Skip to main content

Redactie Beroepseer

Publicatie ‘Ambtelijk recht doen’ – verplichte kost voor ambtenaren

Afgelopen zomer schreef Caroline Raat voor Stichting Beroepseer het boek Ambtelijk recht doen, Vakmanschap in de uitvoering. Dit verschijnt binnenkort. In deze publicatie laat Caroline zien hoe ambtenaren de democratische rechtsstaat direct in praktijk kunnen brengen voor burgers. Met heldere uitleg, voorbeelden en praktische schema’s biedt het handvatten voor goed beslissen en het bewaken van rechtsstatelijkheid en integriteit. Ook biedt het boek de nodige diepgang voor wie meer wil weten over de samenhang tussen recht, cultuur, gedrag en moraal. Daarmee is het niet alleen geschikt voor uitvoerende ambtenaren, maar ook voor bestuurders en beleidsmakers die de uitvoering beter willen begrijpen. Burgers en studenten zullen er ook inzichten aan kunnen ontlenen. Erik Pool, (voormalig) Programmadirecteur Dialoog & Ethiek van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, beveelt het boek van Caroline van harte aan:

‘Scherp, informatief boek en rijk aan kennis waar ambtenaren veel aan hebben – net als ikzelf. Dit mag integraal in het lespakket voor alle ambtenaren.’

Hieronder leest u het voorwoord bij het boek.

De kracht van het recht

Al vanaf mijn studietijd word ik geboeid door het gedrag van mensen in overheidsorganisaties Ten opzichte van elkaar als ten opzichte van burgers. Tijdens mijn rechtenstudie leerde ik hier niet veel over: er zijn regels en beginselen, en er zijn rechters die daaraan toetsen. En dan houdt de overheid houdt zich daar nu eenmaal aan. Bij mijn studie bestuurswetenschappen werd mij een realistischer beeld voorgeschoteld: de overheid en haar medewerkers houden zich niet volautomatisch aan het recht: gedrag en cultuur zijn minstens even belangrijk. In mijn werk bij gemeenten, zag ik pas goed waar dat in de praktijk op neerkwam: wat een verschillen! Waar de ene ambtenaar of bestuurder responsief en behoorlijk opereerde, probeerde de ander uit of hij buiten de lijntjes kon kleuren zonder dat iemand dat zag. Dit gegeven was de basis voor mijn rechtssociologische en rechtsfilosofische proefschrift Mensen met macht.

Dit boek is gedeeltelijk een tweede druk van Ethiek en integriteitszorg. Handboek voor de overheidsjurist. Er is momenteel namelijk meer behoefte aan basiskennis voor de uitvoeringskant van de rechtsstaat. Goede opleiding hiervoor is in de afgelopen decennia behoorlijk verwaarloosd. Het gevolg, zo zien we ook in het werk bij Stichting Beroepseer, is dat er een ongewenste tweedeling lijkt te zijn ontstaan tussen ‘beleid’ en uitvoering.

Op kernministeries heeft men, zo constateert ook de Nationale ombudsman, nog steeds weinig beeld van waar uitvoeringsmedewerkers echt tegenaan lopen in hun directe contact met burgers. Er is namelijk niet alleen ‘te weinig ruimte in de regels’ – die ruimte vereist professionaliteit: kennis, kunde, inzicht en ervaring. Het vraagt om begrip van de eigen functie. Als ambtenaar ben je vrijwel nooit een hulpverlener, maar, zo schreven Sandra Palmen en ik: ‘recht-doener’.

Het gaat doorgaans ook niet om te weinig ‘moreel besef’ hoewel het wel belangrijk is te weten dat de rechtsstaat een publieke moraal veronderstelt. Die publieke moraal betekent dat je je eigen morele emotie de plek geeft die ze verdient. Als ambtenaar – public servant – probeer je zo onpartijdig, rechtvaardig en objectief mogelijk te blijven; het gaat om onderzoek naar feiten en omstandigheden, en op basis daarvan het recht toepassen. Juist die betrokken distantie hoort bij rechtsstatelijk handelen.

Waar het in mijn ervaring om gaat, is behoefte aan basiskennis om dit belangrijke werk goed te kunnen doen – zowel op de kerndepartementen als bij uitvoeringsinstanties als gemeenten, rijksdiensten en zelfstandige bestuursorganen. In de praktijk gaat het over de vraag: hoe dan? Hoe dan precies? Wat mag wel of niet, wat moet, wanneer en waarom? Die waarom-vraag, daar gaat het in de rechtsstaat over: de omgang met je eigen positie. Je hebt immers macht, ook als je dat zelf niet zo ervaart. Juist als je te weinig kennis hebt, is – zo weten we uit decennia van onderzoek naar street-level werk – de kans op willekeur in de vorm van favoritisme, uitsluiting en fouten erg groot. Dat is uiteindelijk niet in het belang van burger.

De wat-, wanneer- en hoe-precies-vraag is het domein van het bestuursrecht. Om die te kunnen beantwoorden, moet je in de basis weten wat er in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staat en wanneer het nodig is om rechtsbeginselen toe te passen. Het bestuursrecht gaat over macht, gevat in bevoegdheidsvragen. Er kan in de toepassing het nodige mis gaan, zoals vooringenomenheid en machtsmisbruik. Kennis daarvan is ook nodig, om het te herkennen, en om te weten wat je zou kunnen doen om dit te voorkomen.

Vandaar dit boek voor uitvoeringsmedewerkers, maar ook voor al diegenen die hiervoor beleid ontwikkelen en wetten voorbereiden die moeten worden toegepast. Het bevat de inzichten die ik in de afgelopen decennia als overheidsjurist en onderzoeker heb opgedaan en onder meer verwerkt in boeken, artikelen en annotaties, maar ook in beslishulpen. Al schrijvend merkte ik weer hoe mooi en krachtig het recht is, maar ook hoe ingewikkeld!

Voor nadere informatie neem contact op met Thijs Jansen: thijsjansen@beroepseer.nl of 0645510971.

Over de auteur

Caroline Raat is staats- en bestuursrechtjurist en bestuurswetenschapper. Zij promoveerde op een rechtssociologisch en filosofisch onderzoek naar rechtsstaat en macht. Raat is auteur, docent en onderzoeker op het gebied van behoorlijk bestuur, open overheid, integriteit en organisatiecultuur. Daarnaast staat zij journalisten, mensenrechtenorganisaties en melders van misstanden bij in rechtszaken met de overheid. Zij is tevens initiator van Rechtsstaat Nederland en de Beroepsvereniging Onafhankelijk Onderzoekers.

Thijs Jansen stopt als directeur van Stichting Beroepseer

Per 1 januari 2026 treedt Thijs Jansen terug als directeur van Stichting Beroepseer. Hij blijft betrokken bij de uitvoering van projecten, maar geeft de eindverantwoordelijkheid over om ruimte te maken voor een bredere invulling van zijn activiteiten, zowel privé als professioneel.

Maurits Hoenders, al ruim 10 jaar aan onze stichting verbonden als projectleider en trainer, neemt de functie van directeur waar tot 1 mei 2026. In deze periode start de werving van een nieuwe directeur die de verdere ontwikkeling van Stichting Beroepseer zal leiden.

 

Zó breng je onderzoekers en professionals dichter bij elkaar

Hoe zorgen we ervoor dat onderzoek niet losstaat van de praktijk, maar juist een directe bijdrage levert aan het werk van professionals in het publiek sociaal domein? Vanuit die vraag ontwikkelden Stichting Beroepseer en SAM, in opdracht van ZonMw, twee praktische tools: een kwaliteits- en afwegingskader en een gespreksmethodiek.

“Deze tools helpen onderzoekers en uitvoerende professionals om samen in gesprek te gaan. Aan de ‘voorkant’ over de onderzoeksvraag én aan de ‘achterkant’ over de implementatie van de aanbevelingen die onderzoekers doen op basis van hun resultaten,” legt Margarethe Hilhorst uit. Zij is algemeen programmamanager bij SAM en betrokken bij dit project. Gerard van Nunen, projectmanager en onderzoeker bij Stichting Beroepseer, vult aan: “Door als onderzoeker werkelijk aan te sluiten bij een veranderbehoefte van professionals, benut je hun kennis en ervaring over wat er in de werkpraktijk echt nodig is. Tegelijkertijd doe je recht aan hun perspectief en gevoel van beroepseer.”

Kloof tussen wetenschap en praktijk verkleinen

In de praktijk sluit onderzoek niet vanzelfsprekend aan bij de behoeften en werkwijzen van professionals, bijvoorbeeld in taalgebruik, doelstellingen en methodiek. Het overkoepelende doel van deze tools is dan ook om de kloof tussen onderzoek en praktijk te verkleinen. Het gaat dan specifiek om de praktijk van uitvoerende professionals die werken in het publiek sociaal domein. Zoals re-integratieprofessionals, inkomensconsulenten, Wmo-professionals en inburgeringsconsulenten.

Dubbele opbrengst: een kader én een gespreksmethodiek

Onderzoekers en professionals in het sociaal domein kunnen nu gebruikmaken van twee krachtige instrumenten: een kwaliteits- en afwegingskader én een gespreksmethodiek. Samen helpen ze om onderzoek beter aan te laten sluiten bij de praktijk. Stichting Beroepseer en SAM ontwikkelden deze tools met een duidelijke ambitie: niet alleen onderzoeksresultaten vertalen naar de praktijk, maar ook tijdens het gehele onderzoeksproces (van start tot implementatie) de verbinding met professionals versterken.

Gerard: “Het gebruik van het kwaliteits- en afwegingskader is vooral effectief als het onderdeel uitmaakt van een bredere strategie om verbinding tussen de onderzoeker en de professionele praktijk te maken.” Daarom is aanvullend de gespreksmethodiek Gesprekstafels Samen onderzoeken en leren ontwikkeld. Deze methodiek helpt onderzoekers en professionals om samen gestructureerde, reflectieve evaluatiegesprekken te voeren: van het formuleren van de onderzoeksvraag tot het implementeren van aanbevelingen. SAM heeft de methodiek inmiddels toegepast in tientallen Vraagtafels, die steeds bekender worden onder uitvoerende professionals zoals re-integratieprofessionals en inkomensconsulenten.

De beeldvorming voorbij: samen onderzoeken en leren

Het kwaliteits- en afwegingskader en de gespreksmethodiek zijn gebaseerd op verdiepende interviews met onderzoekers en professionals, een literatuuronderzoek en de resultaten van het experiment Vraagtafels: brug tussen wetenschap en praktijk. Uit de interviews is naar voren gekomen dat de werelden van onderzoek en professionele uitvoeringspraktijk meer met elkaar verbonden moeten worden. Gerard: “Deze tools helpen om de beeldvorming van onderzoekers en professionals over elkaar bij te stellen en in een gelijkwaardig gesprek te komen tot een vruchtbaar samenspel.”

De professional als inhoudelijk opdrachtgever, de onderzoeker als procesregisseur

“De gespreksmethodiek gaat uit van een bepaalde rolverdeling tussen professional en onderzoeker,” legt Gerard uit. “De professional is inhoudelijk opdrachtgever van het onderzoek aangezien de professional eigenaar is van de uitvoeringspraktijk en daarvoor verantwoordelijkheid draagt. De professional participeert dus niet slechts in een onderzoek maar stuurt op de inhoud. De onderzoeker is procesregisseur van het onderzoeksproces. Daarmee is de onderzoeker er verantwoordelijk voor dat het goede gesprek over de aansluiting van onderzoek bij de professionele praktijk daadwerkelijk wordt gevoerd tijdens alle onderzoeksfasen.” Margarethe vult aan: “Professionals kunnen natuurlijk ook zelf een gesprekstafel of informeel gesprek initiëren als dat nodig is maar de primaire verantwoordelijkheid voor de aansluiting bij de praktijk ligt bij de onderzoeker als procesregisseur.”

Verdieping: de praktijk van de uitvoerende professional

Naast deze tools is er ook een verdiepend paper beschikbaar: De praktijk van de uitvoerende professional in het sociaal domein. Dit paper geeft onderzoekers inzicht in de dagelijkse werkpraktijk van uitvoerende professionals. Met de twee praktische tools en het paper kan het ‘goede gesprek’ tussen onderzoekers en professionals constructief en effectief worden gevoerd. “De
veranderbehoeften van uitvoerende professionals zet je pas echt centraal als je hen de mogelijkheid geeft om bij te sturen vanaf de vraagarticulatie tot aan de implementatie van de onderzoeksresultaten,” vult Margarethe aan.

Download nu de tools!

Ben jij actief in het sociaal domein? Als onderzoeker, uitvoerende professional, beleidsmaker, manager of bestuurder? Deze tools zijn direct inzetbaar in elke fase van een onderzoeksproces. Ze zorgen ervoor dat onderzoek en praktijk optimaal van elkaars werk kunnen profiteren en elkaar versterken, met meer impact als resultaat. Download ze nu!

Stichting Beroepseer en SAM voerden het project ‘Samen onderzoeken en leren’ uit in opdracht van ZonMw en binnen het programma Vakkundig aan het werk.

Linda Veenstra

Linda Veenstra (1983) – Regisseur met hart voor verbinding en vakmanschap

Linda Veenstra werkt sinds 2007 in verschillende rollen binnen de lokale overheid. Tegenwoordig bij de gemeente Midden-Groningen, waar ze zichzelf liever gemeenschapsregisseur noemt dan gebiedsregisseur. Die term sluit beter aan bij wat ze écht doet: mensen en initiatieven verbinden, ondersteunen en versterken, zodat gemeenschappen en buurten tot bloei komen.

“Ik geloof in een samenleving waarin mensen zich gezien voelen, verantwoordelijkheid nemen en elkaar weten te vinden – daar draag ik graag aan bij.”

Haar loopbaan begon op een onverwachte plek: tijdens mijn studententijd runde ze ruim twee jaar een bardancing. Na haar opleiding als Jenaplanleerkracht begeleidde ze kinderen in de basis van het leven: geluk, gezondheid, zelfredzaamheid en verbondenheid. Die waarden zijn nog altijd de leidraad in haar werk.

Naast haar rol als regisseur zet ze zich in voor de professionalisering van het ambtelijk vak. Ze geeft trainingen over thema’s als gebiedsgericht samenwerken, bondgenootschap, eigenaarschap en vakmanschap, en ben gecertificeerd trainer in Insights Discovery. Met plezier helpt ze collega’s zich te verdiepen in het vak van ambtenaar, maar ook in zichzelf en elkaar – om zo de onderlinge samenwerking te versterken.

Kennis van het gebied vormt voor haar de basis. Daarom organiseert ze twee keer per jaar een bustour van 130 km langs de dorpen en wijken van Midden-Groningen. Zo krijgen nieuwe collega’s letterlijk zicht op het gebied en gevoel voor de mensen die er wonen.

Ze denkt graag in mogelijkheden en vernieuwing. Zo was ze medeontwikkelaar van Mooiman, een communicatiekanaal voor de buitendienst, bedenker van de AfvalWijzer app en de Makkelijk Melden app. Niet om het systeem te dienen, maar steeds om de leefwereld van inwoners dichterbij te brengen.

Tien jaar lang was ze actief in de ondernemingsraad (o.a. tijdens de herindeling van de gemeente), waarvan een aantal jaren als voorzitter. Daar zette ze zich in voor de stem van collega’s die zichzelf minder makkelijk laten horen, zoals medewerkers uit de buitendienst of collega’s met een taalachterstand. Het bevestigde voor haar hoe belangrijk nabijheid, toegankelijkheid en verantwoordelijkheid zijn voor ons vak als ambtenaar.

Een bijzonder moment was de Boomfeestdag van 2017, die ik organiseerde voor 300 leerlingen. Het thema ‘verbinding’ stond symbool voor de gemeentelijke herindeling: samen groeien, letterlijk en figuurlijk.

Haar betrokkenheid bij Stichting Beroepseer komt voort uit een diep geloof in de waarde van werken bij een gemeente. Ze kreeg recent het compliment dat ik een “zeer waardevolle, betrokken en begaafde medewerker” ben. Voor haar bevestigt dat hoe belangrijk het is om bij te dragen aan een lokale overheid waar verbinding, vakmanschap en verantwoordelijkheid voor bewoners én collega’s zichtbaar en voelbaar zijn.

Kernwaarden en spanningsvelden. Stichting Beroepseer onderzocht de beroepsethiek van de griffier

Stichting Beroepseer heeft in opdracht van de Vereniging van Griffiers de beroepsethiek van de griffier onderzocht. Griffiers gingen aan de hand van een op maat gemaakt programma met elkaar in gesprek. Er zijn 9 groepsgesprekken georganiseerd waaraan in totaal 96 personen hebben deelgenomen. De opbrengsten van de groepsgesprekken zijn geanalyseerd in het adviesrapport Kernwaarden en spanningsvelden: over de beroepsethiek van de griffier anno 2025. Het rapport is opgesteld ten behoeve van de herijking van het bestaande integriteitskompas voor griffiers.*

Waardevolle groepsgesprekken

Tijdens het eerste gedeelte van het groepsgesprek gingen de griffiers met elkaar in gesprek over de belangrijkste waarden voor de uitoefening van hun vak. Welke kernwaarden worden er onderscheiden en waarom? En is daar consensus over binnen de beroepsgroep? In het tweede gedeelte van het programma doken we aan de hand van een casusbespreking de concrete werkpraktijk van de griffier in en onderzochten we hoe de vastgestelde waarden onder druk kunnen komen te staan. Wat doe je als griffier als een waarde onder druk komt te staan? Wat heb je dan nodig om dan geloofwaardig te handelen?

4 kernwaarden en 4 spanningsvelden

Op basis van een analyse van de groepsgesprekken is een adviesrapport opgesteld waarin 4 kernwaarden en 4 spanningsvelden worden beschreven. Uit de groepsgesprekken kwam naar voren dat griffiers zich breed herkennen in een viertal kernwaarden die anno 2025 als richtinggevend worden ervaren voor het beroepsethos van de griffier: Onafhankelijkheid, Betrouwbaarheid, Navolgbaarheid en Standvastigheid.

Het adviesrapport laat zien hoe deze waarden worden beproefd in de weerbarstige praktijk van de lokale democratie. De vier veelvoorkomende spanningsvelden die in de groepsgesprekken naar voren kwamen zijn:  onafhankelijkheid vs. loyaliteit, vertrouwelijkheid vs. navolgbaarheid, dienstbaarheid vs. normbewaking en persoonlijke waarden versus de institutionele rol.

Download het adviesrapport hier.

Het vervolg. Op weg naar een nieuw integriteitskompas

Het adviesrapport wordt afgesloten met 6 aanbevelingen aan de Commissie Integriteit van de Vereniging van Griffiers. De opbrengsten van de groepsgesprekken vormen de basis voor een vernieuwd integriteitskompas dat aansluit bij de huidige uitdagingen voor en verwachtingen van de griffier. De komende periode gaat de Commissie Integriteit met behulp van het adviesrapport werken aan een nieuw integriteitskompas voor griffiers. De inzichten, verhalen, worstelingen en twijfels die zijn gedeeld tijdens de groepsgesprekken vormen samen een rijke voedingsbodem voor het nieuwe integriteitskompas.

*Op basis van de opbrengsten van dit onderzoek heeft de vereniging voor griffiers het integriteitskompas herijkt. (juni 2025) Ook heeft de vereniging een poster gemaakt met de vier nieuwe kernwaarden: Onafhankelijkheid, Betrouwbaarheid, Navolgbaarheid en Standvastigheid.

Relevante artikelen/publicaties

Verkiezing Beste Overheidsinnovatie van het Jaar 2025 – Longlist kandidaten 2025 bekend

Den Haag, 11 augustus 2025 – Op dit moment strijden er nog 32 kandidaten om de titel ‘Overheidsinnovatie van het Jaar 2025’. De jury en de voorselectie commissie gaan samen met de partners hard aan de slag om in de week van 25 augustus bekend te kunnen maken welke 10 organisaties meedingen naar één van de drie finaleplekken.

Over de Verkiezing

Met de verkiezing Overheidsinnovatie van het Jaar heeft de Vereniging voor OverheidsManagement (VOM) het doel om goede overheidsinnovaties een podium te bieden en in het zonnetje te zetten, kennis uit te wisselen en ter inspiratie te dienen. Juryvoorzitter en burgemeester van Den Haag Jan van Zanen begeleidt de jury en de voorselectie commissie in hun zoektocht naar de beste overheidsinnovatie en zal de winnaar bekendmaken tijdens de uitreiking van de Overheidsawards op 27 november in de Koninklijke Schouwburg.

Over de jury

Behalve voorzitter Jan van Zanen (Burgemeester Den Haag) bestaat de jury uit:

  • Hillie Beentjes – Plaatsvervangend Directeur-generaal Digitalisering en Overheidsorganisatie – Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)
  • Joost Beukers – Partner Public Sector PA Consulting
  • Eva den Dunnen- Heijblom – Directeur-Generaal Digitalisering en Overheidsorganisatie bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
  • Jolinda van der Endt – Directeur Leefbaarheid – Gemeente Katwijk
  • Christa Koets – Programma Directeur Ontwikkelagenda – Interprovinciaal Overleg en directeur Sociaal Domein A.I – gemeente Alphen aan den Rijn
  • Iris Korthagen – Vice-voorzitter – Vereniging voor Bestuurskunde en Programmaleider – Sociaal en Cultureel Planbureau
  • Jacqueline Kuyvenhoven  – Chief Change Officer – Sociale Verzekeringsbank (SVB)
  • Hans Ouwehand – Voorzitter Raad van Bestuur – CAK
  • Marc Ritter – Manager Strategische Relaties & Business Development, NEN
  • Peter Verlaan – Secretaris-Directeur bij het Waterschap Aa en Maas
  • Reimer Veldhuis – Landsadvocaat bij Pels Rijcken

Partners

De Verkiezing Beste Overheidsorganisatie wordt georganiseerd door de Vereniging voor OverheidsManagement (VOM) in samenwerking met het Netwerk van Publieke Dienstverleners (NPD), Binnenlands Bestuur, iBestuur, FUTUR, ICTU, het Interprovinciaal Overleg (IPO), de ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), de Stichting Koninklijk Nederlands Normalisatie Instituut (NEN), PA Consulting, Publiek Denken en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

Voor meer informatie over de Verkiezing Overheidsinnovatie van het Jaar 2025  ga je naar www.overheidsawards.nl.

Uitnodiging Afscheidscollege Gabriel van den Brink – VU

📅 Donderdag 11 september 2025
🕒 15:30 – 17:30 uur
📍 NU-Gebouw, Vrije Universiteit AmsterdamGabriel van den Brink neemt afscheid als gast-hoogleraar Wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit Amsterdam, waar hij sinds 2016 verbonden was aan het Centrum Èthos van de Faculteit der Geesteswetenschappen. Gedurende zijn loopbaan heeft hij met zijn scherpe analyses en filosofische beschouwingen een waardevolle bijdrage geleverd aan het denken over maatschappelijke ontwikkeling, moraliteit en publieke waarden in de moderne samenleving.

Tijdens zijn afscheidscollege, getiteld: “Hoe we anders over onszelf kunnen nadenken: over wisselwerking, weerklank en wederkerigheid“, neemt hij ons mee in zijn reflecties op onze omgang met natuur, medemensen en geschiedenis, en hoe we deze in een veranderende wereld kunnen doordenken.

Save the date en wees welkom om dit bijzondere moment samen met ons te markeren. Voor aanmelding volg de link: https://lnkd.in/eyr8YuKm. Bij eventuele vragen kunt u contact opnemen via: centrum.ethos@vu.nl
Centrum Èthos
Vrije Universiteit Amsterdam
Hoofdgebouw VU, kamer 11A-48 | www.vu.centrumethos.nl

Waarom verpleegkundigen wegstromen – en loodgieters blijven

Waarom jonge loodgieters wél enthousiast zijn – en zorgverleners massaal uitstappen – een analyse.

Het verloop in de zorg is schrikbarend.
Niet omdat zorgverleners hun roeping kwijtraken, maar omdat het systeem hen structureel ontmoedigt. Onderzoek toont aan: 66% van de verpleegkundigen verlaat het vak binnen vijf jaar.

De redenen? Voorspelbaar en hardnekkig:

✔ Verstikkende werkdruk – altijd rennen, nooit ademen
✔ Overmatige administratie – registreren boven behandelen
✔ Structureel wantrouwen – controle in plaats van vertrouwen
✔ Geen zeggenschap – protocollen boven professionaliteit
✔ Geen erkenning – onzichtbaar achter de systemen

Programma’s zoals [Ont]Regel de Zorg beloofden verbetering, maar bleken cosmetisch. Regels werden geschrapt – en elders driedubbel teruggebracht.

Het was schijnparticipatie: veel overleg, weinig verandering.

Tegelijkertijd: een 17-jarige loodgieter-in-opleiding. Hij geniet van zijn werk. Niet ondanks, maar met de chaos van lekkages en verstoppingen.

✔ Direct resultaat – zichtbaar, tastbaar, gewaardeerd
✔ Autonomie – geen micromanagement, wel vakmanschap
✔ Toekomstperspectief – doorgroeien, ondernemen, vrijheid
✔ Geen systeemdwang – beoordeeld op resultaat, niet op registraties

Waarom voelt zijn werk wél zinvol?

1. Directe waarde vs. verdunde betekenis

Zorgverleners worstelen met lagen van bureaucratie – de loodgieter lost nu een probleem op.

2. Vertrouwen vs. controle

Zorgverleners worden gecheckt, gescoord, geaudit. De loodgieter krijgt ruimte om het goed te doen.

3. Groei vs. systeemvastlopen

In de zorg betekent doorgroeien vaak: minder patiëntencontact, meer vergaderingen. Een loodgieter blijft met zijn handen werken – en verdient er goed aan.

Waarom keren ex-zorgverleners niet terug?

Omdat:

➜ Het systeem dat hen wegjoeg, níet veranderd is
➜ Hun vertrek nooit serieus werd genomen
➜ Terugkeerprogramma’s slechts tijdelijke pleisters zijn

Wat moet er gebeuren?

Geen halfslachtige campagnes. 

Geen door het management opgelegde polonaises ( “laten we vooral positief blijven!”) ;

Fundamentele hervorming:

✔ Schaf verantwoordingsdrang af – vervang wantrouwen door vertrouwen
✔ Geef zeggenschap terug – zorgverleners weten zelf wat nodig is
✔ Verminder bureaucratie – minder registreren, meer behandelen
✔ Erken vakmanschap – niet alleen in woorden, maar in daden

Conclusie: De zorg moet weer een ambacht worden.

De loodgieter is geen nostalgisch symbool – hij is een voorbeeld van gezond werk.
De zorg moet niet minder systeem worden, maar beteropgebouwd vanuit vakmanschap, niet vanuit controle.

Vraag ter reflectie:

Wanneer mocht een zorgverlener voor het laatst gewoon zijn werk doen?

Over de auteur

Edward Kriek, gepensioneerd huisarts, en kritische volger van de zorg.

Stichting Beroepseer werkt mee aan onderzoeksproject DeMoCraft

Hoe kunnen politici en bestuurders het democratisch moreel vakmanschap ontwikkelen dat nodig is voor gezagvol en rechtvaardig handelen – juist in tijden van maatschappelijke crisis? Die vraag staat centraal in het onderzoeksproject DeMoCraft, dat deze week is gehonoreerd binnen de programmalijn Onderzoek op Routes door Consortia (ORC) van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA).

Het project staat onder leiding van dr. Leonie Heres (Vrije Universiteit Amsterdam) en brengt onderzoekers, beleidsmakers en maatschappelijke organisaties samen. Ook Stichting Beroepseer is partner in het consortium. Vanuit onze expertise op het gebied van professionele integriteit, goed werk, rechtsstatelijk vakmanschap en gezag leveren wij inhoudelijke bijdragen en advies.

🔍 DeMoCraft onderzoekt onder meer:

  • Welke morele en democratische kennis, vaardigheden en houdingen politici nodig hebben;
  • Hoe politieke en ambtelijke omgevingen deze vakontwikkeling stimuleren of juist ondermijnen;
  • Wat het effect is op de kwaliteit van beleid, besluitvorming en het publieke vertrouwen.

Samen met o.a. gemeenten, ministeries, hogescholen, belangenverenigingen en NGO’s werken we aan praktische strategieën om het democratisch en moreel handelen van politici duurzaam te versterken.

📚 Meer informatie:

https://www.nwo.nl/en/news/fourteen-consortia-receive-funding-in-the-nwa-orc-round-2024  Fourteen consortia receive funding in the NWA ORC round 2024 (2 July 2025)

https://vu.nl/en/news/2025/funding-for-research-projects-within-the-nwa-orc-round-2024?utm_source=chatgpt.com  Within the Research on Routes by Consortia (ORC) program line of the National Science Agenda (NWA), fourteen consortia will receive funding in the 2024 round. Vrije Universiteit Amsterdam and Amsterdam UMC, location VUmc are leading three projects and participating in four. (2 July 2025)