Storm van reacties en kritiek op besluit overgangsregeling verpleegkundigen. BIG-II is niet nodig

verpleegkundige

Sinds de bekendmaking van het besluit van minister Bruins van VWS over de overgangsregeling verpleegkundigen in het kader van de Wet BIG II op 5 juni 2019 is er een storm van reacties en kritiek op sociale media losgebarsten die nog niet is gaan liggen.
Nienke Ipenburg, verpleegkundig specialist, schreef op 14 juni 2019 een brief aan 25 Tweede Kamerleden met ‘zorg’ in hun portefeuille.
In deze blog – de tekst is voor een deel ontleend aan die brief – legt zij uit waarom zij en veel van haar collega’s geen waardering kunnen opbrengen voor de overgangsregeling.

Op 5 juni 2019 werd het besluit van minister Bruins tot overgangsregeling voor verpleegkundigen gepresenteerd. Met dit wetsvoorstel beoogde de minister “een duidelijker onderscheid te maken tussen de mbo- en hbo-opgeleide verpleegkundigen, door het beroep van regieverpleegkundige te introduceren en het deskundigheidsgebied van de verpleegkundige te actualiseren. Om het voorgaande te bewerkstelligen is het van belang om helderheid te krijgen over de overgangsregeling voor de zittende groep verpleegkundigen”.

Om de overgangsperiode te regelen had de minister de Commissie ter Beoordeling van de Verpleegkundige Vervolgopleidingen ingesteld (commissie Meurs) met de taak de diverse verpleegkundige vervolgopleidingen op inhoud en niveau te toetsen teneinde te kunnen bepalen welke groepen verpleegkundigen straks voldoende gekwalificeerd zijn om tot het register van regieverpleegkundigen te worden toegelaten.
Na ontvangst van het definitieve rapport van de commissie is de minister in gesprek gegaan met de beroepsvereniging Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN), de vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties (Brancheorganisaties zorg – Boz) en de vertegenwoordigers van werknemersorganisaties (FNV, CNV en NU’91).

Onder luid applaus van bovengenoemde koepels werd het besluit in ontvangst genomen. Hier is jarenlang hard aan gewerkt en eindelijk is er resultaat waar de werkvloer mee verder moet. Dezelfde 5 juni reageerde de werkvloer massaal via sociale media op het voorstel. Geen applaus maar ongeloof en verdriet van alle betrokkenen. Oud zeer werd opgerakeld voor de betreffende groep: de verpleegkundigen op elk (beroeps) niveau. Ze voelen zich niet gehoord en zien de mogelijkheden niet voor de patiënt en voor de zorg. Het (opnieuw) volgen van nog meer scholing en/of het maken van een toets geeft een gevoel van wantrouwen of een wantrouwend mensbeeld binnen een systeem dat zich lijkt te baseren op datzelfde wantrouwen. Een nieuw beroep*) dus met consequenties voor alle verpleegkundigen tenzij je de HBO-Verpleegkunde hebt gedaan na 2012.

Een goede vraag

Hoe heeft het zover kunnen komen dat de werkvloer, verder dan ooit, afstand heeft gedaan van de  eigen beroepsvereniging? De beroepsvereniging die behoort op te komen voor de belangen en het gedachtegoed van de leden? Om die vraag te kunnen beantwoorden moet je terug in het verleden. Naar de oorsprong van de vraag. En dat is zo makkelijk nog niet.

In een document vanuit de Tweede Kamer 2009/2010 werd de huidige ontwikkeling al benoemd: https://www.burola.nl/wp-content/uploads/2019/06/kst-29282-95.pdf

Het betreft een brief van de toenmalige minister van Volksgezondheid, Welzijn en sport (VWS), de heer Ab Klink. De oplettende lezer ziet dat er wordt gerefereerd aan de protestbeweging Witte Woede. Deze beweging ontstond naar aanleiding van salarisachterstand, hoge werkdruk en erkenning als gevolg van de bezuinigingen vanuit de jaren 80. Niets nieuws onder de zon want deze punten zijn anno 2019 niet heel anders. Het lukt de politiek dus niet om de erkenning te geven aan het verpleegkundig beroep die zo ontzettend hard nodig is.

Deze brief is de basis van alle acties die in de jaren daarna zijn genomen om het beroep naar een hoger niveau te brengen. De volgende zes punten werden in de brief naar voren gebracht:

  1. Uitoefening van werk
  2. Herzien onderwijsstelsel
  3. De arbeidsmarkt
  4. Gedifferentieerde werkzaamheden
  5. Functiewaardering
  6. Belangenbehartiging en vertegenwoordiging van de beroepsgroep

Deze zes punten worden in de brief gebracht als zijnde succesvol. Daar valt nog het een en ander over te zeggen maar het moge duidelijk zijn dat de kritiek al in 2009 gegeven had moeten worden.

In plaats daarvan is men overgegaan tot het laatste hoofdstuk: successen en verbetermogelijkheden. In dit hoofdstuk wordt duidelijk benoemd dat het onderwijsstelsel wettelijk is gewaarborgd van zowel het MBO als het HBO. De bijbehorende beroepsprofielen zijn toen al geschreven en goedgekeurd. Deze zouden alleen geactualiseerd behoeven te worden. Zover een logisch geheel.

Dan komen de verbeterpunten:

  • De verpleegkundigen en verzorgenden behoeven het heft in eigen handen te nemen tijdens hun werkzaamheden.
  • EBP (Evidence based practice) en richtlijnontwikkeling moeten blijven bestaan voor vooral HBO-verpleegkundigen.
  • Gebrek aan uitdaging zou in die tijd een reden van vertrek zijn voor verpleegkundigen waardoor de aanbeveling zou zijn ontstaan om duidelijke carrièremogelijkheden te ontwikkelen. Een ‘roep’ uit de praktijk zou hebben aangegeven dat er onderscheid moest komen tussen MBO en HBO-verpleegkundigen.

Opvallend in deze brief is dat  onderzoek naar relationeel zorg verlenen en de patiëntbelangen niet benoemd wordt. Ook de intrinsieke motivatie van verpleegkundigen is volledig weggelaten. Maar waren deze punten niet de doelstelling van de wet BIG? Kwaliteit van zorg verlenen?

Hoe volstaan de bovenstaande punten t.a.v. de huidige ontwikkelingen? Daar kan ik heel kort en krachtig over zijn: dat doet het niet. Er is namelijk geen rekening gehouden met de factor tijd. Het lijkt erop dat de huidige ontwikkelingen, namelijk het toevoegen van meer onderwijs en vervolgopleidingen, al volstaat in de vraag tot ontwikkeling van het beroep in relatie met de patiënt. Context verandert in tijd en in individu. En als de oorspronkelijke vraag niet hervonden kan worden of niet meer actueel is, dan is er geen diagnose of probleem. En dus is er ook geen behoefte aan een oplossing. Ook staan de huidige plannen haaks op het punt dat het beroep teruggegeven moet worden aan de verpleegkundigen zelf. Hoe kan er invulling gegeven worden als de kaders zo strak gespannen zijn?

Naar de prullenbak

Dat er wel een ander probleem is ontstaan, is de afgelopen week duidelijk geworden: ik zie een aantasting van de beroepseer van een beroepsgroep. Een beroepsgroep die wel degelijk onderkent dat de zorg verandert en dat er een vraag is om aanvullende competenties. Faciliteer een systeem dat professionals ondersteunt om te leren van dat wat van belang is. Het vertrouwen moet hersteld gaan worden. Dat herstel kan pas in gang worden gezet als er ruimte is voor verbinding.

Zet de verpleegkundigen zelf aan tafel in Den Haag i.p.v. interpretaties van de zorgen. Zie de signalen als feedback en niet alleen als kritiek. Je kunt je naarstig afvragen of dit modernisering van het vak betreft of een stap terug naar managerial thinking van dertig jaar geleden. Er is een paradigma ontstaan van kennis, autoriteit, strijd, macht en wantrouwen binnen de beroepsgroep. Natuurlijk is er oog voor relationeel zorg verlenen, maar dat gedeelte heeft geen bestaansrecht als het een rationele benadering krijgt.

Als een organisatie het niet simpel kan uitleggen, snap je het dan zelf nog wel? Of is het gewoon te complex gemaakt door degenen die niet meer overzien hoe simpel het kan zijn?

Tot slot wil ik ervoor pleiten om de hele overgangsregeling in de prullenbak te gooien. Verpleegkunde is een beroep. Binnen een beroep onderscheidt men diversiteit in opleiding, in specialisatie en functie (opleidingstitels en functietitels). Laat de term regieverpleegkundige bestaan binnen het beroep van verpleegkunde maar niet als zijnde een nieuw beroep. Dat doet namelijk geen recht aan de essentie van het beroep met bijbehorende competenties waaronder praktische wijsheid met oog voor de zorgvrager en diens naasten.  En dan rijst de vraag of de wet BIG II überhaupt nog een bestaansrecht heeft?

Noot
*) Over het geharrewar rond de term regieverpleegkundige, zie het artikel op de site van V&VN: Advies verpleegkundigen Wet BIG-II, december 2018, Vraag 1: Advies over titel ‘regieverpleegkundige’ voor hbo-opgeleide-verpleegkundigen: https://www.venvn.nl/Berichten/ID/2304064/Advies-verpleegkundigen-Wet-BIG-II
Regieverpleegkundige is in feite geen ‘nieuw beroep’, maar betreft een opleidingstitel. Verpleegkunde is een beroep. Binnen een beroep onderscheidt men diversiteit in opleiding, specialisatie en functie (opleidingstitels en functietitels).

In Nederland is wettelijk bepaald welke zorgverleners een beschermde titel mogen gebruiken. Dit staat in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). De wet regelt de bescherming van beroepstitels en opleidingstitels van beroepen in de gezondheidszorg.
In de Wet BIG staan negen medische beroepen waarvan de beroepstitel wordt beschermd. Een daarvan is verpleegkundige. Dit worden ook wel artikel 3-beroepen genoemd. Zie: www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/werken-in-de-zorg/beschermde-titels-in-de-zorg


Een bericht op de site van Gehandicaptenzorg Zorg Nederland is een treffend voorbeeld van een poging tot uitleggen van de veranderingen n.a.v. een nieuwe opleidingstitel in de verpleegkunde: Stand van zaken BIG II en de functiedifferentiatie, VGN, 20 maart 2019: www.vgn.nl

Besluit minister Bruins tot overgangsregeling voor verpleegkundigen. Introductie van de regieverpleegkundige, Blogs Beroepseer, 7 juni 2019: https://beroepseer.nl


U P D A T E

Minister Bruins komt met verkenner BIG-2, Rijksoverheid, 21 augustus 2019: www.rijksoverheid.nl

Kritiek op wetsvoorstel verpleegkundige niveaus, door Armand Girbes, Arts en Auto, 29 juli 2019: https://www.artsenauto.nl

Meer tijd voor overleg overgangsregeling BIG-2, Rijksoverheid, 25 juli 2019: www.rijksoverheid.nl

Reacties (13)

  • M. Dijk-Jorritsma

    Goed stuk en helemaal mee eens! Ik ben zelf verpleegkundige met specialisatie en werkzaam op moment in de thuiszorg. De jonge pas afgestudeerde beroepsbeoefenaren hebben nog geen fractie aan ervaring van wat wij als ervaring en mensenkennis bezitten! Wij hebben de regie zolang we werken als verpleegkundige!!! Het zal voor een 2 deling op de werkvloer gaan zorgen en het zal banen gaan kosten van zeer ervaren verpleegkundigen die eruit zullen stappen, omdat zij , ik zeg wij ons ondergewaardeerd voelen! Dit is een slechte zaak, niet door laten gaan minister😡😡🙏

  • Beste Nienke,
    Goed verwoord! Onbegrijpelijk dat dit in ons land gebeurd. Ik ben zelf al 25 jaar werkzaam als ambulance verpleegkundige. Ook de inservice opleiding gedaan, omdat er toen geen andere opleiding was. We doen huisartsen ritten, omdat ook daar enorme tekorten zijn en de huisartsen vertrouwen op onze know how.
    Ik vraag me af hoe al die mensen terug naar school moeten terwijl de dienstlijsten nu al niet rond te krijgen zijn door de enorme personeelstekorten. We doen niet anders dan bijscholen. Ik begrijp niet hoe overheid en de V en VN ons zo in de steek laat. Dit voelt al een trap nageven aan alle verpleegkundigen die hun beste jaren gaven…
    Ina
    Ambulance verpleegkundige

  • Prima, Nienke,
    Ik ben al 46 jaar werkzaam als a/b-inservice-verpleegkundige; hbo-kader-vk; verpleegkundig specialist-ouderen; verplegingswetenschapper. En werk nu 11 jaar als casemanager dementie.
    Allerlei ontwikkelingen zijn m.i. niet in het belang van ‘zorg Nederland’ maar in het belang van de (onderwijs) markt. Denk aan ‘Naar nieuwe zorg en zorgberoepen; de contouren’ van vvd-er Kaljouw. V&VN dient m.i. al jaren de praktijk niet. Eerder stuurde V&VN niveau 1 en 2 het verpleeghuis uit. Later werden casemanagers met een hbo-soc/mtsch werk opleiding de deur uit gewerkt. Nu pleegt de V&VN zuster-broeder moord onder de verpleegkundigen d.m.v. van die BIG-2 differentiatie. Het pluche van V&VN zorgt m.i. voornamelijk voor hun eigen pluche en in de commissie Meurs, die de minister adviseerde, zitten vooral vertegenwoordigers van hbo-en universitair onderwijs.
    Kortom, luister alstublieft ook naar de geluiden van de werkvloer voordat er zo’n rampzalig besluit wordt genomen in deze tijd van krapte. De enigste conclusie kan dan zijn ‘naar de prullenbak met deze overgangsregeling’.
    Ik heb mijn mening al neergelegd bij V&VN, VWS en bij enkele politieke partijen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief ontvangen?

Wij houden u graag op de hoogte van actuele ontwikkelingen binnen Stichting Beroepseer.  Wilt u onze nieuwsbrief ontvangen? Dan kunt u zich hieronder aanmelden.

Contact

Adres:
Godfried Bomansstraat 8, Unit 15
4103 WR Culemborg

Email:
info@beroepseer.nl

Stichting Beroepseer

© Stichting beroepseer