Promotie Bert Wienen over inclusief onderwijs: Naar een meer ontspannen onderwijs- en zorgpraktijk

Omslagproefschrift Bert Wienen inclusief onderwijs

Vanmiddag 3 juni 2019 promoveert Bert Wienen op de rol van medicalisering en leefstijlpolitiek in het onderwijs aan de Rijksuniversiteit Groningen bij de Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen. Het onderwerp heeft al lange tijd zijn belangstelling. Steeds meer kinderen in het regulier onderwijs krijgen psychische hulp of medicatie vanwege AD(H)D, angst of depressie.
Bert Wienen is psycholoog, onderwijswetenschapper en bedrijfskundige en heeft ervaring in de jeugdhulp en in het onderwijs. Vanaf 2018 werkt Wienen als Associate Lector bij het lectoraat Jeugd van Hogeschool Windesheim in Zwolle en als zelfstandig adviseur en projectleider. Sinds 2010 is Wienen gemeenteraadslid in Assen en sinds 2018 lid van de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) bestuurscommissie Zorg, Jeugd en Onderwijs.

Hoe kan dit?

Wienen schrijft in zijn proefschrift dat hij zichzelf gedurende zijn promotieonderzoek vaak de vraag heeft gesteld: “Hoe kan dit? Hoe kan het dat zoveel kinderen en jongeren in Nederland een diagnose, zoals bijvoorbeeld ADHD, krijgen? Wat gebeurt er nu precies op de grens van onderwijs en jeugdhulp rond dit soort diagnoses? En is de manier waar op we ons onderwijs organiseren en dat wat we daarin belangrijk vinden niet in hoge mate van invloed op dat wat we massaal als ‘ziek’ zijn gaan bestempelen? Het hield en houdt mij bezig.
Het kan toch niet zo zijn dat er in Nederland zoveel kinderen en jongeren ‘ziek’ zijn?
In sommige gemeenten krijgt maar liefst 1 op de 8 kinderen te maken met een vorm van jeugdhulp. Nog steeds vraag ik mij af: wie heeft er nu echt baat bij deze medicalisering van gedrag? Zijn de kinderen en jongeren dat? Zijn wij, volwassenen, dat? Omdat het er dan voor ons overzichtelijker op wordt? Omdat we er geld mee verdienen, er onze professionaliteit of status aan ontlenen? Omdat we onszelf en elkaar voorhouden dat wanneer we iets een naam geven we het direct begrijpen en de oplossing binnen handbereik is? Ligt het aan onze wens om de wereld te begrijpen en in de vingers te krijgen, of om de wereld te “bemeesteren”, zoals Paul Verhaeghe dat noemt?”

Weten we van gekkigheid nog wel wat normaal is?

Volgens Wienen zit de kracht van zijn proefschrift, of in ieder geval het promotieonderzoek erin dat “ik op zoveel snijvlakken mijn werk kon (en kan) doen. Het continu schakelen tussen de werelden van onderwijs en zorg en mijn rol als vader, praktijkmens, onderzoeker, wetenschapper en politicus is en was het lastigste, maar ook het meest waardevolle in dit project. Ik kon genieten van het deelnemen aan het maatschappelijk debat […] bijvoorbeeld op basis van de lezing die ik gedurende dit proefschrift ontwikkelde […] met de titel: Weten we van gekkigheid nog wel wat normaal is?”

De belangrijke vraag die we volgens Wienen tot ons moeten laten doordringen is: Waarom organiseren en vormen we de samenleving zo dat er zoveel kinderen en jongeren een vorm van jeugdhulp nodig hebben?

Tussen wetenschap en praktijk

Wienen heeft zich dus vaak een grensgeval gevoeld en moest tijdens zijn onderzoek regelmatig een grens  passeren. Ook de grens  tussen praktijk en wetenschap: “Voor mij is het belangrijk dat mijn werk bijdraagt (in ieder geval voor mijn gevoel) aan een iets betere wereld. Maar dat is als wetenschapper niet altijd makkelijk. Wetenschap is vaak afstandelijk, abstraherend en niet direct praktisch. Terwijl de praktijk soms gewoon vraagt om concrete oplossingen en handreikingen die niet te veel tijd kosten. Ik vond het prachtig om gedurende de periode van dit proefschriftproject steeds te schakelen. De praktijk in te brengen in de wetenschap en de wetenschap in de praktijk”.

Drie conclusies

Wienen noemt drie overkoepelende conclusies uit zijn verschillende onderzoeken:

1. Leerkrachten zijn een zeer heterogene groep voor wat betreft de perceptie van het gedrag van kinderen in de klas;
2. De context waarbinnen de leraar werkt heeft invloed op zijn/haar perceptie ten opzichte van het gedrag van
leerlingen;
3. De grootste groep leraren staat ambivalent ten opzichte van het nut van een classificatie in de onderwijscontext maar ziet er vooral voordelen van.

Negatieve spiraal voorkomen

“Op basis van het onderzoek wijzen we erop dat een ADHD-classificatie voor een leraar de functie kan hebben om ‘mentaal te ontsnappen’ aan het overbelaste onderwijssysteem. Het is voor professionals die betrokken zijn bij het stellen van classificaties daarom belangrijk om goed te achterhalen waar een wens tot een ADHD-classificatie echt vandaan komt.
Uit de resultaten in dit onderzoek leiden we af dat wanneer een leraar terechtkomt in een negatieve spiraal in de klas, de kans bestaat dat hij of zij meer en meer kinderen als problematisch of afwijkend gaat beschouwen.
Een belangrijke implicatie voor beleidsmakers is daarom ook om leraren op die negatieve spiraal te wijzen en hen de mogelijkheid te geven om uit deze spiraal te komen en hulp te vragen. Het ideaal van inclusieve vormen van onderwijs kan ook verkeerd uitpakken als leraren meer kinderen als afwijkend van de norm beschouwen. In de uiterste vorm gaat het ideaal van inclusief onderwijs dan leiden tot meer in plaats van minder classificaties.

Signalen van leraren dat er zaken niet goed gaan in de klas moeten daarom uiterst serieus worden genomen. Ons onderzoek suggereert dat het ook kan helpen om leraren meer ruimte en tijd voor training en coaching te geven”.

Wienen geeft ook aanbevelingen voor verder onderzoek. Daarbij is belangrijk om te werken met onderzoeksdesigns waarin rekening gehouden wordt met verschillen tussen scholen, leraren en leerlingen.

De promotie van Bert Wienen vindt plaats op maandag 3 juni 2019 om 14.30 uur in Academiegebouw van de Rijksuniversiteit van Groningen: www.rug.nl

Proefschrift Inclusive education: from individual to context, Wienen, A. W., 2019, [Groningen]: Rijksuniversiteit Groningen. 143 p.: www.rug.nl

Bert Wienen schreef het hoofdstuk Hoe onze hoge verwachtingen van kinderen in het onderwijs ziekmakend worden voor het boek Écht doen wat nodig is. Pleidooi voor kleinschalige effectieve jeugdhulp, uitgave van Stichting Beroepseer, november 2018: https://beroepseer.vrijeboeken.com

1059totale aantal bezoeken .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief ontvangen?

Wij houden u graag op de hoogte van actuele ontwikkelingen binnen Stichting Beroepseer.  Wilt u onze nieuwsbrief ontvangen? Dan kunt u zich hieronder aanmelden.

Contact

Adres:
Godfried Bomansstraat 8, Unit 15
4103 WR Culemborg

Email:
info@beroepseer.nl

Stichting Beroepseer

© Stichting beroepseer