In het sociaal werk ontbreekt het aan vertrouwde gezichten. Hoe krijgen we relationele continuïteit terug?

In het winternummer van Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken staat een artikel over “het belang van vertrouwde gezichten”. Continuïteit in de relaties blijkt de achilleshiel van het sociaal werk te zijn. Van vertrouwde gezichten is meestal geen sprake. Beperkte carrière-mogelijkheden, gebrekkige arbeidsomstandigheden en korte financieringstermijnen zijn de oorzaak van een groot personeelsverloop en tal van personeelswisselingen.

Begin dit jaar voerde Stichting Vergeten Kind de campagne ‘Voor ieder kind een liefdevol thuis’. Stichtingsdirecteur Ende-Van den Broek vertelde hierin dat uit huis geplaatste kinderen gemiddeld met 65 verschillende hulpverleners te doen hebben. De hoge werkdruk in de jeugdzorg is daar debet aan, met veel ziekteverzuim en een hoog personeelsverloop als gevolg, maar vooral ook dat uit huis geplaatste kinderen gemiddeld zes keer worden doorgeplaatst.

Het belang van relationele continuïteit wordt breed onderschreven, maar er wordt maar beperkt onderzoek naar gedaan. Juist deze relationele continuïteit vinden kinderen, jongeren en ouders zelf van groot belang voor de kwaliteit van zorg. De nadruk in het internationale jeugdzorg-onderzoek ligt vooral op het belang van continuïteit door goed ketenbeheer en toegankelijkheid van patiëntdossiers. Het betreft de meer beheersmatige kanten van continuïteit, bezien vanuit een new public management-achtig perspectief.

Harde bewijzen

In de huisartsenzorg zijn er harde bewijzen voor het belang van relationele continuïteit. Voor oudere patiënten die het minst van huisarts wisselen, is de kans op overlijden 20 procent lager dan voor patiënten die vaker wisselen. Ander onderzoek laat zien dat ouderen die voor medische hulp steeds dezelfde huisarts, en niet vaak een vervanger, spreken, minder vaak onnodig worden doorverwezen naar een medisch specialist en minder vaak naar de polikliniek gaan. Ook worden mensen minder vaak en korter in het ziekenhuis opgenomen dan patiënten zonder vaste huisarts, is er een afname in het gebruik van spoeddiensten en daalt het aantal operaties.

Dergelijke harde bewijzen ontbreken voor het sociaal werk. Dat is een gemis, omdat het duidelijk is dat het er daar vaak op een schrijnende manier aan schort. In de jeugdzorg is het belang van een duurzame relatie tussen kind en hulpverlener zonneklaar maar is het geen vanzelfsprekendheid. De cijfers tonen dat aan. Ook in de geestelijke gezondheidszorg en bij de maatschappelijke ondersteuning staat de duurzaamheid van de relatie tussen sociaal werker en hulpvrager hevig onder druk. Steeds weer andere financiering, voortdurende wisseling van personeel en kortlopende wijkprogramma’s zijn hier debet aan.

Groot verloop

Onderzoek van het CBS toont aan dat het sociaal werk de grootste uitstroom heeft van de zorgsector; bijna 17 procent. Veelzeggend is dat 31 procent van de werknemers in de afgelopen twaalf maanden actie heeft ondernomen om ander werk te zoeken en 44 procent binnen vijf jaar wil vertrekken. Het grote verloop is volgens Edwin Luttik, senior adviseur professionalisering en opleidingen bij Platform Sociaal Werk Nederland, terug te voeren tot een combinatie van factoren. Bijvoorbeeld gebrekkige aansturing, ontevredenheid over de inhoud en uitdaging van het werk, beperkte ontwikkel- en loopbaanmogelijkheden, werksfeer en samenwerking Het grote verloop verbreekt niet alleen verbindingen; het ondermijnt daardoor tevens het vertrouwen van cliënten in het sociaal werk.

Is deze situatie te verbeteren? Dat een sociaal werker nauwelijks toekomt aan relationele continuïteit en machteloos is overgeleverd aan de nukken van het systeem?

De auteurs van het artikel zien aanknopingspunten tot verbetering. Bijvoorbeeld als sociaal werkers hun professionele vrijheid meer durven benutten. Er is er vaak meer mogelijk dan ze veronderstellen. Professionele ruimte nemen is een basishouding die een sociaal werker zichzelf kan aanleren. Daarnaast zouden beleidsmakers de visie op continuïteit van sociaal werkers meer een plek moeten geven in het beleid, nadat ze bij hen te rade zijn gegaan.

Download het hele artikel Achilleshiel van het sociaal werk, geschreven door Neeltje Spit, promovenda aan de Universiteit voor Humanistiek/docent-onderzoeker aan Fontys Hogeschool Sociale Studies; Thijs Jansen, directeur van Stichting Beroepseer; Radboud Engbersen, expert sociaal domein bij kennisinstituut Movisie. Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken, nummer 4, winter 2020: https://beroepseer.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief ontvangen?

Wij houden u graag op de hoogte van actuele ontwikkelingen binnen Stichting Beroepseer.  Wilt u onze nieuwsbrief ontvangen? Dan kunt u zich hieronder aanmelden.

Contact

Adres:
Godfried Bomansstraat 8, Unit 15
4103 WR Culemborg

Email:
info@beroepseer.nl

© Stichting beroepseer