Vertrouwen in vakmanschap kan de zorg ‘ontregelen’. Petrouschka Wind-Wekker laat zien hoe je dat doet

Op een dag verving Petrouschka Wind-Werker een zieke collega in een strategie-overleg. Haar gloedvolle betoog over vertrouwen in vakmanschap leidde tot een aanpassing in de strategische koers en tot een omslag in het denken over leren tijdens het werk.
Petrouschka Wind-Werker is adviseur Lerende Organisatie bij het Leerhuis van het OLVG-ziekenhuis in Amsterdam met zo’n 6500 medewerkers, allemaal vakmensen. Ze is daar, zoals ze het zelf zegt, ‘een radertje in een grote machine’. Zij is voorstander van het Rijnlandse managementmodel.

In een artikel in het tijdschrift O & O – Opleiding en Ontwikkeling (nr 1, 2022) schrijft Petrouschka Wind-Werker over de manier waarop vertrouwen in vakmanschap de zorg kan ‘ontregelen’. Zij laat de lezer meekijken in de praktijk van het OLVG-ziekenhuis, dat per april 2021 gestopt is met het afnemen van toetsen van de Voorbehouden- en Risicovolle Handelingen (VBH/RVH). Dat gebeurde na het besef dat steeds maar weer toetsen niet zinvol bleek.

Petrouschka: “Sinds ongeveer 25 jaar verplichten ziekenhuizen, maar ook andere zorginstellingen, hun zorgprofessionals om periodiek hun bekwaamheid aan te tonen door middel van een praktijktoets; al dan niet voorafgegaan door een theorietoets. Iedere zorginstelling moet daarvoor een toets- of scholingsbeleid hebben en daar uitvoering aan geven. Dat vraagt de nodige investeringen, zoals een Learning Management System (LMS), een vaardigheidslokaal met fantomen en oefenmateriaal, beschikbaarheid van praktijktoetsers, inzet van opleidingsadviseurs, vaardigheidsdocenten, het ontwikkelen van actuele theorie- en praktijktoetsen, etc.

In OLVG hadden we dit allemaal goed georganiseerd. Althans, we dachten dat we een goed systeem hadden neergezet om het aantonen van bekwaamheid te faciliteren. Maar tot onze verbazing constateerden we in 2018 dat wij evenwel niet voldeden aan de norm van aangetoonde bekwaamheid. Wat hadden we niet goed gedaan, vroegen we ons af”.

Bezwaren tegen de praktijktoetsen

“Een van de opvallendste redenen – zo bleek toen we ons er verder in gingen verdiepen – was dat het laten afnemen van een praktijktoets een behoorlijk beslag legde op de tijd van de zorgprofessional. De praktijktoets vond meestal plaats onder werktijd en dat betekent meer werk in minder tijd doen, werk overdragen, tijd om naar een praktijklokaal te lopen, wachttijd, de praktijktoets doen, teruglopen. Voor een enkele praktijktoets was de zorgprofessional al gauw een uur kwijt. Alles bij elkaar geteld kostte het afnemen van praktijktoetsen (inclusief de tijd van de assessor, die ook zorgprofessional is) onze organisatie zo’n 3.200 uur verlettijd per jaar. Tijd die niet besteed kan worden aan patiëntenzorg.

Bovendien vonden zorgprofessionals dat het ‘toetsen om het toetsen’ was. Het laten zien van een handeling in de gestandaardiseerde omgeving van een praktijklokaal, met behulp van oefenmateriaal (een fantoom genoemd) doet immers geen recht aan de complexiteit van de realiteit, waar sprake is van tijdsdruk, rumoer, gespannen patiënten, etc. Terwijl juist het beargumenteerd kunnen afwijken van een protocol een teken van vakmanschap en bekwaamheid is”.

Het roer gaat om

Kortom, er werd veel tijd en energie gestoken in het organiseren, afnemen en verwerken van toetsen. Maar hoe verhielden deze inspanningen zich tot het onderhouden van belangrijke competenties, zoals samenwerking, klinisch redeneren, communicatie, methodische overdracht of handelen in acute situaties?

Het systeem bleek verworden tot een nodeloos ingewikkelde, controle-gestuurde, tijdrovende en niet-realistische manier van toetsing, om te voldoen aan (de interpretatie van) een wettelijke verplichting.
De tijd was rijp voor verandering:  Anders gaan denken over controle en de kosten daarvan,  anders gaan kijken naar bekwaamheid en anders gaan doen. Het roer ging om waarbij de belangrijkste koersverandering was dat niet controle leidend moet zijn, maar vertrouwen in vakmanschap.

Vanuit het Leerhuis OLCG werd een duurzaam fundament gelegd voor nieuw beleid en nieuwe uitvoering, afgestemd op de wensen en behoefte van zorgprofessionals.
‘Vertrouwen in vakmanschap’ werd een leidend principe om administratieve last en regeldruk te verminderen. Het principe is opgenomen in de strategische koers. En, met vertrouwen in vakmanschap als leidende principe, kan men er ook op vertrouwen dat professionals heel goed in staat zijn gezamenlijk de kwaliteitsnormen van de zorg te bepalen en na te streven.
Het ontwerpen en schrijven van het nieuwe beleid – Aantoonbaar bekwaam – genoemd heeft een jaar geduurd. In de praktijk komt het neer op leren op de werkvloer, waar het leren en aantonen van bekwaamheid – zoals het hoort – tijdens het werk gebeurt. De zorgprofessional bepaalt zelf op welke wijze hij bekwaamheid wil aantonen en registreert dit ook zelf in het portfolio.

De impact van het nieuwe beleid is intussen geëvalueerd tijdens en na een pilot en er is een enquête gehouden onder alle – 212 – deelnemende verpleegkundigen.

Een greep uit de uitkomsten:

  • De gemiddelde bekwaamheid in VBH/RVH steeg van 45% naar 80%
  • Zorgprofessionals tonen verantwoordelijkheid ten aanzien van het getoonde vertrouwen en er is vertrouwen in elkaar
  • De keuzevrijheid en mogelijkheden van beleid Aantoonbaar Bekwaam worden positief ontvangen en doen recht aan professionaliteit
  • Een ruime meerderheid van de respondenten ervaart minder studie- en controledruk
  • Het kunnen maken van eigen keuzes in het versterken en aantonen van bekwaamheid draagt bij aan de autonomie van de professional

Petrouschka besluit haar artikel met een belangrijke les die ze heeft geleerd: Als blijkt dat zaken vastlopen of gaan tegenwerken is het tijd om de regels ter discussie te stellen en de dingen anders te gaan doen, daarbij steeds het doel in het oog houdend.

Lees het hele artikel van Petrouschka Wind-Werker, Hoe vertrouwen in vakmanschap de zorg kan ‘ontregelen’, O&O / NR 1, 2022: beroepseer.nl

Rijnlands managementmodel: www.delimes.nl

 

Afbeelding bovenaan is van Moondance

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief ontvangen?

Wij houden u graag op de hoogte van actuele ontwikkelingen binnen Stichting Beroepseer.  Wilt u onze nieuwsbrief ontvangen? Dan kunt u zich hieronder aanmelden.

Contact

Adres:
Godfried Bomansstraat 8, Unit 15
4103 WR Culemborg

Email:
info@beroepseer.nl

© Stichting beroepseer