Verslag bijeenkomst Professie en religie
Verslag van de bijeenkomst Professie en religie, met Afshin Ellian. Vijfde in de reek ‘De beroepstrots van de rijksambtenaar’, in Goed Werk Hub in Den Haag op 14 november 2011: https://beroepseer.nl
Verslag van de bijeenkomst Professie en religie, met Afshin Ellian. Vijfde in de reek ‘De beroepstrots van de rijksambtenaar’, in Goed Werk Hub in Den Haag op 14 november 2011: https://beroepseer.nl
Op 25 januari 2012 vindt er in de Goed Werk Hub in Den Haag het debat plaats: “Welk gezag hebben professionals (nog)?”.
Kreten als “Tijd van natuurlijk gezag rechter is voorbij” – Van Bijsterveldt: “Leraar moet meer de ruimte krijgen gezag te laten gelden”, vormen regelmatig de koppen van de dagbladen. Maar als u zelf die gezagsdrager bent, hoe gaat u daar mee om?
Naar aanleiding van de door hun gemaakte bundel Macht en gezag: een zoektocht naar moderne legitimatie gaan derdejaars studenten Bestuurskunde van de Universiteit van Tilburg in discussie met professionals over de legitimatie van hun gezag. Geanalyseerd wordt waarop het gezag van de arts, de politieagent, de manager of de leraar gebaseerd is en kan worden gebaseerd in onze tijd.
Met o.a. Thijs Jansen, begeleider van studenten, en René Kneyber, vmbo-docent en auteur van Orde houden in het voortgezet onderwijs. Beiden redigeren op dit moment, samen met Gabriël van den Brink, het in juni te verschijnen boek Gezagsdragers¹)
Het debat is bestemd voor iedereen die te maken heeft met gezag en autoriteit, of meer over het onderwerp te weten wilt komen.
Datum: 25 januari 2012, van 18:00 tot 21:00 uur
Deelname aan het debat is kosteloos.
Elke deelnemer krijgt een exemplaar van de door de studenten gemaakte bundel Macht en gezag.
Klik hier voor meer details en aanmelden.(Niet meer beschikbaar).
¹) Boek Gezagdragers – De publieke zaak op zoek naar haar verdedigers.
Redactie: Thijs Jansen, Gabriël van den Brink, René Kneyber.
Klik hier voor meer info.
Maandagmiddag 21 november 2011 werd het startsein gegeven van de Week van reflectie in de zorg en jeugdzorg met het symposium Met hart & ziel voor goede zorg en zes praktijkgerichte workshops in het gebouw van het Ministerie van Volksgezondheid in Den Haag. In vier jaar tijd is de Week van reflectie uitgegroeid tot een groot landelijk evenement.
Op verschillende plaatsen in Nederland vinden er meer dan honderd activiteiten plaats op het gebied van ethische reflectie en moreel beraad. Deelnemers aan de week, zoals zorginstellingen, jeugdzorgorganisaties en opleidingen, hebben zelf de thema’s gekozen en invulling gegeven aan de activiteiten binnen hun eigen organisatie.
De Week van reflectie is in het leven geroepen als stimulans voor organisaties in de zorg en jeugdzorg om structureel ruimte te maken voor ethische reflectie en moreel beraad.
Drijvende krachten achter de Week van reflectie zijn AnneMarie Bloemhoff en Jack van Raay van de Communicatie Company. Bloemhoff schreef o.m. de boeken Zorgen met hart & ziel en Bezield besturen.
![]() |
| Twee winnaars van de Goede Zorg Prijs 2011: Toos Frijters (rechts) en Annemarie Spee (midden) van Hospice Breda. De prijs werd uitgereikt door ethica Mirjam Houtlosser, voorzitter van de jury van de prijs. |
Op het symposium werd ook de Goede Zorg Prijs 2011 uitgereikt, bestemd voor de schrijver van de meest aansprekende tekst met een ethisch dilemma in de dagelijkse praktijk. Er waren twee winnaars: Toos Frijters en Annemarie Spee van het Hospice Breda, een woonhuis waar mensen in huiselijke sfeer hun laatste levensfase doorbrengen.
Zij beschreven beiden een casus met uiteenzetting van hun ethisch dilemma, met wie ze het hebben besproken, wat de uitkomst was en wat voor positief effect het signaleren heeft gehad op hun handelen.
De Week van reflectie duurt tot en met 25 november 2011. Raadpleeg de kalender van alle landelijke activiteiten. Op 22 november bijvoorbeeld begint er om 15.30 uur een boeiend en uitdagend symposium rond het thema Grenzen aan professionele autonomie, georganiseerd door de Stuurgroep Ethiek Medisch Centrum Leeuwarden.
Week van reflectie: https://weekvanreflectie.nl/
In nummer 10 van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken (TSS) verscheen het artikel Reclassering kan beter van Corine von Grumbkow en Jaap van Vliet waarin zij beschrijven hoe reclasseringswerkers in Brabant de kans kregen om zonder regels te werken en te doen wat nodig is voor een cliënt. Dat pakte in de praktijk anders uit dan gedacht. Het bleek nog niet zo eenvoudig de knop om te zetten.
Reden voor dit experiment was dat door efficiëntere bedrijfsvoering de reclassering bijna was gaan lijken op een productiebedrijf. Maar nu mocht het keurslijf van regels worden afgelegd: “Een groot deel van de werkers sprak over hun werk als het ‘moeten behalen van productietikken’. Waren ze nog wel aan het reclasseren? Deze signalen bereikten ook de politiek en waren in 2007 de aanleiding voor de motie van Velzen/Teeven.
Deze coproductie van SP en VVD riep op de reclassering te laten experimenteren met regelvrij werken. In een afgebakende periode mocht in één arrondissement in Noord-Brabant de reclassering de helft van het budget vrij besteden. De reclasseringswerkers kregen simpelweg de opdracht: ‘pak ruimte, doe wat nodig is, schat zelf in of je voor deze cliënt wat extra’s kan doen, of iets anders kan doen’ om zijn leefsituatie te verbeteren of hem op het rechte pad te houden”.
In de anderhalf jaar dat het experiment duurde hebben 63 reclasseringswerkers in 255 casussen gebruik gemaakt van de mogelijkheid cliënten meer te bieden dan regulier gebruikelijk.
Wat gingen ze doen?
Lees verder op de site van Sociale Vraagstukken over dit interessante experiment waarin het durven geven van ruimte en vertrouwen een veelbelovend begin is van een nieuwe manier van werken en besturen: Reclassering kan beter, door www.socialevraagstukken.nl
Werk neemt veel tijd in beslag in ons leven. We besteden op kantoor of thuis dikwijls meer tijd aan het denken over taken en verplichtingen die met ons werk hebben te maken dan aan het werk zelf. En toch kunnen we ons de vraag stellen hoe velen van ons werk zinvol vinden? Hoe velen hebben het gevoel dat ze het beste werk doen? Hoe vaak houden we ermee op rekening te houden met de gevolgen van ons werk voor anderen, of de invloed ervan op de samenleving als geheel? Zeldzaam zijn de momenten waarop mensen van welk opleidingsniveau dan ook – jonge studenten, afgestudeerden, jonge en ervaren professionals – zich afvragen wat de zin van hun werk is voor hun zelf en voor anderen. Maar die momenten zijn wel noodzakelijk.
De samenleving heeft professionals nodig die zich bekommeren om goed werk.
Sinds 1995 zijn wetenschappers aan Claremont Graduate University, Harvard University en Stanford University bezig met het GoodWork® Project, dat zich richt op onderzoek naar de betekenis van “goed werk” in het beroep en bij de beroepsbeoefenaren. De definitie van “goed werk” is werk dat van uitmuntende kwaliteit is, dat beantwoordt aan de behoeften van de gemeenschap en dat persoonlijk zinvol is.
Het project, geleid door de psychologen Mihaly Csikszentmihalyi, William Damon en Howard Gardner, is ontstaan uit bezorgdheid over wat er zou kunnen gebeuren als professionals onder enorme druk komen te staan om te voldoen aan hoge eisen.
Terwijl wetenschapsmensen in het verleden zich bijvoorbeeld hebben gericht op het vermeerderen van kennis of het vinden van remedies tegen ziekten, zoeken zij vandaag waarschijnlijk naar winstgevende behandelingen die de aandelen van de biotechmarkt in waarde doen stijgen.
Dat wil niet zeggen dat financiële belangen niet altijd al een of andere rol hebben gespeeld in de beroepen. Wetenschappers hebben uiteraard altijd met elkaar gewedijverd om de subsidies. Maar de druk van de markt in onze tijd moet gezien worden in combinatie met de vooruitgang van de technologie en die kent zijn weerga niet.
Jonge werkers ontwikkelen zich in een ander cultureel klimaat dan hun voorgangers. Zij staan voor de complexe uitdaging om te leren onderhandelen over de vaak tegenstrijdige eisen van uitmuntendheid, moraal en verdiensten. Ervaren professionals worstelen ook met de handhaving van hun normen en de zin en betekenis van hun werk in deze veranderende verhoudingen.
De uitdagingen om werk te doen dat uitmuntend van kwaliteit is èn maatschappelijk verantwoord èn fijn om te doen – “goed werk” – zijn van cruciaal belang voor professionals op alle niveaus en in alle gebieden. Goed Werk Gereedschap is een set gereedschappen dat ons besef van ideeën over “goed werk” doet toenemen. Door te werken met deze gereedschappen onderzoeken, bediscussiëren en formuleren zowel jonge studenten als ervaren professionals de kern van hun verantwoordelijkheden, hun overtuigingen en waarden, en doelen van werk.
Goed Werk Gereedschap levert een kader waarbinnen personen kunnen nagaan wat voor soort werkers zij eigenlijk zijn en wat voor soort professionals zij zouden willen worden.
Goed Werk Gereedschap moedigt hoge kwaliteit en zinvol werk aan, maar formuleert ook onze gedachten over de gevolgen van werk voor anderen. Via een reeks praktijkgevallen en de daarbij aansluitende opgaven, denken mensen na over de kern van “goed werk” bevattende thema’s.
Deelnemers wordt gevraagd kritisch na te denken over wat iemand tot een “goede” professional maakt. Is een “goede” journalist iemand die vaak haar verhalen op de voorpagina terugvindt, ook als haar manier van werken te wensen over laat? Of is een “goede” journalist iemand die geen compromissen sluit met zijn professionele maatstaven of normen (zoals rechtvaardigheid, eerlijkheid en nauwgezetheid) en wiens verhalen minder de aandacht trekken? Het voornaamste doel van de het Gereedschap is mensen te betrekken bij vragen die alle mensen met een beroep zich behoren te stellen.
Goed Werk Gereedschap is niet een voorgeschreven leergang. Hij heet “gereedschap”, omdat er een keur aan “gereedschappen” in te vinden is, te gebruiken in onderlinge combinatie. De onderdelen zijn bedoeld voor toepassing in allerlei samenstellingen.
Anders gezegd, Goed Werk Gereedschap kan gebruikt worden als onderdeel van een termijn van bezinning, als thema van een studiejaar op een school of universiteit of als basis voor een twee of drie dagen durend seminarie.
Het is niet nodig bij gebruik zich aan de opgegeven volgorde van de hoofdstukken te houden. Gebruikers voelen zich liever vrij hun eigen keuze te maken uit de praktijkgevallen en opgaven die het best overeenkomen met hun eigen doelen en behoeften.
Inhoud van het boek
Goed Werk Gereedschap is verdeeld in hoofdstukken en elk hoofdstuk is gewijd aan een hoofdthema van “goed werk”. Een hoofdstuk bevat praktijkgevallen waarbij personen (van verschillende leeftijd en beroep) op een of andere manier hebben geworsteld met het verrichten van “goed werk”.
Na elk praktijkgeval volgt een reeks vragen voor discussie waarover deelnemers zelf kunnen nadenken en waarop zij schriftelijk kunnen reageren. Begeleiders kunnen de vragen ook gebruiken om de discussie in de groep op gang te brengen of kunnen ze inbrengen als onderdeel van een groter project. Hoofdstukken bevatten eveneens vragen en verschillende opgaven, ontworpen voor deelnemers om uit te voeren in samenhang met het praktijkgeval.
De opgaven behelzen groepsdiscussie, rollenspel, groepsopdrachten, onderzoeksprojecten en schrijfoefeningen.
Afgelopen zomer schreef Caroline Raat voor Stichting Beroepseer het boek Ambtelijk recht doen, Vakmanschap in de uitvoering. Dit verschijnt binnenkort. In deze publicatie laat Caroline zien hoe ambtenaren de democratische rechtsstaat direct in praktijk kunnen brengen voor burgers. Met heldere uitleg, voorbeelden en praktische schema’s biedt het handvatten voor goed beslissen en het bewaken van rechtsstatelijkheid en integriteit. Ook biedt het boek de nodige diepgang voor wie meer wil weten over de samenhang tussen recht, cultuur, gedrag en moraal. Daarmee is het niet alleen geschikt voor uitvoerende ambtenaren, maar ook voor bestuurders en beleidsmakers die de uitvoering beter willen begrijpen. Burgers en studenten zullen er ook inzichten aan kunnen ontlenen. Erik Pool, (voormalig) Programmadirecteur Dialoog & Ethiek van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, beveelt het boek van Caroline van harte aan:
‘Scherp, informatief boek en rijk aan kennis waar ambtenaren veel aan hebben – net als ikzelf. Dit mag integraal in het lespakket voor alle ambtenaren.’
Hieronder leest u het voorwoord bij het boek.
De kracht van het recht
Al vanaf mijn studietijd word ik geboeid door het gedrag van mensen in overheidsorganisaties Ten opzichte van elkaar als ten opzichte van burgers. Tijdens mijn rechtenstudie leerde ik hier niet veel over: er zijn regels en beginselen, en er zijn rechters die daaraan toetsen. En dan houdt de overheid houdt zich daar nu eenmaal aan. Bij mijn studie bestuurswetenschappen werd mij een realistischer beeld voorgeschoteld: de overheid en haar medewerkers houden zich niet volautomatisch aan het recht: gedrag en cultuur zijn minstens even belangrijk. In mijn werk bij gemeenten, zag ik pas goed waar dat in de praktijk op neerkwam: wat een verschillen! Waar de ene ambtenaar of bestuurder responsief en behoorlijk opereerde, probeerde de ander uit of hij buiten de lijntjes kon kleuren zonder dat iemand dat zag. Dit gegeven was de basis voor mijn rechtssociologische en rechtsfilosofische proefschrift Mensen met macht.
Dit boek is gedeeltelijk een tweede druk van Ethiek en integriteitszorg. Handboek voor de overheidsjurist. Er is momenteel namelijk meer behoefte aan basiskennis voor de uitvoeringskant van de rechtsstaat. Goede opleiding hiervoor is in de afgelopen decennia behoorlijk verwaarloosd. Het gevolg, zo zien we ook in het werk bij Stichting Beroepseer, is dat er een ongewenste tweedeling lijkt te zijn ontstaan tussen ‘beleid’ en uitvoering.
Op kernministeries heeft men, zo constateert ook de Nationale ombudsman, nog steeds weinig beeld van waar uitvoeringsmedewerkers echt tegenaan lopen in hun directe contact met burgers. Er is namelijk niet alleen ‘te weinig ruimte in de regels’ – die ruimte vereist professionaliteit: kennis, kunde, inzicht en ervaring. Het vraagt om begrip van de eigen functie. Als ambtenaar ben je vrijwel nooit een hulpverlener, maar, zo schreven Sandra Palmen en ik: ‘recht-doener’.
Het gaat doorgaans ook niet om te weinig ‘moreel besef’ hoewel het wel belangrijk is te weten dat de rechtsstaat een publieke moraal veronderstelt. Die publieke moraal betekent dat je je eigen morele emotie de plek geeft die ze verdient. Als ambtenaar – public servant – probeer je zo onpartijdig, rechtvaardig en objectief mogelijk te blijven; het gaat om onderzoek naar feiten en omstandigheden, en op basis daarvan het recht toepassen. Juist die betrokken distantie hoort bij rechtsstatelijk handelen.
Waar het in mijn ervaring om gaat, is behoefte aan basiskennis om dit belangrijke werk goed te kunnen doen – zowel op de kerndepartementen als bij uitvoeringsinstanties als gemeenten, rijksdiensten en zelfstandige bestuursorganen. In de praktijk gaat het over de vraag: hoe dan? Hoe dan precies? Wat mag wel of niet, wat moet, wanneer en waarom? Die waarom-vraag, daar gaat het in de rechtsstaat over: de omgang met je eigen positie. Je hebt immers macht, ook als je dat zelf niet zo ervaart. Juist als je te weinig kennis hebt, is – zo weten we uit decennia van onderzoek naar street-level werk – de kans op willekeur in de vorm van favoritisme, uitsluiting en fouten erg groot. Dat is uiteindelijk niet in het belang van burger.
De wat-, wanneer- en hoe-precies-vraag is het domein van het bestuursrecht. Om die te kunnen beantwoorden, moet je in de basis weten wat er in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staat en wanneer het nodig is om rechtsbeginselen toe te passen. Het bestuursrecht gaat over macht, gevat in bevoegdheidsvragen. Er kan in de toepassing het nodige mis gaan, zoals vooringenomenheid en machtsmisbruik. Kennis daarvan is ook nodig, om het te herkennen, en om te weten wat je zou kunnen doen om dit te voorkomen.
Vandaar dit boek voor uitvoeringsmedewerkers, maar ook voor al diegenen die hiervoor beleid ontwikkelen en wetten voorbereiden die moeten worden toegepast. Het bevat de inzichten die ik in de afgelopen decennia als overheidsjurist en onderzoeker heb opgedaan en onder meer verwerkt in boeken, artikelen en annotaties, maar ook in beslishulpen. Al schrijvend merkte ik weer hoe mooi en krachtig het recht is, maar ook hoe ingewikkeld!
Voor nadere informatie neem contact op met Thijs Jansen: thijsjansen@beroepseer.nl of 0645510971.
Over de auteur
Caroline Raat is staats- en bestuursrechtjurist en bestuurswetenschapper. Zij promoveerde op een rechtssociologisch en filosofisch onderzoek naar rechtsstaat en macht. Raat is auteur, docent en onderzoeker op het gebied van behoorlijk bestuur, open overheid, integriteit en organisatiecultuur. Daarnaast staat zij journalisten, mensenrechtenorganisaties en melders van misstanden bij in rechtszaken met de overheid. Zij is tevens initiator van Rechtsstaat Nederland en de Beroepsvereniging Onafhankelijk Onderzoekers.
Stichting Beroepseer bestaat in 2026 20 jaar. In deze serie spreken we met de pioniers van het gedachtegoed van Beroepseer, over hun ideeën, de veranderingen die ze in hun sector teweeg hebben gebracht en de uitdagingen die ze daarbij tegenkwamen. In deze eerste aflevering: Margreeth Kloppenburg, die zich inzet voor professionaliteit en integriteit in de wereld van accountants.
‘Het is leuk dat die beroepseer steeds zo leidend is geweest in mijn werk. Het resoneerde gewoon heel sterk bij mij persoonlijk. Ik werk vanuit mijn hart en voor de samenleving en ik zoek steeds naar hoe ik mijn autonomie, mijn vrijheid, ja, mijn eigen stijl erin kan houden. Kritisch, natuurlijk, maar ook met een beetje lucht en licht. En de leidende vraag blijft nog steeds: hoe bevorder je goed werk – excellent, ethical en engaged en integer handelen of zakendoen in de beroepspraktijk? Misschien heb je wel juist iemand die van buitenaf komt nodig om de lange lijnen daarin bij elkaar te brengen en een beroepsgroep te confronteren met een bestaand beeld. Op het omslag van Artikel 5 prijkt niet voor niets een spiegel.’
Klik hier om het hele interview te lezen.
Geschreven door Brechtje Keulen. Ze is journalist en maakt verhalen over mensen die aan de zijlijn van de samenleving staan, zoals daklozen en ongedocumenteerden. Ze onderzoekt beleid, structuren en mechanismen die ervoor zorgen dat de een wel mee kan doen en de ander niet. Haar verhalen werden onder andere gepubliceerd in De Groene Amsterdammer, De Correspondent, Vrij Nederland en in de podcast DOCS.

Per 1 januari 2026 treedt Thijs Jansen terug als directeur van Stichting Beroepseer. Hij blijft betrokken bij de uitvoering van projecten, maar geeft de eindverantwoordelijkheid over om ruimte te maken voor een bredere invulling van zijn activiteiten, zowel privé als professioneel.
Maurits Hoenders, al ruim 10 jaar aan onze stichting verbonden als projectleider en trainer, neemt de functie van directeur waar tot 1 mei 2026. In deze periode start de werving van een nieuwe directeur die de verdere ontwikkeling van Stichting Beroepseer zal leiden.
Hoe zorgen we ervoor dat onderzoek niet losstaat van de praktijk, maar juist een directe bijdrage levert aan het werk van professionals in het publiek sociaal domein? Vanuit die vraag ontwikkelden Stichting Beroepseer en SAM, in opdracht van ZonMw, twee praktische tools: een kwaliteits- en afwegingskader en een gespreksmethodiek.
“Deze tools helpen onderzoekers en uitvoerende professionals om samen in gesprek te gaan. Aan de ‘voorkant’ over de onderzoeksvraag én aan de ‘achterkant’ over de implementatie van de aanbevelingen die onderzoekers doen op basis van hun resultaten,” legt Margarethe Hilhorst uit. Zij is algemeen programmamanager bij SAM en betrokken bij dit project. Gerard van Nunen, projectmanager en onderzoeker bij Stichting Beroepseer, vult aan: “Door als onderzoeker werkelijk aan te sluiten bij een veranderbehoefte van professionals, benut je hun kennis en ervaring over wat er in de werkpraktijk echt nodig is. Tegelijkertijd doe je recht aan hun perspectief en gevoel van beroepseer.”
In de praktijk sluit onderzoek niet vanzelfsprekend aan bij de behoeften en werkwijzen van professionals, bijvoorbeeld in taalgebruik, doelstellingen en methodiek. Het overkoepelende doel van deze tools is dan ook om de kloof tussen onderzoek en praktijk te verkleinen. Het gaat dan specifiek om de praktijk van uitvoerende professionals die werken in het publiek sociaal domein. Zoals re-integratieprofessionals, inkomensconsulenten, Wmo-professionals en inburgeringsconsulenten.
Onderzoekers en professionals in het sociaal domein kunnen nu gebruikmaken van twee krachtige instrumenten: een kwaliteits- en afwegingskader én een gespreksmethodiek. Samen helpen ze om onderzoek beter aan te laten sluiten bij de praktijk. Stichting Beroepseer en SAM ontwikkelden deze tools met een duidelijke ambitie: niet alleen onderzoeksresultaten vertalen naar de praktijk, maar ook tijdens het gehele onderzoeksproces (van start tot implementatie) de verbinding met professionals versterken.
Gerard: “Het gebruik van het kwaliteits- en afwegingskader is vooral effectief als het onderdeel uitmaakt van een bredere strategie om verbinding tussen de onderzoeker en de professionele praktijk te maken.” Daarom is aanvullend de gespreksmethodiek Gesprekstafels Samen onderzoeken en leren ontwikkeld. Deze methodiek helpt onderzoekers en professionals om samen gestructureerde, reflectieve evaluatiegesprekken te voeren: van het formuleren van de onderzoeksvraag tot het implementeren van aanbevelingen. SAM heeft de methodiek inmiddels toegepast in tientallen Vraagtafels, die steeds bekender worden onder uitvoerende professionals zoals re-integratieprofessionals en inkomensconsulenten.
Het kwaliteits- en afwegingskader en de gespreksmethodiek zijn gebaseerd op verdiepende interviews met onderzoekers en professionals, een literatuuronderzoek en de resultaten van het experiment Vraagtafels: brug tussen wetenschap en praktijk. Uit de interviews is naar voren gekomen dat de werelden van onderzoek en professionele uitvoeringspraktijk meer met elkaar verbonden moeten worden. Gerard: “Deze tools helpen om de beeldvorming van onderzoekers en professionals over elkaar bij te stellen en in een gelijkwaardig gesprek te komen tot een vruchtbaar samenspel.”
“De gespreksmethodiek gaat uit van een bepaalde rolverdeling tussen professional en onderzoeker,” legt Gerard uit. “De professional is inhoudelijk opdrachtgever van het onderzoek aangezien de professional eigenaar is van de uitvoeringspraktijk en daarvoor verantwoordelijkheid draagt. De professional participeert dus niet slechts in een onderzoek maar stuurt op de inhoud. De onderzoeker is procesregisseur van het onderzoeksproces. Daarmee is de onderzoeker er verantwoordelijk voor dat het goede gesprek over de aansluiting van onderzoek bij de professionele praktijk daadwerkelijk wordt gevoerd tijdens alle onderzoeksfasen.” Margarethe vult aan: “Professionals kunnen natuurlijk ook zelf een gesprekstafel of informeel gesprek initiëren als dat nodig is maar de primaire verantwoordelijkheid voor de aansluiting bij de praktijk ligt bij de onderzoeker als procesregisseur.”
Naast deze tools is er ook een verdiepend paper beschikbaar: De praktijk van de uitvoerende professional in het sociaal domein. Dit paper geeft onderzoekers inzicht in de dagelijkse werkpraktijk van uitvoerende professionals. Met de twee praktische tools en het paper kan het ‘goede gesprek’ tussen onderzoekers en professionals constructief en effectief worden gevoerd. “De
veranderbehoeften van uitvoerende professionals zet je pas echt centraal als je hen de mogelijkheid geeft om bij te sturen vanaf de vraagarticulatie tot aan de implementatie van de onderzoeksresultaten,” vult Margarethe aan.
Ben jij actief in het sociaal domein? Als onderzoeker, uitvoerende professional, beleidsmaker, manager of bestuurder? Deze tools zijn direct inzetbaar in elke fase van een onderzoeksproces. Ze zorgen ervoor dat onderzoek en praktijk optimaal van elkaars werk kunnen profiteren en elkaar versterken, met meer impact als resultaat. Download ze nu!
Stichting Beroepseer en SAM voerden het project ‘Samen onderzoeken en leren’ uit in opdracht van ZonMw en binnen het programma Vakkundig aan het werk.
Klik hier voor de de website van The Good Work Project.
Goed werk gereedschap bestaat uit een boek met verhalen, opgaven, discussiethema’s en een reeks waardekaarten. Het gereedschap is bedoeld om gesprekken op gang te brengen en te inspireren en na te denken over vakmanschap en moreel verantwoord, persoonlijk betrokken werk.
De verhalen en opgaven zijn erop gericht goed werk-methoden toe te passen in de klas, een groep, onderwijsprogramma’s, groepsbijeenkomsten en workshops. Elk hoofdstuk in het boek bevat een een korte inleiding, een uiteenzetting van de te behalen doelen en vragen om over te discussiëren.
De verhalen in het boek zijn ontleend aan ware gebeurtenissen met als kern een dilemma.
Goed werk gereedschap is een rijke bron waaruit men kan putten en die je kan aanvullen met eigen ideeën, verhalen en opgaven. Het is bijzonder geschikt voor het samenstellen van een cursus over “goed werk”.
De set waardekaarten heeft tot doel deelnemers aan te moedigen na te denken over hun persoonlijke en professionele waarden.
Goed werk gereedschap is de vertaling van Good Work Toolkit door Wendy Fischman en Lynn Barendsen die met Howard Gardner hebben gewerkt aan het in 1995 begonnen Good Work Project. Dit project onderzoekt de kenmerken en voorwaarden van goed werk. Initiatiefnemers van dit project zijn de Amerikaanse psychologen Howard Gardner, Mihaly Csikszentmihalyi en William Damon. Goed werk wordt vakbekwaam, integer en betrokken uitgevoerd.
Zie het boek Beroeptrots – een ongekende kracht over het Goed Werk project, pagina 48: https://beroepseer.nl/beroepstrots/
Zie ook het korte verslag van de opening van de Goed Werk Hub in januari 2011: Goed Werk Hub feestelijk van start: https://beroepseer.nl
De Goed Werk Hub is ontstaan uit het Good Work project.
Presentatie Opbrengst Routekaart Goed Werk in het Openbaar Bestuur, september 2015
Overzicht Drie jaar Routekaart Goed Werk in het Openbaar bestuur, presentatie door Thijs Jansen, 7 september 2015
Verslag bijeenkomst Ambtelijk vakmanschap als morele verantwoordelijkheid? 17 april 2015
Samenvatting Goed Werk Toolkit Beleidsambtenaren.
Routekaart Goed Werk in het Openbaar Bestuur – Voortgangsnotitie. April 2014
Vakmanschap & Goed Werk van een Ministerie. Geanonimiseerde rapportage over de gelijknamige sessies en de slotbijeenkomst, gehouden in de periode september 2013 – februari 2014
Serie Portretten Publiek professionalisme en Goed Werk. April 2014
Verslag bijeenkomst Jouw rol in een veranderende overheid – Utrecht. 24 april 2014
Verslag bijeenkomst Jouw rol in een veranderende overheid – Eindhoven. 10 april 2014
Verslag bijeenkomst Jouw rol in een veranderende overheid – Groningen. 24 maart 2014
Verslag bijeenkomst Slecht werk – Goed werk. 30 januari 2014
Verslag bijeenkomst Professionaliteit en moraliteit. 23 januari 2014
Verslag bijeenkomst Jouw rol in een veranderende overheid – Rotterdam. 16 december 2014
Verslag bijeenkomst Vakmanschap en samenwerking. 14 november 2013
Waar sta ik voor op? Jongere & oudere ambtenaren over het productief maken van idealen en een andere overheid, onder redactie van Jan Prij, 2013.
Verslag bijeenkomst Wat is de functie van de ambtenaar? 23 september 2013
Verslag bijeenkomst Staan professionaliteit en loyaliteit van ambtenaren onder druk?
16 september 2013
Verslag bijeenkomst Goed Werk in het heetst van de strijd. juni 2013
Verslag bijeenkomst Echte leiders dienen het openbaar bestuur. 14 mei 2013
Verslag bijeenkomst Zelfsturende professionals. Hoe stuur je ze aan? 16 mei 2013
Opbrengst bijeenkomst Vakmanschap en lef van rijksambtenaren. 4 maart 2013
Verslag bijeenkomst Vakmanschap en lef van rijksambtenaren. 4 maart 2013
Verslag Maak vakmanschap zichtbaar. 4 maart 2013
Verslag bijeenkomst Goed Werkende professionals, 26 oktober 2012
Verslag bijeenkomst Ambtelijk vakmanschap en vertrouwen. 8 oktober 2012
Verslag boekpresentatie De Beroepstrots van verpleegkundigen en verzorgenden in Amsterdam. 4 oktober 2012
Verslag Atelier Beroepstrots Excellente Zorg. 26 september 2012
Verslag bijeenkomst Ambtelijk vakmanschap, 9 juli 2012.
Verslag bijeenkomst Ruimte voor hulpverleners in de jeugdzorg, 6 juni 2012
Verslag bijeenkomst Professie en ruimte, 23 april 2012
Verslag bijeenkomst Professie en verbinding. 12 maart 2012
Zes lessen uit faillissement Stichting Zonnehuizen, 8 maart 2012
Verslag bijeenkomst Doorstart na faillissement Stichting Zonnehuizen. 8 maart 2012
Verslag Atelier Beroepstrots Wat draagt Lean bij aan beroepstrots?, 6 februari 2012
Verslag bijeenkomst Arbeidstijdenwet (ATW). 9 februari 2012
Verslag bijeenkomst Professie en humor met Guido Rijnja. Zesde in de reeks: De beroepstrots van de rijksambtenaar. Januari 2012
Verslag debat Welk gezag hebben professionals (nog)?, gehouden in Den Haag op 25 januari 2012. Door Suzanne van Soest
Verslag Atelier Beroepstrots Presentie in de zorg voor ouderen, met Ingrid Windmeijer en Jeannette Mulder. November 2011
Verslag bijeenkomst Op de bres voor het lager technisch onderwijs, met Wim van de Merwe. November 2011
Verslag bijeenkomst Professie en religie, met Afshin Ellian. Vijfde in de reeks: De beroepstrots van de rijksambtenaar. November 2011
Verslag bijeenkomst Professie en loyaliteit, met Hans Wilmink, Rob Kuipers, Charlotte Grezel. Vierde in de reeks: De beroepstrots van de rijksambtenaar. Oktober 2011
Verslag Atelier Beroepstrots Dienend leiderschap met Inge Nuijten. September 2011
Verslag bijeenkomst Professie en geweten. Derde in de reeks: De beroepstrots van de rijksambtenaar. September 2011
Verslag Directeurentafel met Jaco van Hoorn. September 2011
Verslag bijeenkomst Professie en politiek. Eerste in de reeks: De beroepstrots van de rijksambtenaar. Mei 2011
Verslag bijeenkomst Professie en imago. Tweede in de reeks: De beroepstrots van de rijksambtenaar. Juni 2011
Verslag Atelier Beroepstrots met Lies Rutten. Mei 2011
Margreet in Nepal. Verslag van Goed Werk Hub bijeenkomst van 24 februari 2011
Feestelijke opening Goed Werk Hub in Den Haag op 26 januari 2011. Verslag van Alexandra Gabrielli
Verslag van het Debat Prestatiebeloning van leraren, gehouden in Den Haag op 17 december 2010
Verslag Atelier Beroepstrots met Pieter Coppoolse en Robert van der Krogt. December 2010
Verslag Atelier Beroepstrots met Bennie Beuvink. November 2010
Verslag Atelier Beroepstrots met Barend Rombout, door Jan Prij, oktober 2010