Skip to main content

Ambtelijk vakmanschap en moreel gezag

De invoering van een ‘levend’ en rijk ambtelijk statuut is nodig om tegenwicht te bieden aan het dominante kortetermijndenken van politieke bestuurders. Dat is de kernboodschap van het essay Ambtelijk vakmanschap en moreel gezag, geschreven door Gabriël van den Brink, hoogleraar filosofie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en Thijs Jansen, mede-oprichter en directeur van de Stichting Beroepseer en senior-onderzoeker aan de School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg. Volgens de auteurs moet het nogal vrijblijvende debat tot nu toe over ambtelijk vakmanschap verbonden worden met de dringende noodzaak om de overheid moreel gezag te bezorgen: “In de moderne samenleving zijn volop morele gezagsbronnen aanwezig. Politieke bestuurders maken hier echter stelselmatig geen of weinig gebruik van, vanwege machtskwesties en kortetermijnbelangen”.
Om ambtenaren in staat te stellen werk te maken van moreel gezag, bepleiten de auteurs de invoering van een ‘levend’ en rijk ambtelijk statuut.

De auteurs stellen in het essay dat de belangrijkste functie van ambtelijk vakmanschap het creëren, ontwikkelen en in stand houden van overheidsgezag is. Dat is hoog nodig, want volgens de auteurs is er sprake van een heuse gezagscrisis bij de overheid. In tegenstelling tot de communis opinio blijkt moreel gezag in deze tijd van groot belang te zijn. Burgers hechten er sterk aan, maar deze gezagsbron wordt (met name) door de politiek-bestuurlijke gezagsdragers vaak onderbenut. De auteurs spreken van een ‘morele leegte in de partijpolitiek’. In Den Haag dient de ‘wil van het volk’ als vrijbrief voor ‘doorzettingsmacht’, waarbij de doelen uit regeerakkoorden de middelen heiligen. Rechtsstatelijke tegenwichten worden in toenemende mate genegeerd, verzwakt of handig omzeild. 
Uitvoerende organisaties worden opgezadeld met onuitvoerbaar beleid. Uit affaires, parlementaire enquêtes en rapporten van onder andere de Nationale Ombudsman rijst bepaald niet een beeld op van een overheid die behoorlijk bestuurt en leert van fouten. De vele affaires van het afgelopen jaar onderstrepen dit beeld (PGB-alarm, Teevendeal en bonnetjesaffaire, Fyra, ICT-enquête).
Van beleidsambtenaren en uitvoerende ambtenaren wordt door politieke bestuurders loyale medewerking geëist. Ondanks mooie termen als ‘co-creatie’ en ʻdoe-democratie’ lijkt de klassieke Weberiaanse visie op ambtenaren – volstrekte gehoorzaamheid aan de politieke bestuurder – nog onverminderd in zwang te zijn.

Om morele gezagsbronnen structureel te kunnen benutten moet het vakmanschap van ambtenaren een sterkere positie krijgen, door “het creëren van een breed ambtelijk statuut waaraan zij ook een zeker recht op ambtelijk vakmanschap kunnen ontlenen”. 
Een stevig ambtelijk statuut bestaat wat de auteurs betreft uit een samenstel van waarden dat richting kan geven aan goed ambtenaarschap en dat helpt de weg te wijzen naar duurzamer en gezaghebbender optreden van de overheid. Dit statuut dient waarden te bevatten die uitdrukking geven aan de publieke missie (bijvoorbeeld onafhankelijkheid, rechtsstatelijkheid, rechtmatigheid, rechtvaardigheid) en aan de professionele missie (bijvoorbeeld deskundigheid, dienstbaarheid, doelmatigheid en eerlijkheid) van het ambtelijk werk.

Op 27 september 2016 bespreekt de Eerste Kamer het voorstel voor de Wet normalisering rechtspositieambtenaren van de kamerleden Steven van Weyenberg (D66) en Mona Keijzer (CDA). Doel hiervan is het zoveel mogelijk elimineren van de arbeidsrechtelijke verschillen tussen personeel in de overheidssector en de marktsector. In dat kader heeft de minister van Binnenlandse Zaken, de heer Plasterk, eerder aan de Tweede Kamer een ambtenarenstatuut toegezegd waarin ‘de aspecten van het ambtelijk vakmanschap’ zullen worden vastgelegd. De planning is erop gericht dit gereed te hebben op het moment dat de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren in werking treedt. Tot op heden is nog onduidelijk hoe de minister dat statuut wil vormgeven.

Het essay bestaat uit drie delen:
Deel 1: De gezagscrisis van de overheid en het lot van ambtelijk vakmanschap (diagnose).
Deel 2: Wat voor gezag heeft de overheid nodig? Het toenemend belang van moreel gezag (remedie).
Deel 3: Hoe ambtenaren kunnen bijdragen aan het morele gezag van de overheid. Een pleidooi voor een ambtelijk statuut (realisatie).
Voorwoord van Sjaak van der Tak, burgemeester van Westland, en van auteurs.

Ambtelijk vakmanschap en moreel gezag, door Gabriël van den Brink en Thijs Jansen, uitgave van Stichting Beroepseer, 96 p., 2016, € 19,99,
Klik hier om essay te bestellen: www.beroepseer.vrijeboeken.com

Ambtelijk vakmanschap en moreel gezag, Publiek Denken, 6 juni 2026: https://publiekdenken.nl/

De morele dimensie van ambtelijk vakmanschap, door Dave van Ooijen, Groepsblog Beroepseer, 14 juli 2016: www.beroepseer.nl

Boekverslag: Ambtelijk vakmanschap en moreel gezag, door Davied van Berlo, De Ambtenaar, 
1 juni 2016: www.deambtenaar.nl (Website is opgeheven)

Recensie: Ambtelijk vakmanschap en moreel gezag, TPC Online, 9 november 2016: http://www.tpconline.nl/nieuws/recensie-ambtelijk-vakmanschap-en-moreel-gezag (Niet meer beschikbaar)