Skip to main content

Redactie Beroepseer

Wijkverpleging lijdt aan gebrekkige beeldvorming. Betere verpleegkunde-opleiding brengt daar verandering in

Terwijl het werk van wijkverpleegkundigen veelzijdiger en uitdagender is geworden, kiezen relatief weinig hbo-verpleegkunde-studenten voor een baan in de wijk. Onderwijskundig onderzoek van promovenda Margriet van Iersel helpt hierin verandering te brengen.
De onterecht negatieve beeldvorming van de wijkverpleging is hardnekkig, leert het promotieonderzoek. Dat is een probleem, omdat de transities in de zorg juist om méér medewerkers in de wijkverpleging vragen.

Docent-onderzoeker Margriet van Iersel*) promoveerde in november 2021 op het onderzoek Verpleegkundig onderwijs voor wijkverpleegkundigen. Volgens Van Iersel levert haar onderzoek veel informatie op die gebruikt kan worden om het onderwijs te verbeteren. Meer nog dan zij dacht, zijn er ‘misconcepties’ over de beroepspraktijk van verpleegkundigen.
Van Iersel in een interview met ZonMw – organisatie voor gezondheidsonderzoek en -innovatie: “Veel studenten denken bijvoorbeeld dat ze in de wijk vooral met oudere patiënten werken. Maar in het ziekenhuis zijn verreweg de meeste patiënten toch ook oud? En in de GGZ zou de emotionele belasting van het werk zo groot zijn. Maar wat denk je dan van de kinderoncologie?”

Samenwerken met mensen die om de cliënt heen staan

Het werk in de wijk is uitdagender en complexer geworden, ook omdat de visie op zorg veranderd is. Denk aan begrippen als zelfmanagement en samen beslissen. “Er is veel meer aandacht voor de vraag hoe je als wijkverpleegkundige jezelf overbodig kunt maken. Hoe kan je de cliënt helpen om beter voor zichzelf te zorgen? Met die enorme ‘diversiteit achter de voordeur’ vraagt dit veel van de wijkverpleging. Wijkverpleegkundigen bevinden zich op andermans terrein. Zíj moeten invoegen en echt samenwerken met mensen die om de cliënt heen staan”.

Beeldvorming hbo-v-studenten

Een belangrijk onderdeel van het promotieonderzoek van Van Iersel was de ontwikkeling van een vragenlijst om de beeldvorming van hbo-v-studenten over de wijkverpleging te kunnen onderzoeken. Over deze zogeheten SCOPE-vragenlijst publiceerde zij in 2018 een artikel in een internationaal tijdschrift. Ze is nog steeds verbaasd over de respons. “Er is wereldwijde belangstelling. Ik heb nu de Turkse en Chinese vertaling in mijn computer staan. Ook in Amerika en Australië wordt de lijst al gebruikt. Dit is de grootste spin-off van het onderzoek”.

Beroepsvoorlichting

Op basis van haar eigen onderzoek heeft Van Iersel concrete aanbevelingen voor hbo-verpleegkunde-opleidingen. Bijna meer nog dan gedacht, blijkt bijvoorbeeld dat studenten al bij het begin van hun opleiding vooral dat (onterechte!) beroepsbeeld van de ziekenhuisverpleegkundige voor ogen hebben. Een betere en vooral ook vroegere voorlichting kan daar iets aan doen, bijvoorbeeld bij de beroepsvoorlichting op middelbare scholen en tijdens de open dagen voor aankomende studenten.

Hogeschool van Amsterdam

Om meer studenten voor een baan in de wijk te motiveren, heeft de Hogeschool van Amsterdam het onderwijsprogramma aangepast. Er is bijvoorbeeld meer aandacht voor ‘rolmodellen’ uit de wijkverpleegkunde, tweedejaars studenten kunnen in een community care-week meelopen in een wijkteam en in het 3e jaar is er een nieuwe minor Complex Community Care. Daarnaast is vanuit het nieuwe opleidingsprofiel Bachelor Nursing 2020 ook landelijk gewerkt aan een nieuwe insteek van de opleiding hbo-v. De opleiding is nu meer gericht op de huidige transities in de zorg.

Leerwerkplaatsen voor de wijk

Ook voor thuiszorgorganisaties heeft Van Iersel adviezen. Zo kunnen de leerwerkplaatsen die in de ziekenhuissector al bestaan, ook voor aankomend wijkverpleegkundigen worden opgezet. “Studenten in de wijk missen peers, daar kunnen we meer oplossingen voor vinden”.  Ook een goede begeleiding tijdens de stage blijkt heel belangrijk. “Voor aankomend wijkverpleegkundigen moet er een balans zijn tussen voldoende veiligheid in de wijk én de uitdaging om een kick te ervaren als je alleen met een patiënt aan het werk bent”.

Meer en beter opgeleide studenten kiezen voor de wijk. Interview met onderwijskundige Margriet van Iersel, door Gonny ten Haaf, eindredactie ZonMw, januari 2022: https://publicaties.zonmw.nl/onderwijs/meer-en-beter-opgeleide-studenten-kiezen-voor-de-wijk/

Nursing education for community care – Effect of curriculum-redesign on students’ perceptions and choices in caregiving, met samenvatting in het Nederlands, door M. van Iersel, november 2021: https://dare.uva.nl/search?identifier=40fb4dc9-0844-453d-a057-42a8c1b01b25

*) Naast onderzoeker is Margriet van Iersel werkzaam als hoofddocent bij de opleiding Verpleegkunde aan de Hogeschool van Amsterdam. Bovendien is zij programmacoördinator van de nieuwe master GGZ-Verpleegkunde.

 

Foto bovenaan is van Cade Martin

Manifest voor echte bijstand met bestaanszekerheid

De Participatiewet is bedoeld als vangnet. Mensen die zelf onvoldoende inkomen hebben, moeten worden beschermd in hun bestaanszekerheid, toekomstperspectief krijgen, zo nodig met ondersteuning. De werkelijkheid staat hier mijlenver van af. Het kán anders. Emeritus hoogleraar Trudie Knijn heeft met de Landelijke Cliëntenraad (LCR) en vakbond FNV het initiatief genomen voor opstelling van het manifest Een oproep tot meer echte bijstand.
Achter het initiatief hebben zich geschaard – in de werkgroep Verbetering Participatiewet – wetenschappers, professionals in het sociaal domein, ervaringsdeskundigen en gespecialiseerde advocaten.

Uit het Manifest

Hoe het nu is
Geen mens zit voor zijn plezier in de bijstand. De bijstand schept door alle voorschriften een afhankelijkheidsrelatie tussen burgers en de overheid die velen ervaren als bedreigend of beklemmend. Het bedrag dat mensen per maand krijgen, is minimaal. Wie (langdurig) in de bijstand zit, heeft moeite om rond te komen. Het lage inkomen en de ingewikkelde regelgeving zorgen ervoor dat burgers onbedoeld in de schulden raken. Het is ook bekend dat mensen in de bijstand vaker dan gemiddeld kampen met problemen die met elkaar samenhangen: slechtere huisvesting, verminderde gezondheid, spanningen in relatie of gezin.

Hoe het is bedoeld
De Participatiewet is bedoeld als vangnet. Mensen die zelf onvoldoende inkomen hebben, moeten zo worden beschermd in hun bestaanszekerheid. Zij moeten zo nodig ondersteuning krijgen om deel te kunnen nemen aan de samenleving. Het bieden van toekomstperspectief op volwaardig meedoen, is onmisbaar.

Wat er moet gebeuren
Wij menen dat een bijstandswet waaruit vertrouwen en respect spreekt wél voldoet aan de behoeften van uitkeringsgerechtigden. Er moet worden gebouwd vanuit een andere visie. In dit manifest beschrijven wij onze visie.

Kernpunten

De knelpunten: onvoldoende betaald passend werk en mensen niet centraal

Uit onderzoeken van het Centraal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV ) blijkt dat er niet voor alle mensen (passend) werk is. De huidige wetgeving en de uitvoering ervan sluiten onvoldoende aan op de mogelijkheden, behoeften en belevingswereld van honderdduizenden mensen in Nederland. Een deel van de bevolking kán niet participeren binnen de huidige kaders, een deel kan dit slechts beperkt en een deel participeert op een andere manier dan beleidsmakers hebben bedoeld. Al deze mensen hebben het moeilijk: ze passen niet in het aanbodgerichte formaat van de dienstverlening en ze wantrouwen instituties.

De huidige benadering is er een vanuit een eenzijdig economisch mensbeeld. Het product en het resultaat staan centraal, en niet de mens. Dit werkt niet en kwetst mensen. Bijstandsgerechtigden verkeren in armoede en gaan gebukt onder stigmatisering en vernedering. Gemeenten hebben niet de middelen om goede bijstand te verlenen en uitvoerende professionals merken dat ze geen kans krijgen om mensen werkelijk te ondersteunen en perspectief te bieden op zinvol meedoen.

Bijstand vanuit een nieuwe visie kan niet langer wachten.

Het nieuwe kabinet moet zo snel mogelijk zorgen voor een bijstandswet die uitgaat van een sociaal mensbeeld. Iedereen moet kunnen bijdragen op basis van de eigen mogelijkheden en wensen.

Belangrijkste elementen in deze nieuwe visie op de bijstand

Mensen beschermen, betekent bestaanszekerheid bieden.
Mensen ondersteunen betekent luisteren, aandacht geven en zorgen dat zij de mogelijkheden krijgen die zij nodig hebben.

Andere manier van bejegening

De manier waarop de overheid burgers nu bejegent, is gericht op wantrouwen met strikte handhaving. Dwang met zogenaamde prikkels is nu dè manier om resultaten te behalen. Wij wijzen deze houding af.

De overheid biedt toekomstperspectief

Een nieuwe bijstandswet biedt mensen echt toekomstperspectief en de overheid staat hen hierin bij met raad en daad. Om onze ambitie te realiseren, pleiten wij voor een nieuwe wet met verankering van:

• Het recht op volwaardige begeleiding en scholing.
• Het recht op zinvolle maatschappelijke participatie.
• Het recht op een passend arbeidsaanbod.
• Het recht op persoonlijke ontwikkeling.
• Het recht op financiële bestaanszekerheid.
• Het recht op zelfstandigheid en gelijkwaardigheid.

Cultuuromslag voor flexibiliteit, meer autonomie en innovatie in uitvoering

Naast de wettelijke verankering van rechten is een cultuuromslag in de uitvoering van de bijstand noodzakelijk.

Bijstand als vorm van solidariteit: kabinet neem onze ambities over

Wij hanteren een sociaal mensbeeld dat uitgaat van solidariteit. In onze visie biedt de bijstand bescherming, ondersteuning en toekomstperspectief aan mensen die hierop tijdelijk of permanent een beroep moeten doen. De Werkgroep verbetering Participatiewet roept het nieuwe kabinet op al deze ambities over te nemen en naar de werkelijkheid van meer dan 350.000 Nederlanders te vertalen”

Lees het hele manifest Een oproep tot meer echte bijstand, met lijst van alle ondertekenaars, Landelijke Cliëntenraad, 4 januari 2022: https://o8s9ala602u.b-cdn.net/7656b9f3-2577-4f3b-9f26-7da25ddd5555.pdf

Manifest voor echte bijstand is dringende oproep aan nieuwe kabinet, Landelijke cliëntenraad, 4 januari 2022: www.landelijkeclientenraad.nl

 

Maaike van der Aar genomineerd voor ‘Vrouw in de media-award 2021 Noord-Holland’

Maaike van der Aar is is genomineerd voor de Vrouw in de media-award in de provincie Noord-Holland. Deze Nederlandse vrouwenprijs wordt dit jaar voor de vijfde keer uitgereikt.
Om vrouwelijke experts en rolmodellen aan te moedigen zichtbaar in de media te zijn en redacties aan te moedigen hen vaker een podium te bieden zijn de Vrouw in de media-awards in het leven geroepen. De prijzen, in totaal veertien, zijn onderverdeeld in drie categorieën:

  • de landelijke Vrouw in de Media-award
  • de aanmoedigingsprijs You Go Girl
  • de twaalf regionale media-awards

De awards zijn een initiatief van Mediaplatform Vaker in de Media (VIDM) en sprekersbureau Zij Spreekt. Op voordracht van journalisten en het publiek zijn 79 vrouwelijke deskundigen geselecteerd door diverse jury’s die in aanmerking komen voor één van de veertien prijzen.

Sinds 2008 zet VIDM in voor meer diversiteit aan deskundigen in de media en brengt via het platform experts en journalisten op een laagdrempelige manier met elkaar in contact.
Zij Spreekt bemiddelt deskundige vrouwen als spreker of dagvoorzitter op congressen en symposia of als gast in praatprogramma’s op radio en televisie. Zij Spreekt beschikt over een groot bestand van deskundige vrouwen op vele vakgebieden.

De landelijke Vrouw in de media-award wordt voor de dertiende keer – sinds 2009 – uitgereikt. Winnaressen van de prijs in voorgaande jaren zijn Annemarie Heite (2017), spreekbuis van het verzet tegen de NAM vanwege aardbevingen in Groningen; Janneke Wittekoek (2018), cardiologe en specialiste op het gebied van vrouwen en hart- en vaatziekten; Ova Bicanic (2019), klinisch psycholoog, gespecialiseerd in de behandeling van slachtoffers van seksueel misbruik en Marieke Blom (2020), hoofdeconoom ING Nederland.

De jury van de landelijke Vrouw in de media-award 2021 bestaat uit Marianne Verhoeven, hoofdredacteur maandblad Opzij en voorzitter van de jury; Ann-Lynn Hamelink, eindredacteur/presentatrice RTL-Z en Maria Punch, stemcoach, presentatietrainer BNR-radio.

De aanmoedigingsprijs You Go Girl-award wordt voor de achtste keer uitgereikt. Deze prijs ging in 2019 naar Heleen Lansink, melkveehouder. In 2020 is de award niet uitgereikt.

Maaike van der Aar en de jeugdzorg

Maaike van der Aar uit Purmerend is landelijk bestuurder van FNV Jeugdzorg en zet zich onvermoeibaar in voor goede jeugdzorg. Volgens de jury is Van der Aar een “progressief onderhandelaar, sparringpartner en adviseur en zet ze stevig in op emancipatie van en een betere positie voor (ervarings)professionals in de jeugdzorg”.
Met Thijs Jansen, directeur van Stichting Beroepseer heeft zij het initiatief genomen voor Denktank De Jeugdsprong – voor een stevige verandering in de jeugdzorg. De denktank heeft van onderop gewerkt aan een breed gedragen Manifest met adviezen voor de jeugdzorg, dat op 17 mei 2021 is gelanceerd. Aan het manifest ging een in maart 2021 gestarte petitie vooraf.

In november 2021 heeft Van der Aar een brief gestuurd aan de vaste Kamercommissie van VWS over hervormingen in de jeugdzorg. De kern van de brief is het weren van FNV Jeugdzorg van de Hervormingstafel die met een hervormingsagenda voor de jeugdzorg komt. Aan de Hervormingstafel zitten het ministerie van VWS, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd, cliëntenorganisaties en beroepsverenigingen. De expertise en de achterban van FNV – de medewerkers in de jeugdzorg – ontbreken dus, en dat is onbegrijpelijk.
Lees meer over deze brief op: https://beroepseer.nl

Nieuwsbrief en video over presentatie van Manifest De Jeugdsprong, Blogs Beroepseer, 20 mei 2021: https://beroepseer.nl

In het Noordhollands Dagblad verscheen op 13 augustus 2021 een interview met Maaike van der Aar: Purmerendse FNV-bestuurder Maaike van der Aar wil dat jeugdzorgstelsel op de schop gaat: “Deze strijd past helemaal bij mij, mijn jeugd was ook een bumpy ride”.

Naast van der Aar zijn genomineerd voor Noord-Holland:

  • Ervaringsdeskundige seksueel geweld Sara Alaoui-Dekker
  • Social designer Fides Lapidaire
  • Burgemeester van Alkmaar Anja Schouten
  • Armoede- en schuldenexpert Stella de Swart
  • Programmadirecteur Masterplan Zuidoost Saundra Williams

Stemmen

Het publiek bepaalt door stemmen wie zich het best heeft geprofileerd in de media. Stemmen kan tot 28 januari 2022 op de website van VIDM. Begin februari worden de winnaressen bekend gemaakt. Naast de titel ontvangt de winnares een sculptuur, gemaakt door Ellen Buchwaldt: www.ellenbuchwaldt.nl/foto.html?id=9

Ga naar VIDM voor namen genomineerden en stem uitbrengen: https://vidm.nl/vrouw-in-de-media-awards

Stem uitbrengen voor Maaike van der Aar – Noord-Holland: https://vidm.nl/vrouw-in-de-media-awards/provinciaal?prov=NoordHolland

Zij spreekt, sprekersbureau voor vrouwelijke deskundigen: www.zijspreekt.nl

Maaike van der Aar genomineerd voor Vrouw in de Media Award 2021, Purmerend in het nieuws, Rodi Media, 6 januari 2022: www.rodi.nl

U P D A T E

FNV-bestuurder Maaike van der Aar wint Vrouw In De Media Award Noord-Holland, door Sander Wageman, FNV, 31 januari 2022: www.fnv.nl

 

Afbeelding bovenaan: Maaike van der Aar in de televisie-uitzending van 18 januari 2020 van EenVandaag AVRO TROS

Kunstmatige intelligentie en de toekomst van de mensheid

“We moeten voorkomen dat kunstmatige intelligentie de controle krijgt over onze toekomst”. Het advies – of  de waarschuwing – is afkomstig van Stuart Russell, gastspreker van de Reith Lectures*), uitgezonden op BBC Radio 4 in december 2021. De Reith Lectures is een jaarlijkse door de Engelse BBC georganiseerde serie van vier lezingen die gegeven worden door vakkundige, prominente personen. Elke lezing vindt plaats in een andere stad en wordt bijgewoond door publiek dat na afloop vragen kan stellen. Russell gaf de lezingen in resp. het Alan Turing Instituut in de British Library in Londen, Manchester University, Edinburgh University en het National Innovation Centre for Data in Newcastle.

De in Portsmouth, Engeland, geboren Stuart Russell (1962) is oprichter van het Center for Human-Compatible Artificial Intelligence aan de Universiteit van Californië, Berkeley. De lezingenserie – Living with Artificial Intelligence – is onderverdeeld in:

  1. The biggest event in human history
  2. AI in warfare
  3. AI in economy
  4. AI: A future for humans

Het blijkt dat er mensen zijn die geïrriteerd raken, of ronduit kwaad worden, als ze geconfronteerd worden met kritiek op ‘kunstmatige intelligentie’, ‘artificial intelligence’ ( AI) of algoritmen. Dat is te begrijpen als het ontwikkelen van kunstmatige intelligentiesystemen je beroep is en je het beste met de mensen voor hebt. De meeste ontwikkelaars geven aan vervuld te zijn van oprechte idealen.
Maar toch… Russell belicht voor zijn toehoorders alle hoeken van kunstmatige intelligentie. Zijn eerste lezing heeft hij de titel meegegeven: De grootste gebeurtenis in de geschiedenis van de mensheid.
In deze lezing staat hij stil bij het ontstaan van AI, en voert hij ons terug naar de Griekse filosoof Aristoteles. Hij geeft een definitie van AI, de successen en mislukkingen ervan, en de risico’s die AI voor de toekomst inhoudt.
Aan de hand van films en andere culturele uitingen over AI onderzoekt Russell of de angst die wij voor AI hebben enige grond heeft. Hij legt uit waarom hij, net als een eerdere gastspreker van de Reith Lectures, Stephen Hawking, van menig is dat “succes de grootste gebeurtenis in de geschiedenis van de mensheid zou zijn… en misschien wel de laatste gebeurtenis in de geschiedenis van de mensheid”.
Russell stelt de vraag hoe dit risico kan ontstaan en of het kan worden vermeden, zodat de mensheid en AI succesrijk naast elkaar kunnen bestaan.

De toekomst

De vierde lezing gaat over AI en de toekomst van de mensheid. Russel begint zijn lezing zo:

“Degenen onder u die de serie volgen, herinneren zich misschien dat ik u aan het eind van de eerste lezing achterliet met een cliffhanger. Het tafereel dat ik beschreef ging over een bus met passagiers die naar de rand van een klif rijdt. Die klif is het verlies van controle over steeds intelligentere machines, zoals voorspeld door Alan Turing in 1951, toen hij zei: ‘Als de machine eenmaal begonnen is met denken, zal het niet lang duren voordat onze zwakke krachten worden overtroffen. Op een bepaald moment kunnen we dus verwachten dat de machines de controle overnemen’.  De snelheid van de bus wordt voor een deel veroorzaakt door de potentieel enorme voordelen van AI voor algemeen gebruik. Dat wil zeggen, machines die snel leren goed te presteren op het gebied van taken die mensen kunnen uitvoeren.
In de eerste lezing gaf ik een zeer ruwe, lage schatting van de contante waarde van AI voor algemeen gebruik: tien quadriljoen pond. Zo’n bedrag zorgt voor veel dynamiek.
Ik noemde ook een paar redenen die diverse ‘sceptici’ hebben gegeven om er geen aandacht aan te schenken. Eén die ik niet noemde is misschien wel het slechtste excuus van allemaal: sommige AI onderzoekers – degenen die al zeventig jaar volhouden tegen de neezeggers dat AI mogelijk is – zeggen nu dat we ons geen zorgen hoeven te maken omdat we geen AI voor algemeen gebruik zullen realiseren.

Dat klinkt als de buschauffeur die in snelle vaart naar de rand van de afgrond rijdt en roept: ‘Maakt u geen zorgen, maakt u geen zorgen, de benzine is op voor we er zijn’.”
De reactie van Russel hierop is: “Zo gaan we niet om met zaken die de mensheid betreffen”.

Doemdenken

Russell wijst op het vele doemdenken in de huidige tijd. Over het klimaat en de politiek, maar vooral ook over de voorspellingen over AI. Russell:
“Een paar jaar geleden kreeg ik een telefoontje van een filmregisseur die me als adviseur vroeg voor een nieuwe film over superintelligente AI. Ook hij klaagde over doemdeken en dus zou het mijn taak zijn uit te leggen hoe de menselijke hoofdrolspelers in de film de superintelligente AI te slim af konden zijn en de mensheid redden. ‘Sorry, dat kunnen ze niet’,  reageerde ik. En zo eindigde mijn filmcarrière”.

Een deel van het doemdenken wegnemen ziet Russell als zijn taak. Door goed uit te leggen hoe wij als mensen de macht en de controle voor altijd kunnen behouden over entiteiten die machtiger zijn dan wijzelf. Entiteiten die we niet te slim af kunnen zijn. Russell noemt dat het ‘controlevraagstuk’.
Op dat vraagstuk is gewezen door Norbert Wiener, de grondlegger van de cybernetica. Hij zei in 1960: “Als we, om onze doelen te bereiken, een mechanisch medium gebruiken waarbij we moeilijk kunnen interveniëren, dan kunnen we er maar beter zeker van zijn dat het doel dat we in de machine hebben gestopt, een doel is dat we echt willen”.
En daar zit volgens Russell de moeilijkheid. Als we het verkeerde doel in een superintelligente machine stoppen, veroorzaken we een conflict dat we niet kunnen beheersen. De machine stopt voor niets en niemand om het vastgestelde doel te bereiken.

Een voorbeeld van een conferentie, gewijd aan klimaatverandering, illustreert dat:

Men vraagt op de conferentie om hulp voor het ontzuren van de oceanen. Men kent de valkuilen van het verkeerd specificeren van doelstellingen, dus dringt men erop aan dat de bijproducten niet giftig mogen zijn en dat geen enkele vis schade mag worden berokkend. Het AI-systeem komt met een nieuwe, zichzelf vermenigvuldigende katalysator die met een zeer snelle chemische reactie de klus zal klaren. Geweldig. Maar de reactie verbruikt een kwart van alle zuurstof in de atmosfeer en we sterven allemaal een langzame en pijnlijke dood. Vanuit het oogpunt van het AI-systeem is het elimineren van mensen een functionaliteit, geen fout, omdat deze ervoor zorgt dat de oceanen intact blijven.
Volgens Russell is er dus weinig kans dat we volledig en correct een volmaakte doelstelling kunnen bepalen. Een die ertoe doet. Dat wil zeggen, een ranglijst van alle menselijke toekomstmogelijkheden.

Een andere manier van denken

Wat we nodig hebben is een andere manier van denken. Russell vertelt dat hij zo’n andere manier ontdekte in Parijs, in 2013 tijdens een sabbatical. Een groot deel van zijn tijd bracht hij daar door met nadenken over deze kwestie. Hij zong in Parijs ook als amateur-tenor in een koor van het Orchestre Lamoureux: “Op een avond zat ik in de metro op weg naar de repetitie en luisterde via mijn koptelefoon naar het stuk dat ik aan het oefenen was, het Agnus Dei van Samuel Barber. ‘Dit is zo subliem’, dacht ik bij mezelf, en, zoals men soms doet in Parijs, dacht ik ‘Leef in het moment’, zelfs als men de rest van de tijd in Parijs denkt ‘wat een frustrerend en vernederend moment is dit’.”

Maar dan, zoals zo vaak gebeurt, het moment werd voor Russell bedorven door zijn dagelijkse taken en hij vroeg zich af hoe een AI-systeem ooit kon weten waar dit soort momenten vandaan komen, sublieme, frustrerende of vernederende momenten: “Toen schoot me te binnen: We moeten AI-systemen bouwen die weten dat ze het echte doel niet weten, ook al moeten ze het nastreven”.

Deze manier van denken zou de kwestie van controle en beheersing kunnen oplossen.

De drie principes

De volgende dagen, deels uit respect voor de drie wetten van de robotica van de Amerikaanse science-fiction-schrijver Isaac Asimov, schreef Russel zijn ideeën op in de vorm van drie principes:

Principe 1: Het enige doel van de machine is het maximaliseren van de realisatie van menselijke voorkeuren.

Principe 2. De machine is aanvankelijk onzeker over wat die voorkeuren zijn. Dit is de kern van de nieuwe benadering: wij verwijderen de valse veronderstelling dat de machine een vast doel nastreeft dat volledig bekend is. Dit principe is wat ons controle geeft.

Principe 3: De ultieme bron van informatie over menselijke voorkeuren is menselijk gedrag.
‘Gedrag’ betekent hier alles wat we doen, met inbegrip van alles wat we zeggen, maar ook alles wat we niet doen, zoals je e-mail niet lezen tijdens colleges. Het omvat ook alles wat geschreven is over gebeurtenissen omdat het meeste van wat we schrijven gaat over mensen die dingen doen – en andere mensen die daar boos over zijn.

De tovenaarsleerling

Russell vertelt in zijn lezingen hoe wij mensen onze toekomstige nieuwe robot-‘overlords’ in het gareel kunnen houden. AI kan alle aspecten van ons leven beïnvloeden, en doet dat al: politieke conflicten, economie, het zakenleven, klimaat en leefomgeving. Kunstmatige intelligentie kan de macht overnemen. Het is dan ook van belang voorzichtig te zijn met computercodering. We zijn nog ver verwijderd van het nauwkeurig ontwerpen van algoritme-sjablonen.

Misschien is het een goed idee af en toe het verhaal van de tovenaarsleerling in de herinnering te brengen. Het verhaal begint met de oude tovenaar die zijn werkplaats verlaat. Zijn leerling blijft achter en is verzocht enkele taken te verrichten. Hem is ook op het hard gedrukt beslist niet op eigen houtje te gaan toveren.  De leerling wordt al gauw moe van het eentonige werk dat hij moet doen, water halen voor het schrobben van de vloer. Hij denkt dat hij het wel kan en betovert een bezem om het werk voor hem te doen. De leerling is evenwel nog niet volleerd en kan de bezem niet in bedwang houden. Al gauw ligt de vloer helemaal onder water. De leerling realiseert zich dat hij machteloos is en de bezem niet tot stilstand kan brengen, omdat hij de toverspreuk daarvoor niet kent. Wanhopig probeert de leerling de bezem kapot te slaan met een bijl, maar nu zijn er twee bezems die doorgaan met emmers water halen, sneller, steeds sneller. Als de hele werkplaats verzwolgen dreigt te worden door al het water komt de oude tovenaar terug en breekt hij de betovering.
De moraal van het verhaal ligt er dik bovenop. Enige zelfkennis, voorzichtigheid en bescheidenheid kunnen veel ellende voorkomen.

De lezingen van Stuart Russell zijn opgenomen en terug te luisteren op de website van de BBC. De lezingen kunnen ook als transcriptie en als podcast worden gedownload: Stuart Russell – Living with Artificial Intelligence, The Reith Lectures, december 2021: https://www.bbc.co.uk/programmes/m001216k/episodes/guide

Noot
*) De Reith Lectures werden voor het eerst door de BBC uitgezonden in 1948. De bedoeling was het publiek meer inzicht te geven in belangrijke actuele kwesties door toonaangevende sprekers. Tot de sprekers uit het verleden behoren de filosoof Bertrand Russell, de ‘vader van de atoombom’ Robert Oppenheimer en pianist en dirigent Daniel Barenboim.
De Reith Lectures zijn genoemd naar Lord John Reith (1889-1971), de eerste algemeen-directeur van de BBC. Lord Reith was van mening dat de omroep een openbare dienst moest zijn ter verrijking van het intellectuele en culturele leven van de natie.

Zie ook: Opgave AI. De nieuwe systeemtechnologie, WRR, 11 november 2021: www.wrr.nl/publicaties/rapporten/2021/11/11/opgave-ai-de-nieuwe-systeemtechnologie

 

U P D A T E

Column: Grenzen aan AI, door Nick Kivits, Villamedia, 5 april 2023:www.villamedia.nl/artikel/grenzen-aan-ai

Journalisten, eindredacteuren, vertalers, (creatieve) schrijvers, pr-medewerkers, maar ook analisten, wiskundigen, webdesigners, accountants en belastingadviseurs. Allemaal kunnen ze in de toekomst bij het UWV aankloppen voor een ww-uitkering, omdat kunstmatige intelligentie (AI) hun werk van ze overneemt.

WRR-delegatie op bezoek bij de Vlaamse minister-president.

Het bezoek vond plaats in kader van het nieuwste WRR-rapport (nr. 105) Opgave AI. De nieuw systeemtechnologie en de mogelijk op te richten Vlaamse Wetenschappelijke Toekomstraad (VWT).

Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, 8 februari 2022: www.wrr.nl/actueel/nieuws/2022/02/08/wrr-delegatie-op-bezoek-bij-de-vlaamse-minister-president

 

Afbeelding bovenaan is van Markus Spiske

De nieuwe universiteit – voor creatieve geesten

Punten verzamelen voor het bachelor-examen en de publicatiedruk voor promovendi maken de universiteit vandaag de dag onaantrekkelijk voor creatieve geesten. Het is tijd voor een nieuw soort universiteit. Hoe zo’n nieuwe universiteit eruit zou kunnen zien beschrijft Bruno S. Frey in zijn artikel Eine Andere Akademie in het tijdschrift Schweizer Monat – voor politiek, economie en cultuur. Frey is directeur van het Center for Research in Economics, Management and the Arts (CREMA) in Zürich en is gasthoogleraar aan de Universiteit van Basel.

Sinds de Bologna-verklaring*) in 1999 zijn de tekortkomingen van de universiteiten steeds zichtbaarder geworden. Studenten moeten zich inspannen om de nodige punten te verzamelen voor het bachelor-examen. Daarom organiseren zij hun studie als volgt:

– Een universitaire studie wordt voornamelijk beoordeeld op basis van behaalde punten. De studenten bepalen in welke mate ze zich inspannen, d.w.z. hoe gemakkelijk zij de nodige punten kunnen behalen.

– De studenten hechten weinig waarde aan de inhoud, ze tonen er weinig belangstelling voor.

De informatie die nodig is om te voldoen aan de puntenvereisten, geven de studenten mondeling aan elkaar door of wordt door hen verzameld op internet. Universiteiten en studenten stellen daarvoor applicaties ter beschikking.

Zo gaat het eraan toe op bachelorniveau, in mindere mate ook op masterniveau. Op masterniveau wordt de nadruk gelegd op wetenschappelijke methoden, maar de inhoud en uitdagende vragen worden vaak verwaarloosd.
Doctoraalstudenten en jonge wetenschappers, maar ook gevestigde professoren, staan onder grote druk om te publiceren. In veel vakken wordt er geen proefschrift meer geschreven, en zijn slechts drie of vier wetenschappelijke artikelen voldoende. Ze hoeven niet gepubliceerd te zijn in een academisch tijdschrift, ze moeten wel ‘publiceerbaar’ zijn. Doctoraalstudenten behoren onderwerpen en methoden te kiezen waarvan zij verwachten dat ze van belang zijn voor wetenschappelijk tijdschriften.

Controversiële thesen

Aangezien acceptatie door een tijdschrift de instemming vereist van ten minste drie (soms vijf) recensenten, betekent dit dat controversiële en ongewone thesen niet mogen worden ingediend. Het zou kunnen gebeuren dat een of meer recensenten moeite hebben met een onconventioneel idee en dat betekent meestal het einde van de kans op publicatie. Het betekent ook dat onderzoek steeds meer aangepast en ingesnoerd wordt. Het gevolg daarvan is dat wetenschap steeds meer bestaat uit geïsoleerde silo’s.

Financiering door derden

Een andere tekortkoming van de hedendaagse universiteit is de gewoonte om financiering door derden als academische prestatie te beoordelen. Dat wordt vooral duidelijk wanneer bij benoemingsprocedures wordt gekeken naar de omvang van de financiering die iemand heeft ingebracht.
Bovendien moeten de resultaten vaak al in een onderzoeksvoorstel worden gepresenteerd. Het is zelfs gebruikelijk geworden onderzoeksfinanciering pas aan te vragen als het onderzoeksproject is voltooid. Een projectaanvraag voor financiering door derden zal waarschijnlijk worden afgewezen als het betrekking heeft op moeilijk te beantwoorden vragen. Bijvoorbeeld de vraag in welke mate particulier aangeboden ruimtereizen het toerisme op aarde beïnvloeden.

Jongeren mijden dit soort onderwijs

Bovengenoemde tekortkomingen van de huidige universiteiten hebben vaak een niet waargenomen effect: jongeren die in het bijzonder geïnteresseerd zijn in de wetenschappelijke inhoud, mijden reeds dit soort onderwijs. De aangeboden studies worden vooral voor geëngageerde en creatieve jongeren steeds minder aantrekkelijk. Zij zoeken naar mogelijkheden waar inhoud en actuele problematiek op de eerste plaats staan.
Aan de andere kant biedt een universitair diploma steeds minder kansen op de arbeidsmarkt. Laszlo Bock, voormalig hoofd personeelszaken van Google, zei het zo: “Er is geen enkel verband tussen academisch succes en arbeidsprestaties”. En “…niet alleen het cijfer is irrelevant, maar in toenemende mate ook de studie zelf”.

Drie aspecten van toekomstbestendig universitair onderwijs op de nieuwe universiteit:

  1. Kennis over onze wereld moet in het middelpunt staan. Methoden zijn slechts een instrument om kennis te verwerven en zijn dus van secundair belang. Vragen die (nog) niet beantwoord kunnen worden, zijn ook belangrijk.
  2. Wij hebben een nieuwe universiteit nodig die originaliteit, vernieuwende gedachten, ongewone voorstellen en zelfs ideeën die bizar lijken, toestaat en bevordert. Wat nodig is zijn ideeën die niet met de ‘Tijdgeest’ meewaaien, maar er integendeel ver bovenuit steken. Dit betekent tevens dat politieke correctheid, cancel-cultuur en woke geen rol mogen spelen en dat afwijkende meningen worden verdragen.
  3. Discussie en uitwisseling van argumenten zijn de essentie van de nieuwe universiteit. Het moet niet uitmaken wie een argument naar voren brengt, maar hoe geavanceerd en hoe boeiend die is. Pas nadat een onderwerp uitvoerig is besproken, komen de onderzoeksmethoden aan bod; zij zijn slechts een hulpmiddel om kennis te verwerven.

Structuur van de nieuwe universiteit

De nieuwe universiteit breekt uit de verstarring waarin de universiteiten terecht zijn gekomen en stemt in plaats daarvan de overdracht en het geheel van kennis beter af op de behoeften van de samenleving. Frey noemt daarvoor zes voorwaarden die betreffen: vernieuwende en onafhankelijke ideeën, vrije keuze van studiethema’s en seminars, beurzen voor studenten, geen klassiek eindexamen maar eindgesprek en niet meedoen aan internationale ranglijsten.

Concurrentie met universiteiten

Het is niet de bedoeling dat de nieuwe universiteit de bestaande universiteiten, die door de Bologna-verklaring vorm hebben gekregen, verdringt. Integendeel,  beide universiteiten behoren naast elkaar te bestaan en met elkaar te concurreren. Frey oppert dat de meeste studenten die tegenwoordig aan een universiteit zijn ingeschreven, daar waarschijnlijk beter af zijn omdat zij door het puntensysteem gedwongen worden op een geordende manier te studeren.

Concentratie op vragen

Het opstarten en vormgeven van een nieuw soort universiteit in Europa vergt veel inspanning, maar het kan de moeite waard zijn. Onderzoek wijst uit dat er vandaag de dag weer generalisten nodig zijn in plaats van specialisten.  De nieuwe universiteit richt zicht op creatieve geesten en ongewone ideeën – een terrein waaraan de voortschrijdende digitalisering weinig of niets kan bijdragen.

Lees het hele artikel Eine Andere Akademie, door Bruno S. Frey, Schweizer Monat, december 2021/januari 2022 (achter betaalmuur): https://schweizermonat.ch/eine-andere-akademie/

Noot
*) De Bologna-verklaring van juni 1999 is een afspraak tussen 29 Europese landen met als doel een gemeenschappelijk en open Europees hoger onderwijsstelsel. Het ging voornamelijk om vereenvoudiging van de erkenning van elkaars diploma’s.

 

Afbeelding bovenaan is van Harish Sharma

Terugblik op de tien beste en handigste tooltips van 2021 voor laptop en pc

Aan tools die je interviewbandjes voor je uitwerken is inmiddels geen gebrek, maar geen van allen zijn ze perfect. En dat geldt dus ook voor Google Voice Typing. Wat deze tool anders maakt? Hij is helemaal gratis! Gratis is ook Cleanfeed voor het opnemen van telefooninterviews.
Journalist Nick Kivits weet veel over technische ontwikkelingen en internetzaken. Hij schrijft daarover in de rubriek De tech-trend in het maandelijks verschijnende vakblad voor de journalist, Villamedia. Kivits is een alleskunner, van het schrijven van artikelen, tot het monteren van een web-video, van het geven van workshops tot het voeren van een eindredactie.

Traditiegetrouw blikt Kivits in de Nieuwsbrief van Villamedia van eind december 2021 terug op de beste tooltips die hij de afgelopen twaalf maanden heeft verzameld. De tooltips worden steeds met duidelijke uitleg weergegeven in een video.

Tooltip nummer 1 gaat over het inplannen van berichten op Twitter om ze op een later moment te publiceren. Lange tijd was men aangewezen op externe tools. De gratis tool Typefully kan dat nu wel.

Tooltip nummer 2: de Unpaywall.
Stuit je tijdens je online research op een wetenschappelijk paper dat achter een betaalmuur lijkt te staan? Unpaywall speurt automatisch websites af waar artikelen ook zonder slot te lezen zijn.

Tooltip nummer 3: Burnermail.
Je mailadres achterlaten kan een een hoop spam opleveren. Met Burnermail kun je tijdelijke mailadressen aanmaken, die ook weer makkelijk te verwijderen zijn.

Tooltip nummer 9: Raditube.
Informatie over van YouTube verwijderde video’s kun je weer terughalen met Raditube.

Zie voor alle tien tooltips de Nieuwsbrief van 25 december 2021: https://www.getrevue.co/profile/villamedia/issues/om-te-bewaren-de-tien-beste-tools-van-2021-943585

De beste tools van voorgaande jaren zijn nog te raadplegen:

De tien beste tools van 2020: www.getrevue.co/profile/villamedia/issues/dit-waren-de-tien-beste-tools-van-2020-302383?
De tien beste tooltips van 2019: https://www.getrevue.co/profile/villamedia/issues/dit-zijn-de-tien-beste-tooltips-van-2019-217448
De tien beste Villamedia Tooltips, 29 december 2018: https://www.getrevue.co/profile/villamedia/issues/lijstje-onze-beste-tooltips-op-een-rij-151757

Website Nick Kivits: https://www.nick-kivits.nl/site/

 

Afbeelding bovenaan is van Petra

Voorspellingen van vijftien journalisten en mediakenners over ‘de journalistiek van 2022’

Voor de vijfde keer blikt het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (SvdJ) vooruit op een nieuw jaar. Vijftien journalisten, onderzoekers en andere mediakenners vertellen wat ze verwachten én hopen dat 2022 gaat brengen.

Een van de vijftien is Olaf Koens (36), Midden-Oostencorrespondent voor RTL Nieuws. Hij hoopt dat Nederlanders komend jaar hun ogen en oren meer openen voor buitenlands nieuws en dat journalisten meer stelling gaan nemen.

Olaf Koens

Koens tegen Birte Schohaus: “Als politici iets niet zint, roepen ze nu: dat is nepnieuws. Die reflex is sterker dan ooit tevoren. In de Tweede Kamer durft de VVD-woordvoerder een verhaal van ons uit Turkije ‘fopjournalistiek’ te noemen. Dat gaat ver. Het enige antwoord is: we moeten nog beter ons best doen. Nog meer feiten verzamelen, data hebben om onze verhalen hard te maken.
Maar als je dat alles hebt: ga dan voor de waarheid staan. Ik hoop dat journalisten in 2022 meer stelling gaan nemen. Het model van: ik laat twee meningen aan het woord en de kijker mag bepalen wat klopt, is niet alleen lui, maar het voldoet niet meer. De journalist moet laten zien welke feiten kloppen, wat de waarheid is.
[…]
2022 wordt het jaar van de verhalende journalistiek. Ik zie nog te veel items van twee minuten waarin journalisten gortdroog het hele plaatje schetsen. Dat raakt de kijker niet. Wat zeggen inflatiecijfers mij? Je moet het grote verhaal juist schetsen aan de hand van de verhalen van mensen. Storytelling helpt om de complexiteit van de wereld te begrijpen. Daarom ben ik ervan overtuigd dat de journalistiek de omslag gaat maken naar langere video’s online. Met goede storytelling kun je rustig de lengte in”.

Selli Altunterim

Selli Altunterim (48) is journalist/eindredacteur. Hij bedacht jongerenprogramma Rauwkost voor de NTR en werkte voor Nova en Nieuws & Co. Hij hoopt dat de journalistiek meer teruggaat naar de basis: het controleren van de macht.

Altunterim tegen Sara Madou: “Het lijkt alsof de journalistiek in Nederland is vergeten waar het om draait. We berichten te vaak vanuit instituties en te weinig vanuit het belang van de burgers. Doodzonde, want volgens mij is dat wel waarom de meeste journalisten dit werk zijn gaan doen. Ik in ieder geval. Ooit deed ik met een collega uitgebreid research, we hadden zo’n 50 mensen gesproken met verhalen die elkaar ondersteunden. Toen zei een andere collega dat volgens Justitie al die mensen ongelijk hadden en we ons onderzoek beter konden opgeven. De kern van het probleem is dat hij daarin meeging.

Het is helemaal niet zo vreemd dat mensen geen vertrouwen meer hebben in de journalistiek. Pieter Omtzigt omschreef het mooi in zijn speech in de Tweede Kamer. Hij zei dat de media nu een soort vriendenkring vormen met de politiek, het bedrijfsleven en andere instanties. En kritiek leveren op je vrienden, dat doe je toch minder snel. Omtzigt riep politici op om zich af te vragen waarom ze eigenlijk volksvertegenwoordiger zijn geworden. Welke idealen gingen daarachter schuil? En hoe kun je die weer oppakken? Dat zouden we als journalisten ook moeten doen. Het is lastig om op die manier naar jezelf te kijken, dat weet ik, maar de tijd is er nu echt rijp voor”

De andere dertien voorspellende journalisten

Sjirk Kuijper, hoofdredacteur Nederlands Dagblad: De Nederlandse journalistiek heeft een blinde vlek voor religie.

Elma Drayer, journalist en Volkskrant-columnist: Quota om diversiteit aan te jagen hebben meer nadelen dan voordelen.

Kim Dankoor, deskundige op het gebied van media en mediawijsheid; promoveert op de relatie tussen hiphopconsumptie en het zelfbeeld van jongeren in Nederland en de Verenigde Staten: Traditionele media gaan een minder grote rol spelen.

Jip van den Toorn, cartoonist; heeft elke zaterdag een beeldcolumn in de Volkskrant; illustreert voor VPRO Gids en De Standaard: Laten we meer rekening houden met gevoeligheden.

Monic Slingerland, chef opinieredactie dagblad Trouw: De korte termijn wordt steeds leidender.

Laurens Vreekamp, geeft trainingen in toepassing van artificiële intelligentie (AI): Ik denk dat we in 2022 minder angst gaan zien voor AI.

Peter ter Velde, projectleider van PersVeilig, initiatief van o.m. de Nederlandse Vereniging van Journalisten: Het liefst heb ik dat PersVeilig eind 2022 opgeheven kan worden.

Jaap Tielbeke, redacteur Groene Amsterdammer: Ik hoop dat we ons bewust blijven van de klimaatcrisis.

Nanda Felix, contentmanager van ROEG!, tv-programma en online platform van RTV Drenthe: Samenwerken met organisaties doet niets af aan je onafhankelijkheid.

Bart Vuijk, onderzoeksjournalist Noordhollands Dagblad: Een groot onderzoek moet je nooit alleen doen.

Raounak Khaddari, verslaggever Het Parool presentator op Radio 1 van vroege ochtendshow : Ik hoop dat we de status quo vaker gaan bevragen.

Douwe Schaaf, docent opleiding Journalistiek Christelijke Hogeschool Ede (CHE); betrokken bij onderzoekscollectief Bureau Spotlight in Ede: Uit offline samenwerking valt veel meer te halen.

René Moerland, sinds 2019 hoofdredacteur NRC: 2022 wordt het jaar van de professionele media.

De Voorspellers. Wat staat de journalistiek in 2022 te wachten?, tekst van Jolanda van de Beld, Sjors Hofstede, Sara Madou, Birte Schohaus, Dorien Vrieling. Illustraties van Alexandra España, Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, 9 december 2021: www.svdj.nl/voorspellers-2022

Het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek stimuleert de kwaliteit, diversiteit en onafhankelijkheid van de journalistiek door met geld, kennis en onderzoek de vernieuwing van de journalistieke infrastructuur in Nederland te bevorderen. www.svdj.nl

Zie ook: Hoe ziet de journalistiek eruit in Nederland anno 2035?  Blogs Beroepseer, 3 december 2020: https://beroepseer.nl

U P D A T E

De voorspellers – Lees De Voorspellers van 2025, 2024, 2023, 2022, 2021, 2020, 2019en 2018, SVDJ: https://www.svdj.nl/voorspellers-2025/


Illustratie bovenaan is van Alexandra España: ‘Olaf Koens’

Uitnodiging voor interactief webinar ‘Bijzonder normaal’ over de ambtelijke eed

U i t n o d i g i n g

De Centrale voor Middelbare en Hogere Functionarissen (CMHF) en Stichting Beroepseer nodigen u uit voor een interactief webinar over

Bijzonder normaal
De ambtelijke eed als anker voor
goed ambtelijk vakmanschap en goed werkgeverschap


Datum
Maandag 24 januari 2022
Tijd 15.30 – 17.00 uur. Digitale inloop vanaf 15.15 uur
Medium ZOOM

Sinds de invoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) per 1 januari 2020 wordt de rechtsverhouding van de ambtenaar bij de overheid beheerst door het civiele arbeidsrecht. Deze “normalisering” vindt zijn grenzen in het bijzondere karakter van het werk van de ambtenaar. Dat bijzondere karakter wordt onder andere uitgedrukt in de ambtseed die iedere ambtenaar bij zijn aanstelling dient af te leggen. Wat betekent de Wnra voor de ambtelijk eed? Hoe kijken ambtenaren zelf naar de eed? En wat vraagt de eed van overheidswerkgevers?

Deze vragen staan centraal in het webinar dat de sector Rijk van de CMHF en Stichting Beroepseer op maandag 24 januari 2022 organiseren van 15.30 tot 17.00 uur.

In dit interactieve webinar geeft Jacques Dijkgraaf een inleiding over de verschillende aspecten van de ambtseed en wisselt hij graag met u van gedachten over de ambtelijke eed als anker voor goed ambtelijk vakmanschap en goed werkgeverschap.

Jacques Dijkgraaf is sinds 2001 werkzaam als advocaat op het gebied van het arbeidsrecht en het onderwijsrecht. Daarvoor was hij werkzaam voor de sector Rijk van CMHF.

Voor wie
Deze bijeenkomst is bedoeld voor ambtenaren (Rijk, provincie, waterschappen, gemeenten), bestuurders, volksvertegenwoordigers en andere geïnteresseerden.

Aanmelden
Deelname aan deze bijeenkomst is kosteloos.
U kunt zich aanmelden bij Anja van Kleffens per e-mail: A.vanKleffens@cmhf.nl

 

Info over Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra): www.rijksoverheid.nl

Ongelijkheid in maatschappij blijft toenemen. En er komen nieuwe vormen van ongelijkheid bij

Ondanks het feit dat Europa een werelddeel is met de meeste gelijkheid onder burgers, blijft de ongelijkheid toenemen en ontstaan er voortdurend nieuwe vormen van ongelijkheid. Daarbij functioneert de Covid-19-crisis als de nieuwste katalysator.
Tegen deze achtergrond hebben het European Trade Union Institute for Research (ETUI) en de European Trade Union Confederation (ETUC) in het jaarlijks verschijnende rapport Benchmarking Working Europe 2021 de nadruk gelegd op ongelijkheid voor en na de Covid-19-pandemie.

In de inleiding van het rapport schrijven Philippe Pochet, directeur ETUI, Luca Visentini, algemeen secretaris ETUC, en Nicola Countouris, directeur onderzoek ETUI,: “Het is bijna een cliché geworden om te zeggen dat de Covid-19-pandemie de reeds bestaande ongelijkheid heeft verergerd en tegelijkertijd nieuwe vormen van ongelijkheid heeft gecreëerd. Maar, het verband tussen de pandemie en de toenemende ongelijkheid is allesbehalve een cliché. Het is alarmerend en in toenemende mate meetbaar”.

Figuur 2.37: Aantal landen waar de verschillen zijn toegenomen

 

Het effect van Covid-19 is bepaald door structurele ongelijkheden

De schrijvers van de inleiding benadrukken dat ongelijkheid niet slechts een eenmalig historisch incident is dat verband houdt met een bepaalde crisis. Ongelijkheid is in feite het product van een economisch model waarin tijdens de afgelopen drie decennia de rijkdom steeds minder is herverdeeld onder de onderste lagen van de samenleving, terwijl aan de top de rijkdom steeds meer is toegenomen.
Met andere woorden, het is een structureel probleem. Gelet op het ernstige effect van ongelijkheid op de sociale en economische – laat staan de politieke en democratische – structuur van onze samenleving, zouden de reacties op het probleem van ongelijkheid op beleidsgebied even structureel van aard moeten zijn.

Huidige heroriëntering van beleid behoort permanent te worden

Structurele problemen vragen om structurele antwoorden. Er valt veel voor te zeggen om de nationale en Europese reacties qua beleid op de crisis van Covid-19 niet langer als tijdelijk en voorwaardelijk te beschouwen, maar ze te herinterpreteren als structurele antwoorden op een reeks reeds lang bestaande tekortkomingen van het neoliberale model van de economische en financiële governance1).

De ‘sleepeffecten’ van ongelijkheid dringend aangepakt

Een van de paradoxen van het vraagstuk van ongelijkheid is dat een ongelijke samenleving minder goed in staat is veranderingen door te voeren, met inbegrip van de veranderingen die nodig zijn om de ongelijkheid te verminderen. Zo heeft Covid-19 een aantal van de meest kwetsbare groepen, ook die met een sociaaleconomische achterstand, in diverse landen onevenredig zwaar getroffen.
Hoewel het helemaal niet duidelijk is hoe de groeiende maatschappelijke kloof zal worden aangepakt, laat staan verholpen, is het duidelijk dat een andere aanpak dringend noodzakelijk is. Immers, hoe langer het duurt de ongelijkheid om te buigen, hoe moeilijker het zal zijn om de economie en de samenleving in Europa weer duurzaam en veerkrachtig te maken.

Het rapport maakt de balans op van de diverse vormen van ongelijkheid in Europa, Ook wordt geprobeerd een reeks beleidsmaatregelen op te stellen die kunnen helpen bij een nieuwe aanpak.

TINA is voorbij en een nieuw tijdperk van welvaart ligt binnen handbereik

Tien jaar geleden was het gebruikelijk om bezuinigingsbeleid te rechtvaardigen door te veronderstellen dat “er geen alternatief is” – TINA2). Maar sommige van de op herverdeling gerichte en anticyclische3) reacties op de pandemie hebben duidelijk aangetoond dat er een alternatief voor bezuinigingen en neoliberalisme bestaat en dat dit alternatief kan worden uitgevoerd als daartoe wijdverspreid de politieke wil bestaat.

Het rapport

Benchmarking Working Europe 2021 bevat zeven hoofdstukken met de recentecijfers over tal van relevante indicatoren voor een sociaal Europa, weergegeven in grafieken:

  1. Macro-economische en financiële ontwikkelingen en beleidsmaatregelen in de EU in 2021
  2. Arbeidsmarkt en sociale ontwikkelingen: crisis zet ongelijkheid verder door
  3. Lonen en collectieve onderhandelingen: is sociaal Europa echt terug op de agenda?
  4. De ongelijkhedenpiramide van klimaatverandering en mitigatie
  5. Ongelijkheid op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk in de EU
  6. Industriële democratie en ongelijkheid
  7. Naar een maatschappelijke veerkracht

Figuur 5.13: Percentage vrouwen en mannen met kinderen jonger dan 12 jaar met conflicten tussen werk en privéleven en psychische gezondheidsproblemen tijdens de pandemie in de EU (%)

Noteer de datum

Ongelijkheid is een belangrijk thema voor het ETUI. De eerstkomende tweejaarlijkse conferentie over ongelijkheid vindt plaats van 22 – 24 juni 2022. Kern van de conferentie zijn de vragen hoe de ongelijkheid in Europa kan worden omgevormd en hoe gelijk een eerlijke, rechtvaardige samenleving zou behoren te zijn. www.etui.org/events/blueprint-equality


Noten

1) Governance = bestuur, beheersing en macht of de wijze van besturen. Governance kan algemeen worden beschreven als het uitvoeren van beleid, controle, macht, regels en principes van organisaties.
2) TINA – There is no alternative. (er is geen alternatief) = uitspraak van Margaret Thatcher.
3) Anticyclisch = tegen de conjunctuur ingaande; de conjuncturele beweging dempend

Downloaden Benchmarking Working Europe 2021, geredigeerd door Nicola Countouris, Romuald Jagodzinski, Sotiria Theodoropoulou, ETUI, The European Trade Union Institute, 6 December 2021: www.etui.org/publications/benchmarking-working-europe-2021

Het European Trade Union Institute – ETUI – (Europees Vakbondsinstituut) is het onafhankelijke onderzoeks- en opleidingscentrum van het Europees Verbond van Vakverenigingen (EVV), dat op zijn beurt de Europese vakbonden verenigt in één Europese koepelorganisatie. Het ETUI stelt zijn deskundigheid ten dienste van de belangen van de werknemers in Europa, ter versterking van de sociale dimensie van de Europese Unie. www.etui.org/

De European Trade Union Confederation – ETUC – Europees Verbond van Vakverenigingen (EVV) is een koepelorganisatie van vakbonden in Europa. www.etuc.org/en