Charlotte Goulmy’s visie op avond met de heer Rinnooy Kan over verenigen beroepsgroep van leraren

Alexander Rinnooy Kan op avond over verenigen beroepsgroep van leraren

René Kneyber en Jan van de Ven schreven op 28 september 2018 een analyse van het eerste deel van de avond die Alexander Rinnooy Kan had georganiseerd in Utrecht op 26 september om met docenten te spreken over zijn plannen voor het verenigen van de beroepsgroep van leraren. https://beroepseer.nl/actueel-in-beroepseer/open-brief-van-rene-kneyber-en-jan-van-de-ven-aan-de-heer-rinnooy-kan-n-a-v-voorstel-over-versterken-beroepsgroep-leraren/

Ik was daar bij en had het tweede deel van die avond opgenomen om te kijken of er wellicht een blog in zat. In het eerste deel van de avond ging Rinnooy Kan er vol in. De sfeer was goed maar ik voelde, ook bij mezelf, een diep wantrouwen vooral als het ging om de eerste te zetten stappen en vooral over het tempo, het gebrek aan noodzakelijk cynisme als het gaat om curriculum.nu en de eindstreep: het vermaledijde register.

Na het eerste, plenaire deel van de avond, gingen alle docenten in groepen uiteen. Rinnooy Kan kwam bij iedereen kijken, meepraten en overleggen. Hij werd per groepje een stukje grijzer en kwam er een uur later anders uit dan hij er in was gegaan. Wat waren zijn opmerkingen over wat hij had gehoord uit het veld?

Niet in beton verankerd

1.  Dat tijdpad van voor de zomer even hup en klaar, de eerste stappen zijn gezet we kunnen lekker snel verder, dat ziet hij niet meer zo. Het mag de tijd krijgen.

2. Als wij allergisch reageren op curriculum.nu dan hoeft het niet op dat model.

3. Als wij allemaal onze eigen gang willen gaan binnen een kader waar wij het mee onderling eens zijn dan mag dat ook.

4. Als wij uiteindelijk geen register willen dan is dat ook prima, maar zegt hij, dan hebben jullie wel een sterke partner nodig om dat uit te leggen, want de wet ligt er en zal dan aangepast moeten worden.

Voor mij is dat alles hoopvol. Zijn plan staat niet in beton verankerd, hij geeft de ruimte om alles te amenderen, alles kan nog, ALS we het maar zelf doen. Ik zie dat niet gebeuren, maar wie weet. De paniek is bij mij weg, het advies kon wel eens een stuk realistischer worden dan wij in het begin van de avond konden bevroeden. Ik heb zijn samenvattende opmerkingen uitgeschreven en u kunt ze hieronder lezen.

Lees ze vooral als u nog wilt reageren, dat kan nog tot en met morgenavond 2 oktober 2018. Het email-adres staat onderaan.

Rinnooy Kan:

«Ik wilde even langs de ingrediënten van mijn ideeën lopen en met u delen wat ik heb opgevangen en dan even kijken of ik iets gemist heb.

Het is voor jullie interessant om beter gehoord te worden, want leraren klagen heel vaak en heel graag dat ze niet serieus genomen worden, en hoe je het ook keert of wendt, dan moet er toch iemand zijn die met een zeker mandaat kan spreken namens de leraren van Nederland. Dat mag je een goed of een slecht argument vinden, maar dat is au fond  het argument.

Dat is in ieder geval ook de behoefte die bestaat bij de raden. Zij willen af en toe in gesprek kunnen met de leraren en alle 230.000 leraren van Nederland in een vergaderzaal, dat werkt niet, dus daar moet je iets op verzinnen.

Ik denk dat er iets te zeggen is voor een georganiseerde beroepsgroep die namens de leraren spreekt. Het probleem is dat er geen makkelijk vertrekpunt voor is en dat eigenlijk het lot van de OC¹⁾ laat zien dat het niet zo simpel is om dat vanuit de bestaande organisaties op te tuigen. Vandaar: kijk eens of je van onderaf zou kunnen beginnen.

Dan kom ik direct bij de tijd/geld kwestie. Eigenlijk bevestigt dat wat ik al ook zei, namelijk: je hebt die rechten wel, maar rechten hebben en rechten uitoefenen zijn twee. Dat kan ik alleen maar bevestigen, en ik kan alleen maar onderstrepen wat ik al eerder zei: als leraren zich niet serieus genomen voelen, dan kan ik me daar veel bij voorstellen, maar er is maar één groep die daar echt wat aan kan doen en dat zijn de leraren zelf, met steun natuurlijk van de buitenwereld. Daarom denk ik dat de Inspectie hier de interventiekans gunnen een belangrijk ingrediënt van het voorstel zou moeten zijn. Nogmaals: CAO-recht is recht dat individueel opeisbaar is en dat is niet niks, maar we moeten kritisch volgen of dat ook gebeurt.

Leraren moeten zelf weten wat ze willen en dat gaan organiseren

En dan is het tweede punt van kritiek dat ik vaak opving dat, als we over aanbod praten, wat ik daarvan beschreef slechts een heel klein deel is van het grotere geheel. Een aantal van u zei: leren, het bijwerken, het bijhouden van je vak, groeien in je vak, dat doe je elk uur van de dag, dat doe je bij de koffiemachine, dat doe je op weg naar huis, dat doe je als je een boek leest. Ja. Helemaal eens. Wat ik wel zal willen bepleiten, dat het wat mij betreft prima zou zijn als bepaalde groepen of misschien wel alle groepen individueel precies dat kunnen doen wat zij willen. Ze hebben tijd en geld, ze hebben plezier in wat ze doen en wat anderen doen is betrekkelijk irrelevant. Dus als de conclusie is dat 230.000 leraren allemaal een plan precies op hun maat en precies naar hun wensen willen en daarin steken ze tijd en geld, dan is dat prima. Ik zou het jammer vinden, want ik weet dat sommige vakverenigingen heel druk zijn om programma’s te maken die interessant zijn voor meer dan één leraar, maar dat is echt aan u.

Het enige punt is dat leraren ook in dit model zelf moeten weten wat ze willen en dat moeten gaan organiseren, daar geld voor kunnen krijgen, organisatorische steun voor kunnen krijgen, maar zij zijn aan zet, het moet van hen zijn, voor hen zijn, door hen zijn en met hen. Dat is wat ik hier probeer te bereiken

Dus iedereen die zei dat er wantrouwen richting schoolleiding, besturen, middenveld en vakbonden bestaat, allemaal misschien terecht of soms onterecht: eigenlijk zou ik dat soort vluchtwegen nu willen afsnijden. Het gaat er nu echt om dat u en uw collega’s verantwoordelijkheid gaat nemen voor wat u zelf zegt belangrijk te vinden, namelijk groeien in je professionaliteit, in de volle breedte en in het bijzonder in je vak en om pedagogiek en didactiek goed bij te houden. Dat lijkt mij de kern van de zaak.

Dan is er veel gezegd over de indeling van deelgebieden, en daar kan ik alleen maar van zeggen: dit is het plan, maar ik geef het graag voor een beter plan. En wat is beter: een beter plan is wat u beter vindt. Dan vind ik dat prima. U moet zelf bedenken hoeveel variëteit u wilt accommoderen. Dan is dat wat mij betreft ook in een keer maatgevend voor het finale resultaat.

Het mag allemaal ook heel tentatief beginnen met een model, bijvoorbeeld naar gelang de ervaring van de individuele docent, het aantal jaren ervaring. Als u denkt dat dat het beste werkt, dan gaat dat geprobeerd worden, en als het niet werkt dan gaat u het weer veranderen.

Er ligt geen blauwdruk of geen harde opdracht

Er ligt dus wat mij betreft geen blauwdruk of geen harde opdracht. Er ligt ook geen harde opdracht om dat voor de zomer voor elkaar te krijgen. Ik zou hopen dat het kan, ik denk diep in mijn hart dat het wel moet kunnen, maar ja, zo niet dan duurt het langer. Dat zij dan zo.

Die relatie met de Curriculumhervorming stoot mensen af. Dat zou ik jammer vinden, maar elke andere indeling vind ik ook goed. Alleen, ik vind dat natuurlijk over die indeling wel even is nagedacht. Je moet die gebieden niet te groot maken en niet te klein. Het moeten er ook niet teveel zijn, dus als vertrekpunt vind ik het toch niet onhandig. Maar niet als het direct al demotiveert. Daar wil ik helemaal geen zwaar punt van maken.

Hoe nu verder?

Tenslotte nog de hele kwestie van hoe nu verder. Iedereen in de stress vanwege de koepelvorming, maar ook die hoeft niet. Opnieuw, er is behoefte aan een gesprekspartner namens alle leraren. Er is niet één organisatie die met recht die status kan claimen. Ik denk dat het in uw belang is dat er zo’n organisatie komt, maar als u dat niet onderschrijft of niet met mij eens bent, dan komt die er niet. En dat zij dan zo. Ik denk dat je daar kansen door mist; dat is eigenlijk het enige wat ik daarover kan zeggen.

En dan tenslotte en dan het punt dat toch wel het meest is binnengekomen: dat hele register heeft enorm veel kwaad bloed gezet en het idee dat dat toch weer aan het eind van de rit zou kunnen verschijnen, zou de mensen wel eens enorm kunnen demotiveren. Dat is helemaal niet de bedoeling, helemaal niet mijn bedoeling, en de facto is de hele wet opgeschort op dit punt, want die hele voortgang is nu gewoon stilgezet.

Daar ligt wel een fundamentele vraag. Als u vindt dat, als je tijd hebt, geld hebt en je hebt een mooi programma en je doet er verder niks mee, dat dat verder niks zou mogen uitmaken, dan is dat op zich een legitiem standpunt. Dat kunnen jullie dan ook op de school regelen en dat zou de school dan moeten verifiëren. Het enige wat ik daarop kan zeggen is dat andere professies, de accountants, de advocaten, de medische specialisten zeggen: dit is van ons, dit is niet van de schoolleiding, dit is niet van de directie, dit is toevallig van ons. Ook wij leraren hebben een gezamenlijke professionaliteit. Dan vinden wij ook dat wie zich leraar wil noemen, die onderdeel wil zijn van die professie, zich daarin moet schikken: het hoort er gewoon bij. Je mag meepraten, maar het is niet helemaal niks om leraar te zijn, daar komt meer bij kijken. Je bent niet leraar als je heel lang geleden een keer bevoegd bent verklaard; daar gaat niemand anders over dan wij. Dat is de school van denken waar ik in zit.
Zo kom ik toch weer in de buurt van wat ik toch nog maar heel voorzichtig, toch maar even een register noem. ‘Don’t mention the war …’

Maar mocht u daar en bloc tegen zijn, dan begin ik weer bij mijn vertrekpunt. Minister Slob heeft mij gevraagd om na te denken over hoe die georganiseerde beroepsgroep tot stand kan komen, en ik hoorde bij een paar van jullie: ‘Willen we dat eigenlijk wel?’ Mocht dat inderdaad niet zo zijn en blijken jullie tegen die formele afhandeling te zijn, dan is dat relevant, en dan hebben jullie een sterke beroepsgroep nodig om dat standpunt uit te dragen… Er ligt wel een wet; daar moet je dan wel vanaf zien te komen. De vrijblijvendheid of de onvrijblijvendheid, daar moet dan een gesprek over komen.

Als werknemer heb je rechten ten opzichte van de werkgever.  Ik wil jullie niet een conflict-model aanpraten, ik hoop dat het niet te vaak gaat gebeuren maar je bent niet rechteloos.

De kern van het advies

Ik heb niemand horen zeggen dat het uitgangspunt: ‘het moet van onderaf gebeuren door de leraren zelf’ een verkeerd uitgangspunt is. Dat is voor mij eigenlijk de kern van het advies. Ik heb ook niemand horen zeggen dat het onverstandig is om dat bekwaamheidsonderhoud als vertrekpunt te benutten, en dat is een tweede, essentieel ingrediënt voor mijn advies.

Jullie hebben wel vragen gesteld bij de nadere detaillering daarvan, dus ik zal natuurlijk duidelijk maken dat je er ook heel anders over kunt denken. Maar ik heb nog steeds het idee dat ik wel een eigen idee hierover naar voren kan brengen, en dat in het vervolg wel zal blijken of die ideeën levensvatbaar zijn of aanpassing verdienen

Ik hoop dus wel dat de route die ik hier probeer te beschrijven, de leraren zelf weer de macht in handen geven om dit te regelen zoals zij dat willen, in goede aarde valt, en ik heb de neiging om daaraan vast te houden. Mochten jullie nog ideeën hebben of observaties, dan graag delen, dat kan tot en met dinsdag en dat kan op praatmee@beroepsgroepleraren.nl
Ik beloof dat ik naar al die e-mails zal kijken, en bij voorbaat ook dank voor de moeite daarvoor».


Noot
¹⁾ OC = Onderwijscoöperatie

Docenten kunnen in gesprek met Rinnooy Kan, MBO Today, 14 september 2018: https://mbo-today.nl
Open brief van René Kneyber en Jan van de Ven aan de heer Rinnooy Kan n.a.v. voorstel over versterken beroepsgroep leraren. Blogs Beroepseer, 28 september 2018: https://beroepseer.nl

Op foto boven: Alexander Rinnooy Kan op de avond van 26 september 2018 in gesprek met leraren over het versterken van de beroepsgroep van leraren op het UniC-college in Utrecht.

1381totale aantal bezoeken .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Nieuwsbrief ontvangen?

Wij houden u graag op de hoogte van actuele ontwikkelingen binnen Stichting Beroepseer.  Wilt u onze nieuwsbrief ontvangen? Dan kunt u zich hieronder aanmelden.

Contact

Adres:
Godfried Bomansstraat 8, Unit 9
4103 WR Culemborg

Email:
info@beroepseer.nl

Stichting Beroepseer

© Stichting beroepseer