De valkuil van technologie: Kapitaal, arbeid en macht in de Eeuw van Automatisering

Omslag van The Technology Trap van Carl Benedikt Fre

Bloomberg Opinion berichtte op 8 juli 2019 dat drie miljoen Europeanen vrezen voor hun baan in de auto-industrie. Voor deze mensen is de overgang naar de nieuwe technologie (van electrische auto’s) een bron van grote onrust.
Volgens een rapport van Pew Research Center was in 2017 vijfentachtig procent van de Amerikanen voor maatregelen om de groei van robots in te dammen. Andrew Yang, Amerikaans zakenman en namens de Democratische Partij kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 2020 in de VS heeft laten weten dat hij banen gaat beschermen tegen automatisering.
Door kunstmatige intelligentie, robotica en sensortechnologie zijn computers in staat taken te verrichten die jaren geleden alleen door mensen verricht konden worden. Programmering van buitenaf is in de toekomst niet langer nodig voor automatisering. In de Eeuw van Kunstmatige Intelligentie leren computers zichzelf programmeren.

Er zijn al veel boeken geschreven met een visie op de toekomst van arbeid en de gevolgen van technologische ontwikkelingen. In juni 2019 verscheen er een nieuw boek van Carl Benedikt Frey, The Technology Trap: Capital, labor and power in the Age of Automation.
Frey is bekend geworden met zijn in 2013 gepubliceerde boek The future of employment. How susceptible are jobs to computerisation? geschreven met Michael Osborne, waarin hij de kwetsbaarheid belicht van de vele banen die in de komende decennia geautomatiseerd worden. Frey is een Zweeds-Duitse econoom/historicus. Aan de Universiteit van Oxford leidt hij het programma over technologie en arbeid.

The Technology Trap is een uitgebreid, historisch onderzoek naar de relatie tussen technologie en arbeid. De auteur laat zien hoe veranderende machtsstructuren hun invloed uitoefenen op de Britse en Amerikaanse beroepsbevolking. Recensenten, sommige althans, noemen het een somber boek met een pessimistische visie. Recensent Robert Skidelsky van de Universiteit van Warwick vindt het boek een welkom tegengif tegen de huidige overdaad aan extreme voorspellingen over de toekomst van arbeid.

Industriële Revolutie

In het Voorwoord schrijft Frey dat hij in september 2013 met Osborne een schatting maakte van de invloed van kunstmatige intelligentie op banen:

“We ontdekten dat 47 procent van de Amerikaanse banen een risico liep als gevolg van automatisering. Een paar maanden later werd ik uitgenodigd voor een conferentie in Genève. Ik verkeerde in goed gezelschap van een voormalige premier en enkele Labour-ministers. Na mijn toespraak kwam een bekende econoom uit het publiek naar me toe – laten we hem Bill noemen – en hij merkte tamelijk bits op: Is dit niet zoiets als de Industriële Revolutie in Engeland?… Hebben machines toen ook niet banen vervangen? Bill had natuurlijk gelijk. Op weg terug naar het vliegveld realiseerde ik me pas dat hij helemaal gelijk had met zijn opmerking dat het nu niet anders was. Sommige banen verdwijnen en mensen vinden nieuwe dingen om te doen, zoals dat altijd is gegaan.We hoeven ons dus geen zorgen te maken.

De economische voordelen van de Industriële Revolutie waar Bill op doelde worden niet bestreden. Voor 1750 verdubbelde het inkomen per hoofd van de bevolking elke zesduizend jaar. Sindsdien verdubbelt het elke vijftig jaar. Maar het industriële proces was indertijd heel anders. Terwijl economische historici nog discussiëren of de gevolgen van de Industriële Revolutie voor de beroepsbevolking de moeite waard zijn geweest, bleek dat voor latere generaties wel zo te zijn. Maar, de werkende bevolking zag in die tijd haar bron van inkomsten verdwijnen; vaardigheden raakten overbodig. Het was beter geweest voor hun als de Industriële Revolutie er nooit was gekomen.

Terwijl de gemechaniseerde fabriek de huisvlijt verving, stierven traditionele banen met een middeninkomen uit, daalden de arbeidsinkomensquota*), namen de winsten toe en steeg de inkomensongelijkheid explosief.
Klinkt u dit vertrouwd in de oren? Inderdaad. Tot zover lijkt onze eeuw van automatisering economisch gezien grotendeels op de eerste periode van de industrialisering. Het duurde meer dan een halve eeuw tot de mensen de voordelen van het doorsijpel-effect**) van de Industriële Revolutie ondervonden. Het zal niet verbazen dat veel burgers hun geluk zagen keren met gevolg toenemende weerstand tegen machines. De Luddieten***) zoals ze worden genoemd, gingen tekeer tegen de mechanisering. Ze verzetten zich er hevig tegen.
Als we vandaag ‘zomaar’ een andere Industriële Revolutie meemaken, dan zouden de alarmbellen moeten gaan rinkelen.

Het idee achter dit boek is simpel: de houding jegens technologische vooruitgang wordt bepaald door de manier waarop het inkomen van mensen erdoor wordt beïnvloed. Economen denken over vooruitgang in termen van faciliterende en vervangende technologieën. De telescoop die astronomen in staat stelde naar de manen van Jupiter te kijken was geen vervanging van arbeiders op grote schaal. De telescoop stelde ons in staat nieuwe en voordien ondenkbare werkzaamheden te verrichten. Dat is een ander verhaal dan dat van de komst van het mechanische weefgetouw, een vervanging van het handweefgetouw. Vandaar dat wevers zich bedreigd zagen in hun broodwinning. Het spreekt vanzelf dat wanneer technologie de vorm aanneemt van kapitaal dat werkers vervangt, ze waarschijnlijk meer weerstand zullen bieden.

De verspreiding van welke technologie dan ook is een besluit, en als dat tot gevolg heeft dat sommige mensen hun baan verliezen, dan verloopt dat proces niet zonder wrijving. Vooruitgang is niet onvermijdelijk en voor sommigen is het zelfs niet wenselijk. Hoewel vooruitgang vaak als een gegeven wordt beschouwd, is er geen echte reden te bedenken waarom technologisch vernuft altijd moet gedijen.
[…]
Perioden van technologische verandering die gepaard gingen met baanvervanging hebben onrust met zich meegebracht, soms gepaard gaande met verzet tegen de technologie zelf.
In dat opzicht lijkt de eeuw van automatisering die begon met de computerrevolutie in de jaren tachtig, op de Industriële Revolutie toen de gemechaniseerde fabriek op grote schaal de ambachtslieden met een middeninkomen verving. Net als destijds, zijn de middeninkomensbanen vervangen door machines en zijn veel mensen genoodzaakt lager betaalde banen te accepteren, als ze tenminste niet zonder werk willen zitten”.

Drie generaties waren slechter af

Frey beschrijft ook dat als gevolg van de Industriële Revolutie drie generaties slechter af waren. Zij zagen geen betere tijden aanbreken. De Luddieten hadden in hun tijd gelijk, maar latere generaties mogen blij zijn dat ze de strijd niet gewonnen hebben, merkt hij op.
The Technology Trap gaat ook over de toekomst, maar doet geen voorspellingen. Profeten kunnen misschien de toekomst voorspellen, economen kunnen het niet. De bedoeling is een perspectief bieden, en perspectieven ontlenen we aan het verleden. Frey citeert Winston Churchill die heeft gezegd: Hoe verder je terug in de tijd ziet, des te verder je in de toekomst ziet.

Open vragen

Frey begint zijn onderzoek rond 1700, de tijd van de pre-industriële technieken. Daarna volgen de Industriële Revolutie die gepaard ging met steeds meer ongelijkheid, de periode van massaproductie die de ongelijkheid weer deed afnemen en tenslotte een welvarende middenklasse. Tot slot is er de recente polarisatie in een tijd van globalisering en digitale vooruitzichten.
Er is een belangrijk onderscheid tussen technologieën die arbeid vervangen en die welke arbeid aanvullen of complementeren. Terwijl de negentiende en de huidige eeuw door mensen verrichte arbeid lijken te vervangen door machines, hadden de twintigste eeuwse uitvindingen in toenemende mate behoefte aan geschoolde arbeid voor bediening van de machines.

Diane Coyle, econoom en hoogleraar Overheidsbeleid aan de Universiteit van Cambridge. schrijft in een recensie dat ze niet al te somber is over te toekomst van arbeid en inkomen. Ze vond Frey’s boek fijn om te lezen, een mooie aanvulling op de bekende historische voorbeelden. Ook de aandacht voor een breed scala aan technologische toepassingen is haar goed bevallen.
Volgens haar blijven er twee vragen onbeantwoord in het boek. Een gaat over de huidige conjunctuur: wat verklaart de combinatie van de klaarblijkelijk snelle technologische verandering en de lage werkloosheidscijfers in tenminste enkele OESO-landen? Het antwoord zou kunnen zijn: ‘lange en variabele vertragingen’, maar de vraag moet volgens haar zeker worden geformuleerd.

Een breder vraagstuk gaat over de interactie tussen technologie en economische systemen zoals de arbeidsmarkt. Hoewel automatisering waarschijnlijk overal dezelfde algemene effecten heeft, zullen de resultaten voor de beroepsbevolking verschillende richtingen uitgaan vanwege een verschillende nationale arbeidsmarkt en een verschillend onderwijs- of belastingstelsel. In hoeverre kan een afzonderlijk land tegen de trend ingaan? Frey komt niet aan deze onderwerpen toe volgens Coyle.

Lessen uit de geschiedenis

Afgezien van de reactie op technologische verandering, behoren we ons af te vragen wat in de eerste plaats bepaalt in welke richting de technologische ontwikkelingen uitgaan?
In het boek worden de oorzaken van vervanging of complementering van arbeid beschouwd als oorzaken van buitenaf. Maar waarom, vraagt Coyle, waren de electrische aandrijfeenheid in de auto-industrie en de verbrandingsmotor ontworpen als complementair, terwijl automatisering in de hedendaagse auto-industrie beschouwd wordt als een vervanging van arbeid? Hier zit een verhaal in dat nog moet worden verteld.

De Industriële Revolutie was een bepalend moment in de geschiedenis van de mensheid, maar op het moment zelf besefte men dat niet. We zitten nu middenin een nieuwe technologische revolutie. Welke lessen kunnen we trekken uit de geschiedenis?

The Revolution Trap bestaat uit vijf delen:
Deel 1 The great stagnation
Deel 2 The great divergence
Deel 3 The great leveling
Deel 4 The great reversal
Deel 5 The future

Noten
*) Arbeidsinkomensquotum: het deel van wat we in Nederland verdienen dat bij werkenden terecht komt.

**) Het zogenaamde doorsijpel-effect in de economie (de ‘trickle-down’ theorie berust op het idee dat de economische welvaart van de rijke bovenlaag uiteindelijk wel doorsijpelt naar de lagere klassen.

***) De Luddieten waren ambachtslieden en kleine boeren in de Midlands en in het noorden van Engeland die zich begin negentiende eeuw verzetten tegen industriële en technologische vooruitgang. Hun activiteiten omvatten onder meer het saboteren en vernielen van machines in fabrieken.  De naam Luddieten, is ontleend aan de vermoedelijk mythische Ned Ludd; hij zou een wever zijn geweest die in 1779 twee weefmachines vernielde.

The Technology Trap Capital, Labor, and Power in the Age of Automation, door Carl Benedikt Frey, Boffins Books: www.boffinsbooks.com.au

The future of employment: How susceptible are jobs to computerisation? door Carl Benedikt Frey en Michael S. Osborne, 2013: www.oxfordmartin.ox.ac.uk

The Technology Trap, door Diane Coyle,The Enlightened Economist, 9 juni 2019: www.enlightenmenteconomics.com

The True Price of Electric Cars. Millions of European workers are anxious about their prospects as combustion engines start to be phased out. Politicians need to get a grip, door Lionel Laurent, Bloomberg: www.bloomberg.com

Hieronder de video van de boekpresentatie van The Technology Trap met Carl Frey en Diane Coyle. Duur ruim 1½ uur.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief ontvangen?

Wij houden u graag op de hoogte van actuele ontwikkelingen binnen Stichting Beroepseer.  Wilt u onze nieuwsbrief ontvangen? Dan kunt u zich hieronder aanmelden.

Contact

Adres:
Godfried Bomansstraat 8, Unit 15
4103 WR Culemborg

Email:
info@beroepseer.nl

© Stichting beroepseer