header2

Inloggen

Aanbevolen boeken III

 

Voorbij het meetbare

omslag voorbij het meetbare“We meten alles op het werk, behalve wat echt telt. Cijfers - over inkomsten, uitgaven, productiviteit, betrokkenheid, personeelsverloop - zijn geruststellend en creëren een illusie van controle. Maar in het geval van een groot succes of een grote mislukking wijzen alle vingers, van de CEO tot aan de schoonmaker, dezelfde kant op: de cultuur. Cultuur, dat onmeetbare en soms ogenschijnlijk onbegrijpelijke begrip, is uitgegroeid tot het geheime recept van organisaties - dat wat het verschil maakt, maar waarvan niemand de ingrediënten kent”.
De Amerikaanse onderneemster Margaret Heffernan begint haar boek Voorbij het meetbare. De grote impact van kleine veranderingen met uitleggen wat er bedoeld wordt met een organisatie- of bedrijfscultuur: de manier waarop men in een bedrijf denkt en waarneemt, met elkaar spreekt en naar elkaar luistert.

Volgens Heffernan hebben we geen miljoenen kostend businessplan nodig of een lange termijn van voorbereiding voordat er veranderingen kunnen worden aangebracht. In Voorbij het meetbare houdt zij een pleidooi voor juist het tegenovergestelde van radicale transformatie en groots opgezette plannen. Haar ervaring is dat kleine stappen - die iedereen kan nemen - tot een nieuwe bedrijfscultuur kunnen leiden. Kleine veranderingen hebben grote invloed.
Met kleine veranderingen worden bedoeld: luisteren, vragen stellen, informatie delen. Ze roepen reacties op die op hun beurt weer invloed hebben en een systeem kunnen veranderen.
Niet vrijuit spreken, geen lastige vragen stellen of zorgen delen kan fatale gevolgen hebben zoals Heffernan illustreert aan de hand van een voorbeeld uit de luchtvaart: de crash van een vliegtuig van British European Airways in 1972 die werd veroorzaakt door mankementen die bij veel mensen al langer bekend maar nooit hardop benoemd waren. Toch bracht de ramp een nieuwe manier van samenwerken voort, gebaseerd op het creëren van vertrouwen en het delen van informatie en ideeën. Een cultuuromslag in de burgerluchtvaart was het gevolg. In plaats van geheimhouding kwam er openheid. In plaats van fouten toedekken werden ze nu onderkend en breed toegegeven, zonder gevoelens van schaamte of schuld zodat er lering uit getrokken kon worden.
De nieuwe manier van werken kreeg de naam rechtvaardige cultuur (just culture).

Tegenwoordig is in elke werkomgeving behoefte aan een rechtvaardige cultuur - niet alleen om ongelukken te voorkomen, maar ook om uit elke werknemer het beste te halen. We kunnen het ons niet veroorloven, aldus Heffernan in haar inleiding, sommige mensen te laten floreren, terwijl anderen er passief, gedemotiveerd of ontgoocheld bij zitten. Organisaties herbergen een rijke bron aan menselijk kapitaal. In een rechtvaardige cultuur worden de vindingrijkheid en de intelligentie van ieder individu ten volle benut. Verbeelding wordt beloond en oprechtheid op waarde geschat.
Zo’n cultuur is democratisch en behoeft een ruimhartige en bescheiden mentaliteit. Dus niet op informatie zitten en je kaarten tegen de borst houden omdat je daar macht aan ontleent. Nee informatie dient gedeeld en verspreid om anderen te inspireren en te stimuleren. In een rechtvaardige cultuur telt iedere persoon mee.
“Ik weet niet hoeveel ondernemers ik heb gesproken die - achteraf - een geweldig idee hadden, maar dat niet hadden durven delen, uit angst om uit de pas te lopen of om al te dwaas over te komen. De passiviteit die zich in deze stilte uit, eist een zekere tol, niet alleen als mensen het gevoel hebben dat ze anderen niet kunnen waarschuwen voor problemen, maar ook als ze het gevoel hebben nieuwe ideeën niet te kunnen toetsen en verkennen. In die stilte gaan veel kansen verloren”.

Heffernan heeft op haar reizen ervaren dat conflictmijdend gedrag en het verlangen om te behagen universeel zijn en onze energie en moed uithollen: “Als ik over deze verspeelde kansen praat met mensen, zeggen ze allemaal hetzelfde: het ligt aan de cultuur. Cultuur is uitgegroeid tot alibi, tot zondebok voor alles wat er mis is. De vraag is wie dit probleem kan oplossen. Wij allemaal. Dit boek richt zich dan ook op iedereen die, van CEO tot schoonmaker, gezamenlijk of individueel een betere werkomgeving nastreeft”.

Wat dit boek niet biedt, vervolgt Heffernan “is een panklaar recept voor snelle transformatie, handzame tips en trucs die zo populair zijn bij motivatiesprekers en bedrijfsgoeroes. Liever hou ik mij bezig met denken: een nogal alledaags, laagtechnologisch concept dat gemakkelijk vergeten en stelselmatig onderschat wordt. Maar wie denkt moet zijn bezigheden staken. En wie zijn gedachten de vrije loop laat, onttrekt zich aan clichés, aan jargon, aan wijshed achteraf. Op die manier kom je erachter wat je gelooft, wie je bent en wat je wilt of moet zeggen. Wanneer je de tijd neemt om na te denken, hervind je de moed, het verstand, het mededogen, de verbeelding, de vreugde, de frustratie, de ontdekking en de toewijding die werk kan opwekken. Kortom, al die zaken op het werk die tellen, ook al zijn ze voorbij ‘het meetbare’.”

Voorbij het meetbare. De grote impact van kleine veranderingen, door Margaret Heffernan, serie TED-boeken, Amsterdam University Press, geïll., 120 p., 2016, € 14,95

 

De tango van wethouder en ambtenaar

omslag de tango van wethouder en ambtenaarDe tango van wethouder en ambtenaar is op verzoek van de Wethoudersvereniging tot stand gekomen. Het idee is ontstaan na het lezen van het boek Ik en mijn wethouder. Daarin werden vanuit het perspectief van ambtenaren archetypische omschrijvingen van wethouders gegeven. De Wethoudersvereniging heeft bij wijze van pendant op die publicatie aangedrongen op deze uitgave die tot stand is gekomen in samenwerking met het programma Lokale Democratie in Beweging. Het programma beoogt onder meer het politiek-ambtelijke samenspel te versterken. Het is voor (lokale) overheden van groot belang om samen mee te bewegen met de veranderende samenleving.

Als men een beeld wil krijgen hoe een wethouder zijn vak beleeft en welke positie hij of zij kiest in de samenleving, kun je vragen: hoe waren uw eerste honderd dagen als wethouder? De wondere wereld van het gemeentebestuur die dan wordt beschreven, maakt veel duidelijk over de complexiteit van het vak. Van agendabeheer tot het nemen van besluiten met grote financiële of maatschappelijke consequenties. Alles komt langs in deze eerste fase van het wethouderschap.

De wethouder opereert als een danser(es) op de dansvloer met diverse danskoppels. Soms beweeg je mee, soms bots je, soms wissel je van danspartner, je zet je koers uit en danst met passie! De wethouder van vandaag moet zich kunnen bewegen in een complex kachtenveld. Daarbij is de samenwerking met de ambtelijke organisatie van cruciaal belang voor de wethouder.
Toch zien we in de praktijk dat de wethouder en ambtenaar niet atijd in de maat dansen en elkaar op de tenen trappen. Uiteindelijk is het de opgave om het samenspel tussen de wethouder en de ambtenaren succesvol te laten zijn.

De beste leerschool voor een wethouder is de praktijkervaring. Er is geen opleiding om wethouder te worden. Er is geen handleiding ‘hoe communiceer ik met ambtenaren?’. Wat wel volop aanwezig is, zijn de ervaringen van (oud) wethouders.
Voor dit boek hebben auteurs Jur de Haan en Erik van Venegië in de zomer van 2016 interviews gehouden met 32 wethouders van alle politieke kleuren, afkomstig uit kleine en grote gemeenten verspreid over het land. Aanvullende informatie hebben ze gehaald uit een gesprek met het bestuur van de Wethoudersvereniging en uit twee intervisiebijeenkomsten, in Breda en Leeuwarden, met bestuurders en ambtenaren.

De tango van wethouder en ambtenaren komt op een goed moment. Gemeenten krijgen meer taken, de netwerksamenleving rukt op, de wethouder is kwetsbaarder, ambtenaren moeten overleven in reorganisaties. De tijdgeest vraagt om nieuwe wethouders en om nieuwe ambtenaren.
“De buitenwereld verandert sneller dan de gemeente kan bijbenen”, zegt een wethouder. De veranderingen schuren met de traditie, de zekerheden en de procedures waar ambtenaren mee zijn opgegroeid en opgevoed, compleet met de trucs die elke bureaucratie kenmerkt. De wethouders vertellen hoe ze hiermee omgaan en hoe ze hun nieuwe rol vinden, samen met hun - ook al -zoekende ambtenaren. Zo ontstaat het beeld van een nieuw samenspel.

Het eerste hoofdstuk is getiteld: De eenzame bestuurder op de eerste dag: “Daar zit ze dan, de nieuwe wethouder. Ze heeft een bureau, een computer en een secretaresse. Die vraagt: ‘Moet ik u zeggen?’
En ze heeft een volle agenda. Om 10 uur staat het eerste stafoverleg gepland. Om kwart voor tien komt een afdelingshoofd binnen. Hij legt een dikke ordner met beleidsnota’s op haar bureau. ‘Hier staat ons hele beleid in’, zegt de ambtenaar. ‘Moet ik dat allemaal lezen?’ vraagt de wethouder. ‘Nou, dat hoeft niet. Maar het is wel goed om het te hebben’, zegt de ambtenaar. Even later arriveren de andere ambtenaren. Tijdens het stafoverleg kijt de wethouder als een dood vogeltje. Er komt zo veel op haar af. Ze is overdonderd. Om twaalf uur steekt de secretaresse haar hoofd om de deur. ‘Wat wilt u lunchen?’ De wethouder hoort zichzelf zeggen: ‘Doe maar wat’.

Een wethouder typeerde haar werk eens als “de meest fantastische hondenbaan. De lol in mijn werk straal ik uit. Dat werkt aanstekelijk op mijn ambtenaren. Dan lopen ze harder voor mij”. Een vak om trots op te zijn, staat er dan ook op de site van de Wethoudersvereniging.

De tango van wethouder en ambtenaar, door Jur de Haan en Erik van Venetië, uitgave van de Wethoudersvereniging, 87 p., 2016, € 10,-. Bestellen door sturen van e-mail naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. met vermelding van Tango.

 

Joomla webdesign: Zoccolo Concepting & Design