Skip to main content

Redactie Beroepseer

Buurtzorg Jong maakt nieuw project mogelijk: “Zet de wissels om – anders contracteren voor aandachtsvolle jeugdzorg”

Hoe zorgen we dat jeugdzorg niet wordt kapot gestuurd door korte contractcycli, verkokerde financiering en een logica van beheersen en afrekenen—maar dat professionals en gezinnen weer de ruimte krijgen voor tijd, continuïteit en aandacht? Dankzij Buurtzorg Jong start Stichting Beroepseer dit jaar het project “Zet de wissels om: anders contracteren voor aandachtsvolle jeugdzorg”. Aandachtsvolle jeugdzorg vraagt niet alleen goede mensen, maar ook goede voorwaarden. Dáár zetten we nu de wissels om.

Aandacht als kern: gunstige voorwaarden voor goede jeugdzorg

De kern van dit project is het scheppen van veel gunstiger voorwaarden voor jeugdzorg die draait om duurzame werkrelaties, professionele nabijheid en een stabiel team rond gezin en kind. Daarmee sluit het project direct aan bij ons gezamenlijke rapport met Stichting Het Vergeten Kind: “Een mooie toekomst begint met aandacht” dat we vorig jaar zomer publiceerden.

Daarin lieten we zien hoe regels, administratieve druk en systeemprikkels aandacht kunnen verdringen. Dit nieuwe project pakt precies die “achterkant” aan: de organisatie- en contracteerlogica die bepaalt of aandachtsvolle jeugdzorg überhaupt vol te houden is.

Waar richt het project zich op?

Dit project richt zich op het omzetten van “systeemwissels” die in de praktijk het verschil maken, met nadruk op:

  • Toegang tot jeugdhulp: routing, triage, regie en mandaat
  • Vrij toegankelijke ondersteuning in de wijk: de eerste lijn rond gezinnen, dichtbij en vroeg

Wat gaan we opleveren?

We werken toe naar concrete bouwstenen waarmee gemeenten en uitvoerders aandachtsvolle jeugdzorg daadwerkelijk kunnen organiseren en borgen, waaronder (in ieder geval):

  • Kaders voor kwaliteit en continuïteit (wat moet minimaal op orde zijn om aandacht en vakmanschap vol te houden?)
  • Handvatten voor anders contracteren (hoe maak je samenwerking, leren en bijsturen contractueel mogelijk zonder juridiseren?)
  • Praktische formats/voorbeelden die helpen om die principes te vertalen naar beleid, inkoop en uitvoering

Voortbouwen op ons werk sinds 2018: “Echt doen wat nodig is”

Dit project staat niet op zichzelf. Sinds het verschijnen van ons boek Echt doen wat nodig is (2018) werken we aan een jeugdzorg die kleinschalig, effectief en menselijk is—en aan bestuur en inkoop die daaraan dienstbaar zijn. In die lijn organiseerden we onder meer Alternatieven-labs en publiceerden we voorstellen voor vernieuwing, versimpeling en professionaliteit. Ook richtten we de Denktank Jeugdsprong op die concrete ideeën heeft gepresenteerd om de jeugdzorg in Nederland beter te organiseren.

Dank aan Buurtzorg Jong

We zijn Buurtzorg Jong dankbaar dat dit project mogelijk wordt gemaakt. Juist in een veld waar professionals vaak wél weten wat nodig is, maar de voorwaarden dat onmogelijk maken, is het cruciaal om te investeren in structuur, ruimte en continuïteit.

Lees verder

Statenleden werken aan hun gezagspositie

Begin december vorig jaar sloten 11 statenleden de Leergang Modern Gezag voor Statenleden af met een bevlogen verhaal over wat ze hadden geleerd, waar ze voor staan en hoe ze willen bijdragen aan het gezag van de Provinciale Staten waar ze onderdeel van zijn. Het betekende de afsluiting van een programma waarin de statenleden zes weken actief aan de slag zijn gegaan met het thema modern gezag, speciaal ontwikkeld door Stichting Beroepseer.

De leergang heeft de deelnemers een hernieuwd besef gegeven van de rol van de Staten als democratisch orgaan en hoe belangrijk het is om na te denken over de geloofwaardigheid van de Staten als geheel in dit tijdsgewricht. Het opbouwen van gezag als Staten als geheel, maar ook persoonlijk is een belangrijke remedie om werk te maken van het herstel van vertrouwen van inwoners van Nederland in de overheid, politiek, onze instituties en de democratische rechtsstaat. Verder hebben deelnemers geleerd dat de sleutel tot hun persoonlijke gezag ligt in het durven authentiek te zijn, een eigen invulling van het statenlidmaatschap die past bij wie ze zijn, wat ze belangrijk vinden en waar ze goed in zijn. Deelnemers zijn stuk voor stuk gegroeid in (zelf)vertrouwen, rust en overtuigingskracht.

“Een ongebruikelijke, vernieuwende training met een verrassende uitkomst. Nieuwe inzichten die het werk als Statenlid aanzienlijk verbeteren en ook waardevol en leuk om dit juist met Statenleden van andere provincies samen te doen.”

Zie ook: https://beroepseer.nl/actueel-in-beroepseer/leergang-modern-gezag-voor-statenleden/

Foto

Boven v.l.n.r.: Stijn Honselaar (Groningen), Anneloes Blelxtoon (Utrecht), Stan Hellegers (Gelderland), Sanne Winkels (Overijssel), Debora Fernald (Zuid-Holland) en Vincent Valk (Noord-Holland).

Beneden v.l.n.r. Maurits Hoenders (Beroepseer), Emma Peetsma (Overijssel), Tiemen Jan van Dijk (Overijssel), Ellen Putman (Noord-Brabant) en Taco van Dijk (Beroepseer).

Afwezig: Sonja Hilgenga (Drenthe)

Het was een prachtige Week van Het Vergeten Kind: nu structureel aandacht geven!

Afgelopen week organiseerde Stichting Het Vergeten Kind de Week van het Vergeten Kind—met een expliciet doel: zo weinig mogelijk kinderen uit huis plaatsen, en dus alles op alles zetten om kinderen (waar het veilig en verantwoord kan) thuis of in het eigen netwerk te laten opgroeien. In die actieweek stond één boodschap steeds voorop: goede jeugdzorg begint niet bij systemen, maar bij aandacht—bij professionals die kinderen (en hun ouders) echt zien, nabij blijven en niet loslaten als het ingewikkeld wordt. Die inzet werd zichtbaar gemaakt door het expliciet waarderen van aandachtsvolle hulpverleners, onder meer via de uitreiking van prijzen voor jeugdzorgprofessionals die in hun dagelijkse werk laten zien wat het betekent om kinderen niet te laten verdwijnen in procedures, wisselingen en doorplaatsingen.

De publieke oproep is daarmee helder: voorkom onnodige uithuisplaatsingen—en organiseer hulp zo dat kinderen (en hun ouders) niet telkens opnieuw hoeven te beginnen, maar tijdig en samenhangend ondersteuning krijgen rond het gezin.

In diezelfde week verscheen bovendien een nieuw onderzoeksrapport over het verminderen van uithuisplaatsingen—Van inzicht naar uitvoering (Verwey-Jonker Instituut, in opdracht van Het Vergeten Kind). De kernboodschap daarvan is ongemakkelijk maar herkenbaar: het probleem is vaak niet dat we niet weten wat werkt, maar dat het niet lukt om werkzame aanpakken structureel in de praktijk te brengen—door fragmentatie, risicomijding, financiële prikkels en gebrek aan borging en samenwerking.

Voor Stichting Beroepseer is deze week óók een uitnodiging om één stap verder te gaan: wat moet er concreet worden georganiseerd—in teams, organisaties en het stelsel—zodat jeugdzorgprofessionals dit doel ook werkelijk kunnen waarmaken? Aandacht is namelijk geen losse deugd of ‘soft skill’, maar een kernonderdeel van vakmanschap: nabij genoeg om signalen op tijd te zien, zorgvuldig genoeg om ouders en netwerk serieus te nemen, en standvastig genoeg om niet mee te bewegen met wisselingen, wachtlijsten en dossierlogica. Dat vakmanschap vraagt om harde randvoorwaarden: continuïteit in teams en plaatsen, ruimte voor reflectie en tegenspraak, minder administratieve druk en financiering die samenwerking rond het gezin beloont in plaats van doorplaatsen normaliseert.

Wat bedoelen we met “aandacht” in residentiële jeugdzorg?

In het gezamenlijke onderzoek van Stichting Beroepseer en Het Vergeten Kind, Een mooie toekomst begint met aandacht (mei 2025), is het begrip aandachtsvolle residentiële jeugdzorg uitgewerkt om te voorkomen dat het een lege term wordt. Aandachtsvolle residentiële jeugdzorg betekent: een pedagogisch medewerker die vanuit professionele nabijheid het kind oprechte positieve aandacht geeft binnen een duurzame vertrouwensrelatie—zodat het kind zich gezien, gehoord en gewaardeerd weet.

Het onderzoek laat zien dat die aandacht niet “vanzelf” ontstaat. Zij vraagt om voorwaarden die de praktijk herkenbaar maken:

  1. Een positieve grondhouding: het kind als individu zien, met talenten en toekomst.
  2. Een stabiel team: continuïteit in gezichten, afspraken en pedagogische stijl.
  3. Een stabiele woonplek zolang nodig: niet onnodig doorplaatsen.
  4. Ondersteuning van professionals: ruimte voor reflectie, begeleiding en ontwikkeling.
  5. Actieve betrokkenheid van het sociale netwerk (met name ouders): samenwerken in plaats van uitsluiten.
  6. Kleinschaligheid en een huiselijke, “normale” setting: een leefomgeving die ontwikkeling uitnodigt.

Waarom komt aandachtsvolle jeugdzorg zo vaak onder druk te staan?

De kernspanning die in de Week van het Vergeten Kind zichtbaar werd, zit ook in het onderzoek: we vragen aandacht, nabijheid en continuïteit, maar het stelsel organiseert vaak het tegenovergestelde.

Het rapport beschrijft terugkerende systeemblokkades die rechtstreeks doorwerken in de relatie professional–kind:

  • Doorplaatsingen en personeelswisselingen: het kind moet telkens opnieuw beginnen.
  • Kostenfocus boven kwaliteit: korte-termijnlogica verdringt duurzame opbouw.
  • Gebrek aan overkoepelende visie en samenwerking: versnippering in verantwoordelijkheden en keten.
  • Hoge administratieve lasten: tijd en energie verdwijnen naar verantwoording en formulieren.

Daarnaast zijn er professionele blokkades die het werk zwaarder maken dan nodig:

  • Een werkcultuur die versterking nodig heeft (veiligheid, aanspreekbaarheid, professionele trots).
  • Hoge werkdruk en personeelstekorten.
  • Te weinig samenwerking en te weinig zeggenschap van kinderen en ouders.
  • Handelingsverlegenheid in complexe situaties.

Aandacht voor kinderen vraagt aandacht voor professionals

Een cruciale bevinding uit het rapport is dat “aandacht” niet los te zien is van zorg voor de professional. Zonder structurele reflectie (intervisie/supervisie), professionele ruimte en waardering komt “goed werk” onder druk te staan.

In het onderzoek is dit onderbouwd met de Good Work-benadering: goed werk is (1) vakmatig goed, (2) betekenisvol en (3) moreel verantwoord. Precies die drie dimensies vragen om teams die kunnen leren, elkaar kunnen steunen en ruimte ervaren om te doen wat nodig is.

Wat is er nodig? Doorbraken in systeem én werkcultuur

De Week van het Vergeten Kind roept op om kinderen niet te laten verdwijnen in wisselingen en procedures. Ons gezamenlijke rapport werkt uit wat dat concreet vraagt.

Systeemdoorbraken (selectie)

  • Meer ruimte voor meerjarige/andere financiering en gerichte experimenten die continuïteit mogelijk maken.
  • Stop met stigmatiseren en zorg voor voldoende geschikte plaatsen.
  • Werk vanuit een gemeenschappelijke visie en verbeter samenwerking, kennisdeling en uitvoering over schotten heen.

Professionele doorbraken

  • Organiseer een structurele reflectiecultuur (intervisie/supervisie) en versterk professioneel leren.
  • Herwaardeer het werk in de residentiële jeugdzorg (status, loopbaan, ondersteuning).
  • Zet kind én sociaal netwerk daadwerkelijk centraal in besluitvorming en dagelijkse praktijk.

Wat nemen we mee uit deze week?

Het doel—zo weinig mogelijk kinderen uit huis plaatsen—is pas haalbaar als we “gezinshulp eerst” vertalen naar de dagelijkse praktijk: vroeg erbij, integraal kijken, samenwerken met ouders en netwerk, en besluiten nemen die uitlegbaar blijven aan het kind.

De Week van het Vergeten Kind maakt zichtbaar wat veel professionals al lang weten: als we “aandacht” serieus nemen, moeten we niet alleen op beheersing, veiligheid en afvinklijstjes sturen, maar op relaties, continuïteit en professionele ruimte.

Daar raken de agenda van Het Vergeten Kind en die van Beroepseer elkaar. Aandachtsvolle jeugdzorg vraagt goede mensen—én een stelsel dat hun vakmanschap niet uitput maar ondersteunt.

Wie de gezamenlijke onderbouwing wil lezen: Een mooie toekomst begint met aandacht (Stichting Beroepseer & Stichting Het Vergeten Kind, mei 2025).

Links

Week/nieuwsoverzicht (Het Vergeten Kind – nieuws):

Nieuws

Campagnepagina “Gezinshulp eerst – 29 jan” (HVK):

Petitie

 

Hartenhuis Awards – uitnodiging/bijeenkomst (HVK):

UITNODIGING 2 FEBRUARI: HARTENHUIS AWARDS

 

Hartenhuis Awards – bekroning aandachtsvolle hulpverleners (HVK):

Aandachtsvolle hulpverleners bekroond met Hartenhuis Awards

Podcast “Oost, West, Thuis Best” (HVK):

Nieuwe podcast Oost, West, Thuis Best van Het Vergeten Kind geeft stem aan kinderen, ouders en hulpverleners over uithuisplaatsing

 

Onderzoek/bericht HVK over uithuisplaatsingen (HVK):

Onderzoek: Kinderen nog steeds onnodig uit huis geplaatst door achterblijvende implementatie van bewezen kennis 

 

Rapportpagina Verwey-Jonker (samenvatting + context):

Van inzicht naar uitvoering: verminderen van het aantal uithuisplaatsingen

 

PDF van het rapport “Van inzicht naar uitvoering” (Verwey-Jonker):

https://www.verwey-jonker.nl/wp-content/uploads/2026/01/225410_Van-inzicht-naar-uitvoering.pdf

 

Onderzoek van Stichting Het Vergeten Kind en Stichting Beroepseer: “Meer aandacht, minder regels: nieuwe koers noodzakelijk voor residentiële jeugdzorg.”

https://beroepseer.nl/actueel-in-beroepseer/onderzoek-van-stichting-het-vergeten-kind-en-stichting-beroepseer-meer-aandacht-minder-regels-nieuwe-koers-noodzakelijk-voor-residentiele-jeugdzorg/

Stichting Beroepseer zoekt een nieuwe directeur

VACATURE

Directeur Stichting Beroepseer: Gezag, vakmanschap en betrokken leiderschap in een tijd van polarisatie

De context

De democratische rechtsstaat staat onder druk. Populisme, polarisatie, echokamers en desinformatie tasten het vertrouwen in instituties en professionals aan. Waar cynisme en wantrouwen groeien, zoekt Stichting Beroepseer naar manieren om gezag te herstellen — niet als macht of traditie, maar gegrond op vakmanschap, persoonlijke betrokkenheid en democratisch ethos.

De stichting versterkt publieke professionals*, zoals zorgprofessionals, docenten, jeugdzorgprofessionals, rechters, ambtenaren, en bestuurders in hun vermogen om met gezag, geweten en menselijkheid te handelen in het publieke belang. Beroepseer doet dat via onderzoek, reflectie, publicaties, trainingen en maatschappelijke dialoog.

De opdracht

De nieuwe directeur leidt Stichting Beroepseer met visie, overtuiging, (maatschappelijk) ondernemerschap, acquisitiekracht en organisatorisch vermogen. Hij of zij:

  • Vertaalt en vernieuwt het gedachtegoed van gezag, beroepseer en vakmanschap naar actuele maatschappelijke opgaven;
  • Versterkt de positie van de stichting als gezaghebbende, onafhankelijke stem in het publieke debat;
  • Bouwt Beroepseer verder uit als onderzoeks- en leerplatform voor vakmanschap en gezag in het publieke domein langs deze drie inhoudelijke thema’s
    • Ambtelijk vakmanschap en gezag
    • Burgergericht werken
    • De uitvoering centraal
  • Slaagt erin opdrachten en projecten binnen te halen in lijn met de maatschappelijke missie en de expertise van Beroepseer
  • Stimuleert reflectie, onderzoek en leerprocessen die bijdragen aan een weerbare democratische rechtsstaat;
  • Verbindt bestuurders, professionals, onderzoekers en burgers rond gedeelde publieke waarden;
  • En zorgt dat Beroepseer een vitale, lerende en duurzame organisatie blijft.

De directeur is tevens verantwoordelijk voor:

  • de strategie, programmering en positionering van de stichting;
  • de aansturing van het team en het netwerk van partners, fellows en opdrachtnemers;
  • de financiële continuïteit, inclusief acquisitie, fondsenwerving en subsidierelaties;
  • en de verantwoording aan het bestuur.

Wie we zoeken

Je bent inhoudelijk sterk, maatschappelijk betrokken en kunt schakelen tussen reflectie en actie.

Je bent intellectueel en analytisch scherp, kunt nieuwe ideeën ontwikkelen en verdiepen, én weet ze te vertalen naar projecten, publicaties en trainingen. Je hebt affiniteit met (wetenschappelijk) onderzoek + publicaties op relevante terreinen.

Je hebt ervaring met leiderschap in de publieke of maatschappelijke sector, beschikt over een relevant netwerk en hebt affiniteit met thema’s als democratische rechtsstaat, behoorlijk bestuur, beroepseer, vakmanschap en gezag.

Je bent bovendien een maatschappelijk ondernemer met acquisitiekracht: iemand die kansen ziet, samenwerkingen initieert, projecten en opdrachten binnenhaalt en Beroepseer zichtbaar maakt in het publieke debat. Je hebt plezier in het bouwen van netwerken en projecten, weet partners, opdrachtgevers en fondsen te betrekken bij onze missie en verbindt ideeën met concrete resultaten.

Je bent ondernemend, communicatief en hebt gevoel voor zowel inhoud als uitvoering.

Over Stichting Beroepseer

Stichting Beroepseer (opgericht in 2006) is een onafhankelijk kennis- en reflectieplatform dat zich inzet voor professioneel gezag, vakmanschap en publieke verantwoordelijkheid. Met publicaties, trainingen en maatschappelijke initiatieven versterkt Beroepseer het vakmanschap en moreel kompas van publieke en semipublieke professionals. De stichting werkt met een klein, hoogwaardig team en een netwerk van onderzoekers, trainers en samenwerkingspartners.

Waarom Beroepseer?

Omdat de samenleving behoefte heeft aan mensen en organisaties die met overtuiging, vakmanschap en besef van verantwoordelijkheid werken aan het publieke belang en opkomen voor de democratische rechtsstaat. Bij Stichting Beroepseer vind je een plek waar reflectie, kennis en inspiratie samenkomen — en waar de vraag “wat is goed handelen?” dagelijks centraal staat.

Locatie: Culemborg / hybride

Omvang: 0,4-0,6 fte

Interesse?

Wil je vanuit gezag, vakmanschap en betrokkenheid bijdragen aan een sterke democratische rechtsstaat? Dan nodigen we je van harte uit om te reageren door uiterlijk 20 maart a.s. een brief + cv te sturen aan Maurits Hoenders: m.hoenders@beroepseer.nl. Voor vragen en/of meer informatie kan je ook contact met hem opnemen.

Meer informatie: www.beroepseer.nl

 

*neem een kijkje bij onze boekenreeks en de pagina actueel om een goed beeld te krijgen van de diversiteit en verscheidenheid van onze activiteiten en doelgroepen.

Publicatie ‘Ambtelijk recht doen’ – verplichte kost voor ambtenaren

Afgelopen zomer schreef Caroline Raat voor Stichting Beroepseer het boek Ambtelijk recht doen, Vakmanschap in de uitvoering.  In deze publicatie laat Caroline zien hoe ambtenaren de democratische rechtsstaat direct in praktijk kunnen brengen voor burgers. Met heldere uitleg, voorbeelden en praktische schema’s biedt het handvatten voor goed beslissen en het bewaken van rechtsstatelijkheid en integriteit. Ook biedt het boek de nodige diepgang voor wie meer wil weten over de samenhang tussen recht, cultuur, gedrag en moraal. Daarmee is het niet alleen geschikt voor uitvoerende ambtenaren, maar ook voor bestuurders en beleidsmakers die de uitvoering beter willen begrijpen. Burgers en studenten zullen er ook inzichten aan kunnen ontlenen. Erik Pool, (voormalig) Programmadirecteur Dialoog & Ethiek van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, beveelt het boek van Caroline van harte aan:

‘Scherp, informatief boek en rijk aan kennis waar ambtenaren veel aan hebben – net als ikzelf. Dit mag integraal in het lespakket voor alle ambtenaren.’

Het boek is vanaf heden verkrijgbaar en kost € 22,95. Je kan hier een exemplaar bestellen. 

 

Hieronder leest u het voorwoord bij het boek.

De kracht van het recht

Al vanaf mijn studietijd word ik geboeid door het gedrag van mensen in overheidsorganisaties Ten opzichte van elkaar als ten opzichte van burgers. Tijdens mijn rechtenstudie leerde ik hier niet veel over: er zijn regels en beginselen, en er zijn rechters die daaraan toetsen. En dan houdt de overheid houdt zich daar nu eenmaal aan. Bij mijn studie bestuurswetenschappen werd mij een realistischer beeld voorgeschoteld: de overheid en haar medewerkers houden zich niet volautomatisch aan het recht: gedrag en cultuur zijn minstens even belangrijk. In mijn werk bij gemeenten, zag ik pas goed waar dat in de praktijk op neerkwam: wat een verschillen! Waar de ene ambtenaar of bestuurder responsief en behoorlijk opereerde, probeerde de ander uit of hij buiten de lijntjes kon kleuren zonder dat iemand dat zag. Dit gegeven was de basis voor mijn rechtssociologische en rechtsfilosofische proefschrift Mensen met macht.

Dit boek is gedeeltelijk een tweede druk van Ethiek en integriteitszorg. Handboek voor de overheidsjurist. Er is momenteel namelijk meer behoefte aan basiskennis voor de uitvoeringskant van de rechtsstaat. Goede opleiding hiervoor is in de afgelopen decennia behoorlijk verwaarloosd. Het gevolg, zo zien we ook in het werk bij Stichting Beroepseer, is dat er een ongewenste tweedeling lijkt te zijn ontstaan tussen ‘beleid’ en uitvoering.

Op kernministeries heeft men, zo constateert ook de Nationale ombudsman, nog steeds weinig beeld van waar uitvoeringsmedewerkers echt tegenaan lopen in hun directe contact met burgers. Er is namelijk niet alleen ‘te weinig ruimte in de regels’ – die ruimte vereist professionaliteit: kennis, kunde, inzicht en ervaring. Het vraagt om begrip van de eigen functie. Als ambtenaar ben je vrijwel nooit een hulpverlener, maar, zo schreven Sandra Palmen en ik: ‘recht-doener’.

Het gaat doorgaans ook niet om te weinig ‘moreel besef’ hoewel het wel belangrijk is te weten dat de rechtsstaat een publieke moraal veronderstelt. Die publieke moraal betekent dat je je eigen morele emotie de plek geeft die ze verdient. Als ambtenaar – public servant – probeer je zo onpartijdig, rechtvaardig en objectief mogelijk te blijven; het gaat om onderzoek naar feiten en omstandigheden, en op basis daarvan het recht toepassen. Juist die betrokken distantie hoort bij rechtsstatelijk handelen.

Waar het in mijn ervaring om gaat, is behoefte aan basiskennis om dit belangrijke werk goed te kunnen doen – zowel op de kerndepartementen als bij uitvoeringsinstanties als gemeenten, rijksdiensten en zelfstandige bestuursorganen. In de praktijk gaat het over de vraag: hoe dan? Hoe dan precies? Wat mag wel of niet, wat moet, wanneer en waarom? Die waarom-vraag, daar gaat het in de rechtsstaat over: de omgang met je eigen positie. Je hebt immers macht, ook als je dat zelf niet zo ervaart. Juist als je te weinig kennis hebt, is – zo weten we uit decennia van onderzoek naar street-level werk – de kans op willekeur in de vorm van favoritisme, uitsluiting en fouten erg groot. Dat is uiteindelijk niet in het belang van burger.

De wat-, wanneer- en hoe-precies-vraag is het domein van het bestuursrecht. Om die te kunnen beantwoorden, moet je in de basis weten wat er in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staat en wanneer het nodig is om rechtsbeginselen toe te passen. Het bestuursrecht gaat over macht, gevat in bevoegdheidsvragen. Er kan in de toepassing het nodige mis gaan, zoals vooringenomenheid en machtsmisbruik. Kennis daarvan is ook nodig, om het te herkennen, en om te weten wat je zou kunnen doen om dit te voorkomen.

Vandaar dit boek voor uitvoeringsmedewerkers, maar ook voor al diegenen die hiervoor beleid ontwikkelen en wetten voorbereiden die moeten worden toegepast. Het bevat de inzichten die ik in de afgelopen decennia als overheidsjurist en onderzoeker heb opgedaan en onder meer verwerkt in boeken, artikelen en annotaties, maar ook in beslishulpen. Al schrijvend merkte ik weer hoe mooi en krachtig het recht is, maar ook hoe ingewikkeld!

Over de auteur

Caroline Raat is staats- en bestuursrechtjurist en bestuurswetenschapper. Zij promoveerde op een rechtssociologisch en filosofisch onderzoek naar rechtsstaat en macht. Raat is auteur, docent en onderzoeker op het gebied van behoorlijk bestuur, open overheid, integriteit en organisatiecultuur. Daarnaast staat zij journalisten, mensenrechtenorganisaties en melders van misstanden bij in rechtszaken met de overheid. Zij is tevens initiator van Rechtsstaat Nederland en de Beroepsvereniging Onafhankelijk Onderzoekers.

Thijs Jansen stopt als directeur van Stichting Beroepseer

Per 1 januari 2026 treedt Thijs Jansen terug als directeur van Stichting Beroepseer. Hij blijft betrokken bij de uitvoering van projecten, maar geeft de eindverantwoordelijkheid over om ruimte te maken voor een bredere invulling van zijn activiteiten, zowel privé als professioneel.

Maurits Hoenders, al ruim 10 jaar aan onze stichting verbonden als projectleider en trainer, neemt de functie van directeur waar tot 1 mei 2026. In deze periode start de werving van een nieuwe directeur die de verdere ontwikkeling van Stichting Beroepseer zal leiden.

 

Zó breng je onderzoekers en professionals dichter bij elkaar

Hoe zorgen we ervoor dat onderzoek niet losstaat van de praktijk, maar juist een directe bijdrage levert aan het werk van professionals in het publiek sociaal domein? Vanuit die vraag ontwikkelden Stichting Beroepseer en SAM, in opdracht van ZonMw, twee praktische tools: een kwaliteits- en afwegingskader en een gespreksmethodiek.

“Deze tools helpen onderzoekers en uitvoerende professionals om samen in gesprek te gaan. Aan de ‘voorkant’ over de onderzoeksvraag én aan de ‘achterkant’ over de implementatie van de aanbevelingen die onderzoekers doen op basis van hun resultaten,” legt Margarethe Hilhorst uit. Zij is algemeen programmamanager bij SAM en betrokken bij dit project. Gerard van Nunen, projectmanager en onderzoeker bij Stichting Beroepseer, vult aan: “Door als onderzoeker werkelijk aan te sluiten bij een veranderbehoefte van professionals, benut je hun kennis en ervaring over wat er in de werkpraktijk echt nodig is. Tegelijkertijd doe je recht aan hun perspectief en gevoel van beroepseer.”

Kloof tussen wetenschap en praktijk verkleinen

In de praktijk sluit onderzoek niet vanzelfsprekend aan bij de behoeften en werkwijzen van professionals, bijvoorbeeld in taalgebruik, doelstellingen en methodiek. Het overkoepelende doel van deze tools is dan ook om de kloof tussen onderzoek en praktijk te verkleinen. Het gaat dan specifiek om de praktijk van uitvoerende professionals die werken in het publiek sociaal domein. Zoals re-integratieprofessionals, inkomensconsulenten, Wmo-professionals en inburgeringsconsulenten.

Dubbele opbrengst: een kader én een gespreksmethodiek

Onderzoekers en professionals in het sociaal domein kunnen nu gebruikmaken van twee krachtige instrumenten: een kwaliteits- en afwegingskader én een gespreksmethodiek. Samen helpen ze om onderzoek beter aan te laten sluiten bij de praktijk. Stichting Beroepseer en SAM ontwikkelden deze tools met een duidelijke ambitie: niet alleen onderzoeksresultaten vertalen naar de praktijk, maar ook tijdens het gehele onderzoeksproces (van start tot implementatie) de verbinding met professionals versterken.

Gerard: “Het gebruik van het kwaliteits- en afwegingskader is vooral effectief als het onderdeel uitmaakt van een bredere strategie om verbinding tussen de onderzoeker en de professionele praktijk te maken.” Daarom is aanvullend de gespreksmethodiek Gesprekstafels Samen onderzoeken en leren ontwikkeld. Deze methodiek helpt onderzoekers en professionals om samen gestructureerde, reflectieve evaluatiegesprekken te voeren: van het formuleren van de onderzoeksvraag tot het implementeren van aanbevelingen. SAM heeft de methodiek inmiddels toegepast in tientallen Vraagtafels, die steeds bekender worden onder uitvoerende professionals zoals re-integratieprofessionals en inkomensconsulenten.

De beeldvorming voorbij: samen onderzoeken en leren

Het kwaliteits- en afwegingskader en de gespreksmethodiek zijn gebaseerd op verdiepende interviews met onderzoekers en professionals, een literatuuronderzoek en de resultaten van het experiment Vraagtafels: brug tussen wetenschap en praktijk. Uit de interviews is naar voren gekomen dat de werelden van onderzoek en professionele uitvoeringspraktijk meer met elkaar verbonden moeten worden. Gerard: “Deze tools helpen om de beeldvorming van onderzoekers en professionals over elkaar bij te stellen en in een gelijkwaardig gesprek te komen tot een vruchtbaar samenspel.”

De professional als inhoudelijk opdrachtgever, de onderzoeker als procesregisseur

“De gespreksmethodiek gaat uit van een bepaalde rolverdeling tussen professional en onderzoeker,” legt Gerard uit. “De professional is inhoudelijk opdrachtgever van het onderzoek aangezien de professional eigenaar is van de uitvoeringspraktijk en daarvoor verantwoordelijkheid draagt. De professional participeert dus niet slechts in een onderzoek maar stuurt op de inhoud. De onderzoeker is procesregisseur van het onderzoeksproces. Daarmee is de onderzoeker er verantwoordelijk voor dat het goede gesprek over de aansluiting van onderzoek bij de professionele praktijk daadwerkelijk wordt gevoerd tijdens alle onderzoeksfasen.” Margarethe vult aan: “Professionals kunnen natuurlijk ook zelf een gesprekstafel of informeel gesprek initiëren als dat nodig is maar de primaire verantwoordelijkheid voor de aansluiting bij de praktijk ligt bij de onderzoeker als procesregisseur.”

Verdieping: de praktijk van de uitvoerende professional

Naast deze tools is er ook een verdiepend paper beschikbaar: De praktijk van de uitvoerende professional in het sociaal domein. Dit paper geeft onderzoekers inzicht in de dagelijkse werkpraktijk van uitvoerende professionals. Met de twee praktische tools en het paper kan het ‘goede gesprek’ tussen onderzoekers en professionals constructief en effectief worden gevoerd. “De
veranderbehoeften van uitvoerende professionals zet je pas echt centraal als je hen de mogelijkheid geeft om bij te sturen vanaf de vraagarticulatie tot aan de implementatie van de onderzoeksresultaten,” vult Margarethe aan.

Download nu de tools!

Ben jij actief in het sociaal domein? Als onderzoeker, uitvoerende professional, beleidsmaker, manager of bestuurder? Deze tools zijn direct inzetbaar in elke fase van een onderzoeksproces. Ze zorgen ervoor dat onderzoek en praktijk optimaal van elkaars werk kunnen profiteren en elkaar versterken, met meer impact als resultaat. Download ze nu!

Stichting Beroepseer en SAM voerden het project ‘Samen onderzoeken en leren’ uit in opdracht van ZonMw en binnen het programma Vakkundig aan het werk.

Linda Veenstra

Linda Veenstra (1983) – Regisseur met hart voor verbinding en vakmanschap

Linda Veenstra werkt sinds 2007 in verschillende rollen binnen de lokale overheid. Tegenwoordig bij de gemeente Midden-Groningen, waar ze zichzelf liever gemeenschapsregisseur noemt dan gebiedsregisseur. Die term sluit beter aan bij wat ze écht doet: mensen en initiatieven verbinden, ondersteunen en versterken, zodat gemeenschappen en buurten tot bloei komen.

“Ik geloof in een samenleving waarin mensen zich gezien voelen, verantwoordelijkheid nemen en elkaar weten te vinden – daar draag ik graag aan bij.”

Haar loopbaan begon op een onverwachte plek: tijdens mijn studententijd runde ze ruim twee jaar een bardancing. Na haar opleiding als Jenaplanleerkracht begeleidde ze kinderen in de basis van het leven: geluk, gezondheid, zelfredzaamheid en verbondenheid. Die waarden zijn nog altijd de leidraad in haar werk.

Naast haar rol als regisseur zet ze zich in voor de professionalisering van het ambtelijk vak. Ze geeft trainingen over thema’s als gebiedsgericht samenwerken, bondgenootschap, eigenaarschap en vakmanschap, en ben gecertificeerd trainer in Insights Discovery. Met plezier helpt ze collega’s zich te verdiepen in het vak van ambtenaar, maar ook in zichzelf en elkaar – om zo de onderlinge samenwerking te versterken.

Kennis van het gebied vormt voor haar de basis. Daarom organiseert ze twee keer per jaar een bustour van 130 km langs de dorpen en wijken van Midden-Groningen. Zo krijgen nieuwe collega’s letterlijk zicht op het gebied en gevoel voor de mensen die er wonen.

Ze denkt graag in mogelijkheden en vernieuwing. Zo was ze medeontwikkelaar van Mooiman, een communicatiekanaal voor de buitendienst, bedenker van de AfvalWijzer app en de Makkelijk Melden app. Niet om het systeem te dienen, maar steeds om de leefwereld van inwoners dichterbij te brengen.

Tien jaar lang was ze actief in de ondernemingsraad (o.a. tijdens de herindeling van de gemeente), waarvan een aantal jaren als voorzitter. Daar zette ze zich in voor de stem van collega’s die zichzelf minder makkelijk laten horen, zoals medewerkers uit de buitendienst of collega’s met een taalachterstand. Het bevestigde voor haar hoe belangrijk nabijheid, toegankelijkheid en verantwoordelijkheid zijn voor ons vak als ambtenaar.

Een bijzonder moment was de Boomfeestdag van 2017, die ik organiseerde voor 300 leerlingen. Het thema ‘verbinding’ stond symbool voor de gemeentelijke herindeling: samen groeien, letterlijk en figuurlijk.

Haar betrokkenheid bij Stichting Beroepseer komt voort uit een diep geloof in de waarde van werken bij een gemeente. Ze kreeg recent het compliment dat ik een “zeer waardevolle, betrokken en begaafde medewerker” ben. Voor haar bevestigt dat hoe belangrijk het is om bij te dragen aan een lokale overheid waar verbinding, vakmanschap en verantwoordelijkheid voor bewoners én collega’s zichtbaar en voelbaar zijn.

Kernwaarden en spanningsvelden. Stichting Beroepseer onderzocht de beroepsethiek van de griffier

Stichting Beroepseer heeft in opdracht van de Vereniging van Griffiers de beroepsethiek van de griffier onderzocht. Griffiers gingen aan de hand van een op maat gemaakt programma met elkaar in gesprek. Er zijn 9 groepsgesprekken georganiseerd waaraan in totaal 96 personen hebben deelgenomen. De opbrengsten van de groepsgesprekken zijn geanalyseerd in het adviesrapport Kernwaarden en spanningsvelden: over de beroepsethiek van de griffier anno 2025. Het rapport is opgesteld ten behoeve van de herijking van het bestaande integriteitskompas voor griffiers.*

Waardevolle groepsgesprekken

Tijdens het eerste gedeelte van het groepsgesprek gingen de griffiers met elkaar in gesprek over de belangrijkste waarden voor de uitoefening van hun vak. Welke kernwaarden worden er onderscheiden en waarom? En is daar consensus over binnen de beroepsgroep? In het tweede gedeelte van het programma doken we aan de hand van een casusbespreking de concrete werkpraktijk van de griffier in en onderzochten we hoe de vastgestelde waarden onder druk kunnen komen te staan. Wat doe je als griffier als een waarde onder druk komt te staan? Wat heb je dan nodig om dan geloofwaardig te handelen?

4 kernwaarden en 4 spanningsvelden

Op basis van een analyse van de groepsgesprekken is een adviesrapport opgesteld waarin 4 kernwaarden en 4 spanningsvelden worden beschreven. Uit de groepsgesprekken kwam naar voren dat griffiers zich breed herkennen in een viertal kernwaarden die anno 2025 als richtinggevend worden ervaren voor het beroepsethos van de griffier: Onafhankelijkheid, Betrouwbaarheid, Navolgbaarheid en Standvastigheid.

Het adviesrapport laat zien hoe deze waarden worden beproefd in de weerbarstige praktijk van de lokale democratie. De vier veelvoorkomende spanningsvelden die in de groepsgesprekken naar voren kwamen zijn:  onafhankelijkheid vs. loyaliteit, vertrouwelijkheid vs. navolgbaarheid, dienstbaarheid vs. normbewaking en persoonlijke waarden versus de institutionele rol.

Download het adviesrapport hier.

Het vervolg. Op weg naar een nieuw integriteitskompas

Het adviesrapport wordt afgesloten met 6 aanbevelingen aan de Commissie Integriteit van de Vereniging van Griffiers. De opbrengsten van de groepsgesprekken vormen de basis voor een vernieuwd integriteitskompas dat aansluit bij de huidige uitdagingen voor en verwachtingen van de griffier. De komende periode gaat de Commissie Integriteit met behulp van het adviesrapport werken aan een nieuw integriteitskompas voor griffiers. De inzichten, verhalen, worstelingen en twijfels die zijn gedeeld tijdens de groepsgesprekken vormen samen een rijke voedingsbodem voor het nieuwe integriteitskompas.

*Op basis van de opbrengsten van dit onderzoek heeft de vereniging voor griffiers het integriteitskompas herijkt. (juni 2025) Ook heeft de vereniging een poster gemaakt met de vier nieuwe kernwaarden: Onafhankelijkheid, Betrouwbaarheid, Navolgbaarheid en Standvastigheid.

Relevante artikelen/publicaties