Overslaan en naar de inhoud gaan

Alexandra Gabrielli

Sociaal-culturele professionals: Pioniers van de participatie-samenleving

marcel spierts 2Marcel Spierts schrijft in zijn boek De stille krachten van de verzorgingsstaat over de toekomst van sociaal-culturele professionals en over de geschiedenis van hun beroep vanaf 1945. Speciale aandacht is er voor de professionalisering van sociaal-cultureel werkers, opbouwwerkers, jongerenwerkers en vormingswerkers, en de manier waarop zij verweven zijn met de ontwikkeling van de verzorgingsstaat. In die professionalisering onderscheidt Spierts drie dimensies: professionaliteit, vakmanschap en ambachtelijkheid.

Kort gezegd is professionaliteit de manier waarop professionals zich verantwoorden en legitimeren naar de samenleving. Vakmanschap betreft de regels, normen en standaarden die vakgenoten onderling overeenkomen om te bepalen wat “goed werk” is. Ambachtelijkheid is de onuitgesproken en ongrijpbare dimensie van het doen en handelen.

In de loop van die geschiedenis heeft zich een harde kern van de sociaal-culturele beroepen ontwikkeld, door Spierts “de logica van het activeren” genoemd. Dat activeren – w.o. empowerment en verbinden – blijkt een subtiel spel te zijn. Hoe kan ik aan de ene kant mensen uitdagen, maar aan de andere kant ook veiligheid bieden? Wanneer confronteer je mensen en wanneer moet je juist ruimte bieden?
Spierts vertelt hoe professionals die logica van het activeren verder kunnen ontwikkelen in de activerende verzorgingsstaat – of de participatiemaatschappij – die momenteel zo in discussie is. Dat is belangrijk, want er blijkt een spanning te bestaan tussen die twee. De activerende verzorgingsstaat is ongeduldig en benadrukt de urgentie van sociale problemen, terwijl de activeringslogica van de professionals zich nu juist kenmerkt door behoedzaamheid en geduldig manoeuvreren.

Door de nadruk te leggen op de ontwikkeling van vakmanschap en ambachtelijkheid – en niet zozeer op professionaliteit zoals in het verleden het geval was – kunnen sociaal-culturele professionals samen met burgers en vrijwilligers zich mede-eigenaar maken van hun beroep. De kracht van de sociaal-culturele beroepen zit hem vooral in sociale innovatie. In deze beroepen zit enorm veel vernieuwingspotentieel, zoals de geschiedenis ons leert.

 U P D A T E
Op 3 december 2014 is bekend gemaakt dat
Marcel Spierts de De la Courtprijs 2015 van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) krijgt voor zijn proefschrift De stille krachten van de verzorgingsstaat. De prijs, een bedrag van 7500 euro, is bedoeld voor onderzoek dat onbetaald en zelfstandig is verricht. De prijsuitreiking is op maandag 9 februari 2015 bij de KNAW, Kloveniersburgwal 29 te Amsterdam.

De visie van Erik van Zuidam op regionale samenwerking

erik van zuidam 2Erik van Zuidam is directeur van de Veiligheidsregio Groningen, een nieuw, in januari 2014 van start gegaan samenwerkingsverband van overheidstaken en hulpdiensten w.o. de brandweer.
Hoe zorg je er nu voor dat door fusie en schaalvergroting een organisatie niet verzandt in bureaucratie? Dat mensen niet verloren raken?

Van Zuidam zegt dat hij veel geleerd heeft van reorganisaties, maar ook veel heeft afgeleerd. Hij wil een organisatie die past bij het tijdsgewricht waarin we momenteel leven: “We leven niet meer in een tijd van veranderingen. We leven in een verandering van tijdperken”.
De oude systemen zijn uitgewerkt. Het is tijd voor iets nieuws, voor andere begrippen, structuren en ander gedrag.

Volgens Van Zuidam werken de beste systemen op de rand van orde en chaos. Op die rand ontstaan er mooie dingen. Bij teveel orde gaat het mis, is er geen beweging meer. Bij teveel chaos, is er teveel beweging en gaat het ook mis. Een samenleving kan alleen overleven als ze in beweging blijft. Teveel werken in verticale structuren is ook niet bevorderlijk voor een vitale samenleving. Bovenin de piramide gaan zitten en tegen de ambtenaren zeggen: u doe dit en u doet dat, kan niet meer. Van bestuurders, burgemeesters en gemeenteraden mogen we nu verlangen dat ze meer horizontaal gaan werken. Niet denken: ik moet informatie hebben en vervolgens ga ik bepalen wat er gebeurt, maar over de grenzen van de eigen organisatie heenreiken.
In feite moet iedereen zijn vak opnieuw uitvinden. De moderne ambtenaar claimt bijvoorbeeld ruimte om zijn vak goed uit te oefenen. Van Zuidam verwacht dat vertrouwen van burgers in de overheid toeneemt door samenwerking op lokaal en regionaal niveau.

Erik van Zuidam is Voortrekker van Beroepseer. Zie: www.beroepseer.nl

Arjan van der Meij: Maken moet weer terug in het onderwijs

arjan van der meijArjan van der Meij, natuurkundeleraar op het Christelijk College De Populier in Den Haag, merkte tien jaar geleden dat vwo- en havo-leerlingen van zijn school graag dingen maakten en met hun handen werkten. Je wordt er vrolijk van, je leert vaardigheden, én je creativiteit en vindingrijkheid worden gestimuleerd. Aan de andere kant brengt maken intrinsieke motivatie met zich mee. Kinderen willen graag iets maken dat er nog niet is en daar trots op zijn.

In 2013 is Van der Meij met collega’s, onder wie Per-Ivar Kloen en Marten Hazelaar, begonnen met de “FABklas”, waar leerlingen van 2 Mavo tot 6 Vwo kunnen werken aan een opdracht of zelf bedenken wat ze willen maken met behulp van gereedschap, materialen en moderne apparatuur als minicomputers en een 3D printer. Bij elke stap leren kinderen weer iets. Omgaan met teleurstellingen als iets niet lukt. Communiceren met anderen die er meer verstand van hebben. Samenwerking is nodig, en geduld bijvoorbeeld als je niet meteen aan de slag kunt omdat een ontbrekend onderdeel besteld moet worden.
“Onze ervaring is dat kinderen gaan stralen als ze iets hebben gemaakt dat werkt. Ja we zijn bezig de uitvinders van deze eeuw op te leiden”.
Moeten andere scholen het voorbeeld volgen? Van der Meij geeft waardevolle tips over hoe maken weer terug kan keren in het onderwijs.

Beroepsdilemma’s: van huisarts tot bankier, van gezinsmanager tot generaal

deirdre enthovenAls wij over falend beleid of een misstand in bijvoorbeeld de jeugdzorg horen, zijn we verontwaardigd. We oordelen razendsnel over wat anderen doen. Journaliste Deirdre Enthoven heeft een aantal mensen met uiteenlopende beroepen geïnterviewd om te weten te komen hoe zij tot beslissingen komen en met wat voor dilemma’s zij te maken krijgen in hun werk. Ze nam een kijkje in de keuken bij onder anderen een kinderarts, rechter, gezinsmanager, politicus, bankier, topsporter en huisarts.

Dilemma’s zijn er altijd maar ze liggen bijna altijd ergens anders dan we verwachten. Dat bleek bijvoorbeeld duidelijk uit het interview met Dick Berlijn, commandant der Strijdkrachten. Hij kon wakker liggen door te moeten kiezen wie van twee even geschikte mannen promotie zou krijgen.

Uit de interviews, gepubliceerd in het boek Bewogen besluiten – Professionals en hun dilemma’s, kwam naar voren dat er een universeel mechanisme in werking treedt bij het nemen van een beslissing. Die komt meestal niet van buitenaf – al gaat men uiteraard bij anderen te rade en raadpleegt men wet- en regelgeving – de uiteindelijke beslissing komt meestal in een intuïtief gevoel bovendrijven. Die intuïtie is meer dan een emotie of een gevoel, het is de optelsom van kennis en ervaring die de doorslag geeft.

Kiezen we bij wetenschapsethiek voor regels of voor deugden?

herman paulHoe kan de wetenschap integer worden beoefend? Over welke eigenschappen dient de wetenschapper te beschikken? De zijn vragen actueel, gelet op de recente voorbeelden van wetenschapsfraude. Herman Paul leidt momenteel een onderzoeksproject aan de Universiteit van Leiden naar wetenschapsethiek in de 19e eeuw waarin veel nieuwe universiteiten werden opgericht en er volop gediscussieerd werd over de ideale eigenschappen van een wetenschapper.

Kunnen wij leren van deze discussies? Volgens Paul wel. Met verve vertelt hij over de intellectuele deugden die ervoor moesten zorgen dat de wetenschapper niet verviel in slordigheid en oppervlakkigheid. Het is de moeite waard om eens na te denken over de wetenschapper als individuele persoon met zijn of haar verlangens, ambities en op de loer liggende valkuilen en verleidingen. Om fraude tegen te gaan bedenken we regels, maar onze maatschappij bezwijkt bijna onder het gewicht aan wetten, protocollen, commissies van toezicht en beleidsadviezen. We verschuilen ons graag achter structuren en systemen.

Het is natuurlijk veel beter bij onszelf op zoek te gaan naar het antwoord op de vraag wat ons motiveert om wetenschapper te worden? Het is een vraag die Herman Paul ons aan het slot voorlegt, met twee suggesties voor een antwoord.

Beroepsinteger leren handelen bij het zakendoen

margreeth kloppenburg 2Margreeth Kloppenburg is adviseur in de zakelijke dienstverlening. Ze schreef boeken als Hoera, een conflict, Leve het verschil en Eerlijk scoren. Voor dat laatste boek interviewde zij professionals over hun dilemma’s en de spanning die zij ervaren tussen targets halen en integer willen handelen voor de klant. Zij was verbaasd over die spanning, want zij gelooft dat als je zuiver en integer handelt, de winst vanzelf volgt.

Momenteel is Kloppenburg bezig met een promotie-onderzoek om meer inzicht te krijgen in de ethiek van het zakendoen, hoe professionals beroepsinteger leren handelen en dan met name binnen de accountancy.
Vraag waarop ze een antwoord zoekt is bijvoorbeeld: hoe kun je ervoor zorgen dat mensen met een bepaalde vakkundigheid overeind blijven en ook nog met plezier hun werk doen?
In onze samenleving blijkt er grote behoefte te zijn aan een “nieuwe professional” die zijn rug recht weet te houden. Tegelijkertijd stelt Kloppenburg de vraag of het zinvol is om ethiek en moraliteit in een mal te gaan gieten, gelet op het snel veranderende speelveld.

Kloppenburg spreekt de professionals het liefst individueel aan. Ze wil hen aan het denken zetten met vragen als: wat voor professional wil je nu eigenlijk zijn? Hoe overleef je in een steeds veranderende samenleving? Heb je wel het beste met de ander voor? Met je klant? Je collega. De maatschappij?”

Het publieke belang verdedigen – De dilemma’s van gemeenteambtenaar Bas Jansen

de dilemma s van gemeenteambtenaar bas jansenWat doet een gemeenteambtenaar als hij te maken krijgt met een illegaal gebouwd huis waarin mensen al heel lang wonen? Laten afbreken of laten staan? Bas Jansen is planoog in een plattelandsgemeente en ziet zich op gezette tijden voor een dilemma gesteld. In een gesprek vertelt hij hoe hij daarmee omgaat. Hij vertelt ook over de zin en onzin van regels en onafhankelijk advies uitbrengen aan de wethouder en de burger. En passant laat Jansen ook zijn gedachten gaan over hoe hij de rol van de ambtenaar ziet in de maatschappij, maar ook van de burger, die hij een spiegel voorzet.

De naam Bas Jansen is niet de echte naam van de geïnterviewde ambtenaar. Maar de ambtenaar bestaat wel echt en heeft ook de dingen meegemaakt die hier ter sprake komen. Er is gekozen voor een pseudoniem om de privacy van burgers, betrokken bij de in het interview vermelde casussen te beschermen.

Bas Jansen: “Als je als overheid regels stelt die je niet wilt handhaven, dan is dat ook een vorm van hypocrisie. Daarmee word je als overheid onbetrouwbaar.

… Mensen lijken wel eens op rupsjes-nooit-genoeg. Mensen komen hier wonen, in een landelijk gebied en kopen een huisje. In het bestemmingsplan staat wat je mag bouwen. Maar men wil meer. Als je op zoek bent naar een woning van een bepaalde grootte, dan moet je niet een kleinere woning kopen en later gaan eisen dat je vergunning wilt voor uitbreiden.

… Ik vind dat de burger moet beseffen dat de hypocriete boodschap die politici al tien jaar brengen niet waar is, namelijk dat ‘de overheid er voor u is’. Dat is niet zo. De overheid is er voor iedereen. Dat is een fundamenteel verschil. Ik heb eens iemand aan de lijn gehad die zei: ik wil een bouwvergunning en ik betaal belasting, dus u moet mij die vergunning geven. Dat komt dus voort uit het credo dat de burger klant is. Maar de burger is geen klant. Als overheid hoor je een afweging te maken van ieders belang. Als u iets vraagt, betekent het ook dat u nee kunt krijgen omdat ik rekening moet houden met verschillende belangen. ‘De burger is klant’ is dus geen correcte boodschap. De burger dient wel netjes behandeld te worden, op tijd antwoord te krijgen en zoveel mogelijk geholpen te worden.

… De overheid roept verwachtingen op, dat ze alles wel oplost. Wij doen het allemaal wel voor u. Maar die taak heb je als overheid niet. Je hebt als overheid de taak de samenleving te regelen. Je moet duidelijk zijn dat je er niet voor het individuele belang zit, maar voor het algemeen belang. Door je rol duidelijk neer te zetten als overheid, word je weer betrouwbaar. Iedereen heeft een rol in de maatschappij, en die mag je op je nemen. Niet meer en niet minder. In die zin is in hokjes denken lang niet altijd verkeerd. Een rol is ook een hokje, een afbakening. Die heb je nodig, anders wordt het chaos”.

Klik hier voor het interview: Het publieke belang verdedigen – De dilemma’s van gemeente-ambtenaar Bas Jansen, door Alexandra Gabrielli, november 2013: https://beroepseer.nl

Een gezond bedrijf wordt om zeep geholpen: Fietspoint in Leiden

john zeegersFietspoint bij het Centraal Station van Leiden is een gezond, bloeiend en vakkundig bedrijf van de gebroeders Oldenburger met bewaakte stallingen, een reparatiewerkplaats, een fietsenwinkel en een verhuurservice.
John Zeegers kwam in 1985 bij Fietspoint in dienst, in 1999 werd hij bedrijfsleider. Eind november 2013 is voor hem en vijftien medewerkers ontslag aangevraagd bij uitkeringsinstantie UWV.

Na een in 2008 begonnen juridische strijd tussen de Nederlandse Spoorwegen en Oldenbuger, heeft het Gerechtshof uiteindelijk beslist in het voordeel van NS, in tegenstelling tot het vonnis van de kantonrechter in 2009 dat in het voordeel van de ondernemers was uitgevallen. Onderwerp van het geschil tussen beide partijen was een geplande verbouwing van de NS die ten koste zou gaan van de tunnel tussen de voor- en achterzijde van het station waar klanten van Fietspoint hun brommers en scooters stalden.
Met ingang van 1 juli 2014 worden de stallingen en de fietsenwinkel overgenomen door een reïntegratiebedrijf. Zeegers en zijn collega’s, allen vakmensen, komen dus op straat te staan. Niet alleen zij staan perplex, ook klanten zijn verontwaardigd en vol onbegrip over deze gang van zaken. “Vreselijk” en “jammer”, is hun commentaar. Niemand begrijpt dat een gezond bedrijf zo om zeep kan worden geholpen.

U P D A T E

Op dinsdag 1 april 2014 wordt om 13.15 uur de Petitie Stopzetting sluiting Fietspoint Leiden aangeboden aan de vaste Kamercommissie voor Infrastructuur en Milieu.

Plaats: Statenpassage van het Tweede Kamergebouw, Plein, Den Haag
Datum en tijd: Dinsdag 1 april 2014, van 13.15 – 13.30 uur
Dit is een openbare bijeenkomst.

Op 19 december 2014 heeft de Commissie Infrastructuur en Milieu van de Tweede Kamer vragen gesteld over de strategie van de NS met betrekking tot commerciële activiteiten op en rond het spoor. Klik hier voor downloaden van het Kamerstuk no. 2013D51353 Inbreng verslag van een schriftelijk overleg inzake de strategie van de Nederlandse Spoorwegen (NS) inzake commerciële activiteiten op en rond stations

 

Presentatie boek Het alternatief op Lerarencongres 2013

omslag lerarencongres 2013Het Lerarencongres van 8 oktober 2013 dat plaatsvond in het ROC A12 in Ede was een inspirerende belevenis. Op dit eerste congres “van, voor en door de leraar” zinderde het. Er hing iets sprankelends in de lucht zoals af en toe gebeurt op een bijeenkomst. Vaak is het de voorbode van verandering of de start van een nieuwe dynamiek in de maatschappij. In Ede kwamen circa achthonderd leraren bijeen om met elkaar over hun beroep van gedachten te wisselen. En dat gebeurde op brede schaal. Als we het programma raadplegen dan is er bijna geen onderwerp te bedenken waarover de leraren het niet hebben gehad.

Het lerarencongres wilde voortbouwen op de eerder dit jaar in Amsterdam gehouden internationale conferentie Summit on the Teaching Profession die ging over onderwijskwaliteit en docentbeoordelingen en die veel reacties had opgeroepen in onderwijsland. Het lerarencongres beoogde evenwel ook een bron te zijn van onderwerpen en discussiemateriaal voor de volgende internationale Summit in 2014 in Wellington, Nieuw-Zeeland.
De hele dag konden leraren meedoen aan workshops, deelnemen aan discussies, kennismaken met collega’s, lezingen bijwonen en luisteren naar sprekers met nieuwe inzichten en voorstellen. Voorbeelden zijn een workshop met Lotte Hidding over de sterke positie van de leraar in de klas, met Theo de Wit over samen professionaliseren of met Jan Willem Hengeveld van de Groene Golf over startende, jonge leerkrachten.
Lezingen gingen over lesgeven, hoe compassie kan leiden tot een nieuwe manier van omgaan met elkaar, pedagogische tact of de iPad-juf. Er waren debatten over thema’s als professionele ruimte en onderwijsvernieuwing die lieten zien dat leraren niet erg happig blijken te zijn op van bovenaf opgelegde vernieuwingen.

Het congres was georganiseerd door de in 2011 opgerichte Onderwijscoöperatie die leraren in het basis-, voortgezet- en middelbaar beroepsonderwijs vertegenwoordigt en opgericht is op initiatief van vijf onderwijsorganisaties: Algemene Onderwijsbond, CNV Onderwijs, Beter Onderwijs Nederland, Federatie van Onderwijsvakorganisaties en Platform Vakinhoudelijke Verenigingen Voortgezet Onderwijs.

Weg met de afrekencultuur in het onderwijs!omslag boek het alternatief

Hoogtepunt van de dag was de plenaire slotbijeenkomst met debat, de presentatie van het boek Het alternatief – Weg met de afrekencultuur in het onderwijs! en een gesprek met minister Jet Bussemaker van Onderwijs.
Aan het boek hebben dertig leraren en onderwijskundigen uit binnen- en buitenland een bijdrage geleverd in de vorm van een artikel of een interview. De redacteuren en samenstellers van het boek, René Kneyber en Jelmer Evers, beiden leraar op een middelbare school, vertelden aan het in de aula samengedromde publiek waarom ze het boek hebben geschreven.
Aanzet was de afrekencultuur in het onderwijs die ertoe leidt dat scholen steeds meer wordt gevraagd om zich te verantwoorden op een dusdanig bureaucratistische manier dat de ziel uit het onderwijs verdwijnt. Het eindeloos meten van resultaten en het daarop afgerekend worden, maakt de leraar monddood. Het klaarstomen van leerlingen om de toetsen goed te maken en het sturen op resultaat, nemen de plaats in van het eigenlijke onderwijzen en monden uit in verschraling van onderwijsprogramma’s.

Om de afrekencultuur een halt toe te roepen is het noodzakelijk dat de beroepsgroep van leraren zelf verantwoordelijkheid gaat nemen en de maatstaven gaat bepalen van de kwaliteit van het onderwijs, want als “we dat niet doen zetten we de deur wagenwijd open voor andere mensen die zich daar wel mee gaan bemoeien. Het alternatief voor de afrekencultuur in het onderwijs is dat wij als beroepsgroep ons gaan organiseren”.

Als dat niet gebeurt gaan ranglijsten de hoofdrol spelen in het bepalen van beleid. Niet toetsontwikkelingsinstituut Cito, de controlerende onderwijsinspectie, de overheid, de media met hun openbaarmaking van ranglijsten en allerlei belangengroepen horen de maatstaven te bepalen.
De overheid zou controle uit handen kunnen geven en de toetsing van leerlingen overdragen aan de leraren en daarbij niet bang zijn om risico’s te accepteren.
In het radioprogramma Oba Live op 9 oktober waar Kneyber te gast was op de dag na het congres, werd aan hem door Theodor Holman de vraag gesteld of een schoolbestuur met dit alternatief wel zo tevreden zou zijn en macht uit handen zou willen geven?

Dat blijkt in de praktijk mee te vallen. Toen Kneyber onlangs op een conges met veel bestuurders in de zaal zijn visie op zeggenschap van docenten had gegeven, bleken ze heel enthousiast: “Bestuurders balen ook van de afrekencultuur. Zij zien ook dat de beroepsgroep is lam geslagen, niet meer in beweging is en onvoldoende tegenkracht biedt”.
De afbraak van de beroepsgroep is begin jaren tachtig begonnen, aldus Kneyber: “Maar we moeten verder, en de manier om verder te komen is niet nog meer controle en nog meer rare normen opstellen voor de rekentoets. Het is nu zaak veel meer bij de docenten neer te leggen, en zij moeten laten zien dat ze te vertrouwen zijn”.
Daarop reageerde Holman met te zeggen dat er toch altijd iemand over je schouder blijft meekijken, of dat nu de directeur is of de inspectie: “Daar kun je dan toch ook niets aan doen. Er moet zo’n objectieve toets zijn”.

Maar dat is nu juist het punt, aldus Kneyber: “Thijs Jansen noemt dat in het boek ‘vrijwillige slavernij’. Deze beroepsgroep heeft last van vrijwillige slavernij. Er gebeuren dingen en ze zeggen: zo gaat het, er valt toch niets aan te doen. En dan voeren ze het gewoon uit. Die kleuterjuffen ook, ze zeggen: verschrikkelijk wat we moeten doen met de kleuters, taal en rekenen, daar zijn ze helemaal niet klaar voor. Maar ze doen het wel. Ze gaan toch die kleutertoets afnemen. Maar op een gegeven moment moet je als beroepsgroep, als je je werk serieus neemt, over de dingen waarmee je het niet eens bent zeggen: dat doen we gewoon niet meer.”

Het alternatief: pleidooi voor goed onderwijs

Het alternatief is een pleidooi voor goed onderwijs, niet voor effectief of efficiënt onderwijs. Er is maar een weg die kan leiden tot een hogere kwaliteit van leraren en daarmee tot betere resultaten in de klas en die is dat docenten veel meer met elkaar in contact gaan staan om van gedachten te wisselen over het vak, dat er nu een van uitvoerders is. Leerlingen, leraren en ook bestuurders zijn tot middelen gemaakt voor het bereiken van een hoger doel.
Kneyber zei ook dat “we tachtig tot negentig procent van onze tijd bezig zijn met lesgeven. Eigenlijk zou het zo moeten zijn dat wij de helft van onze tijd bezig zijn met lesgeven en de andere helft van de tijd met studeren, met bij elkaar kijken en leren van elkaar. Daar hebben we nu geen mogelijkheid voor. Met de manier waarop ons werk nu is vormgegeven, kunnen wij nooit datgene bereiken wat u wilt”.
Met u in deze laatste zin bedoelt Kneyber minister Bussemaker van Onderwijs, tot wie hij zich op verzoek van Holman aan het slot van het Oba Live-gesprek richtte.

Hieraan kunnen we toevoegen dat de Onderwijsraad in 2007 reeds constateerde dat de leraar tegenwoordig slechts uitvoerder is en geen inhoudelijke ontwikkeltaken meer heeft.
De Commissie-Dijsselbloem schreef in het verlengde daarvan in 2008 dat het inhoudelijk denk- en ontwikkelwerk dat het leraarschap lange tijd kenmerkte, geruisloos overgeheveld is naar de grote pedagogische centra en educatieve uitgeverijen.
“Goed onderwijs veronderstelt dat leraren mede-eigenaar zijn van het onderwijsproces”. Deze regel is niet afkomstig van Kneyber, Evers of van een andere auteur, maar wordt geciteerd door leraar Bill Banning in zijn bijdrage over existentieel eigenaarschap en de vakinhoudelijke professionaliteit van de leraar. Het citaat is afkomstig van het Ministerie van OCW, geschreven in 2008: “Leraren horen mee te beslissen over het onderwijskundig beleid van de school en de uitvoering daarvan”.

leraar van het jaar 2013 lerarencongres 2013 13
Al direct bij binnenkomst lopen we aan tegen drie topdocenten, op 5 oktober verkozen tot Leraar van het jaar 2013, vlnr: Sara Albone, Tingue Klapwijk en Jan Willem van den Bos. Even verderop is een pittig debat aan de gang o.l.v.
lerarencongres 2013 3 lerarencongres 2013 2
het Nederlands Debat Instituut over professionele ruimte, iPad-scholen en onderwijsvernieuwing.
lerarencongres 2013 12 lerarencongres 2013 5
Nu geen leerlingen maar toehorende leraren in de klaslokalen van ROC A12 voor bijwonen van een lezing of een workshop. Van leergemeenschap The Crowd bijvoorbeeld die regie over eigen professionalisering hoog in het vaandel heeft.
uitgeverij boom het alternatief het alternatief thijs jansen
En dan Het alternatief, geëtaleerd in de boekenstand van uitgeverij Boom, met een uil op het omslag, symbool van kennis en wijsheid. Op de rechterfoto de redacteuren René Kneyber links, en Jelmer Evers rechts met in hun midden Thijs Jansen, samensteller van de Beroepseer boekenreeks, waarvan Het Alternatief het vijfde boek is. Jansen schreef de inleiding “Van vrijwillige slaven tot voortrekkers”.
lerarencongres 2013 14 lerarencongres 2013
Er wilden nog meer auteurs op de foto met de redacteuren. Links leraar Bill Banning die schreef over “Existentieel eigenaarschap” en rechts Alderik Visser, leraar en onderwijskundige in spe, over “Leraren tussen leefwereld en systeem”.
lerarencongres 2013 11a lerarencongres 2013 10a
Na afloop van het congres werd er door auteurs getoast in een Utrechts restaurant op de geboorte van Het Alternatief. Links Jaap Walhout die met twee andere auteurs schreef over o.a. de kloof tussen onderwijswetenschap en onderwijspraktijk. Naast hem Jan Fasen, directievoorzitter van het Connect College in het Limburgse Echt. Fasen is met een groep geestverwanten bezig aan de opbouw van Agora, een nieuw type onderwijs dat in 2014 van start gaat. Op de rechter foto links lerares Michelle van Dijk die gelooft in de leraar als gids. Helemaal rechts Hester IJsseling, “schooljuffrouw en filosoof” die schreef over de verantwoordelijkheid van leraren.

Tot s
lerarencongres 2013 7alot een compliment aan directeur
Sense d
e Groot van ROC A12 in Ede links op de foto die een dag lang achthonderd leraren de gelegenheid bood elkaar te ontmoeten en met elkaar van gedachten te wisselen, en aan
Joost
Kentson, bestuursvoorzitter van de Onderwijscoöperatie, organisator van dit eerste Lerarencongres 2013..
 

————————————————————————————

omslag het alternatief kleinHet alternatief – Weg met de afrekencultuur in het onderwijs! onder redactie van René Kneyber en Jelmer Evers en met een inleiding van Thijs Jansen. Bijdragen zijn geschreven door dertig leraren en onderwijskundigen uit binnen- en buitenland onder wie Gert Biesta, Dick van de Wateren, Howard Gardner (geïnterviewd door Wiljan Hendrikx), Bas de Wit, Wouter Sanderse, Hartger Wassink, Cok Bakker, Andy Hargreaves, Bill Banning, Leo Prick, 304 p., 2013, uitgeverij Boom Amsterdam. Klik hier voor meer info en bestellen.

Klik hier voor de volledige inhoudsopgave van Het alternatief.

De Onderwijscoöperatie heeft in 2012 een Bestuursakkoord Beroepsgroep Leraren 2012 – 2015 afgesloten met toenmalig staatssecretaris Zijlstra die het met een aanbiedingsbrief heeft aangeboden aan de Tweede Kamer op 1 mei 2012. Te lezen op de site van de Rijksoverheid:www.tweedekamer.nl/debat_en_vergadering/commissievergaderingen/details?id=2012A02457

Lees ook de aanbiedingsbrief: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-27923-139.html

René Kneyber sprak over Het alternatief in het radioprogramma OBA Live van 9 oktober 2013.

U P D A T E

Lees ook- en bekijk video – Een blije boze docent, over Het Alternatief, door Jelmer Evers, 21 oktober 2013: http://www.jelmerevers.nl/2013/10/ (Niet meer beschikbaar)

Ambities in het onderwijs kunnen omhoog – Jelmer Evers pleit voor verbetercultuur, door Jan van Gemert, Tijdschrift voor kunst en cultuur in het onderwijs, januari 2015, pagina 36: https://beroepseer.nl/