just do it!!

Dit is deel 2 van mijn essay over VOORWAARDE VOOR EMPOWERMENT IS VIEREN VAN HET VERSCHIL.

(zie voor deel 1 elders op dit blog: Etikettenplakken als nationale sport)

Daarin heb ik beschreven hoe wij in onze cultuur steeds meer zijn gaan denken vanuit het stoornismodel en wat de effecten zijn van deze dominante denkwijze. We hebben een onbedwingbare neiging ontwikkeld om mensen die afwijken van standaardmodel mens een diagnose op te plakken.

In dit deel breng het krachtenveld rondom empowerment in beeld. Hoe komt het , dat je geen document van overheid, welzijn of zorg meer kan openslaan zonder dat de begrippen Empowerment, Eigen Regie en Eigen Kracht je bij wijze van spreken om de oren vliegen? Wat ligt daaraan ten grondslag, wat is daaraan voorafgegaan? Daar hoop ik in dit deel een licht op te werpen.

In deel 3 (volgende week) zal ik beschrijven waarom het bij empowerment om veel meer gaat dan het introduceren van een nieuwe methodiek. Het gaat om niet meer of minder dan een cultuuromslag, niet alleen in GGz en Welzijn, maar in onze hele samenleving.

JUST DO IT!!

En nu komt de empowerment in beeld. Eind januari was ik aanwezig bij een workshop die Sonja Visser gaf over haar Zelfregiecentrum in Venlo. Zij is daar twee jaar geleden een inloopcentrum begonnen in een wijk, en de vraag, de uitnodiging naar de wijk was: “Iedereen met een vraag of een idee over mentaal welzijn is welkom.” Zij deed in deze workshop aan een klas aanstaande casemanagers aan de HAN in Nijmegen verslag van haar bevindingen met empowerment. Ze vertelde over de benadering die ze toepast in haar centrum, of liever gezegd, die ze niet toepast, want dat was de rode draad in haar verhaal: als het over zelf-regie gaat moet vooral de professional iets leren, en dat is zich heel bescheiden op te stellen, die moet zichzelf feitelijk de handen op rug binden.

Er werden vragen gesteld door de aanstaande casemanagers , mensen die al jarenlang in GGZcontreien werken, en door de wol geverfd zijn. Twee vragen daarvan vielen mij op als zijnde exemplarisch voor de geluiden die je in het werkveld toch wel vrij breed hoort, als het gaat over empowerment.

  • Dat is allemaal mooi en aardig, dat empowermentidee, maar mijn idee is, dat dit gewoon heel plat en pragmatisch ingegeven is door een overheid die moet bezuinigen, mag de patiënt het opeens zelf gaan doen.
  • Maar stel je nou eens voor, als mensen zichzelf allemaal gaan empoweren, waar zijn wij dan nog voor nodig, dan maken we onszelf overbodig…

De tweede vraag wil ik bewaren voor een ander essay. Die vraag raakt aan de vraag wat er nodig is aan professioneel handelen in de directe relatie tussen hulpverlener en hulpverlener als het om empowerment gaat. Wat ik al wel vast wil zeggen, is dat het een groot misverstand is, te denken, dat er geen professionaliteit bij komt kijken, er komt alleen een heel ander soort van professionaliteit bij kijken dan die, die wij  zo hoog in het vaandel hebben op dit moment.

Empowerment vanuit 3 perspectieven

Op de eerste vraag wil ik nu ingaan, omdat die goed in het kader van dit essay past: want, wil je een cultuuromslag bewerkstelligen, dan is het nodig dat mensen herkennen en erkennen wat de bewegingen rondom die cultuur zijn. Het meest helder is het in een kader te plaatsen van 3 perspectieven. Het overheidsperspectief, het cliëntenperspectief en een perspectief wat zich de laatste jaren onmiskenbaar ontwikkeld heeft in het agogische domein zelf.

Overheidsperspectief

Hier hou ik het kort, want de ontwikkelingen zijn de lezer ongetwijfeld bekend. De AWBZ werd onbetaalbaar en de WMO kwam er voor in de plaats. Dat betekent dat we van verzorgingstaat naar verzekeringsstaat zijn gegaan, dat de cliënt veranderd is in een (kwetsbare) burger, en dat de overheid een visie tracht uit te dragen over grotere sociale cohesie en een visie op grotere zelfregie. De kwetsbare burgers moeten erbij gaan horen, en alle burgers worden geacht meer verantwoordelijkheid voor zichzelf en voor elkaar te nemen.

Het cliëntenperspectief

De cliënten hebben zich de laatste jaren in toenemende mate geëmancipeerd. Ze zijn klaar met ‘dit is goed voor u’. Ze willen als ‘klant’ een volwaardige plek in de triade zorgaanbieder, financier, klant.  Dat is het eerste. Daarnaast eisen ze steeds meer een aandeel als participant in de geestelijke gezondheidszorg.  Zij worden daarin ondersteund door ontwikkelingen in het agogische domein zelf. Daar tekenen zich in de afgelopen, zeg 15 jaar, nieuwe stromingen af waarin de grote gemeenschappelijke deler is dat er veel meer belang wordt toegekend aan betekenissen die mensen zelf toekennen aan hun situatie en de vragen waarvoor ze zich gesteld zien. Daarover zo meteen meer bij het perspectief van het agogische domein. Wat bij dit perspectief wel van belang is om te vermelden is het ontstaan van de Rehabilitatiebeweging, ergens midden jaren ’90. De grondleggers hiervan waren Dirk den Hollander en Jean Pierre Wilken; zij hebben  school gemaakt in de Nederlandse Rehabilitatiepraktijk voor mensen met een langdurige psychiatrische stoornis.(van Rooij, 2010)  Gaandeweg betrokken ze steeds meer elementen uit de ‘herstelbenadering’(Van Rooijen, 2009)  en de presentietheorie (Kal & Steketee, 2001)  Zo kwamen steeds meer  de sterke kanten en talenten van de cliënt centraal te staan, en niet zijn ziekten en beperkingen. Er ontstond zo een krachtenveld waarin cliënten ook zelf steeds meer als participant in beeld kwamen. Deze hele beweging heeft uiteindelijk erin geresulteerd dat de GGZ de ‘herstelbeweging’  omarmd heeft, door in 2008 een visiedocument uit te geven waarin de  herstelondersteuning als leidend principe wordt benoemd om de langdurige zorg te verbeteren. (GGZ Nederland, 2009)

Ik  heb een verslag gevonden van een masterclass die landelijk aan de GGZ gegeven is vorig jaar. Dit verslag geeft de ‘nieuwe wind’ waar het gaat om de plek van cliënten zo treffend weer dat er ik hier enige zaken uit naar voren wil halen. (GGZ Nederland, 2010)

De masterclass vond plaats op 8-06-2010 en werd gegeven door Mary O’Hagan. Deze vrouw is een vooraanstaande figuur uit de Herstelbeweging in Nieuw Zeeland. Het eerste wat ik dan voor het voetlicht wil brengen is dat zij ervaringsdeskundige is. Zelf psychiatrisch patiënt geweest. Dat is een cruciaal gegeven van de Herstelbeweging, dat het voorkomt, gedragen wordt door cliënten zelf. (Ook het boegbeeld van de Nederlandse Herstelbeweging, Wilma Boeving , lector Herstel, Empowerment en Ervaringsdeskundigheid van de Hanzehogeschool Groningen is ervaringsdeskundige) (Van Rooijen, 2009)

Wat Mary O’Hagan in haar masterclass steeds weer benadrukt is dat de crux van dit verhaal gaat over machtsverhoudingen die veranderd moeten worden. In die zin, zegt ze, zet de Herstelbeweging de GGZ echt op zijn kop. Juist omdat cliënten daar vrijwel nooit enige macht gehad hebben. De GGZ is van oudsher een paternalistische organisatie bij uitstek. Er is een tijd van tokoïsm geweest, waarbij cliënten weliswaar hun stem konden laten horen, maar er niets veranderde. Pas nu ontstaan langzamerhand vormen van partnership en participatie. Zij houdt GGZ Nederland dus uitdrukkelijk  voor dat het uiteindelijk gaat om veranderen van machtsverhoudingen, zodat cliënten een veel sterkere positie in gaan nemen dan nu het geval is. Dat is een weerbarstig maar onontkoombaar proces, waarbij het niet langer gaat om meedoen –cliëntenparticipatie-, maar om cliëntleadership. Cliënten niet langer als passagier, maar ze moeten uiteindelijk het stuur zelf in handen krijgen. En hoe dat moet?  Er zijn nog veel hindernissen en valkuilen, maar de inzet van peer-supportprojecten, die geheel of gedeeltelijk gerund worden door ervaringsdeskundigen, is daarbij van doorslaggevend belang. Hoe we er gaan komen, bij cliëntleadership, het is een kwestie van vallen en opstaan, maar haar boodschap is, en daar eindigt ze haar masterclass mee: ‘Just do it!’

Ik heb de Rehabilatiebeweging en de Herstelbeweging al genoemd. Maar daarnaast zijn relatief onafhankelijk van elkaar  de laatste (zeg 15) jaren nog een aantal nieuwe benaderingen ontstaan die ook de ervaring van de cliënt en vooral de betekenissen die hij/zij er zelf aan geeft, centraal stellen. In 2009 is een boek verschenen waarin deze benaderingen op een rijtje gezet en  helder toegelicht worden. De titel van het boek is  veelzeggend: ‘Werk(en) met betekenis’, dialooggestuurde hulp-en dienstverlening. (Van Doorn, Ravelli &Wilken, 2009) Het gaat om de Presentietheorie, om de Eigen Kracht Centrales , om Mediation, om Oplossingsgericht Werken en de  Rehabilitatietheorie. De Herstelbeweging wordt hier nog niet expliciet genoemd, maar ik denk dat die hier ook bij hoort.

Tot zover het krachtenveld om empowerment in vogelvlucht geschetst. Om even terug te komen op de vraag zoals die zich voordeed: empowerment is dus zeker niet iets wat opeens patsboem uit de lucht komt vallen , als zijnde sec een pragmatische intentie van de overheid om te bezuinigen. Mijn persoonlijke mening is, en ik weet dat ik daar niet alleen in sta, is dat de crisis en de bezuinigingen die daaruit voortvloeien een zegen zijn. In die zin dat ze een noodzakelijk breekijzer vormen om oude vastgeroeste structuren te doorbreken. Als het over de GGZ gaat; dit is zoals gezegd van oudsher zo’n paternalistische organisatie, zo sterk gestoeld en verankerd in het medische model, zo hiërarchisch, zo gesloten en naar binnen gericht, zo verkokerd, dat het helemaal geen kwaad kan dat er door de economische crisis (onbedoeld) druk op de zaak wordt gezet om de hele geestelijke gezondheidszorg ingrijpend te veranderen. Tot nog niet zolang geleden kregen zorgorganisaties eenvoudigweg ieder jaar een grote zak met geld, en er werd nauwelijks de vraag gesteld naar verantwoording in de zin of patiënten er ook daadwerkelijk veel mee opschoten. Dit is voorgoed verleden tijd. En dat is, wat mij de zegen lijkt. Je kunt een crisis zien als een bedreiging, maar ik zie het liever als nieuwe kans.

Empowerment in een breder kader bezien

Wat ik nu wil gaan doen is empowerment in een nog breder kader zetten. Zoals boven geschetst, is empowerment bedoeld om mensen die in de marge verkeren weer te betrekken bij de samenleving. Iedereen wordt verondersteld ‘mee te doen.’ Niemand mag buitensgesloten worden.  Veelzeggend is wel het woord ‘burger’, wat nu opgang doet.  Toen ik begon te werken als psychiatrisch verpleegkundige, dat was begin jaren ’80, werkte ik met ‘patiënten’. Gaandeweg de jaren ’90 werd de patiënt een ‘cliënt’, na het jaar 2000 werd de cliënt een ‘klant’, maar nu  raakt opeens de benaming ‘burger’ in zwang, zelfs in GGZ kringen wordt er opeens van ‘burgers’ gerept. Ik heb er nog enige moeite mee om eraan te wennen, ik snap de intentie, vind het ook een goede intentie, maar het woord ‘burger’ doet mij altijd onmiskenbaar denken aan de Russische revolutie, toen iedereen opeens Kameraad en Burger werd genoemd. Maar dit terzijde, het zal wel wennen, op den duur.

Goed, kwetsbare burgers, daar gaat het dus om. Hoe krijgen we die er weer bij. Wat ik nu voor het voetlicht wil brengen is dat dat geen zaak is van het individu alleen, ook niet van alleen het directe netwerk om het individu heen, maar dat dat een bewustzijnsverandering van onze hele samenleving gaat vragen.

Zoals Tine van Regenmortel het stelt in haar lectorale rede “Zwanger van empowerment” (Van Regenmortel, 2008, p.14) : “Een samenleving en beleid die kiezen voor sociale insluiting en volwaardig burgerschap voor iedereen dienen de bestrijding van sociale uitsluiting met prioriteit aan te pakken, en processen van marginalisering, uitburgering en uitsortering radicaal tegen te gaan.” Dit is helemaal waar, niemand zal dit tegenspreken. De vraag is alleen: hoe doe je dat dan, en hoe zit dat eigenlijk, met die processen van sociale uitsluiting, hoe en waardoor komt dat? Dat is het bredere kader waar ik het nu over wil gaan  hebben, en ik put daarvoor wederom uit de lectorale rede van Hans van Ewijk, omdat ik daarin de meest behartenswaardige visie daarop ben tegengekomen tot nu toe. Een visie waar je iets mee kan, die echt licht werpt op de zaak.

wordt vervolgd.

bibliografie:

Doorn, van, L. , Ravelli, A. & Wilken, J.P. (2009). Wer(ken) met betekenissen. Dialooggestuurde hulp- en dienstverlening. Bussum. Coutinho.

Ewijk, van, H. (2010). Maatschappelijk werk in een sociaal gevoelige tijd. Amsterdam. Uitgeverij SWP.

GGZ Nederland. (2009). Naar herstel en gelijkwaardig burgerschap. Visie op langdurige zorg aan mensen met een ernstige psychische aandoening.

GGZ Nederland. (2010). Geslaagde masterclass met Mary O’Hagan.

Regenmortel, van, T. (2008). Zwanger van empowerment. Een uitdagend kader voor sociale inclusie en moderne zorg. Eindhoven. Fontys hogeschool.

Rooij,van, P. (2010). Jean Pierre Wilken en Dirk den Hollander winnen Douglas Bennett Award 2010. Tijdschrijft voor rehabilitatie. doi: http://bit.ly/heUz8A

Rooijen, van, M. (2009). Wilma Boevink, boegbeeld van de herstelbeweging. Ps,7

 

Nieuwsbrief ontvangen?

Wij houden u graag op de hoogte van actuele ontwikkelingen binnen Stichting Beroepseer.  Wilt u onze nieuwsbrief ontvangen? Dan kunt u zich hieronder aanmelden.

Contact

Adres:
Godfried Bomansstraat 8, Unit 15
4103 WR Culemborg

Email:
info@beroepseer.nl

Stichting Beroepseer

© Stichting beroepseer