Skip to main content

Redactie Beroepseer

Intimiderende controle van zorgverzekeraar bij huisarts: “U wijkt teveel af, u declareert teveel”

Chantal van der Zandt is een oprechte huisartspraktijkhouder die nu al bijna een jaar lang bezig is haar onschuld te bewijzen aan de controleurs van haar preferente zorgverzekeraar ZV, die in opdracht van minister Schippers van Volksgezondheid en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) op zoek is naar fraude in de gezondheidszorg. Van der Zandt heeft opgeschreven wat haar in het afgelopen jaar is overkomen. Ze is bestempeld als iemand met een afwijkend declaratiegedrag. Dat kan natuurlijk niet. Nooit kwam het in het hoofd van de controleurs op dat zij het zelf wel eens bij het verkeerde eind konden hebben met hun statistieken.

Van der Zandt op de site van Artsennet: “Begin april 2014 ontvang ik een mail van zorgverzekeraar ZV: ‘Aankondiging materiële controle’. Ik had er nog nooit van gehoord.

Met behulp van een algemene risicoanalyse hebben wij het declaratiegedrag van een brede groep huisartsen bekeken. In deze analyse zijn een vijftal risico’s onderzocht:

    • het declareren van ondoelmatig veel declaraties lange consulten,
    • intensieve zorg visite lang,
    • lange visites,
    • chirurgie en
    • ecg-diagnostiek.

Op basis van deze vijf risico’s hebben wij een top 50 aan huisartsen geselecteerd die wij benaderen voor deze materiële controle. U bent één van de huisartsen die behoort tot deze top 50 waar wij op basis van de hierboven genoemde risico’s een praktijkvariatie ofwel een hoge schadelast hebben geconstateerd welke wij niet kunnen verklaren.’

Ik schrik. Top 50, ik? Hoe kan dat? Ik maak mij zorgen. Wat betekent dit? Ik googel op ‘materiële controle’. Woorden als fraude vliegen voorbij. Ik heb toch niets verkeerds gedaan? Wel jarenlang heel hard gewerkt in de praktijk, aan kwaliteitsverbetering en laagdrempelige zorg. Denken ze echt dat ik iets verkeerd heb gedaan? Dat ik mogelijk gefraudeerd heb of stellen ze dát ik gefraudeerd heb? Ik besluit af te wachten en spreek er met niemand over. Binnen acht weken krijg ik meer te horen.

Zwangerschap
Die informatie komt eind mei. In augustus zal de declaratiecontrole plaatsvinden. Op dat moment houd ik al vijf maanden bedrust in verband met een gecompliceerde hoogrisicozwangerschap. Begin juli uitgerekend. Augustus valt precies in mijn bevallingsverlof. Na zo’n beroerde zwangerschap hoopte ik op een zorgeloze kraamtijd. Ik vraag of die controle verplaatst kan worden tot na mijn bevallingsverlof. Dat kan niet. Sterker nog, hij wordt vervroegd!
Ik ontvang 25 pagina’s met vragen over declaraties van de afgelopen jaren. Ik moet binnen drie weken antwoorden. Over vijf weken staat mijn bevalling gepland. In de afgelopen maanden thuis is het me niet eens gelukt om zelfs maar een online nascholing te doen. Hoe moet ik al deze vragen beantwoorden? Ik barst in tranen uit. Ik stuur direct een mail om mijn medische situatie duidelijk te maken: bereid om op alle vragen te reageren, maar dan wel na mijn bevallingsverlof. ZV is onverbiddelijk begripvol: ik krijg niet drie maar vier weken de tijd.
Ik mag doorwerken tot een week voor mijn geplande bevalling! En er wordt mij ‘desondanks nog een fijne zwangerschap toegewenst’.
Als praktijkhoudend huisarts vervalt het recht op zwangerschapsverlof?

Veroordeeld
Door de toon van de brief krijg ik het gevoel al te zijn veroordeeld. ‘Achten wij de praktijkvariatie niet voldoende verklaard? Doen wij u een onderbouwd financieel voorstel, of gaan wij over tot een detailcontrole bij u op locatie.’ Bij detailcontrole krijgt ZV inzage in onze patiëntendossiers. Mijn beroepsgeheim wordt daarmee doorbroken.
Er wordt gesproken over een totale ‘schadelast’ van ruim 500.000 euro, wat gedeclareerd is de laatste jaren. En dat is onrechtmatig gedeclareerd? Als ik het zelf niet kan toelichten door mijn arbeidsongeschiktheid zou ook de assistente of waarnemer dit kunnen doen.
Vragen met potentieel grote financiële consequenties door anderen laten beantwoorden? Ik niet!
In de dagen en weken daarna doe ik mijn uiterste best. Tientallen vragen beantwoorden en over veel meer dan de vijf aangekondigde risico’s. Open vragen, zonder dat duidelijk is welke informatie ZV precies van mij verwacht”.

Lees het hele verhaal hoe Van der Zandt terecht kwam in een intimiderende sfeer waarin de controleurs weigerden duidelijk te maken wanneer er voldoende zekerheid was over de juistheid van haar declaraties. Volgens ZV waren er slechts twee opties: er is doelbewust onjuist gedeclareerd of onbewust verkeerd gedeclareerd. De mogelijkheid dat er correct gedeclareerd is, maar meer zorg is geleverd dan gemiddeld, wordt niet geaccepteerd.
Van der Zandt heeft uiteindelijk een statisticus in de arm genomen om te kunnen aantonen dat de controleurs zich vergist hadden. In maart 2015, bijna een jaar verder, komt ZV met een voorlopige conclusie waarop Van der Zandt kan reageren.

Zie De ‘materiële controle’ van een huisarts, door Chantal van het Zandt, Medisch Contact – Artsennet, 12 februari 2015: www.medischcontact.nl

P.S. Lees ook de aanzwellende hoeveelheid reacties van collega’s van Chantal van der Zandt onder haar blog!

En niemand durfde hem aan te spreken…

Chirurg Dick van Geldere*) schreef een verhaal op de site van PatiëntVeilig over een beroemde collega, de Duitser Ferdinand Sauerbruch die leefde van 1875 – 1951. Deze Sauerbruch vond als assistent de thoraxchirurgie uit, een methode om de thorax te openen zonder de dodelijke collaps van de longen en verrichtte de eerste longoperaties ter wereld.
Van Geldere hoorde lang geleden een van zijn bazen tegen een opleider zeggen: Je lijkt Sauerbruch wel. Dat was geen compliment…”begrepen wij als assistent wel. Maar het waarom wilde een andere baas later toch niet aan ons uitleggen. Hij was toch de grootste chirurg van Duitsland geweest?”

Van Geldere’s verhaal is een mooie illustratie van wat er gebeurt als er geen tegenspraak is op het werk en kritiek leveren geen onderdeel van de organisatie- of bedrijfscultuur:
“Sauerbruch was in Duitsland de absolute keizer der chirurgen: geëerd, maar ook gevreesd. In zijn kliniek heerste een Pruisische kadaverdiscipline. De Chef – zo wenste hij aangesproken te worden – duldde geen tegenspraak. Hij eiste het uiterste van zijn staf en van zijn assistenten. Hij was zeer impulsief en temperamentvol en sloeg zijn assistenten soms tijdens een operatie met een instrument. Zelfs collega’s ging hij te lijf.

Maar hij kon ook vriendelijk zijn en charmant. Zijn patiënten droegen hem op handen. Hij liet zich rijkelijk belonen door wie het kon betalen, anderen opereerde hij gratis. Sauerbruch was wereldberoemd en opereerde tal van hoogwaardigheidsbekleders, waaronder Rijkspresident Von Hindenburg. Hij werd overladen met hoge onderscheidingen – later ook door de Nazi’s. Hij ontving de Deutscher Nationalpreis für Kunst und Wissenschaft, Hitlers alternatieve Nobelprijs. Hij was geen uitgesproken voorstander van het nationaalsocialisme, maar nam er ook geen afstand van.

Fatale fouten
Na de Tweede Wereldoorlog begon Sauerbruch fouten te maken. Fouten waar niemand iets van waagde te zeggen. Een beroemd acteur overleed na een liesbreukoperatie. Halverwege de operatie leek de Chef de controle te verliezen. Een bloeding uit de arteria femoralis werd grof doorstoken en postoperatief ontstond een fatale nabloeding. Niemand zei wat.

Na een wel zeer vlot uitgevoerde maagresectie bij een jonge vrouw, verzuimde de Chef om een vaatverbinding te maken. Zij stierf aan de gevolgen. Niemand durfde de machtige Sauerbruch aan te spreken op zijn bij vlagen waanzinnige gedrag. Een door anderen bij operatie niet weg te snijden geachte hersentumor, waar hij bij werd geroepen, meende hij wel even – zonder in te wassen – met blote handen te kunnen verwijderen. De tumor nam hij in zijn hand mee naar het stafbestuur waar hij toevallig net mee in gesprek was, om aan te tonen dat die chirurgen van tegenwoordig niet meer kunnen opereren. ‘Nichts ist inoperabel…’ De patiënt was toen al overleden.

In het grootste geheim werden ‘s nachts corrigerende operaties verricht en men trachtte Sauerbruch zoveel mogelijk bij moeilijke gevallen weg te houden. De klinische en de politieke verhoudingen in die tijd waren echter dusdanig dat Sauerbruch ongestoord kon door opereren. Niemand kon, wilde of durfde hem tegen te houden”.

Sauerbruch bleek aan Gehirnsklerose te lijden, vasculaire dementie… “de medische staf worstelde ermee, maar vond geen gehoor bij het bestuur van het ziekenhuis of de gemeenteraad, en evenmin bij het ministerie.
[…]
Uiteindelijk werd Sauerbruch een vervroegd pensioen aangeboden, dan wel opgedrongen. Langzaam en met veel tegenzin verliet hij op 74-jarige leeftijd de kliniek, om verder te werken in de privékliniek van een bevriende chirurg, die nog van niets wist. Ook daar ging het snel mis en de overheid verbood hem uiteindelijk verder te praktiseren”.

Van Geldere wijst er aan het eind van zijn verhaal op dat ook in onze tijd er af en toe dingen gebeuren waarbij de omgeving wegkijkt en niet optreedt. Als voorbeeld noemt hij de disfunctionerende neuroloog Jansen Steur die zich door verkeerde diagnoses schuldig heeft gemaakt aan mishandeling en het benadelen van patiënten. Jansen Steur bleek verslaafd aan medicijnen en had hersenletsel opgelopen na een auto-ongeluk. Van Geldere: “Alle kwaliteits- en veiligheidsmanagementsystemen ten spijt is de aanspreekcultuur nog niet ver gevorderd. We zijn collegiaal en loyaal, en denken bovendien: heden gij, morgen ik”.
Volgens Piet Borst, de aan het slot van het verhaal geciteerde emeritus hoogleraar klinische biochemie, was Jansen Steur “vast dankbaar geweest als zijn collegae of de ziekenhuisdirectie hem tijdig uit zijn spreekkamer hadden gehaald”.
Lees het hele verhaal van Dick van Geldere: De keizer der chirurgen, PatiëntVeilig, 12 januari 2015: www.patientveilig.nl (website PatientVeilig.nl is opgeheven). Zie:  ZorgVeilig verhalen: http://www.zorgveiligverhalen.nl/verhaal/de-keizer-der-chirurgen/

*) Dick van Geldere (1952) is opgeleid tot algemeen chirurg in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam. Sinds 2003 is hij werkzaam bij Isala Klinieken in Zwolle.

Stichting Patiëntveilig verbindt verhalen van patiënten en professionals. Vaak openhartig, soms anoniem, altijd informatief en herkenbaar: www.patientveilig.nl (website is opgeheven) Zie: www.zorgveiligverhalen.nl/verhaal/jaarverslag/

In streekziekenhuizen alleen nog ‘simpele zorg’

Kun je straks nog gewoon in het Slingeland Ziekenhuis in Doetinchem of het Streekziekenhuis Koningin Beatrix in Winterswijk, als je dat wil? Minister Edith Schippers van Volksgezondheid gaf zondag 8 februari 2015 persoonlijk het antwoord op die vraag tijdens het Politiek Café Piment in het Amphion-theater te Doetinchem: “Ja voor basiszorg, maar niet voor bepaalde specialistische zorg. Als je bij een bepaalde behandeling 25 procent meer overlevingskans hebt, vinden mensen het niet erg om daar verder voor te rijden. De nazorg kan in het streekziekenhuis”.

‘Simpele zorg’
​Streekziekenhuizen krijgen de ‘simpele’ zorg, aldus de minister. Ze wees erop dat bijna ieder ziekenhuis in Nederland borstkanker behandelt, “maar ik weet dat het niet overal goed gaat.”

Enkele dagen voor haar komst was aangekondigd dat de minister voor de deur van het Amphion-theater zou worden onthaald met protest door de SP om te protesteren tegen haar beleid. Hans Boerwinkel, fractieleider van de SP in Doetinchem:  “We willen haar laten zien wat haar maatregelen in de zorg voor consequenties hebben, onder meer voor de huishoudelijke hulpen in de Achterhoek.”

Politiek café Piment is een initiatief van Wouke van Scherrenburg, voormalig presentator en parlementair verslaggever van programma’s als Nova/Den Haag Vandaag.

‘Streekziekenhuis straks alleen voor basiszorg’, de Gelderlander, 8 februari 2015: www.gelderlander.nl (artikel niet meer beschikbaar op site van de Gelderlander). Zie: ‘Streekziekenhuis alleen voor basiszorg’, Skipr, 9 februari 2015: www.skipr.nl

Minister Schippers wordt onthaald met protest bij Piment, de Gelderlander, 3 februari 2015: www.gelderlander.nl (artikel niet meer beschikbaar op site van de Gelderlander).

Meer dan 80 procent van wiskundeleraren is tegen huidige rekentoets

Meer dan 80 procent van de wiskundeleraren in het voortgezet onderwijs is tegen invoering van de huidige rekentoets. Meer dan de helft wil überhaupt geen rekentoets waarvoor je kunt zakken bij het eindexamen.

Deze uitslag is het resultaat van een enquête onder onderwijsmensen in het veld, uitgevoerd door de WiskundE-brief die 4300 abonnees heeft. |De commissie van OC & W van de Tweede Kamer steggelde tijdens een hard debat op 28 januari 2015 over de steun die er ‘in het veld’ bestaat voor de rekentoets. Sommigen beweerden dat het aantal voorstanders wel eens aanzienlijk zou kunnen zijnk maar dat de tegenstanders nu eenmaal een betere toegang tot de media zouden hebben. De Wiskun­dE-brief heeft dit draag­vlak onderzocht en de conclu­sie mag opzien­barend worden genoemd.

Om de betrouwbaarheid en de uitvoerbaarheid goed te waarborgen, koos de redactie voor het aanschrijven van een aselecte steekproef uit het abonneebestand.

Vragen

De enquête werd eenvoudig gehouden. Hij telde slechts twee vragen met op iedere vraag drie mogelijke antwoorden:

Bent u als wiskundedocent werkzaam in het voortge­zet onder­wijs?
0. Nee.
1. Ja maar naast een andere baan of beroeps­matige activiteit.
2. Ja, als enige baan.

Staat u achter het voornemen om het slagen voor het eindexa­men afhanke­lijk te maken van het slagen voor de reken­toets?
0. Nee.
1. Alleen als de reken­toets ingrij­pend wordt aange­past.
2. Ja.

Resultaten

Op een steekproef van bijna 600 adressen kwamen ruim 200 reacties binnen. Bijna 60% van de respondenten antwoordt “Nee”, ruim 30% gaat alleen akkoord na een ingrijpende wijziging van de rekentoets, en slechts ongeveer één op de acht mensen uit ‘het veld’ staat achter de rekentoets zoals deze nu is georganiseerd. Er is wat dat betreft geen verschil tussen de wiskundedocenten en de overige respondenten. De laatste groep is misschien zelfs nog iets resoluter in de totale afwijzing van de rekentoets.
Opvallend is dat onder de groep voor­standers van de rekentoets relatief veel mensen zitten die naast docent wiskunde nog een andere baan hebben. Gaat het hier om docenten rekenen? Of gaat het om docenten die op andere wijze betrokken zijn bij de rekentoets? De enquête geeft hierover geen uit­sluitsel.

Conclusies

Rekening houdend met marges die horen bij de steekproefomvang, staan de volgende conclusies vrij stevig:

  • Meer dan 80% van de wiskundeleraren is tegen de huidige rekentoets.
  • Meer dan de helft van de wiskundeleraren wil überhaupt geen reken­oets waarvoor je kunt zakken bij het eindexamen.

Beweringen dat het aantal voorstanders van de rekentoets wel eens aanzienlijk zou kunnen zijn maar dat de tegenstanders gewoon een ‘grotere mond’ hebben, zijn met deze enquête resoluut verwezen naar het rijk der fabelen.

Op dinsdag 10 februari 2015 wordt ‘s middags in de Tweede Kamer gestemd over de rekentoets tijdens het Plenair debat. Zie Moties ingediend bij het VAO (Verslag van een Algemeen Overleg) Rekentoets vo en mbo op site van Tweede Kamer: www.tweedekamer.nl

WiskundE-brief, nummer 695, 8 februa­ri 2015. De WiskundE-brief is een di­gi­ta­le nieuwsbrief, gericht op wiskundedocenten in het voortgezet onder­wijs, met als doel een snelle onderlinge uitwisseling van informatie en meningen. De brief verschijnt buiten de school­vakanties ongeveer één keer per week en het abonnement is gratis: www.wiskundebrief.nl

Lees ook: Docenten vierkant tegen rekentoets, door Arianne Mantel, Telegraaf, 9 februari 2015: www.telegraaf.nl

Kritiek op de rekentoets, interview met prof. dr. Paul A. Kirschner, hoogleraar onderwijspsychologie aan de Open Universiteit in Heerlen, door Monique Evers, Limburgs Dagblad, 21 januari 2015, te lezen op site van Onderzoek Onderwijs Blogcollectief: http://onderzoekonderwijs.net

Ronald Jacobs: Integriteit bij de politie is een omgekeerde piramide

Op de site van politievakbond ACP schrijft Ronald Jacobs in een blog wat integriteit voor hem betekent en bekritiseert hij de afrekencultuur bij de politie:
“Soms doe je kennis op tijdens een cursus, vaker nog in de praktijk van alledag. Als het over integriteit gaat is politiewerk mijn leerschool. Toen ik bij de politie kwam was het een onderwerp waar we het vaak over hadden. We noemden het toen alleen nog geen integriteit, dat modewoord kwam pas jaren later in zwang. Het ging over Naggen (normafwijkend gedrag). Als collega’s onder elkaar bespraken wij wat ons gedrag voor invloed had op ons werk. We wilden het vooral graag goed doen. Het ging pas mis toen de politietop zich er mee ging bemoeien. Een commissaris gaf ons een soort cursus. Nou ja, cursus… het was meer een donderpreek: wie betrapt wordt vliegt eruit. Als de dag van gisteren herinner ik mij nog dat ik als jongste bediende de vraag stelde wie de norm dan bepaalt. Een boze blik, geen duidelijk antwoord. Toen stelde ik – met een vette grijns – vast dat het gedrag van de korpsleiding voor mij leidend zou zijn. Resultaat een nog donker wordende blik van de commissaris. Dat – als eindconclusie – het dan bijna onmogelijk zou zijn de norm te overschrijden. Het was duidelijk dat ik meteen een norm had overschreden. Het werd geen gesprek, maar de mededeling dat ik wat hem betreft een grootse carrière bij de politie wel kon vergeten. Laten we zeggen dat we beiden een vooruitziende blik hadden. Commissaris X als het om mijn loopbaan ging, ik als het over integriteit bij de politie gaat.

De uitzending van Zembla over de Ordina-affaire is geen incident op zich. Het draagt bij aan de constatering dat integriteit bij de politie een omgekeerde piramide is. Op de werkvloer heerst een strak regiem. Niks mag. Collega’s houden elkaar strak en spreken elkaar aan op afwijkingen. En zo hoort dat ook. Dat is de politie waar ik zo trots op ben! De politie waar de hele maatschappij trots op moet zijn en waar burgers gewoon tevreden over zijn. Mijn politie doet het goed.

De politietop is jammer genoeg nogal doorgeslagen. Naar de mensen onderin de organisatie is een afrekencultuur ontstaan. We zien het dagelijks. Tegenover kleine vergrijpen staan zware sancties. Hoe hoger we echter in de rangen komen, hoe losser de moraal lijkt te worden”.

Klik hier voor verder lezen van het blog op site van ACP: De omgekeerde integriteitsdriehoek, door Ronald Jacobs, 6 februari 2015: https://www.acp.nl/blog/blog-bericht/archive/2015/02/article/de-omgekeerde-integriteitsdriehoek-13391.html (Blog is niet meer beschikbaar op site van ACP).

Nieuwe ethische code voor Australische ambtenaren in de publieke sector: in het algemeen belang

behaving ethicallyIn de Australische staat Nieuw-Zuid-Wales wordt momenteel de laatste hand gelegd aan een nieuwe aanpak ter bevordering van ethisch gedrag en integriteit in de publieke sector. Graeme Head van de Public Service Commission vertelt aan Harley Dennette van The Mandarin, een online platform voor leidinggevenden in de publieke sector, hoe de nieuwe gids met de titel Behaving Ethically elke ambtenaar moet helpen bij zijn werk. De nieuwe gedragsregels zijn opgestuurd naar ministeries en overheidsinstellingen en toegevoegd aan interne introductieprogramma’s en opleidingen voor leidinggevenden.
Er heerst enige opwinding over het effect van de nieuwe aanpak die gebaseerd is op goed onderzoek naar de manier waarop ambtenaren zich dienen te gedragen in allerlei verschillende situaties. Op 7 en 8 mei 2015 is er een grote conferentie over ethiek en leiderschap in de publieke sector in Sydney voor topbestuurders, managers en ambtenaren van overheid en publieke sector alsmede academici: Ethics and Leadership in the Public Sector Conference.

Terug naar de basis

In de huidige tijd is er veel belangstelling voor dit onderwerp, zegt Head. Maar tot voor kort was er niemand die de verantwoordelijkheid nam en de sector uitdaagde zich te buigen over waarden en ethische kwesties. Maar, in plaats van nieuwe regels en wetten in te voeren, is de commissie teruggegaan naar de basis: Zijn ambtenaren op de hoogte van de grondbeginselen van het ‘Westminstersysteem’*), anders gezegd: van de betekenis van het principe van het algemeen belang? Head zegt dat hij ambtenaren van de publieke sector wilde helpen nadenken over de grondbeginselen om met argumenten in staat te zijn aan voorkomende situaties het hoofd te bieden:
“In onze tijd hebben mensen die in aanraking komen met openbare diensten een zeer gevarieerde achtergrond. Belangrijk is te erkennen dat mensen een verschillend niveau van begrip hebben van de kenmerken van ons systeem. Als we willen dat mensen begrijpen hoe ze zich behoren te gedragen, dan begint dat met waardering van de manier waarop ons systeem werkt”.

Een verfrissende manier van discussiëren

De gids is meer dan een gedrukt document en in eerste instantie bedoeld als een online te raadplegen bron. Head zou graag zien dat de gids ambtenaren helpt bij het vinden van een weg in situaties op het werk; vandaar ook de gegeven voorbeelden van verschillende situaties. Al met al nodigt de gids uit tot een verfrissende manier van discussiëren over ethisch gedrag van ambtenaren in de publieke sector.
Heads commissie had het St. James Ethics Centre opgedragen een lijst te maken van ethische onderwerpen, beleidsregels en controlesystemen in de sector en aan de hand daarvan huidige problemen te definiëren zoals afmattende reorganisaties, tegenstrijdige boodschappen vanuit de leiding, gedemoraliseerd raken van slecht presterend management, druk bij besluitvorming en ondoorzichtige invloeden.

De nieuwe gids is gemaakt om werknemers te helpen dit soort situaties het hoofd te bieden. Ze zijn opgenomen in een overzicht, de People Matter employee survey dat vooral georiënteerd is op cultuur en moraal.
Context is alles, vindt Head, en cultuur speelt een grote rol in de manier waarop werknemers voldoen aan de verwachtingen: “De manier waarop mensen hun verplichtingen interpreteren kan niet los worden gezien van de cultuur en het klimaat van de organisatie. Een groot deel van de steun aan mensen bestaat erin hun te helpen bij het voldoen aan de eis om ethisch te handelen. Dat schept een klimaat in organisaties dat nuttig is voor het soort gedrag dat we vandaag de dag vaak tegenkomen in zogeheten open culturen waarin men vrij kan spreken.

Ondergravende processen in een cultuur hebben niet alleen invloed op productiviteit en prestaties, maar ze scheppen ook het klimaat waarin ze ondergraafd worden… De eisen die je stelt aan mensen moeten helder zijn, je moet ze begrijpen, maar we moeten ook onze inspanningen richten op het creëren van organisaties die via de wijze waarop ze kwesties benaderen een omgeving vormen die mensen aanmoedigt juist te handelen. Dat is breder dan je alleen richten op de juiste beleidslijnen en regels”.

Tatstbare verbetering

In wezen hebben Head en zijn commissie een stuk gereedschap ontworpen voor ambtenaren en andere werknemers in de publieke sector om zichzelf mee bedienen. Het gereedschap is niet bedoeld voor de ICAC, de gevreesde onafhankelijke staatscommissie tegen corruptie, de ombudsman en andere controlerende instanties om daarmee tikken uit te delen, hoewel zij wel geraadpleegd zijn bij het bepalen van de moeilijkste situaties en beslissingen. Veel van de in de gids beschreven situaties zullen nooit van toepassing zijn op controlerende instanties, bijvoorbeeld hoe om te gaan met de druk bij het adviseren van ministers.

In februari komt Head met de eindversie van de nieuwe ethische gedragscode voor ambtenaren in de publieke sector van Nieuw-Zuid Wales. Zijn conclusie: “Het is een tastbare verbetering van de robuustheid van het systeem in Nieuw-Zuid Wales”.

*) Westminstersysteem – het democratische parlementaire systeem volgens het politieke model van Groot-Brittannië. Het Australische politieke systeem is hierop gebaseerd.

Framing ethics from good principles: Graeme Head’s new guide, door Harley Dennett, The Mandarin, 30 januari 2015: www.themandarin.com.au

Behaving Ethically: a guide for NSW government sector employees, Public Service Commission: www.psc.nsw.gov.au

Employment Portal van Nieuw-Zuid Wales, Public Service Commission: www.psc.nsw.gov.au/

Lancering Lerareneed ter afsluiting lerarenopleiding basisonderwijs voor vertrouwen in professionaliteit

De opleiding Leraar basisonderwijs aan de Chistelijke Hogeschool Ede (CHE) voert dit jaar als eerste hogeschool de Lerareneed in bij het afsluiten van de opleiding. Studenten kunnen zich met de eed committeren aan een belofte van professionaliteit en integriteit. Op 7 februari 2015 presenteren Pabo-studenten en docenten de inhoud van de lerareneed op hun hogeschool.

De Lerareneed speelt in op de uitdagingen van het huidige en toekomstige basisonderwijs. Vierdejaarsstudenten die de eed in juni 2015 zullen afleggen, zijn enthousiast over de inhoud en het uitspreken van de eed tijdens de diplomering. Alle Pabo-studenten mogen de Lerareneed afleggen, maar het is niet verplicht. De laatste zin van de eed vormt een persoonlijke zin over de relatie tussen de levensbeschouwelijke identiteit met het leraarschap. Dit deel wordt door de studenten voorbereid in een visiestuk in het laatste jaar van hun opleiding.

Integere professionals

Emile van Velsen, directeur van Academie Educatie, het educatieve kenniscentrum van de hogeschool: “Als lerarenopleiding zetten wij ons in voor studenten die later het best mogelijke onderwijs kunnen geven aan kinderen. Het afleggen van de Lerareneed is een waardige afsluiting van de vormingsfase tot leraar basisonderwijs. Studenten zijn vier jaar lang voorbereid op het kunnen afleggen van de Lerareneed.

De Lerareneed past binnen de maatschappelijke ontwikkelingen die vragen om integere professionals die hun vak verstaan. Er bestaat tegenwoordig in het publieke domein onzekerheid over gedeelde waarden en normen. Waarop mag je nu iemand aanspreken in zo’n belangrijk vak, zonder in regeltjes te vervallen? Goed onderwijs stelt vertrouwen voorop. Wij zijn we ervan overtuigd dat de beste leraren werken in een school waarin vertrouwen bestaat in hun professionaliteit en integriteit. De Lerareneed verwoordt dit en is een oproep aan schoolleiders en politici om dit vertrouwen centraal te stellen. We verwachten dat veel regels kunnen worden afgeschaft, waardoor tijd en geld vrijkomt voor het echte werk: talentontwikkeling van kinderen.”

Belangstellenden zijn welkom bij de presentatie van de inhoud van de Lerareneed op de Open Dag van de hogeschool op zaterdag 7 februari 2015 om 12.00 uur op de Christelijke Hogeschool Ede, Oude Kerkweg 100 in Ede.

Pabo CHE lanceert Lerareneed, 30 januari 2015: www.che.nl (niet meer beschikbaar op site van CHE).
Zie: Lerareneed, CHE: www.che.nl

Jan Lepeltak over dertig jaar ICT in het onderwijs met aanbevelingen voor de toekomst

Op de Nationale Onderwijstentoonstelling (NOT) die gehouden werd van 27 – 31 januari 2015 in de Jaarbeurs te Utrecht, gaf Jan Lepeltak – oud-lector ICT en veranderende didactiek aan de NHL hogeschool in Leeuwarden – een lezing gaf over ICT in het onderwijs, met een overzicht van de afgelopen dertig jaar  alsmede een vooruitblik op het ICT onderwijs van morgen. Ook presenteerde hij enkele aanbevelingen om te voorkomen dat Nederland niet belandt in de informatica-achterhoede van het Europese informatica-onderwijs.

Lepeltak: “…’In vijf tot tien jaar moeten alle leerlingen zijn onderwezen in de mogelijkheden van de computer voor beroep, deelname aan de maatschappij en persoonlijke ontplooiing’. Men zou kunnen denken dat dit een recente politieke doelstelling is. Niets daarvan. Het gaat om het onderwijsdeel van het Informatica Stimuleringsplan. De tekst komt uit een schrijven uit 1984 van minister Deetman aan de tweede kamer en werd geciteerd door Joke Voogt bij haar oratie als bijzonder hoogleraar ICT en curriculum (UvA) in november 2014.

Of deze doelstelling anno 2015 is gehaald, valt te betwijfelen. Het duurt allemaal een beetje langer. Misschien was de doelstelling te hoog gegrepen, misschien zijn de maatschappij en de technologie te snel veranderd. Of is er iets anders aan de hand? Zijn er miljarden uitgegeven aan plannen die achteraf niet zo succesvol bleken? En hoe staan we er nu voor? Wat dat laatste betreft is er zowel slecht nieuws als goed nieuws.

  • De kennis van de meerderheid van leraren voortgezet onderwijs (VO), middelbaar beroepsonderwijs (MBO) en lerarenopleiders van educatief/didactisch ICT-gebruik is nog onvoldoende.
  • De status van informatica in het voortgezet onderwijs (VO) is niet best. Het schoolvak In de eerste jaren van het VO verdwijnt Informatiekunde langzaam.
  • Informatica is als vak in de bovenbouw van het VO is nog steeds vrijblijvend en de kwaliteit zwak.
  • Er is in 2016 alleen sprake van vernieuwing van de kerndoelen informatica.
  • We zien geen curriculumontwikkeling rond informatica in basisonderwijs (Bao) en vo in tegenstelling tot de UK, Zwitserland, Italië, Oostenrijk.
  • Behalve bij D’66 ontbreek in de politiek de belangstelling voor informatica / computational thinking / coding.

Maar er is ook goed nieuws:

  • We zien een nieuw elan bij de huidige generatie leraren, die is opgegroeid met ICT
  • Er is een beweging gaande die de rol van de docent weer centraal stelt en af wil van de afrekencultuur in het onderwijs. Zie het succes van het boek Het Alternatief van Jelmer Evers en René Kneyber.
  • Ed Fab en de Maker movement zijn in het Nederlandse onderwijs in opkomst. Het gaat om een beweging waarbij leerlingen binnen en buiten school met gebruikmaking van moderne technologie (3D-printers, lasercutters, goedkope computers als Raspberry Pi en Ardino) zelf van alles maken en uitvinden. Maken is begrijpen is het motto.
  • Er is nu ook in Nederland steeds meer interesse voor programmeren/coding door kinderen (we kennen de Codekinderen, Scratch en de Codedojo’s). Er worden, vooral buiten het traditionele onderwijs of incidenteel op school, workshops gegeven.
  • De interesse voor robotica neemt toe. Nederland organiseerde in 2013 World Robocup jr. Steeds meer scholen doen mee aan de Nederlandse Robocup en de First LEGO League.
  • Techniek krijgt een serieuze plek in het basisonderwijs. Met name ook op de lerarenopleiding.
  • De KNAW (Koninklijke Academie voor Wetenschappen) heeft zich in een rapport sterk gemaakt voor wat men noemt Digitale geletterdheid. Gepleit wordt voor de invoering van een verplicht nieuw vak Informatie en communicatie in de bovenbouw van het VO waarbij de focus ligt op computational skills.
  • Uitgevers lijken nu serieus werk te maken van het ontwikkelen van educatieve content. Voor het PO zijn er prachtige voorbeelden als Rekentuin en Taaltuin. Adaptieve programma’s die gepersonaliseerd leren mogelijk maken.

Lees de hele lezing van Jan Lepeltak op zijn website Learning Focus, 30 Jaar ICT in het onderwijs, 2 februari 2015: https://learningfocus.nl (Lezing niet meer beschikbaar op Learning Focus).

dertig jaar ict in het onderwijs jan lepeltak

Autoritair gedrag neemt toe, tegenmacht wordt uitgeschakeld, maar praten over macht is taboe

In een interview in Binnenlands Bestuur vertelt Henk Stil aan Wouter Boonstra dat praten over macht, laat staan over machtsmisbruik een taboe is. Henk Stil, organisatiedeskundige en adviseur voor de expertgroep Klokkenluiders, is bezig aan een nog te publiceren boek met de werktitel Als de macht doorschiet… waarin het in eerste instantie gaat om bewustwording: “Er is te weinig structurele aandacht voor het probleem. Het Angelsaksische marktdenken is ook in de (semi)publieke sector mainstream geworden. Macht wordt gebruikt om meer omzet te halen: reorganisaties, bezuinigingen, nieuwe benoemingen. We zien de gevolgen daarvan wekelijks in de krant. De Vestia’s, het VUMC, Van Rey. De voordelen voor de hoofdrolspelers zijn groot, zoals meer status en macht, maar de gevolgen zijn funest. Ik hoop dat het besef doordringt dat we op een andere manier moeten werken”.

Tegenmacht wordt uitgeschakeld
Stil voert als organisatieadviseur al dertig jaar complexe opdrachten uit op het gebied van management en medezeggenschap om vertrouwen binnen organisaties te herstellen. Hij kwam al veel misstanden tegen, maar de laatste jaren ziet hij wezenlijke verslechteringen. “Tegenmacht wordt uitgeschakeld. De raad van commissarissen en raad van toezicht worden waterige organen, waardoor het toezicht faalt. Ook externe toezichthouders, zoals externe accountants en de inspecties, falen. Daarnaast neemt autoritair gedrag toe. De weerstand van medewerkers wordt gebroken. Dit type gedrag leidt tot misstanden en foute beslissingen”.

Escalatieschaal voor machtsmanipulaties
Stil maakte voor het boek een escalatieschaal voor machtsmanipulaties. Het begint met het kortsluiten van kritiek. “Houd je mond, wij weten het beter.” ‘Een normaal mens zou zeggen: goh, wat vind jij? Wat zijn je argumenten? Kun je er ook anders naar kijken?’ Dan volgt het zwartmaken, het isoleren van critici, en het inschakelen van bevriende adviseurs of commissies. “Bij de overheid moeten commissies iets onderzoeken. Ik hoorde eens van een rijksrechercheur: aan de opdrachtformulering kan ik afzien dat we het probleem niet moeten benoemen. Dat soort dingen”.

Lees het hele artikel: Machtsmisbruik is een structureel probleem, door Wouter Boonstra, Binnenlands Bestuur, 31 januari 2015: www.binnenlandsbestuur.nl

Expertgroep Klokkenluiders: http://expertgroepklokkenluiders.nl/expertgroep/advies-ondersteuning/

Over Henk Stil zie Centrum Spinoza: www.centrumspinoza.nl (Website is opgeheven).