Verzorgenden IG voelen zich niet gehoord en erkend in hun beroep. Maar zij zijn wel onmisbaar

“Ik ben belangrijk

Ik help mensen met wassen, douchen en aankleden. Ik doe ook wondzorg, ik mag injecteren, ik verwissel katheters, ik sluit sondevoeding aan.

Maar wat mijn werk zo mooi maakt is dat ik het luisterend oor ben voor de steeds eenzamer wordende oudere, dat ik een moeder in een gezin mag helpen zodat ze thuis kan blijven wonen, dat ik een schouder mag zijn voor mijn cliënten als ze er even door heen zitten.

Dat ik mensen een stukje van hun waardigheid terug kan geven. Dat mensen na een operatie weer steeds zelfstandiger worden en uiteindelijk zichzelf weer kunnen redden.

En steeds vaker mag ik mensen warme zorg geven. Dit betekent dat mensen die niet meer beter kunnen worden en thuis willen sterven die mogelijkheid ook krijgen. Ik mag dan deel uit maken van de kostbare tijd die hun nog gegeven is. Natuurlijk is dat wel eens moeilijk maar het ook zo ontzettend dankbaar.

Ik ben: verzorgende IG in de wijkverpleging”

(Ontleend aan onderzoeksrapport ‘Verzorgenden IG in beeld’)

De beroepsgroep verzorgenden Individuele Gezondheidszorg (verzorgenden IG) is de grootste in de langdurige zorg. Hun aandeel in de verpleeghuiszorg en de wijkverpleging is dan ook aanzienlijk en daarmee zijn zij onmisbaar voor cliënten en zorgorganisaties. Door de specifieke zorg die verzorgenden IG verlenen en het intensieve contact dat zij met cliënten hebben, beschikken zij over unieke kennis die van belang is voor zorgorganisaties. In het licht van de vergrijzing wordt verwacht dat het belang van hun werk en kennis nog verder zal toenemen. Het is daarom essentieel om verzorgenden IG die op dit moment werkzaam zijn voor het vak te behouden. Met het oog op de toenemende tekorten is het tevens belangrijk om nieuwe mensen  aan te trekken.

Deze grote beroepsgroep in de zorg voelt zich vaak niet gezien, gehoord en erkend. Ze zijn niet in beeld bij managers en bestuurders van zorginstellingen of bij landelijke beleidsmakers. De coronacrisis heeft dit nog eens duidelijk gemaakt. Ze ervaren hun positie als gemarginaliseerd. Dat blijkt uit een onderzoek van de Vrije Universiteit in samenwerking met Hogeschool Inholland en het ROC Nova College. Gedurende 2,5 jaar is de stem en de positie van deze verzorgenden onderzocht om te weten te komen wat verzorgenden kunnen doen om gehoord te worden en hoe zij een positie kunnen verwerven. Het gaat om erkenning voor hun vak.
Feit is dat zonder deze verzorgenden de langdurige zorg nergens is.

Verzorgenden IG zijn niet of nauwelijks vertegenwoordigd in de adviesraden

De situatie waarin veel verzorgenden IG in de langdurige zorg zich op dit moment bevinden is problematisch, en wel om vier redenen.

Ten eerste hebben de langdurige zorg (verpleging en verzorging, care) en het werk in deze sector minder aanzien dan de zorgverlening en zorgverleners in ziekenhuizen (genezing, cure). Hoewel dit al langer bekend is, maakte de coronacrisis de statusverschillen in ons zorgstelsel pijnlijk duidelijk. Qua aanzien en imago staan de verpleeghuiszorg en wijkverpleging, en met name de ouderenzorg onderaan in de zorghiërarchie.

Ten tweede, binnen zorgorganisaties in deze sectoren bestaat opnieuw een hiërarchie van beroepsgroepen. De beroepsgroep van verzorgenden IG staat daarin, wederom, laag in hiërarchie. Veel verzorgenden IG ervaren binnen hun organisatie een gebrek aan waardering en (h)erkenning voor hun werk. Verder hebben zij lang niet altijd mogelijkheden om zich door te ontwikkelen.

Ten derde kunnen verzorgenden IG in veel zorgorganisaties vaak niet inhoudelijk meepraten over ontwikkelingen in de zorg en zorgorganisaties en (de invloed daarvan op) hun vak. Dat wil zeggen, als het gaat om formeel georganiseerde inspraak en medezeggenschap ontvangen verzorgenden IG in veel organisaties geen uitnodiging of stimulans om de beroepsgroep te vertegenwoordigen en mee te praten in vertegenwoordigings- en/of adviesorganen. Daardoor is de beroepsgroep vaak niet of nauwelijks vertegenwoordigd in Verpleegkundige- of Professionele Adviesraden, die sinds de nieuwe kwaliteitskaders in de wijkverpleging en de verpleeghuiszorg – als het goed is – zijn opgericht.

Ten vierde zijn verzorgenden IG zelf lang niet altijd in staat om hun belangen goed voor het voetlicht te brengen, of te verwoorden wat zij nodig hebben voor het uitvoeren van hun beroep. Zij hebben de vaardigheden daarvoor
niet geleerd.

Marieke van Wieringen, projectleider en hoofdonderzoeker:

“Zeggenschap moet van twee kanten komen. Ook voor verzorgenden IG ligt er een opgave. Om naar voren te durven stappen, hun rol en kennis uit te dragen en samen verantwoordelijkheid te nemen voor een prettig, collegiaal werkklimaat. Dat vraagt ook om goed en ondersteunend werkgeverschap. Dat betekent dat zorgorganisaties zeggenschap door verzorgenden IG moeten faciliteren, en dat managers en beleidsmakers medewerkers zien en naar ze luisteren, zodat ze weten wat er in de zorgpraktijk speelt”.

Verzorgenden IG in beeld – Samen werken aan een duidelijke stem en betere positie voor de beroepsgroep, door dr. Marieke van Wieringen, Karin Kee, MSc., prof. dr. Henk Nies, dr. Robbert Gobbens, prof. dr. Peter Groenewegen, prof. dr. Bianca Beersma, VU, InHolland Hogeschool, november 2021: https://assets.vu.nl/d8b6f1f5-816c-005b-1dc1-e363dd7ce9a5/b88c587e-dca2-4f91-b970-4fd11ed0f573/VerzorgendenIG_in_beeld_Onderzoeksrapport_2021.pdf

Het onderzoeksrapport is 15 november 2021 aangeboden aan het ministerie van Volksgezondheid, Wezijn en Sport (VWS)

Grootste groep zorgmedewerkers voelt zich niet gehoord, VU, 16 november 2021: https://vu.nl

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief ontvangen?

Wij houden u graag op de hoogte van actuele ontwikkelingen binnen Stichting Beroepseer.  Wilt u onze nieuwsbrief ontvangen? Dan kunt u zich hieronder aanmelden.

Contact

Adres:
Godfried Bomansstraat 8, Unit 15
4103 WR Culemborg

Email:
info@beroepseer.nl

© Stichting beroepseer