Waar maken studenten zich druk om? Niet om de vrije meningsuiting, maar om hoge cijfers

Waar houden de moderne universiteitsstudenten zich mee bezig? Waar maken zij zich druk om? Wendy Fischman en Howard Gardner*) hebben gezocht naar antwoorden. De resultaten zijn te vinden in hun nieuwe boek The real world of college. What higher education is and what it can be.

Voor hun onderzoek – waarvoor het idee ontstond in 2012 – bezochten Fischman en Gardner gedurende vijf jaar tien geheel verschillende campussen en voerden ze meer dan tweeduizend intensieve gesprekken van gemiddeld een uur. Op elke campus hebben ze ongeveer vijftig beginnende en vijftig afstuderende studenten geïnterviewd, alsmede personeel, jonge alumni, ouders, bestuurders en recruiters. Hun conclusie is ontnuchterend en ze stellen vast dat het hoger onderwijs dringend toe is aan een wezenlijke hervorming.
In een artikel, ontleend aan hun boek, schrijven ze in het Amerikaanse dagblad The Boston Globe dat het hoger onderwijs in de VS een eeuw lang een bron van nationale trots was en in een groot deel van de wereld werd bewonderd. Maar veel Amerikanen hebben te kennen gegeven dat ze ontevreden zijn over het hoger onderwijs. Oorzaken daarvan kunnen zijn de kosten, de overtuiging dat het hoger onderwijs politiek links georiënteerd is of een gevoel dat niet-beroepsgericht onderwijs verspilling van tijd en geld is.

Geestelijke gezondheid

De uitkomsten van het onderzoek bleken een verrassing voor de onderzoekers. De grote meerderheid van de studenten houdt zich niet bezig met politieke correctheid, vrije meningsuiting of studiekosten. Ze maakten zich daarentegen zorgen over hun cijfers en hun cv. Ze worstelen met geestelijke gezondheidsproblemen en gevoelens van er niet bij horen. Ze voelen zich vervreemd van medestudenten, de opleiding of de ethiek van hun universiteit.
Fischman en Gardner vinden dat, hoewel er nog veel te bewonderen valt aan het hoger onderwijsstelsel, de sector de weg kwijt is. Die conclusie hadden zij al getrokken lang voor het uitbreken van de COVID19-pandemie die ontwrichtend heeft gewerkt op onderwijsinstellingen.

Als Fischman en Gardner in 2012 was gevraagd een lijst op te stellen van de grootste problemen op de Amerikaanse campus, dan hadden ze waarschijnlijk alcohol, seksueel wangedrag of vrijheid van meningsuiting genoemd. Geestelijke gezondheid zou vermoedelijk niet op het lijstje hebben gestaan. Een decennium later kunnen ze bevestigen wat degenen die hun tijd doorbrengen op de campus al wisten: de geestelijke gezondheidsproblemen zijn groot.

Prestatiedruk en perfecte cv

Sommigen beweren dat de problemen zijn veroorzaakt door ‘teveel verwennerij’ van studenten of sociale media met als gevolg gevoelens van eenzaamheid en sociale angst. Maar, er blijkt een heel andere oorzaak te zijn. De meerderheid van de studenten voelt een enorme druk om te presteren en een perfecte cv op te bouwen.

De meest voorkomende verklaring voor de geestelijke gezondheidsproblemen is academische strengheid – de ‘druk’ van academici. Maar wat houdt die druk precies in? Gaat het om het leren van moeilijke stof? Het voorbereiden op een examen of het schrijven van een scriptie? Het opbouwen van een gunstige cijferlijst om een baan te krijgen of gaan promoveren?
Het blijkt te gaan om externe prestaties: het behalen van een hoog cijfergemiddelde of ‘het goed doen’ op een examen. Een eerstejaars student vertelde: “Ik ken veel kinderen die … supergestrest raken om de cijfers en er heel zenuwachtig van worden”.

Ook vriendschap blijkt stress te kunnen opleveren en dan gaat het om zowel nieuwe vrienden maken als het beheersen van moeilijke situaties. Sommigen hadden het over een ‘moordende sociale omgeving’, of een ongezonde leercultuur waarin studenten het gevoel hebben voortdurend met anderen te wedijveren en voortdurend ‘aan’ te moeten staan om de anderen bij te houden.
“Ik denk dat de sfeer van competitie en de druk om de beste te zijn, de drijvende factor is achter veel psychische problemen”, zei een student. “Het is gewoon geen plek waar mensen het gevoel hebben dat ze er met anderen over kunnen praten, omdat ze dan zwak zouden overkomen”.
Er is een gevoel van er niet bij te horen. Bij hun docenten, hun medestudenten en hun opleiding. Een personeelslid vertelde: “Er lopen hier veel vreemden rond. Ze komen van een middelbare school waar ze waarschijnlijk bijna iedereen kenden, en ze komen hier en kennen bijna niemand”.

Het onderwerp diversiteit kwam uiteraard ook aan de orde. Studenten spraken erover op zowel positieve als negatieve manier. Enerzijds waardeerden ze de kans om mensen met een verschillende achtergrond te leren kennen, vertrouwd te raken met verschillende perspectieven en deel te nemen aan nieuwe activiteiten. Anderzijds klaagden ze ook wel over het gebrek aan diversiteit op hun specifieke campus.
In het algemeen kan worden gesteld dat moeilijkheden vooral worden veroorzaakt door een gebrek aan tolerantie voor verschillen en gebruik van uitsluitende taal, zoals raciale en homofobe uitlatingen. Studenten klaagden dat anderen hen niet echt begrepen, met als gevolg dat ze zich opsplitsten in groepen. Sommigen vonden ook dat hun medestudenten niet wisten hoe ze een vruchtbaar gesprek over rassenkwesties moesten voeren. Er waren er die het hadden over flagrante discriminatie, onverdraagzaamheid en algemene ongevoeligheid, vooral gericht tegen minderheidsgroepen.

Oorzaken en remedies

Een van de oorzaken van de problemen is wat Fischman en Gardner ‘missiewoekering’ noemen. Bijna alle instellingen voor hoger onderwijs hebben een missieverklaring. De meeste hebben betrekking op talrijke afzonderlijke kwesties. Zeldzaam is de school die een enkele belangrijke missie heeft en zich daaraan houdt. De meeste scholen zeggen in feite dat zij alles voor alle mensen willen zijn.

Vanaf de eerste dag, zo niet eerder, is het nodig studenten te introduceren en te begeleiden. Hen op de hoogte brengen van de voornaamste doelstellingen van de universiteit en hun studie. Ook is het nodig hen aan te moedigen gebruik te maken van de bronnen van hun universiteit: bibliotheek, musea, onderzoekslaboratoria. Meestal ligt de nadruk op zaken als slaapzalen, eten, clubs en sport. Het is belangrijk vanaf het begin de studenten in te werken en hun helpen te begrijpen dat ze deel uitmaken van een gemeenschap van studenten die zich bekommert om hun gezondheid en hen, waar nodig, bijstaat.
Nog een oorzaak van problemen is ‘projectitis’: de wildgroei aan afdelingen, organisaties en centra waar studenten geen wijs uit worden. De onderzoekers ondervonden dat de ene na de andere campus een onvoorstelbare hoeveelheid activiteiten aanbood. Sommige werden georganiseerd door studenten, de faculteit en de staf, andere bestonden dankzij schenkingen en fondsen of waren het gevolg van modieuze invallen.
Er zijn hele verdienstelijke activiteiten, maar ‘projectitis’ verergert vaak de kwestie van ‘missiewoekering’. Niet iedereen is geïnteresseerd in of op de hoogte van al die mogelijkheden. Wat studenten nodig hebben of willen is vaak onzichtbaar. Iets dat uit het zicht ligt en wordt overschaduwd door ‘flitsender’ zaken. Maar het gaat om fundamentele onderwijsprogramma’s die weerspiegelen wat de universiteit werkelijk belangrijk vindt.

Stel je eens voor

Fischman en Gardner geven nog meer adviezen. In het begin van de studie bijvoorbeeld dient de beoordeling licht en vormend te zijn, met veel gelegenheid voor feedback en ondersteuning.
Laten we ons eens een situatie voorstellen, suggereren ze, waarin studenten voelen dat ze welkom zijn, dat ze erbij horen, dat ze de essentie van studeren aan de universiteit begrijpen, dat ze niet allerlei concurrerende meesters hoeven te dienen, en dat ze zich niet gedwongen voelen om alleen maar goede cijfers te halen.
Zo worden studenten voorbereid op de beloningen die de universiteit op unieke wijze kan bieden: de mogelijkheid om te ontdekken en misschien wel om getransformeerd te worden.

Noot
*) Howard Gardner is hoogleraar Cognition and Education aan Harvard Graduate School of Education en directeur van de onderwijsonderzoeksgroep Project Zero, opgericht in 1967, die zich toelegt op het begrijpen en verbeteren van leren en denken. Gardner is bekend geworden door zijn theorie van de meervoudige intelligentie, geïntroduceerd in 1983. In de jaren 1995 – 2006 werkte Gardner met collega’s Mihaly Csikszentmihalyi en William Damon aan het Good Work Project. Doel daarvan was te bepalen wat het betekent ‘goed werk’ te verrichten, nl. werk dat excellent, persoonlijk betrokken en ethisch verantwoord is.
Wendy Fischman kwam in 1995 bij Project Zero. Als projectdirecteur heeft zij de betekenis van onderwijs en werk bestudeerd in het leven van jonge kinderen, adolescenten en beginnende professionals. Met Lynn Barendsen schreef zij de in 2010 verschenen studiegids Good Work Tookit, gebaseerd op de waarden van ‘goed werk’. De gids leidt deelnemers door een reeks kernvragen bij het begrijpen van het belang van goed werk in de samenleving.


No, college students aren’t obsessed with free speech.
Here’s what they do worry about. door Wendy Fischman en Howard Gardner, The Boston Globe, 17 februari 2022: www.bostonglobe.com

The Real World of College: What Higher Education Is and What It Can Be, door Wendy Fischman en Howard Gardner, uitgeverij MIT, USA, 2022: https://www.therealworldofcollege.com/

A Void of “Great Books” in College…And Why We Should Care, The real world of college,  door Wendy Fischman, 4 januari 2022: www.therealworldofcollege.com

 

U P D A T E

The biggest problem on college campuses – book excerpt, door Valerie Strauss, The Washington Post, 24 maart 2022: www.washingtonpost.com

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief ontvangen?

Wij houden u graag op de hoogte van actuele ontwikkelingen binnen Stichting Beroepseer.  Wilt u onze nieuwsbrief ontvangen? Dan kunt u zich hieronder aanmelden.

Contact

Adres:
Godfried Bomansstraat 8, Unit 15
4103 WR Culemborg

Email:
info@beroepseer.nl

© Stichting beroepseer