Open brief van René Kneyber en Jan van de Ven aan de heer Rinnooy Kan n.a.v. voorstel over versterken beroepsgroep leraren

Open brief aan Rinnooy Kan

28 september 2018

Geachte heer Rinnooy Kan,

Wij hebben kennis genomen van uw eerste voorstel voor het vervolg op de Onderwijscoöperatie en we willen hierbij gebruik maken van de geboden mogelijkheid om te reageren op uw ideeën gepresenteerd via de live-stream (https://www.youtube.com/watch?v=quCTwdEmHdk&t=2798s) en de meegeleverde presentatie.*⁾

We vinden het uiteraard sympathiek dat u het op zich heeft genomen om na te denken over het vervolg op de Onderwijscoöperatie. Wij zijn het met u eens dat de behoefte aan een stevige beroepsorganisatie onverkort aanwezig Waar het initiatief sympathiek is, daar vinden we de analyse en de gepresenteerde oplossingsrichting – met alle respect – nogal knullig en onbenullig. Waardoor u in feite aanstuurt op eenzelfde weeffout als die bij de oprichting van de Onderwijscoöperatie is gemaakt. Dit was de korte samenvatting van wat nu gaat volgen.

Waarom is een beroepsorganisatie op aarde?

We zijn, wederom, blij dat u het nut van een beroepsorganisatie onderschrijft. Maar in uw analyse van wat er misging bij de Onderwijscoöperatie staat u wel uitgebreid stil bij het gebrek aan zeggenschap van de beroepsgroep, maar niet bij welke functie een beroepsorganisatie in ons onderwijsbestel zou moeten hebben, en vooral ook welke functie een beroepsorganisatie dus ook niet heeft. U spreekt er dan wel over in de termen dat er geen één aanspreekpunt is voor de beroepsgroep, maar dit is vooral een polderprobleem of, zo zouden we willen zeggen, een OCW-probleem. De leraar die voor de klas staat zit daar zelf niet mee.

Een probleem bij de Onderwijscoöperatie was – naast de door u geconstateerde problemen – dat er nu juist een gebrek aan visie was op wat een beroepsorganisatie zou moeten doen, waardoor bovendien de status binnen het bestel onduidelijk was.

Welke functies een beroepsorganisatie moet hebben, daarover hebben we in het verleden al uitgebreid geschreven en gesproken, maar voor uw gemak zetten we het hier nogmaals uiteen.

Een beroepsorganisatie heeft enerzijds een toezichthoudende functie. Het houdt toezicht op wie er voor de uitoefening van het vak, op Nederlands grondgebied, in aanmerking komen, en welke eisen hieraan gesteld worden.

Men zou kunnen zeggen dat dit gaat over de minimumdrempel waar een persoon aan moet voldoen om voor de klas te mogen staan. Hiermee wordt gewerkt aan de ‘beroepseer’ van leraren. Dit kan de vorm aannemen van een beroepsregister, maar dat hoeft niet.

Het tweede aspect is een ontwikkelingsgerichte functie. Hierbij wordt nagedacht en gewerkt aan hoe een professie boven het eerdergenoemde minimumniveau doorontwikkeld kan worden.  Hierbij kan men denken aan de ontwikkeling van standaarden rondom professionele ontwikkeling (komen we later op terug), het uitwerken van handreikingen rondom zaken als ‘leervorderingen bijhouden in het kleuteronderwijs’, of ‘het bevorderen van kansengelijkheid’, en levert een actieve bijdrage aan de verbetering en vernieuwing in de school. In zekere zin wordt hier dus gewerkt aan de ‘beroepstrots’ van leraren.

Deze functies zijn met ons bestel niet bepaald een match. Toezicht op wie er een bevoegdheid krijgt, ligt nu elders belegd, en in ieder geval niet bij een beroepsorganisatie. De ontwikkelingsgerichte functie kan makkelijk schuren met de bevoegdheden en ambities van het bevoegd gezag, de schoolbesturen. Een dergelijke beroepsorganisatie moet zich hier niet alleen principieel tot besturen verhouden; in een bepaald opzicht kan een juiste verhouding tot werkgevers ook een verbetering opleveren tussen de samenwerking van werkgevers en werknemers.

Bekwaamheidsonderhoud als vehikel?

Het bevreemdt ons dan ook ten zeerste dat u bekwaamheidsonderhoud als vehikel aangrijpt om tot bottum-up-ontwikkeling van een beroepsorganisatie te komen, sterker nog de wijze waarop u hierover spreekt vinden we zorgwekkend. U spreekt erover dat het ‘leuk’ zou zijn als leraren meer zouden samenwerken, en dat de groepen vooral cursus-aanbod in kaart gaan brengen.

Wij vinden ‘bekwaamheidsonderhoud’ niet alleen een lelijk woord, zoals u in uw presentatie zelf ook zei, het dekt de lading ook onvoldoende. Het beeld dient zich aan van een leraar die periodiek naar de garage moet (congres/workshop/etc.) om daar de motorolie te laten verversen (inhoud). Wij spreken liever van professionele ontwikkeling, en we zullen dat vanaf hier aanhouden.

Wellicht ten overvloede, maar over professionele ontwikkeling van leraren zijn al bibliotheken volgeschreven. Samenwerken is niet alleen ‘leuk’, het is een bewezen component in een strategie om professionele ontwikkeling effectief te laten zijn, dat wil zeggen dat de interventie ook leidt tot gedragsverandering in de les en dus tot beter of ander onderwijs. Dit vereist namelijk een combinatie van formeel leren, non-formeel en informeel leren, en waarbij de organisatiedoelen en de persoonlijke doelen van een leraar enigszins op elkaar afgestemd zijn, om maar een paar dingen te noemen.

Cursus-aanbod in kaart brengen, om te kijken wat er ontbreekt en vervolgens voor de geconstateerde hiaten zelf iets organiseren lijkt ons dan ook een nogal futiele onderneming, waar bovendien geen leraar zit op te wachten.

Niet alleen zijn cursussen op zichzelf weinig effectief in het verbeteren van onderwijs, tegen welke standaard moet dit aanbod bovendien worden gehouden om te zien wat er ontbreekt?

In Engeland is er recent door een grassroots-lerarenorganisatie een poging gedaan om tot standaarden voor professionele ontwikkeling te komen. En het lijkt ons dan ook verstandig om juist daarmee te beginnen. Maar ongetwijfeld kan dit niet zonder de ontwikkeling van allerlei andere standaarden.

Bovendien zijn er vraagtekens over de status van deze producten. Als leraar hebben we in kaart gebracht wat er ontbreekt en wat dan? Wat moet een individuele leraar in een school hier dan mee? Wat heeft een bestuur hier dan aan? U lijkt de hele context waarin ‘nascholing’ moet gebeuren helemaal uit het oog verloren te zijn.

U heeft er bovendien teveel vertrouwen in dat leraren wel een stichting kunnen en zullen gaan opzetten en de governance hiervan naar behoren zullen inrichten, en hun subsidie adequaat kunnen verantwoorden . Dat komt allemaal goed, lijkt u te denken. Wij denken dat niet. Laat leraren vooral lesgeven.

Het laatste wat we hierover willen opmerken is dat u een rechtstreekse lijn trekt van ‘bekwaamheidsonderhoud’ naar een beroepsregister. Terwijl deze naar ons inziens weinig met elkaar van doen hebben, en u verwart hier wat ons betreft de twee door ons eerder genoemde functies.

Versterking van positie van leraren binnen school is vakbondskwestie

Daarnaast maken we ons zorgen dat u deze hele exercitie inbrengt als een soort poging om arme leraren te helpen die niet de nascholing van hun wens mogen doen. Wij willen er nogmaals op wijzen dat het oplossen van dit ‘geobserveerde’ probleem, waarbij we dus ook vraagtekens willen zetten bij de realiteit hiervan, niet behoort tot de kernfuncties van een beroepsorganisatie. Dit is een vakbondskwestie, en laten we hen vooral aanmoedigen om de positie van leraren in de school te versterken maar daar een beroepsorganisatie niet (wederom) te laten vervuilen met een functie waar vakbonden door hun leden gewoon voor betaald worden.

Waarom niet lerarentekorten als focuspunt?

U had er ook voor kunnen kiezen om de lerarentekorten als vehikel te nemen. Dit wordt ook in alle sectoren gevoeld.  Zo is de oudste lerarenorganisatie ter wereld, in Schotland, in de jaren zeventig ontstaan juist vanwege de lerarentekorten die er toen waren, en er vanuit de beroepsgroep een sterk gevoel was dat er teveel concessies werden gedaan aan de kwaliteit van de instroom in het beroep.

Dat is in Nederland zoals u ongetwijfeld meegekregen heeft ook het geval. De ‘plannen’ van minister Slob om zomaar iedereen voor de klas te laten staan strijkt ons tegen de professionele haren in. Een beroepsorganisatie kan prima meedenken over de routes die moeten leiden tot leraarschap en de verbetering hiervan, bijvoorbeeld door de accreditatie van lerarenopleidingen, of andere leerroutes (bijvoorbeeld een samenwerking tussen opleidingen en werkgevers), zonder dat dit ten koste gaat van de entree-eisen.

Haastige spoed is zelden goed (net als de vorige keer overigens)

 Een tweede ontbrekende factor in uw analyse is naar ons idee dat de ontwikkeling van de Onderwijscoöperatie te snel is gegaan. Er is te snel toegewerkt naar een register terwijl er allerlei andere daarvoor noodzakelijke vereisten (zoals standaarden en een adequate governance) achterwege zijn gebleven.

U maakt nu weer dezelfde fout. De reactietermijn waarin leraren kunnen reageren is nu welgeteld zes dagen (tot 2 oktober). U wilt dat leraren vervolgens stichtingen gaan opstellen en subsidie gaan aanvragen, een analyse gaan maken, hun collega’s mobiliseren tot inspraak op hun analyse en dat allemaal nog voor de zomervakantie.

Gezien het schooljaar al gestart is, lijkt ons dit buitengewoon naïef. Wij zien de ontwikkeling van een beroepsorganisatie als een proces dat wel twintig jaar kan gaan duren. De vernietiging van een nep-beroepsorganisatie was een belangrijke eerste stap hierin, en dat heeft geleid tot een vertraging die leraren niet aan te merken is. Maar als we de twintig jaar even als termijn nemen dan betekent dit dat ons nog vijftien jaar rest om dit als beroepsgroep voor elkaar te gaan krijgen.

Wij stellen dan ook voor dat u uw uiteindelijke advies grondig zult herzien en onze punten hierin verwerkt,  en hierin dus ook een toekomstplan voor vijftien jaar uiteenzet, en een inschatting geeft van welke begrotingsruimte er nodig is om dit te laten slagen.

U ontvangt een afschrift hiervan via de mail.

Hoogachtend,

René Kneyber, docent wiskunde, kroonlid van de Onderwijsraad, bestuursvoorzitter stichting Beroepseer en auteur van Het alternatief. Weg met de afrekencultuur in het onderwijs!

Jan van de Ven, docent primair onderwijs,  voormalig voorman van PO-in-Actie.

——————————-

Noot

Live stream Praat mee! Advies versterking beroepsgroep leraren,  26 september 2018, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: https://www.youtube.com/watch?v=quCTwdEmHdk

PDF: Praat mee! Advies versterking beroepsgroep leraren. 26 september 2018: https://www.leraar.nl/file/download/59366461

 

 

 

 

 

2183total visits,1visits today

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief ontvangen?

Wij houden u graag op de hoogte van actuele ontwikkelingen binnen Stichting Beroepseer.  Wilt u onze nieuwsbrief ontvangen? Dan kunt u zich hieronder aanmelden.

Contact

Adres:
Godfried Bomansstraat 8, Unit 9
4103 WR Culemborg

Email:
info@beroepseer.nl

Stichting Beroepseer

© Stichting beroepseer