. Hun vakmanschap bestaat o.a. uit positief meedenken en creatief oplossen van problemen die opdoemen. Een Japanner kan proberen om iets wat hij/zij als risico ziet, vooraf te vermijden. Tikkie risicomijdend gedrag is ze niet vreemd. Best begrijpelijk want deze maatschappij kent zoveel meer risico’s dan wij ons kunnen voorstellen. Ze leven op een eilandenrijk met jaarlijks tientallen cyclonen, een groot tsunami-gevaar, elke dag wel een paar aardbevingen en jaarlijks een paar verwoestende aardbevingen waarbij die in Groningen mineure trillinkjes zijn. Hun meest belangrijke agrarische produkt is rijst en die kan niet zo goed tegen de hogere temperaturen die de klimaatverandering met zich meebrengt. De overbevissing en stijgende temperaturen van het zeewater zijn op de lange termijn ook geen goed nieuws voor de zekerheid van hun basismaaltijd. En dan hebben we het niet over de hongerige beren die de nodige dodelijke slachtoffers maken. Laatst zijn er in de metropool Tokyo (!) een paar scholen gesloten omdat het berengevaar te groot was. Maar als het probleem niet te vermijden is -en dat is het niet als jij als inwoner/toerist/klant voor hun balie of in hun zaak staat- dan komt het aan op het vermogen en de wil om het werkbaar te maken. Dat ervaren we hier telkens weer. Hoe verfrissend is dat? Nu is onze situatie een bijzondere. We reizen rond op een speciaal, bijna niet bekend visum, bestemd voor alleen sightseeing. De meeste buitenlanders die hier langer verblijven zijn hier voor puur werk, werk/reizen of studie, de kennis- en arbeidsmigranten dus. Dat zijn er ondertussen op jaarbasis twee miljoen. Vindt de politiek hier niet fijn (waar kennen we dat van?!!), maar dat is stof voor andere columns. Plus, we reizen rond in onze eigen camper, ofwel zonder vast adres. Adresloos zijn in Japan blijkt te leiden tot hoge boetes. Dus op bezoek bij het emigratiekantoor, dit keer in Tokyo. De dame die zich over de vraag boog, zei dat dit visum een once-in-a-life-time-experience voor haar was. Dat brengt derhalve een grote verantwoordelijkheid mee om tot een goed einde te brengen. Ze verdween ergens en na een lang wachten, kwam het bevrijdende woord. Dit visum is op hoofdlijnen geregeld bij wet en de praktische problemen die daaromheen ontstaan, zijn er om opgelost te worden. Zoals (g)een vast adres. Ze kreeg bijna een lichtje in de ogen. Na vele buigingen en “Domo arigato gozaimashita”** over en weer, gingen we, een paar kilo lichter, weer naar buiten. Ook in Kyoto, bij het regionale emigratiekantoor uit de jaren ‘70 werden we bevestigd in dit handelen van de ambtenaren. Op het verzoek tot verlenging van ons visum moest een adres staan. Waar konden ze anders een bevesting van het besluit en uitnodiging tot betalen van de leges heensturen? Tja, de foto van onze camper in een Japans decor toonde aan dat we echt reizigers zijn zonder een tijdelijk appartementje. Meer overleg achter de schermen leidde tot de oplossing dat we het adres van het wegstation (soort parking met faciliteiten waar veel reizende Japanners ook slapen in hun autootje) mochten invullen. En aangezien ze daar toch niets heen konden sturen, mochten we gewoon over twee weken terugkomen en dan zou de procedure doorlopen zijn. En zo gebeurde het ook en zweefden we met onze nieuwe verblijfskaart de deur uit, de klamme hitte in. Dat geeft ons vertrouwen in de komende maanden waarin er vast nog problemen opdoemen die niemand bij wetgeving heeft voorzien. Het bevestigde de eerdere ervaring dat er meedenkend vermogen is, ook in de enorme bureaucratie die dit land rijk is. Het voelt ook niet aan als gunst of een uitzonderlijk gedurfd stukje maatwerk waar je dankbaar voor mag zijn. Daar zijn mijn voelsprieten best nog goed in. Dus als ik ooit nog in een discussie beland over de ambtenaar dan heb ik mooie praktijkvoorbeelden. Ik heb Japans vakmanschap gezien. * Geweldig!! Bizar verrassend!! ** Heel hartelijk bedankt Marijke Verstappen Ooit ben ik begonnen aan een rechtenstudie maar na afronding in de informatica gerold. Net als velen van mijn generatie. Om vervolgens via omzwervingen (tot Silicon Valley aan toe) terecht te komen in de gemeentewereld. Na 12 jaar heb ik de baan van gemeentesecretaris aan de wilgen gehangen en ben ik van mijn hobby, reizen, een way of live gaan maken. Momenteel zwerf ik voor 1 jaar rond op Japan, samen met mijn partner. De eerste kennismaking met dit land was 30 jaar geleden, tijdens een maandenlange fietsvakantie. Het land, de mensen, hun cultuur en - laten we niet vergeten- het eten, heb ik in mijn hart gesloten.

Read more

20 jaar Stichting Beroepseer – interview met Jelmer Evers

20 jaar Stichting Beroepseer – interview met Jelmer Evers

Stichting Beroepseer bestaat in 2026 20 jaar. In deze serie spreken we met de pioniers van het gedachtegoed van Beroepseer, over hun ideeën, de veranderingen die ze in hun sector teweeg hebben gebracht en de uitdagingen die ze daarbij tegenkwamen. In deze derde aflevering: Jelmer Evers. ‘De vakbond is nodig om een onafhankelijke beroepsgroep te organiseren.’ ‘We hebben een lange periode van neoliberaal beleid gehad in het onderwijs’, zegt Jelmer Evers. ‘De enige manier om aan een alternatief onderwijssysteem te kunnen bouwen, is door op zoek te gaan aan verbinding. En ik denk dat vakbonden daar een cruciale rol in kunnen vervullen. De sleutel ligt in de beroepseer van de leraar.’ Jelmer Evers (1976) begon in 2002 als docent geschiedenis. Hij werkte kort op verschillende scholen en kwam toen bij de vernieuwende Utrechtse school UniC terecht. ‘Ik was een beetje zoekende. Ik vond het werk als leraar erg individueel en ik vond dat er weinig tijd was om als collega’s met elkaar de diepte in te gaan. Op UniC was dat volkomen anders.’ De organisatie was plat en democratisch, vertelt Evers. Er was meer focus op het team en er was tijd om samen te werken als docenten. ‘Ik vond dat mijn collega’s veel reflecteerden op hun werk, en ik vond ze pedagogisch ook erg sterk. Zij konden met leerlingen werken op een manier waarop ik dat toen nog niet kon.’ Maar op het moment dat Evers op UniC kwam werken, was er ook een probleem: de resultaten waren niet goed. De inspectie kwam langs en er begon een ‘verbetertraject’, waar het team een belangrijke rol in kreeg: de eindexamenresultaten moesten beter, en die visie van de school moest overeind blijven. ‘Dat was geen gemakkelijke opdracht, maar ik vond het heel bevrijdend om zo over mijn vak na te denken. Dat gun ik eigenlijk elke leraar.’ De leraar centraal Evers schetst een beeld van het onderwijs, waarin sinds eind jaren tachtig veel veranderd was. Scholen waren hiërarchischer geworden, hoe het onderwijs ingevuld moest worden was nauwkeuriger vastgelegd, de onderwijsinspectie hield strenger toezicht en leraren hadden steeds minder bewegingsruimte. ‘Dat doet wat met de manier waarop je je eigen beroep ziet.’ In de erg actieve Twitterscene – ‘toen Twitter nog leuk was’ – raakte hij in gesprek en discussie met collega’s, onderzoekers, journalisten en politici. Hij begon een blog over onderwijsinnovatie. Op Twitter kwam hij ook René Kneyber tegen, leraar wiskunde op het vmbo, die zich net als Evers bezighield met goed leraarschap, en toen ook al met het thema beroepseer. ‘Hij en anderen van de Stichting Beroepseer hebben met hun denken een heel grote invloed gehad op mijn ideeën over het leraarschap en beroepseer. Waar UniC mijn blik had verbreed, hebben de ontmoetingen met René en bijvoorbeeld Thijs Jansen mijn politieke blik gevormd. Toen ik over beroepseer las, vielen de dingen op hun plek.’ Evers en Kneyber stelden een boek samen: Het Alternatief. Weg met de afrekencultuur in het onderwijs! (2013) Het was het eerste boek van Stichting Beroepseer dat volledig op één sector gericht was. Het overkoepelende idee: het onderwijssysteem moest ‘op zijn kop’ worden gezet, waardoor de leraar weer centraal zou komen te staan. Klik hier om het hele interview te lezen. Geschreven door Brechtje Keulen. Ze is journalist en maakt verhalen over mensen die aan de zijlijn van de samenleving staan, zoals daklozen en ongedocumenteerden. Ze onderzoekt beleid, structuren en mechanismen die ervoor zorgen dat de een wel mee kan doen en de ander niet. Haar verhalen werden onder andere gepubliceerd in De Groene Amsterdammer, De Correspondent, Vrij Nederland en in de podcast DOCS.

Read more

Werk aan jouw gezag als griffier

Werk aan jouw gezag als griffier

Hoe bouw je gezag op in een tijd waarin gezag niet meer vanzelfsprekend is? Dat is de centrale vraag van de nieuwe Leergang Modern Gezag voor Griffiers die we hebben ontwikkeld in samenwerking met de Vereniging van Griffiers. Als griffier vervul je een sleutelrol in de lokale democratie. Je adviseert, verbindt, spiegelt en ondersteunt de gemeenteraad in een steeds complexere bestuurlijke omgeving. Juist daarom is een sterke gezagspositie belangrijk. Niet omdat gezag vanzelf uit je functie voortvloeit, maar omdat je het iedere dag opnieuw opbouwt en verdient. Tijdens deze vierdaagse leergang werk je aan jouw persoonlijke gezag én aan het versterken van het gezag van de gemeenteraad of Staten waar je voor werkt. Je ontdekt hoe je je met overtuiging beweegt in de verschillende bestuurlijke arena's – richting raad, college, ambtelijke organisatie en samenleving – en hoe je daarbij effectief gebruikmaakt van institutionele, positionele en persoonlijke gezagsbronnen. De leergang combineert de nieuwste inzichten uit onderzoek naar gezag met praktische oefeningen, reflectie en theatertechnieken. Daardoor doe je niet alleen nieuwe kennis op, maar ontwikkel je vooral vaardigheden die je direct kunt toepassen in jouw dagelijkse praktijk als griffier. Wil jij jouw strategische rol als griffier verder versterken en bewust werken aan jouw professionele gezag? Meld je dan aan voor de Leergang Modern Gezag voor Griffiers die start op 5 oktober 2026.

Wat levert de leergang je op?

✅ Je krijgt meer inzicht in het verschil tussen macht en gezag. 🔷 Je versterkt jouw persoonlijke gezagsprofiel. 🏛️ Je leert hoe je gezag opbouwt en behoudt in de verschillende (bestuurlijke) arena’s 🎤 Je oefent met communicatie, presentatie, improvisatie en overtuigend optreden. 🔁 Je vertaalt de inzichten direct naar jouw eigen praktijk. 🤝 Tijdens een terugkombijeenkomst borg je samen met de andere deelnemers de opbrengsten. De leergang bouwt voort op het onderzoek van Stichting Beroepseer naar het gezag van de raadsgriffier, de gemeenteraad en andere publieke ambtsdragers en het vorig jaar uitgebracht en uitgebrachte nieuwe moreel kompas voor griffiers waarin 4 kernwaarden voor de hedendaagse griffier zijn opgenomen.  Eerdere edities voor raads- en Statenleden zijn door deelnemers zeer positief beoordeeld.

Opzet

De Leergang Modern Gezag voor Griffiers bestaat uit 4 trainingsdagen. Tijdens de afsluitende bijeenkomst houden de deelnemers een eindpresentatie waar zij een aantal zaken laten zien. Ten eerste hoe zij als griffier hun gezag verder invulling geven met hetgeen is aangereikt tijdens de leergang. Ten tweede, hoe zij de Raad of de Staten waar ze voor werken, willen verrijken in de positionering als gezagsvol instituut en welke (verander)inzet dat vraagt. 🌿 Dag 1: Macht en gezag 🌿 Dag 2: Gezagsbronnen en arena’s van de griffier 🌿 Dag 3: Werken aan je eigen gezagsprofiel 🌿 Dag 4: Modern gezag

Voor wie?

🌿 Beginnende en ervaren griffiers en raads- of Statenadviseurs 🌿 Griffiers en raads- of Statenadviseurs die willen leren zichzelf te zien als gezagsdrager en hoe ze op eigen wijze gezag (verder) kunnen ontwikkelen. 🌿 Griffiers en raads- of Statenadviseurs die bereid zijn om naar zichzelf te kijken en met zichzelf de slag te gaan (persoonlijk leiderschap), inclusief de weerstand die daar dikwijls bij komt kijken. 🌿 Griffiers en raads- of Statenadviseurs die willen groeien en onderzoeken hoe ze hun eigen strategische positie en die van de Raad of Staten waarvoor ze werken, kunnen versterken.

Praktisch

➜ 12-15 deelnemers ➜ Locatie: nader te bepalen, maar centraal in het land ➜ Trainingsdata
  • 5 oktober – 10.00-17.00 uur
  • 19 oktober – 10.00-17.00 uur
  • 2 november – 10.00-17.00 uur
  • 16 november – 10.00-17.00 uur 

Wat raads- en statenleden over de leergang zeggen

“Ik vond het een hele nuttige en ook bijzonder leuke leergang. De combinatie inhoud en theater maakt het niet alleen leerzaam maar ook gelijk toepasbaar. Door de vloer op te gaan en het te doen, merk je op wat houding, spreekstijl en bewustzijn van hoe je ergens bent invloed heeft op hoe je bekeken wordt. Hoe je gezag kunt versterken. Ook ben ik door de leergang de schroom om persoonlijke voorbeelden te gebruiken, voorbij de pathos te gaan.”  - deelnemer Leergang Modern Gezag voor Raadsleden (2024) “Ik ben de raad meer als collectief gaan beschouwen en erachter gekomen dat wij een vrij passieve raad hebben en daarmee als raad niet het onderste uit de kan halen. En dat ik daar een sleutelpositie in kan spelen. Daarnaast ook mijn positie ten opzichte van het college als coalitie partij is in ander perspectief komen te staan, waardoor de raad echt ingezet kan worden als het ooit bedoeld is.” - deelnemer Leergang Modern Gezag voor Raadsleden (2024) “Een ongebruikelijke vernieuwende training met een verrassende uitkomst. Nieuwe inzichten die het werk als Statenlid aanzienlijk verbeteren en ook waardevol en leuk om dit juist met Statenleden van andere provincies samen te doen.”  - deelnemer Leergang Modern Gezag voor Statenleden(2025)

Investering

De kosten voor deelname aan deze leergang bedragen € 2.995,- (ex btw). Voor deze eerste editie hanteren we een pilotprijs van € 2.750,- (excl. btw). 

Meer weten?

Voor meer informatie over de leergang en mogelijkheden om deel te nemen, kan je contact opnemen met Maurits Hoenders (m.hoenders@beroepseer.nl).

Aanmelden

Via deze link kun je je aanmelden voor de Leergang Modern Gezag voor Griffiers.

Relevante bronnen

 

Read more

 

Publicaties Goed Werk

Presentatie Opbrengst Routekaart Goed Werk in het Openbaar Bestuur, september 2015

Overzicht Drie jaar Routekaart Goed Werk in het Openbaar bestuur, presentatie door Thijs Jansen, 7 september 2015

Verslag bijeenkomst Ambtelijk vakmanschap als morele verantwoordelijkheid? 17 april 2015

Samenvatting Goed Werk Toolkit Beleidsambtenaren.

Routekaart Goed Werk in het Openbaar Bestuur – Voortgangsnotitie. April 2014

Vakmanschap & Goed Werk van een Ministerie. Geanonimiseerde rapportage over de gelijknamige sessies en de slotbijeenkomst, gehouden in de periode september 2013 – februari 2014

Serie Portretten Publiek professionalisme en Goed Werk. April 2014

Verslag bijeenkomst Jouw rol in een veranderende overheid – Utrecht. 24 april 2014

Verslag bijeenkomst Jouw rol in een veranderende overheid – Eindhoven. 10 april 2014

Verslag bijeenkomst Jouw rol in een veranderende overheid – Groningen. 24 maart 2014

Verslag bijeenkomst Slecht werk – Goed werk. 30 januari 2014

Verslag bijeenkomst Professionaliteit en moraliteit. 23 januari 2014

Verslag bijeenkomst Jouw rol in een veranderende overheid – Rotterdam. 16 december 2014

Verslag bijeenkomst Vakmanschap en samenwerking. 14 november 2013

Waar sta ik voor op? Jongere & oudere ambtenaren over het productief maken van idealen en een andere overheid, onder redactie van Jan Prij, 2013.

Verslag bijeenkomst Wat is de functie van de ambtenaar? 23 september 2013

Verslag bijeenkomst Staan professionaliteit en loyaliteit van ambtenaren onder druk?
16 september 2013

Verslag bijeenkomst Goed Werk in het heetst van de strijd. juni 2013

Verslag bijeenkomst Echte leiders dienen het openbaar bestuur. 14 mei 2013

Verslag bijeenkomst Zelfsturende professionals. Hoe stuur je ze aan? 16 mei 2013

Opbrengst bijeenkomst Vakmanschap en lef van rijksambtenaren. 4 maart 2013

Verslag bijeenkomst Vakmanschap en lef van rijksambtenaren. 4 maart 2013

Verslag Maak vakmanschap zichtbaar. 4 maart 2013

Verslag bijeenkomst Goed Werkende professionals, 26 oktober 2012

Verslag bijeenkomst Ambtelijk vakmanschap en vertrouwen. 8 oktober 2012

Verslag boekpresentatie De Beroepstrots van verpleegkundigen en verzorgenden in Amsterdam. 4 oktober 2012

Verslag Atelier Beroepstrots Excellente Zorg. 26 september 2012

Verslag bijeenkomst Ambtelijk vakmanschap, 9 juli 2012.

Verslag bijeenkomst Ruimte voor hulpverleners in de jeugdzorg, 6 juni 2012

Verslag bijeenkomst Professie en ruimte, 23 april 2012

Verslag bijeenkomst Professie en verbinding. 12 maart 2012

Zes lessen uit faillissement Stichting Zonnehuizen, 8 maart 2012

Verslag bijeenkomst Doorstart na faillissement Stichting Zonnehuizen. 8 maart 2012

Verslag Atelier Beroepstrots Wat draagt Lean bij aan beroepstrots?, 6 februari 2012

Verslag bijeenkomst Arbeidstijdenwet (ATW). 9 februari 2012

Verslag bijeenkomst Professie en humor met Guido Rijnja. Zesde in de reeks: De beroepstrots van de rijksambtenaar. Januari 2012

Verslag debat Welk gezag hebben professionals (nog)?, gehouden in Den Haag op 25 januari 2012. Door Suzanne van Soest

Verslag Atelier Beroepstrots Presentie in de zorg voor ouderen, met Ingrid Windmeijer en Jeannette Mulder. November 2011

Verslag bijeenkomst Op de bres voor het lager technisch onderwijs, met Wim van de Merwe. November 2011

Verslag bijeenkomst Professie en religie, met Afshin Ellian. Vijfde in de reeks: De beroepstrots van de rijksambtenaar. November 2011

Verslag bijeenkomst Professie en loyaliteit, met Hans Wilmink, Rob Kuipers, Charlotte Grezel. Vierde in de reeks: De beroepstrots van de rijksambtenaar. Oktober 2011

Verslag Atelier Beroepstrots Dienend leiderschap met Inge Nuijten. September 2011

Verslag bijeenkomst Professie en geweten. Derde in de reeks: De beroepstrots van de rijksambtenaar. September 2011

Verslag Directeurentafel met Jaco van Hoorn. September 2011

Verslag bijeenkomst Professie en politiek. Eerste in de reeks: De beroepstrots van de rijksambtenaar. Mei 2011

Verslag bijeenkomst Professie en imago. Tweede in de reeks: De beroepstrots van de rijksambtenaar. Juni 2011

Verslag Atelier Beroepstrots met Lies Rutten. Mei 2011

Margreet in Nepal. Verslag van Goed Werk Hub bijeenkomst van 24 februari 2011

Feestelijke opening Goed Werk Hub in Den Haag op 26 januari 2011. Verslag van Alexandra Gabrielli

Verslag van het Debat Prestatiebeloning van leraren, gehouden in Den Haag op 17 december 2010

Verslag Atelier Beroepstrots met Pieter Coppoolse en Robert van der Krogt. December 2010

Verslag Atelier Beroepstrots met Bennie Beuvink. November 2010

Verslag Atelier Beroepstrots met Barend Rombout, door Jan Prij, oktober 2010

 

Het Goed werk gereedschap

gereedschapGoed werk gereedschap bestaat uit een boek met verhalen, opgaven, discussiethema’s en een reeks waardekaarten. Het gereedschap is bedoeld om gesprekken op gang te brengen en te inspireren en na te denken over vakmanschap en moreel verantwoord, persoonlijk betrokken werk.
De verhalen en opgaven zijn erop gericht goed werk-methoden toe te passen in de klas, een groep, onderwijsprogramma’s, groepsbijeenkomsten en workshops. Elk hoofdstuk in het boek bevat een een korte inleiding, een uiteenzetting van de te behalen doelen en vragen om over te discussiëren.
De verhalen in het boek zijn ontleend aan ware gebeurtenissen met als kern een dilemma.
Goed werk gereedschap is een rijke bron waaruit men kan putten en die je kan aanvullen met eigen ideeën, verhalen en opgaven. Het is bijzonder geschikt voor het samenstellen van een cursus over “goed werk”.
De set waardekaarten heeft tot doel deelnemers aan te moedigen na te denken over hun persoonlijke en professionele waarden.

Goed werk gereedschap is de vertaling van Good Work Toolkit door Wendy Fischman en Lynn Barendsen die met Howard Gardner hebben gewerkt aan het in 1995 begonnen Good Work Project. Dit project onderzoekt de kenmerken en voorwaarden van goed werk. Initiatiefnemers van dit project zijn de Amerikaanse psychologen Howard Gardner, Mihaly Csikszentmihalyi en William Damon. Goed werk wordt vakbekwaam, integer en betrokken uitgevoerd.

Zie het boek Beroeptrots – een ongekende kracht over het Goed Werk project, pagina 48: https://beroepseer.nl/beroepstrots/

Zie ook het korte verslag van de opening van de Goed Werk Hub in januari 2011: Goed Werk Hub feestelijk van start: https://beroepseer.nl

De Goed Werk Hub is ontstaan uit het Good Work project.

Luisteren naar leraren uit de V.S.

onderwijs radio_nprOp de Amerikaanse publieke radiozender NPR was een programma te beluisteren waarin diverse leraren aan het woord kwamen: Teachers feeling ‘beat down’ as school year starts. In de vijf minuten durende uitzending wordt in een notendop helder verteld wat leraren hebben ervaren op hun werk in de afgelopen jaren en hoe ze de ondermijnende aanvallen op hun functioneren in de media moe zijn.

Ze hebben er genoeg van verantwoordelijk te worden gesteld voor niet door hen veroorzaakte gebreken en misstanden in het Amerikaanse onderwijsstelsel. De stroom van door de overheid opgelegde bepalingen en eisen, zoals het maken van standaardtoetsen om prestaties te meten in de klas, hebben averechtse effecten en werken fraude in de hand zoals is gebleken.
In het afgelopen jaar zijn de leraren begonnen op te komen voor hun vak en hun beroepseer. Ze doen hun mond open en laten zich niet langer demoraliseren. Ze demonstreren of schrijven een open brief. Dat was decennialang niet meer gebeurd.

Steun voor de leraren is ook op gang gekomen. Bijvoorbeeld van de overal in het openbaar optredende Diane Ravitch, een voormalige onderminister van Onderwijs en schrijver van de bestseller met de veelzeggende titel The Death and Life of the Great American School System: How Testing and Choice Are Undermining Education. Of van filmacteur Matt Damon, spreker op de demonstratie Save Our Schools in Washington van eind juli.

Luister naar wat de leraren in de V.S. zeggen over hun beroep. Ga naar het radioprogramma: Teachers Feeling ‘Beat Down’ As School Year Starts. Er is ook een transcriptie te lezen.

Er wordt wel beweerd dat in Nederland alles tien jaar later gebeurt dan in de V.S.  Zeker is dat maatregelen van het Amerikaanse onderwijs ook onderwerp van gesprek zijn in Nederland. Voorbeelden zijn de prestatiebeloning voor leraren en standaardtoetsen. Terwijl men er in de V.S. erop terug begint te komen door de onbedoelde, negatieve gevolgen, is het Ministerie van Onderwijs dit jaar begonnen met experimenteren met prestatiebeloning voor leraren, waarvoor 250 miljoen euro is uitgetrokken.

Lees meer op deze Beroepseer-site over de kwetsbare situatie van de Amerikaanse leraren:

Buurtzorg Nederland breidt uit naar het buitenland

buurtzorg logoDe alternatieve thuiszorgorganisatie Buurtzorg Nederland gaat internationaal. Per 1 december 2011 zet directeur Jos de Blok in Zweden een aparte organisatie op. Grannvard Sverige start op die datum met een eerste team. Ook Japan, België en de Verenigde Staten hebben belangstelling, aldus De Blok: “In Amerika zijn we in gesprek met AARP, de ouderenbond met 37 miljoen leden”.

Op 28 september was Buurtzorg nog de winnaar van de Beste Werkgevers Awards 2011 in de categorie “meer dan 1000 medewerkers” die een 8,7  behaalde voor algemene tevredenheid. Op 9 november kwam er nog een onderscheiding bij , een van de de FD Gouden Gazelle Awards , een door het Financieele Dagblad uitgereikte prijs voor snelst groeiende ondernemingen van Nederland. Bij het onvangen van de Beste Werkgeversprijs zei De Blok ter verklaring van het succes van van Buurtzorg: “Bij Buurtzorg kunnen wijkverpleegkundigen weer doen waar hun hart ligt: het bieden van professionele zorg aan mensen die hun ondersteuning nodig hebben. 360 teams door het hele land bepalen zelf hoe zij die zorg inrichten, zonder dat een manager daarboven staat. Wij willen ons credo ‘menselijkheid boven bureaucratie’ blijven waarmaken als werkgever”.

Buurtzorg Nederland heeft inmiddels 400 vestigingen waar per vestiging kleine, autonome teams van ongeveer tien verpleegkundigen en ziekenverzorgenden werken. Er zijn geen managers, en de teams regelen zelf de financiën, personeelszaken en administratie.

Jos de Blok is Voortrekker van Beroepseer. Klik hier.

Zie ook: www.buurtzorgnederland.com

 

GoodWork in the Elementary Classroom

Posted on October 04, 2011

By Margot Locker

“Why is it important to like what you are learning about?”

This is one of the first questions Amy Maturin, a 1st and 2nd grade teacher at Unity Charter School in New Jersey, asked her students as they started a unit on “Citizenship in our Community.”  Incorporating several GoodWork concepts into her instruction, Amy’s first lesson tackled the subject of engagement.  She began with reading a story about 6 year-old Kyle who thought he was “horrible at school” before finding a passion and applying it to all of his learning.

Amy Maturin and her mother, Jo Hoffman, are both educators in New Jersey. We first started speaking with them this past summer (Jo contributed a blog – see link below): their enthusiasm for the GoodWork material was evident, and their commitment to work with us to create a version of the Toolkit to be used with younger students was exciting. We all share the belief that the GoodWork concepts can and should be introduced at a young age and yet those of us on the GW team have yet to have the find to devote to this new project.  Together, we’re working to make this idea a reality.

Amy created a unit on Citizenship, embedding three, 3-day GoodWork specific lessons (one on each of the 3 E’s-Engagement, Excellence, and Ethics) within the unit plan. She is just finishing out the lessons on engagement-a concept difficult for students of all ages to understand, let alone 6 and 7 year olds. After reading Kyle’s story to her class, Amy led her students through a brainstorm about why it is important to like what you are learning about. Students’ answers ranged from “because it is fun,” to “so you understand better.” The next activity introduced the idea of an “expertise” to students, helping them to understand that often their skills with a particular activity has to do with how much they enjoy it. Each child made a chart (see picture) of his or her expertise, helping students grasp the connection between enjoyment, being good at something and feeling excited to participate. It was here that Amy was really able to focus on the idea of engagement as an important tool both in and outside of the classroom.

Amy will next begin a series of lessons on excellence-including asking students to consider excellence as it relates to engagement and using their expertise charts to think about working hard and the qualities of GoodWork.

We are looking forward to the next lessons in Amy’s classroom, and the next lessons for us in this new venture. If any readers are interested in participating and helping to test out and develop elementary school GoodWork materials-please let us know!

Read Kyle’s story: GoodWork in the Elementary Classroom, door Margot Locker, The Good Project, 4 oktober 2011: www.thegoodproject.org/good-blog/2011/10/4/goodwork-in-the-elementary-classroom

GoodWork in the Elementary Classroom: Round 2, door Margot Locker, The Good Project, 18 oktober 2011:  www.thegoodproject.org/good-blog/2011/10/18/goodwork-in-the-elementary-classroom-round-2