Skip to main content

Redactie Beroepseer

Gedragswetenschapper Otto Adang over geweld en de rechtsstaat, de politie en de burger

“Ergens eind jaren tachtig stapte een jonge wetenschapper bij ons achter in de ME-bus. Hij deed onderzoek naar groepsgedrag en maakte de vergelijking met groepen mensapen. Hilariteit ten top……ik ben het nooit meer vergeten! Dat waren volgens mij de eerste stappen van Otto in de politiewereld. Hij is nooit meer echt weggegaan. Hij heeft de politie met zijn deskundige onderzoeken en altijd duidelijke mening een grote dienst bewezen. Daarvoor past veel dank!!”.
Lovende woorden van een oud-politiechef op Twitter – X naar aanleiding van het afscheid van Otto Adang van de Politieacademie als lector (sinds 2004) Openbare Orde en Gevaarbeheersing op 7 maart 2024. Adang was daar sinds 2004 lector. Voor zijn verdienste bij de politie ontving hij bij zijn afscheid een eremedaille, een erkenning voor zijn bijzondere inzet voor het politievak. Sinds 1998 gaf Adang leiding aan het door hemzelf opgezette onderzoeksprogramma Geweld- en gevaarbeheersing in conflictsituaties, gericht op hoe politie en burgers op elkaar reageren.

Ter gelegenheid van zijn afscheid schreven collega’s het liber amicorum Met alle geweld geleerd, een veelzijdig boek, net zo veelzijdig als het werk van Adang is. De bundel bestaat uit drie delen. In het eerste deel staan de politiewetenschap en de onderzoeksmethoden centraal. In het tweede deel wordt stilgestaan bij vraagstukken rond openbare orde, agressie en constructief samenleven. In het derde deel wordt aandacht gevraagd voor dieren en etiologie.

Otto Adang (1956) is gedragswetenschapper en bioloog/etholoog en werd per april 2016 benoemd tot bijzonder hoogleraar Veiligheid en collectief gedrag bij de Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen. De leerstoel werd gefinancierd door de Politieacademie en liep tot 31 maart 2024.
De bijzondere leerstoel had tot doel om bij te dragen aan “theorievorming, onderzoek, onderwijs en kennisverspreiding met betrekking tot mechanismen in collectief gedrag die bijdragen aan of afbreuk doen aan het bestaan en ontstaan van veilige situaties in de interactie tussen overheden en burgers, waarbij theorie en praktijk met elkaar verbonden worden”.

Het filosofisch kwintet

Adang is te gast in het televisieprogramma Het filosofisch kwintet op zondag 23 juni 2024. In deze tweede aflevering van de serie  over rechtsstaat en geweld staat de vraag centraal of we elkaar de hersens zouden inslaan als er geen rechtsstaat zou zijn?  Als bioloog onderzocht Adang onder meer hoe chimpansees geweld gebruiken en welke regels daarbij gelden, bijvoorbeeld: gebruik niet je dodelijke hoektanden bij geweld binnen de groep. Hij promoveerde in 1986 op de ontwikkeling van het agressieve gedrag bij chimpansees. In opdracht van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie verrichtte Adang vergelijkend observationeel onderzoek naar het ontstaan en de escalatie van rellen bij bijvoorbeeld voetbalwedstrijden en demonstraties. In de periode van zijn onderzoek adviseerde hij Bert Haanstra bij de totstandkoming van de documentaire film Chimps onder elkaar die in 1984 in première ging.

Daan Schneider vroeg Adang voorafgaand aan zijn deelname aan Het filosofisch kwintet voor de VPRO-gids of geweld onvermijdelijk is?
Adang: “Veel geweld is best te vermijden, maar alle geweld uitbannen lijkt me een illusie. Met geweld kun je namelijk dingen bereiken. Je kunt je zelfs afvragen: waarom is er niet meer geweld? Dat is omdat er ook nadelen kleven voor degene die geweld gebruikt. Je loopt bijvoorbeeld het risico dat de ander reageert met geweld. Bovendien zijn mensen sociale wezens die elkaar nodig hebben om dingen te bereiken. Onze neiging tot samenwerking zit minstens zo diep ingebakken als de optie van geweld”.

De hoeveelheid geweld in onze samenleving blijft maar afnemen. Hoe komt dat?
“Je zou het beschaving kunnen noemen. We accepteren geweld steeds minder als oplossing van conflicten. De grens van wat we normaal vinden schuift op”.

Kan die trend dan niet naar nul doorzetten?
“Dat denk ik niet. Sommige vormen van geweld zijn moeilijk uit te roeien. Maar om samenwerking te bevorderen moet je geweld en agressie zo veel mogelijk beperken. Daarbij is nodig dat regels en normen gehandhaafd worden, paradoxaal genoeg zo nodig met geweld. Daar hebben we de staat voor, zolang men accepteert hoe de staat zijn geweldsbevoegdheid gebruikt werkt dat uitstekend”. (VPRO-gids no 25 van 22 – 28 juni 2024).

Adang schreef en redigeerde een groot aantal boeken en artikelen in het Nederlands, Duits en Engels (met vertalingen in o.m. Russisch, Spaans en Zweeds). Recente titels, uitgegeven door Boom Den Haag, zijn Verantwoorden en leren; Duurzaam leren voor goed politiewerk; In verbinding; Geweldig of gevaarlijk?

Met alle geweld geleerd – Liber amicorum voor Otto Adang, door Janine Jansen e.a., Politieacademie en uitgeverij Boom Den Haag 2024, 153 p.: https://vubis.politieacademie.nl/iguana/www.main.cls?surl=search&p=76e3e16a-d5dd-477d-84d1-e0e25fbf6033#recordId=2.104172

Eremedaille voor lector Otto Adang bij afscheid, Politieacademie, 7 maart 2024: www.politieacademie.nl/over-ons/nieuws/eremedaille-voor-lector-otto-adang-bij-afscheid

Chimps onder elkaar: Cinematografische ethologie, door Otto Adang: http://chimpansee.homestead.com/ziezoo.html

Het filosofisch kwintet – 23 juni 2024 op NPO 1

De rechtsstaat en geweld, Het filosofisch kwintet, aflevering 2: Slaan we elkaar zonder rechtsstaat de hersens in?
Arnon Grunberg spreekt in deze tweede aflevering met historicus Beatrice de Graaf, cultureel antropoloog Tine Molendijk, gedragswetenschapper Otto Adang en Ferd Grapperhaus, ex-minister van Justitie en Veiligheid.

De uitzending vindt plaats op zondagmiddag 23 juni 2024 op NPO 1, aanvang 12.10 uur.
https://www.human.nl/het-filosofisch-kwintet/kijk/overzicht/seizoen-2024/aflevering-2.html

Pesten, intimidatie, discriminatie: FNV-rapport over sociale veiligheid bij ministerie van JenV

Bijna 2000 ambtenaren vulden een enquête van vakbond FNV in die ging over pesten, intimidatie en discriminatie bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid. De werkvloer bleek niet veilig op het ministerie. Het onderzoek is uitgezet op 22 april 2024 en op 21 mei 2024 beëindigd. Ongeveer de helft van de invullers zegt in het afgelopen jaar te maken te hebben gehad met grensoverschrijdend gedrag.

David Schreuders, bestuurder van FNV Overheid, noemt de uitkomst van het onderzoek “buitengewoon zorgelijk, maar helaas geen verrassing”. In februari bleek uit onderzoek van de FNV bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ook al dat de werkvloer onvoldoende veilig was. Schreuders: “De problemen op JenV lijken op die bij VWS. Veel te veel werknemers hebben te maken met pesten, intimidatie, discriminatie en andere vormen van ongewenst gedrag. Het beleid en de mogelijkheden om zulk gedrag aan te pakken schieten in de praktijk tekort”.

Grensoverschrijdend gedrag

40% van de ambtenaren die de enquête invulden vindt dat mensen op het ministerie niet gelijk behandeld worden qua geslacht, leeftijd of achtergrond. 74% van de ambtenaren voelt zich niet ondersteund door hun organisatie na een ervaring van grensoverschrijdend gedrag. 87% van het grensoverschrijdend gedrag is intern.

Onder grensoverschrijdend gedrag wordt verstaan:

• Pesten, bijvoorbeeld buitensluiten, vernederen
• Intimidatie, bijvoorbeeld schelden of bedreigen
• Seksuele intimidatie of seksueel geweld, bijvoorbeeld ongewenste aanrakingen of opmerkingen, aanranding, verkrachting
• Discriminatie, bijvoorbeeld op grond van je afkomst, leeftijd of seksuele gerichtheid
• Lichamelijk agressie, bijvoorbeeld slaan, schoppen

In bijna de helft van de ervaringen is een directielid of leidinggevende de bron van zulk gedrag. Een kwart van de JenV-ambtenaren overweegt van werkgever te veranderen vanwege de omgangsnormen.

Het zwijgen opgelegd

Schreuders: “De resultaten van dit onderzoek schetsen bepaald geen goed beeld en baren de FNV zorgen. Het is wel duidelijk dat de plannen die het ministerie heeft om de werksfeer en sociale veiligheid te verbeteren in de praktijk nog veel te weinig effect hebben. Daarnaast zien we opnieuw, net als bij VWS, dat werknemers die melding maken van incidenten door hun managers het zwijgen wordt opgelegd. Dat is absoluut onacceptabel. Er is echt een cultuuromslag nodig”.

Tien aanbevelingen

De FNV roept de landelijke politiek opnieuw op ervoor te zorgen dat de Rijksoverheid goed werkgeverschap waarmaakt. Bovendien doet de vakbond tien aanbevelingen aan JenV om grensoverschrijdend gedrag aan te pakken, te weten:

  1. Een cultuuromslag is noodzakelijk. Alle leidinggevenden zouden geschoold moeten worden in het creëren van een veilige werksfeer en in het effectief optreden als grensoverschrijdend gedrag zich voordoet.
  2. Breng de risico’s van grensoverschrijdend gedrag in kaart in de Risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) en neem maatregelen om deze zoveel mogelijk bij de bron aan te pakken in het Plan van Aanpak (dit is een wettelijke verplichting uit de Arbowet).
  3. Leidinggevenden (van hoog tot laag) die onveiligheid veroorzaken en in stand houden zouden vervangen moeten worden.
  4. Zorg dat er een gedragscode is, die met de werknemers op de werkvloer wordt opgesteld, zorg voor commitment hiervoor en zorg voor helder sanctiebeleid: wat zijn de gevolgen van het overschrijden van de gedragsregels?
  5. Zorg voor betere bekendheid en toegankelijkheid van met name de ombudsfunctionaris en integriteitscommissie.
  6. Een training zelfmoordpreventie (113 academie) voor alle leidinggevenden, HRM, OR, preventiemedewerkers, vertrouwenspersonen, maatschappelijk werkers et cetera.
  7. Geef regelmatig voorlichting over dit onderwerp en zorg dat het voorlichtingsmateriaal altijd en op meerdere wijzen beschikbaar is.
  8. Neem werkenden die melding maken van grensoverschrijdend gedrag altijd serieus en bied hun een luisterend oor en zorg voor effectieve opvolging van de melding. Zorg dat mensen ook terecht kunnen bij andere onderdelen van de organisatie, als ze dat niet kunnen of durven in hun eigen onderdeel.
  9. Stop met werknemers die grensoverschrijdend gedrag meemaken het zwijgen op te leggen; het vastleggen hiervan in een vaststellingsovereenkomst zou verboden moeten worden.
  10. Bied alle werknemers een omstanderstraining aan.

De FNV gaat in de laatste week van juni 2024 over deze aanbevelingen in gesprek met de ambtelijke top van het ministerie.

Downloaden onderzoeksrapport Sociale veiligheid bij het Ministrie van Justitie en Veiligheid, FNV, juni 2024: www.fnv.nl/

Pesten, intimidatie, discriminatie: FNV brengt grensoverschrijdend gedrag bij ministerie JenV in kaart, door Lennart Rietman, 20 juni 2024: www.fnv.nl

Rapport Grensoverschrijdend gedrag: Horen, zien en zwijgen – Omgangsnormen op de werkvloer, FNV, oktober 2023: www.fnv.nl/

Dinsdag 25 juni 2024 actie in Den Haag voor een veilige werkplek

De Nederlandse overheid vindt dat extra wetgeving niet nodig is om mensen op en rond het werk te beschermen. Dit terwijl de werkvloer voor veel mensen geen veilige plek is. De FNV gaat daarom op dinsdag 25 juni 2024 actievoeren in Den Haag. Om 10.00 uur op het Anna van Buerenplein in Den Haag.

 

Negen essay’s over lokaal sociaal beleid en bekostiging van bestaanszekerheid

De inherente spanning tussen een landelijk uniforme basis voor bestaanszekerheid en lokaal maatwerk heeft ook zijn weerslag op de financiële verhoudingen. De mogelijkheden om maatwerk te leveren zou immers niet afhankelijk mogen zijn van de gemeente waar iemand woont. Wat is er mogelijk aan lokale oplossingen en wat is er landelijk nodig om deze lokale oplossingen mogelijk te maken?

De essaybundel Een financieel fundament voor lokaal sociaal beleid bevat negen essays waarin vanuit verschillende invalshoeken de dilemma’s en achtergronden worden belicht. Een aantal van deze essays diende in eerste aanleg ter inspiratie voor de zevende Dag van de Financiële Verhoudingen, georganiseerd door de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) in april 2024, waar bestaanszekerheid het leidende thema was.

Belangrijkere rol als uitvoerder medebewindstaken

Bij bestaanszekerheid gaat het om een breed begrip. Het gaat om een voldoende en voorspelbaar inkomen, een woning, toegang tot onderwijs en zorg en een buffer voor onverwachte uitgaven. In eerste aanleg is het Rijk aan zet om zorg te dragen voor het op orde brengen van de basis. Maar gemeenten vervullen een steeds belangrijkere rol als uitvoerder medebewindstaken rond inkomensondersteuning en bestaanszekerheid. De gemeenten worden als meest nabije overheid geacht gericht te kunnen inspelen om ook op aanpalende beleidsterreinen de bestaanszekerheid te borgen.

Inhoud bundel Een financieel fundament voor lokaal sociaal beleid

  • Voorwoord  3
  • Van pleisters plakken naar verbonden verhoudingen, door Bart Leurs  7
  • Bestaanszekerheid tussen Rijk, gemeenten en maatschappelijk middenveld, door Robert Vonk  18
  • Een nieuw mensbeeld voor burger en bestuur, door Willemijn Roozendaal 32
  • Hoe efficiënt is meer bestaanszekerheid? door Harry Kruiter 40
  • Verstrikt in publieke onmacht, door Sjef Czyzewski 48
  • Samenwerken aan sociale zekerheid: trends, risico’s en beheersmaatregelen, door
    Joost van Gemeren, Larissa Jongenelen, Harnold van der Vegte, Patrick Tazelaar 59
  • Bestaanszekerheid en kwijtschelding decentrale belastingen, door Corine Hoeben, Dylan Jong 68
  • Demografisch Nederland in vogelvlucht: Rijk van Schaarste? door Marianne van den Berg en Rutger Kaput 80
  • Bestaanszekerheid en zes decennia minimuminkomensbeleid, door Benedikt
    Goderis 89
  • Bijlage I – Samenstelling Raad voor het Openbaar Bestuur

De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) is een onafhankelijk adviesorgaan van de regering en het parlement.

Downloaden Een financieel fundament voor lokaal sociaal beleid, ROB,  juni 2024: https://beroepseer.nl

Lokaal sociaal beleid: over dilemma’s, lokale oplossingen en landelijke randvoorwaarden, Raad voor het Openbaar Bestuur, 17 juni 2024: https://www.raadopenbaarbestuur.nl

Terugblik: Dag van de Financiële Verhoudingen, ROB, 25 april 2024: https://www.raadopenbaarbestuur.nl

Digital News Report Nederland 2024: Interesse in nieuws neemt af. Nieuwsgebruik jongeren verandert sterk

De belangstelling voor nieuws onder Nederlanders is in het afgelopen jaar gedaald tot 49 procent. In coronajaar 2021 was dat nog 64 procent;  in 2023: 51 procent. Dat blijkt uit het Digital News Report dat Reuters Institute for the Study of Journalism jaarlijks in Nederland publiceert in samenwerking met het Commissariaat voor de Media (CvdM). Het CvdM Media brengt het rapport voor de zevende keer uit (in het Nederlands).
Voor het onderzoek zijn in januari en februari 94.943 volwassenen uit 47 landen ondervraagd. In Nederland hebben 2.037 respondenten de vragenlijst ingevuld.

In vergelijking met andere landen hebben Nederlanders nog relatief veel vertrouwen in nieuws. De nieuwsmerken hebben in Nederland vooralsnog ook een goed imago: mensen zijn bekend met de merken en ze worden vertrouwd. Toch laat het op 17 juni 2024 gepresenteerde rapport een paar zorgelijke trends zien. De interesse in nieuws neemt af. Ook het vertrouwen in nieuws daalt licht. En er is een veranderend nieuwsgebruik onder jongeren (18 tot 34 jaar): zij kiezen steeds meer voor sociale media als belangrijkste nieuwsbron.

Jeugd

De grootste zorg gaat dan ook uit naar de jongste groepen. In deze groepen is de nieuwsinteresse altijd lager geweest, maar inmiddels toch wel op een dieptepunt aangekomen. Jongeren en jongvolwassenen wenden zich minder vaak tot de kanalen en platformen waar de nieuwsmedia het meest mee uit de voeten kunnen en tegelijkertijd een groot, maar inmiddels steeds ouder, publiek bereiken.

Misinformatie en AI

Er zijn ook zorgen over toenemende mis- en desinformatie, over wat echt of nep is qua online nieuws. Aan die zorgen is sinds kort ook toe te voegen het door AI – kunstmatige intelligentie – gemaakte nieuws. Slechts 13 procent voelt zich daar enigszins of zeer prettig bij. De meerderheid voelt zich daar niet prettig bij.
Volgens de onderzoekers is het belangrijk dat gebruik van AI altijd bekend wordt gemaakt.

Twee aanbevelingen

1. Brug bouwen tussen journalistiek en jongeren
Het zou goed zijn als nieuwsmedia aansluiting vinden bij de nieuwsbehoeften van jongeren. Zijn waar jongeren zijn, en nieuwsaanbod bieden dat relevant is voor jongeren. In een informatieomgeving waar de hoeveelheid nieuws als vermoeiend wordt ervaren, is het een taak voor de journalistiek om zowel qua vorm als inhoud een connectie te maken met een nieuwe generatie nieuwsgebruikers. Niet alleen voor de nieuwsmediabedrijven, maar ook voor beleid ligt hier een taak om na te denken over hoe die aansluiting gestimuleerd kan worden.

2. Waarde van journalistiek laten zien
Toenemende zorgen om desinformatie en wantrouwen in het online nieuws kunnen – vooral bij mensen die zich met name via sociale media op de hoogte houden – leiden tot wantrouwen in ál het nieuws. Hierdoor kunnen ook de nieuwsmerken hun imago verliezen als betrouwbare bron. We raden daarom niet alleen aan dat journalistieke nieuwsmerken op sociale media aanwezig zijn, maar dat ook helder is hoe het nieuws tot stand is gekomen, en dat duidelijk is dat het nieuws aan hoge journalistieke normen voldoet. Naast de nieuwsmedia zijn de grote internationale spelers aan zet om hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te onderkennen in de toegang tot betrouwbare informatie.

In hun conclusie stellen de onderzoekers de vraag: “Hoe kunnen de journalistiek, mediawijsheid en mediabeleid ervoor zorgen dat social natives – de generatie die met sociale media is opgegroeid – nu en in de toekomst met professioneel journalistiek nieuws in aanraking blijven komen en deze als waardevol ervaren?”

Downloaden Digital NewsReport Nederland 2024: https://beroepseer.nl

Infographic DNR 2024: https://beroepseer.nl

Digital News Report Nederland 2024: Interesse in nieuws neemt af, vertrouwen in nieuws daalt licht, Commissariaat voor de Media, 17 juni 2024: www.cvdm.nl

Digital News Report 2024: meer mensen lijken het nieuws actief te mijden, door Trudy Brandenburg-van de Ven, Villamedia, 17 juni 2024: www.villamedia.nl

De beroepseed van de sociaal werker voor het eerst afgelegd

«Ik beloof dat ik mijn beroep als sociaal werker op een verantwoorde, betrokken en betrouwbare wijze zal uitoefenen in overeenstemming met de beroepscode.
Met professionele deskundigheid en vakmanschap zal ik mij met respect, gewetensvol en integer inzetten om mensen in onze samenleving tot hun recht te laten komen in wisselwerking met hun sociale omgeving.
Dat verklaar en beloof ik!»

Jan Willem Bruins, directeur van Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk (BPSW) bericht op de website dat eind mei 2024 voor het eerst de beroepseed van de sociaal werker is afgelegd.

Sociaal werkers werken al sinds 1962 volgens hun beroepscode, maar een beroepseed als symbolische handeling bij het toetreden tot de beroepsgroep was er nog niet. De laatste twee jaar heeft de BPSW samen met het beroepsonderwijs gewerkt aan de invoering van zo’n beroepseed. Onlangs stemden de hogescholen verenigd in het Landelijk Opleidingsoverleg Social Work in met de eed die vanaf 17 juni 2024 afgelegd gaat worden tijdens de diplomering.

Tijdens het symposium ter ere van het 20-jarig lustrum van de sociaalwerkopleiding van Hogeschool Zeeland op 30 mei 2024 te Middelburg hebben twee studentes als eersten de beroepseed afgelegd. Centraal op het symposium stond de positionering en profilering van het beroep sociaal werker.

Het uitspreken van de belofte tijdens de diplomering bekrachtigt met het ‘Dat verklaar en beloof ik’ een ritueel dat de bekendheid met de gemeenschappelijke waarden van de beroepsgroep vergroot.

Lees het hele artikel van Jan Willem Bruins, Nieuw: De beroepseed van de sociaal werker, BPSW, 17 juni 2024: www.bpsw.nl/actueel/columns/de-beroepseed-van-de-sociaal-werker/

Voor het eerst beschreven: Beroepsprofiel van de sociaal werker, Blogs Beroepseer, 12 september 2022: https://beroepseer.nl

De afbeelding bovenaan is van Fliqqer

Rechter over Woo-beleid ministeries: ‘Aan weigerachtigheid grenzende weerstand tegen openbaarmaking’

Drie ministeries kregen een brevet van wantrouwen uitgereikt door Rechtbank Midden-Nederland. Op 11 juni 2024 is de op 27 mei 2024 gedane uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland bekendgemaakt betreffende een zaak over een Woo/Wob-verzoek*), ingediend door een tot nu toe onbekende burger. Deze eist dat conceptstukken openbaar worden gemaakt. Een verzoek daartoe werd al in 2021 ingediend bij de ministeries van Algemene Zaken, Binnenlandse Zaken en Economische Zaken.
Met deze uitspraak geeft de rechter het signaal af dat het het transparantiebeleid van de overheid niet deugt.

Het gaat om documenten in conceptversie van de kabinetsreactie op het eindrapport Ongekend onrecht van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK) dat op 17 december 2020 is gepresenteerd. Het verslag is gebaseerd op de openbare verhoren die in november van dat jaar plaatsvonden en het onderzoek dat daaraan vooraf ging. Bij de verhoren van de POK speelde de afwezigheid en onvindbaarheid van cruciale documenten een prominente rol. Ook in de kabinetsreactie na het aftreden van Rutte-III op 10 januari 2022 was de toezegging om voortaan meer persoonlijke beleidsopvattingen openbaar te maken een in het oog springend onderdeel.

SPOON – expertisecentrum voor Woo-verzoeken – is opgetogen over de uitspraak van de rechter en besteedt er uitgebreid aandacht aan op de website: “Een waanzinnig vonnis, dat de een na de andere scherp onderbouwde tik uitdeelt aan de manier waarop ministers uitvoering geven aan de Woo … Een uitspraak die vraagt om diepgaande bespreking”.

Passages uit de analyse van SPOON

     «Binnenlandse Zaken, dat nota bene stelselverantwoordelijk is voor de Woo, krijgt van de rechtbank een ongemeen stevige veeg uit de pan, evenals Algemene Zaken, het ministerie van premier Rutte: de opstelling en werkwijze van beide ministeries getuigen ‘van een aan weigerachtigheid grenzende weerstand tegen openbaarmaking’.

Hoe komt de rechtbank tot dit vernietigende oordeel? Dat heeft alles te maken met de wijze waarop de ministeries in de beoordeling van de Woo-verzoeken zijn omgegaan met de informatie in conceptversies en andere voorbereidende stukken. Concepten zijn inmiddels een stokpaardje voor SPOON en deze uitspraak toont maar weer eens aan waarom dat terecht is. In dit geval stond er belangrijke informatie in die de eindversie niet had gehaald en volgens de rechter onterecht is geweigerd.

Alvorens een oordeel te geven merkt de rechter op dat het nieuwe artikel 5.2 Woo wel degelijk is aangescherpt ten opzichte van het oude artikel 11 Wob. Het doel van het nieuwe artikel is om ‘onterechte aanmerking als persoonlijke beleidsopvatting’ tegen te gaan. ‘Naarmate er sprake is van meer objectieve informatie in een document, zal er dus minder snel sprake zijn van persoonlijke beleidsopvattingen. Hiertoe is de definitie aangescherpt.’

De vijf conceptdocumenten waar het in deze zaak om draait zijn bedoeld geweest om tussen de drie betrokken ministeries tot afstemming te komen over de inhoud van de kabinetsreactie. De rechtbank treft hierin, anders dan de ministeries hebben beweerd, wel degelijk ook objectieve informatie aan, die de definitieve versie niet heeft gehaald, en dus openbaar had moeten worden.
Tot zover niet zo bijzonder, dit zien we regelmatig.

Genoemde bewering dat de concepten per passage waren beoordeeld terwijl dit helemaal niet zo was, inspireert de rechtbank tot de hardste woorden voor de ministeries. Die onwaarheid volgde ook nog eens op ‘de aanvankelijke weigering van de minister van Algemene Zaken’ om de concepten zelfs maar te inventariseren. Dit getuigt ‘van een aan weigerachtigheid grenzende weerstand tegen openbaarmaking’. Het gaat hier dus om premier Mark Rutte, die na het toeslagenschandaal een open overheid beloofde.

Direct openbaar ermee

Na al deze gedurfde onderdelen van de uitspraak, komt er nog een uitsmijter: de objectieve passages en de bullet points met ‘objectieve’ persoonlijke beleidsopvattingen moeten zonder nieuwe beoordeling door de ministeries openbaar worden gemaakt. De rechtbank ‘ziet zich onder deze uitzonderlijke omstandigheden genoodzaakt om de ministers niet nogmaals in de gelegenheid te stellen om op de bezwaren van eiser te beslissen.’ Een ultiem brevet van wantrouwen voor de drie ministeries.

Gevolgen van de uitspraak

Het mag duidelijk zijn dat deze uitspraak een stevige overwinning betekent voor Woo-verzoekers die maar blijven aanlopen tegen het bijna stelselmatig weigeren van (vermeende) persoonlijke beleidsopvattingen, op basis van zowel 5.2 als de i-grond.

Beoordeling van informatie aan de hand van artikel 5.2 wordt er voor bestuursorganen niet makkelijker op. Wanneer sprake is van belangrijke maatschappelijke kwesties zullen zij veel grondiger en concreter moeten gaan motiveren. Daarbij zullen zij veel dichter moeten blijven bij waar de bescherming van persoonlijke beleidsopvattingen voor bedoeld is: bescherming van de persoon van de ambtenaar, niet van wat politiek opportuun is voor de bestuurder of de organisatie.

Blijft natuurlijk wel de vraag of de drie betrokken ministeries het er nu bij laten zitten en wat de Raad van State bij een eventueel hoger beroep van deze uitspraak heel laat».

Kortom, bij belangrijke maatschappelijke kwesties wordt het ministeries na 13 juni 2024 moeilijker gemaakt te bepalen welke passages in documenten zwartgelakt worden. De politieke doctrine van geheimhouding ‘openbare informatie’ heeft zijn tijd gehad.

Twee tips van SPOON

Tip 1: Het is dus belangrijk voor Woo-verzoekers om, waar dat aan de orde is, het maatschappelijke belang van het onderwerp te onderbouwen, een les die ook in andere uitspraken al zichtbaar werd.

Tip 2: Het is tevens een aanmoediging om expliciet beoordeling per passage te blijven eisen en geen genoegen te nemen met algemeen geformuleerde motiveringen om bepaalde categorieën stukken (zoals concepten) integraal te weigeren.

Lees het hele commentaar van SPOON, ‘Weigerachtige’ ministeries moeten conceptplannen openbaar maken – Jurisprudentieblog 14: https://expertisecentrumspoon.nl/

Uitspraken, de Rechtspraak: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RBMNE:2024:3285

Eindverslag onderzoek kinderopvangtoeslag gepresenteerd: ‘Ongekend onrecht’, Blogs Beroepseer, 18 december 2020: https://beroepseer.nl

Noot
*) De Wet open overheid (Woo) regelt het recht op informatie over alles wat de overheid doet. Het is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De Woo is bedoeld om overheden transparanter te maken. www.rijksoverheid.nl/onder

U P D A T E

Proefproces in aantocht om Woo-drempel, door Wouter Boonstra, Binnenlands Bestuur, 18 juni 2024: www.binnenlandsbestuur.nl

 

Afbeelding bovenaan: Zwartgelakte pagina’s van toeslagendossiers

Derde poging wijziging Artikel 13 van zorgverzekeringswet. Beroepsvereniging VvAA adviseert: Zo niet doen, en komt met bezwaren

De beroepsvereniging voor zorgverleners VvAA heeft op 10 juni 2024 twee documenten gestuurd naar de woordvoerders van de Tweede Kamer i.v.m. de behandeling van wetswijziging art.13. Deze wetswijziging is in de procedurevergadering van 12 juni 2024 niet controversieel verklaard waardoor deze op 3 juli 2024 wordt behandeld in de Tweede Kamer.
De vraag is of de vrije artsenkeuze wel overeind blijft als de zorgverzekeringswet wordt gewijzigd? Doel van de wijziging is een reductie van zorgkosten om het zorgstelsel betaalbaar te houden.

Artikel 13 van de Zorgverzekeringswet bepaalt hoe zorgverzekeraars moeten omgaan met vergoedingen voor niet-gecontracteerde zorg in Nederland en Europa. Dit beïnvloedt de mogelijkheden van verzekerden om zelf hun zorgaanbieder te kiezen. Nu voor de derde keer wordt geprobeerd om artikel 13 af te schaffen of te wijzigen, wil VvAA opnieuw haar stem laten horen en de belangen van patiënten en zorgverleners behartigen. De gevolgen van deze wetswijziging kunnen te groot zijn.

Wie is dan wel verantwoordelijk voor de zorgplicht?

Het advies van VVAA luidt dan ook: keur deze wetswijziging zo niet goed. Als zorgverzekeraars het argument van overmacht te makkelijk toepassen bij het niet nakomen van hun zorgplicht, wordt het steeds moeilijker om vast te stellen wie dan wel verantwoordelijk is voor de zorgplicht.

Daarnaast moeten verzekeraars aangemoedigd worden om het contracteren aantrekkelijker te maken, in plaats van het niet-gecontracteerd werken onaantrekkelijker. Veel zorgaanbieders vrezen dat de problemen waarmee ze nu al te maken hebben hierdoor nog groter zullen worden en als gevolg daarvan de sector verlaten.

Bezwaren VvAA tegen voorgenomen wetswijziging art. 13, door Willem Veerman en Hans van der Schoot, VVaA, 11 juni 2024: www.vvaa.nl/nieuws-en-kennis/nieuws-en-artikelen/bezwaren-vvaa-tegen-voorgenomen-wetswijziging-art-13

Wijziging van de Zorgverzekeringswet in verband met het bevorderen van zorgcontractering: www.tweedekamer.nl/kamerstukken/wetsvoorstellen/detail?cfg=wetsvoorsteldetails&qry=wetsvoorstel:36561

Downloaden Bezwaren VvAA tegen voorgenomen wetswijziging art. 13, VVaA, 10 juni 2024: https://beroepseer.nl

Downloaden Samenvatting internetconsultatie voorgenomen wetsvoorstel bevorderen zorgcontractering – reacties vanuit belangrijke zorgberoepsgroepen, VVaA: https://beroepseer.nl

Voorstel van wet: https://beroepseer.nl

Artikel 13 Zorgverzekeringswet: https://beroepseer.nl

De risico’s van inperking vrije artsenkeuze. Concept Integraal Zorgakkoord wil Artikel 13 van Zorgverzekeringswet wijzigen, Blogs Beroepseer, 29 augustus 2022: https://beroepseer.nl

Solo Partners stelt tien vragen over Wetsvoorstel bevorderen contracteren, dat einde inluidt van niet-gecontracteerde zorg, Blogs Beroepseer, 28 mei 2020:  https://beroepseer.nl/

De rechtsstaat in Nederland functioneert niet goed. Presentatie van rapport ‘De gebroken belofte van de rechtsstaat’

Op 10 juni 2024 overhandigde de Staatscommissie rechtsstaat haar adviesrapport De gebroken belofte van de rechtsstaat aan burgers, en aan regering, parlement en rechtspraak. De staatscommissie had opdracht om vanuit het perspectief van de burger het functioneren van de rechtsstaat te analyseren, en voorstellen te doen voor versterking ervan.

De staatscommissie heeft onderzoek gedaan naar het functioneren van de rechtsstaat. Daarbij is gekeken naar het functioneren van de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende machten afzonderlijk en naar de onderlinge wisselwerking. Vanuit burgerperspectief stond de burger en zijn relatie met de rechtsstatelijke instituties centraal in het onderzoek. Een goede bescherming van burgers tegen besluiten van de overheid en effectieve rechtsbescherming van burgers waren daarbij belangrijke aandachtspunten.

De gebroken belofte van de rechtsstaat – tien voorstellen ter verbetering

De belofte van de rechtsstaat wordt voor een aanzienlijke groep burgers niet ingelost. Dit is het gevolg van politieke besluitvorming of het uitblijven ervan. Te vaak is de rechtsstaat niet leidend in het handelen van politici, bestuurders en medewerkers van de overheid. De overheid is te ingewikkeld geworden en de rechtsbescherming schiet tekort. Het is aan het parlement en de regering om tempo te maken met het repareren van de rechtsstaat.

De rechtsstaat vraagt permanent onderhoud. De komende jaren zijn doortastende juridische en politiek-bestuurlijke maatregelen nodig tegen de verwaarlozing van de rechtsstaat voor burgers in een kwetsbare positie. Die maatregelen moeten de belofte van de rechtsstaat ook voor hen inlossen. Hiertoe doet de Staatscommissie rechtsstaat – vanuit burgerperspectief – tien voorstellen aan het parlement, de regering, de rechtsprekende macht en overheidsorganisaties met burgercontact.

Het onderhouden van de rechtsstaat is niet gratis. En het kost ook geld om te herstellen wat er mis is gegaan. Een goed functionerende rechtsstaat voor iedereen vereist dus financiële investeringen. Bijvoorbeeld in een betere toegang van de burger tot het recht. In beter contact tussen burger en overheid. En in een sterkere rechtsstatelijke cultuur.

Downloaden De gebroken belofte van de rechtsstaat, Staatscommissie rechtsstaat, juni 2024: https://beroepseer.nl

Downloaden achtergronddocument rapport De gebroken belofte van de rechtsstaat, Staatscommissie rechtsstaat, juni 2024: https://beroepseer.nl

Bericht Adviesrapport De gebroken belofte van de rechtsstaat, Staatsscommissie rechtsstaat, 10 juni 2024: www.staatscommissierechtsstaat.nl/onderwerpen/rapport

Bericht  De gebroken belofte van de rechtsstaat – tien verbetervoorstellen met oog voor de burger, Staatscommissie rechtstaat, 10 juni 2024: www.staatscommissierechtsstaat.nl

Brieven aan de Staatscommissie rechtsstaat. Werkt de rechtsstaat in Nederland goed? Lukt het burgers goed te beschermen?, Blogs Beroepseer, 22 augustus 2023: https://beroepseer.nl/blogs

Bekijk ook de video met de belangrijkste bevindingen uit het rapport van de staatscommissie. www.staatscommissierechtsstaat.nl/onderwerpen/rapport

 

 

Verschillen vakbondsleden qua sociaal-demografische kenmerken en opvattingen van werkenden die geen vakbondslid zijn?

In Hoe representatief zijn vakbonden? wordt onderzocht in welke mate vakbondsleden qua sociaal-demografische kenmerken en opvattingen verschillen van werkenden die geen vakbondslid zijn. Anders gezegd: hoe representatief zijn de vakbondsleden voor de werkende bevolking in Nederland? Onderzocht is ook welke factoren kunnen ‘voorspellen’ of een werkende al dan niet lid is van een vakbond.

Hoe representatief zijn vakbonden? is de zeventiende publicatie in de reeks ‘Kort & Bondig’ die onderzoeksinstituut AIAS-HSI van de Universiteit van Amsterdam uitbrengt om in kort bestek en op toegankelijke wijze uitkomsten te presenteren van recent verricht onderzoek. Dit zeventiende deel presenteert uitkomsten van de Waarde van Werk Monitor 2023 (WWM’23), het tweejaarlijkse onderzoek naar opvattingen onder de Nederlandse bevolking over werk, dat in mei 2023 is uitgevoerd.
Eind 2024 verschijnt er een overkoepelende studie met een integrale rapportage en analyse van de uitkomsten van de Waarde van Werk Monitor 2023.

Uit de Inleiding:

«Met enige regelmaat worden in discussies over het ‘poldermodel’ vragen opgeworpen over de representativiteit van de vakbonden. Daarbij wordt veelal verwezen naar het teruglopende ledental en de oververtegenwoordiging van bepaalde groepen. Dat nog maar een op de zes werknemers vakbondslid is en dat die leden bovendien relatief oud zijn en vaak een vaste baan hebben, roept de vraag op of de vakbeweging nog wel de belangen van alle werknemers – laat staan die van alle werkenden – vertegenwoordigt. Komen de belangen van de vijf op iedere zes werknemers die geen lid zijn, wel overeen met die van de vakbondsleden?

Vanwege verschillen in leeftijd, sekse, dienstverband en bedrijfstak tussen leden en niet-leden worden vaak verondersteld dat zij ook verschillen in hun voorkeuren en belangen. Maar is dit ook zo? Hebben jongeren en flexwerkers, die maar zelden vakbondslid zijn, andere preferenties ten aanzien van hun werk dan ouderen met een vast contract, die oververtegenwoordigd zijn onder de vakbondsleden? Om vast te stellen of de vakbeweging representatief is voor de werkende bevolking, zou het niet primair moeten gaan om de samenstelling van het ledenbestand, maar om de (overeenkomst in) opvattingen van vakbondsleden en van niet-leden.

Aanzienlijke verschillen

We vergelijken allereerst de sociaal-demografische kenmerken van vakbondsleden met die van niet-leden. We vinden inderdaad aanzienlijke verschillen, vooral naar leeftijd en arbeidsrelatie. Vervolgens gaan we na welke aspecten van het werk vakbondsleden en niet-leden het belangrijkst vinden. In het algemeen hechten vakbondsleden meer belang aan de arbeidsvoorwaarden en niet-leden aan de zogenaamde intrinsieke aspecten van het werk. We onderzoeken of deze verschillen samenhangen met de kenmerken van leden en niet-leden, maar dit blijkt maar in beperkte mate het geval te zijn. Dat vakbondsleden andere werkaspecten het belangrijkst vinden heeft dus te maken met het feit dat zij vakbondslid zijn.
We gaan ook na of vakbondsleden andere opvattingen hebben over een aantal beleidswijzigingen, waaronder de invoering van een basisinkomen, verhoging van het minimumloon en invoering van een maximuminkomen. Alleen ten aanzien van de laatste verandering verschillen leden en niet-leden substantieel van mening.

De grootste verschillen in opvattingen tussen vakbondsleden en niet-leden vinden we – niet geheel verrassend – bij hun opvattingen over de vakbonden zelf. Tenminste vier op de vijf leden zijn positief over de rol van vakbonden, van de niet-leden zijn dit er ongeveer drie op de vijf.

Positieve opvatting

Tot slot analyseren we welke kenmerken van werkenden en hun werk en welke opvattingen van invloed zijn op de kans dat zij lid zijn van een vakbond. Een hogere leeftijd, een vast dienstverband, een baan in de niet-commerciële dienstensector, fysiek zwaar werk en veel belang hechten aan arbeidsvoorwaarden vergroten de kans dat iemand vakbondslid is aanzienlijk. Het sterkste effect heeft echter een positieve opvatting over de rol van vakbonden.

Het is belangrijk op te merken dat we in deze Kort & Bondig geen aandacht besteden aan de feitelijke opstelling van vakbonden. Ook als hun leden niet representatief zijn voor de werkende bevolking, is het goed mogelijk dat vakbonden in cao-onderhandelingen met werkgevers en in landelijk overleg met de regering ook de belangen en opvattingen van de niet-leden laten meewegen. Dit hebben wij niet onderzocht. Het gaat in dit onderzoek louter om de kenmerken en opvattingen van de leden van vakbonden.»

Downloaden Hoe representatief zijn vakbonden? door Paul de Beer, AIAS-HSI Kort & Bondig 17. Amsterdam. Universiteit van Amsterdam, juni 2024: https://beroepseer.nl

AIAS-HSI is een instituut voor multidisciplinair onderzoek en onderwijs op het terrein van (de regulering van) arbeid. Het onderzoek richt zich vooral op de veranderingen die zich voordoen op het terrein van arbeid, zowel in Nederland als internationaal.
AIAS-HSI is ontstaan uit een fusie van twee onderzoeksinstituten: het Amsterdams Instituut voor ArbeidsStudies (AIAS) en het Hugo Sinzheimer Instituut (HSI). AIAS-HSI is het enige interdisciplinaire instituut in Nederland op het terrein van arbeid. Zie website: https://aias-hsi.uva.nl/