header2

Inloggen

Redactie Beroepseer

Redactie Beroepseer

Arre Zuurmond (1959) is sinds 2013 ombudsman voor de metropool Amsterdam. In die hoedanigheid probeert hij klachten van burgers over de overheid op te lossen en onbehoorlijke en ontoereikende dienstverlening van de overheid te herstellen en waar mogelijk te voorkomen. Daarvoor trok Zuurmond als wetenschappelijk directeur en medeoprichter van de Kafkabrigade al vanaf 2005 ten strijde tegen onnodige overheidsbureaucratie. Zijn stelling is dat de kwaliteit van overheidsdienstverlening ernstig tekortschiet en onvoldoende aansluit bij wat burgers nodig hebben.

In gesprek met Maurits Hoenders vertelt Zuurmond over zijn ervaringen en geeft hij aan op welke manieren de overheid beter en effectiever kan functioneren. Aan de hand van een speciale casus illustreert hij de invloed van zijn werk en de methode waarmee hij een diep probleem tot een bevredigende oplossing wist te brengen. Deze casus laat zien hoe lastig het is om een vraagstuk om te zetten in een verandering van wetgeving

Zuurmond besluit met het benoemen van de basiskennis en -techniek die elke ambtenaar behoort te beheersen en spoort de ambtenaar aan de blik eens te wenden naar de wereld van de kunst: “Als het gaat om (het ontwikkelen) van vakmanschap kunnen we een hoop leren van de kunstenwereld. Neem bijvoorbeeld muziek: hoe meer regels en hoe meer techniek de musicus beheerst, des te gemakkelijker verloopt de communicatie tussen musici uit verschillende muziekscholen of muziekstijlen. Zet een ambtenaar van een ministerie, een provincie, een grote gemeente en een kleine gemeente bij elkaar. Wat krijg je? Spraakverwarring, miscommunicatie, onbegrip, ruzie. Zet onderlegde musici van verschillende scholen of muziekstijlen bij elkaar. Wat krijg je? Binnen de kortste tijd zijn ze samen aan het musiceren”.

.

arre zuurmond

 

Klik hier voor interview
met Arre Zuurmond

 

 



Arre Zuurmond:
Vanuit mijn rol probeer ik actief de blinde vlekken
op te zoeken en daarover met de  overheid in gesprek te gaan
.

 

jordi lammersJordi Lammers is voor een jaar ´Writer in residence’ bij stichting Beroepseer. Hij schrijft regelmatig voor ons een verhaal over werkende mensen, over mensen die zorg dragen voor de ander en zorg ontvangen. Hoe gaan zij om met de dilemma’s en emoties die daarmee gepaard gaan? Vandaag publiceren wij zijn zevende verhaal, In de tussentijd.

Begin van In de tussentijd:
--- Voor zijn gevoel was Hans al uren rondjes door zijn kantoor aan het lopen, wachtend op het moment dat de conciërge op zijn deur klopte en hem meenam. Af en toe liet hij zijn oog op de ingelijste poster van Jimmy Hendrix vallen. Het was weer zo’n dag dat de man met de wilde krullen en de openstaande blouse hem voortdurend bevelen gaf. Fiets naar huis, man, pak een gitaar op en verover de wereld. Bevelen die Hans probeerde te negeren, want zo simpel was het allemaal niet. Bovendien kon de televisieploeg elk moment arriveren.---
Verder lezen, klik hier.

Jordi Lammers (1996) is een student Nederlands uit Nijmegen. In zijn vrije tijd schrijft hij verhalen en gedichten, die onder andere op zijn webblog http://jordiilammers.tumblr.com te lezen zijn.
Voor het boek Het alternatief voor de zorg (2015) schreef hij het gedicht Mensenhanden.
Wie op de hoogte van zijn werk wil blijven, kan hem volgen op Twitter (@ladoublemers).
In het collegejaar 2015-2016 was hij de campusdichter van de Radboud Universiteit. In dit zelfde jaar behaalde hij de finale van de landelijke schrijfwedstrijd Write Now.
Op 25 november november 2016 maakte bliotheek Gelderland Zuid bekend dat Lammers een prijs krijgt vanwege zijn bijdrage aan de taalcultuur in de regio Nijmegen.

Klik hier voor eerste verhaal: Handen en voeten (28 september 2016).
Klik hier voor tweede verhaal: De achterkant van de zon (26 oktober 2016)
Klik hier voor derde verhaal: Ziekenhuiskunst (27 november 2016)
Klik hier voor het vierde verhaal: Het achterhoofd (23 februari 2017)
Klik hier voor het vijfde verhaal; Een prachtige pallia (13 april 2017)
Klik hier voor het zesde verhaal, Een mooie boom (7 juli 2017)

 

Hebben ggz-instellingen hun langste tijd gehad? is de vraag in het septembernummer 2017 van het vaktijdschrift De psychiater. De vraag naar psychiaters is in de afgelopen jaren verder gestegen. In het tweede kwartaal van 2017 waren er maar liefst 786 vacatures, ruim 100 meer dan in het eerste kwartaal. Een kantelpunt lijkt bereikt: niet alleen de perifere, maar alle instellingen lijken nu naarstig op zoek naar behandelaren. Maakt werken in loondienst aantrekkelijker, klinkt het. Of moet het roer radicaal om? Hebben de instellingen zoals we die kennen hun langste tijd gehad? In het nummer komt Marijke van Putten aan het woord. Zij is lid van de Raad van Bestuur GGZ Noord Holland Noord. Als het aan haar ligt komt er een ’GGZ zonder bedden’. Ook lijkt het haar een goed idee psychiaters en psychologen meer in teams te laten werken en ze de kans te geven zich met onderzoek bezig te houden.

Financieel gaat het niet goed met de instellingen. In augustus 2017 kwam het bericht dat het financiële resultaat van alle ggz-instellingen in Nederland is gehalveerd ten opzichte van 2015. Uit de jaarverslagen blijkt dat de oorzaken zijn: dalende tarieven en productievolumes, gestegen personeelskosten en de nabetaling van de onregelmatigheidstoeslag.

Humaniteit boven bureaucratie

Psychiater Cobie Groenendijk is per 1 september 2017 gestopt met haar werk voor een grote GGZ-instelling en werkt voortaan alleen nog contractvrij. Ze leeft liever met financiele onzekerheid dan nog langer verplicht te zijn eindeloos lijsten in te vullen in een systeem dat de privacy van de patiënt niet kan waarborgen.
De maand september grossiert overigens in nieuwsberichten over de GGZ. Een paar voorbeelden.
Op 14 september meldt GGZ Connect dat het verzuimpercentage in de GGZ is gestegen in het tweede kwartaal van 4,91 in 2016 naar 5,46 in 2017. Niet eerder was het verzuimpercentage zo hoog in de afgelopen drie jaar. Oorzaak van de stijging van het verzuimpercentage is met name het langdurig verzuim. Deze is met 20,2 dagen hoger dan een jaar geleden en laat ten opzichte van de vorige voortschrijdende periode een stijging zien. De gemiddelde duur van het verzuim is niet eerder zo hoog geweest.
GGZ Nieuws meldt dat GGZ Nederland kaalslag vreest in de jeugd-ggz en hoogleraar Psychiatrie Jim van Os vraagt zich af of het moment niet gekomen is om te concluderen dat de GGZ de afgelopen tien jaar ernstig is ge-mis-managed en of het niet tijd is voor een parlementaire enquête?
In september werd er ook weer een bijeenkomst gehouden over privacy en ROM in de GGZ, georganiseerd door de actiegroep Stop Benchmark met ROM. De actiegroep strijdt al langere tijd op diverse manieren tegen de door de zorgverzekeraars verplichte aanlevering van patiëntengegevens aan de Stichting Benchmark GGz (SBG). Dit zou indruisen tegen de privacy van patiënten. Er zijn intussen genoeg alternatieven gepresenteerd door de sector, maar het blijkt bijzonder moeilijk in de zorg eens een andere weg in te slaan en humaniteit boven bureaucratie te plaatsen. Piet Verhagen, hoofdredacteur van De psychiater wijst er nog eens op: “De politieke werkelijkheid staat zo vaak mijlenver af van de dagelijkse werkelijkheid in de ggz”, daarmee hoogleraar Damiaan Denys citerend, de nieuwe voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie.

Wim J.Jongejan, (niet-praktiserend) huisarts vat in zijn blog nog eens de geluiden samen die nu al meer dan tien jaar lang te horen zijn op de podia van niet alleen de zorgsector maar van alle beroepsgroepen. De dieper liggende oorzaak van al dat beroepszeer is het omarmen van de principes van het New Public Management (NPM) door de Haagse bestuurderen in de jaren negentig.

Klik hier voor lezen van Taylorisme en New Public Management als destructieve, (de)fragmenterende en deprofessionaliserende krachten in de GGZ, Zorg-ICT Zorgen, 17 september 2017: www.zorgictzorgen.nl

Hebben ggz-instellingen hun langste tijd gehad? door Maurice Timmermans, De Psychiater, no 6, september 2017: https://depsychiater.nl

Verzuim in de ggz gestegen in het tweede kwartaal 2017, GGZ Connect, 14 september 2017:
www.ggz-connect.nl

Impressie Lancering boek Het alternatief voor de zorg in gebouw 'Het hart van de gezondheidszorg', Groepsblog Beroepseer, 19 november 2015: www.beroepseer.nl

omslag enquete gebroken beloften politie sp september2017Op 1 januari 2013 ging de Nationale Politie van start. De Nationale Politie moest de 26 politiekorpsen vervangen door één nationaal politiekorps. Door de invoering van de Nationale Politie zou de dienstverlening beter, de bureaucratie verminderd en Nederland veiliger worden. Minister Opstelten zei in zijn toespraak bij de officiële start van Nationale Politie op 3 januari 2013:

“Om te beginnen zal de Nationale Politie beter bereikbaar zijn en betere dienstverlening leveren. Zo komt er straks een uniform, eenvoudig en klantvriendelijk aangifteproces, dat overal in het land hetzelfde is. De burger, maar ook de ondernemer, kan dan 24 uur per dag, wáár dan ook, aangifte doen – aangifte op maat: telefonisch, via internet, op het politiebureau of bij hem thuis. De Nationale Politie zal bovendien minder bureaucratisch zijn [...]

De tijd die vrijkomt door het schrappen van veel overbodige administratieve rompslomp, komt geheel ten goede aan een betere operationele inzet: surveilleren, rechercheren, observeren, informatie inwinnen en waar nodig snel en krachtdadig ingrijpen. Dat zal leiden tot een significante verbetering van de prestaties van de politie [...] en aan het daadwerkelijk veiliger maken van Nederland!”

De vraag is of bijna vijf jaar na de invoering de beloftes van de Nationale Politie zijn waargemaakt. Zijn onze agenten inderdaad beter in staat om hun werk te doen? Is er minder bureaucratie? Is de dienstverlening aan de burger verbeterd? Zijn de voorzieningen waarmee onze agenten moeten werken wel op orde? En is Nederland nou echt veiliger geworden?

De mensen die daarop het beste antwoord kunnen geven zijn onze agenten zelf. Daarom startte de Socialistische Partij in juli een enquête onder ruim 1.600 agenten. Zij kregen de beloftes van de Nationale Politie voorgelegd en hen werd gevraagd naar hun ervaringen. 63,43 procent van het politiepersoneel dat heeft meegedaan aan deze enquête heeft een uitvoerende functie. 11,74 procent heeft een leidinggevende en 21,45 procent heeft een ondersteunde functie. 84,08 procent van de deelnemers werkt 10 jaar of langer bij de politie, 8,97 procent 5 tot 10 jaar en de overige deelnemers minder dan 5 jaar.
De meeste deelnemers zijn tussen de 45 en 60 jaar oud (48,56 procent). 27,6 procent is tussen de 25 en 45. 19,61 procent is 60 jaar of ouder. Een kleine groep van 1,23 procent is jonger dan 25.

uitkomsten enquete 1627 agenten sp septembe2017

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verbijsterend

In een toelichting in The Post Online schrijft Ronald van Raak, Tweede Kamerlid en initiatiefnemer van de enquête dat de resultaten verbijsterend zijn: “Agenten geven aan dat zij dankzij de Nationale Politie hun werk minder goed kunnen doen en dat ons land onveiliger is geworden. In ons enquête-onderzoek [...] heb ik ook nog een andere vraag gesteld, naar wat zij vinden dat de grootste problemen zijn in Nederland. Een vraag die ik tijdens werkbezoeken vaker stel, maar die ik nu aan veel politiemensen tegelijk heb voorgelegd.

De antwoorden zijn zeer uiteenlopend, omdat ook agenten verschillend zijn. Toch is er één onderwerp dat er echt uitspringt en dat is de polarisatie, waarbij vooral de politiek en de media er flink van langs krijgen. Individualisering en verhuftering, intolerantie en verharding. Een toenemende armoede en een groeiende tweedeling in de samenleving zijn zaken die ook veel worden genoemd:

Polarisatie in media en politiek. Sfeermakers in de publieke opinie. Het elkaar gek maken via (sociale) media. Sociaal isolement. Verdeeldheid. Armoede. Het is niet eens een verharding in de maatschappij, meer een desinteresse. Geen rekening houden met de ander.

Er is ook een agent die opmerkte: “Ik zie een verbetering bij de jeugd. Ik merk dat deze groep er weer zin heeft en het gedrag van de generatie hiervoor niet accepteert”. Wel is het dan ook weer oppassen, want er is jeugd die niet accepteert dat men kritiek levert en een - terechte - klacht beschouwt als een aanval op hun eigen persoonlijkheid.

Klik hier voor downloaden van rapport De gebroken beloften van de Nationale Politie - De agent aan het woord, SP, september 2017: www.sp.nl

Politieagenten houden ons een spiegel voor, Ronald van Raak, The Post Online, 15 september 2017: http://politiek.tpo.nl

SP vraagt agenten naar mening over Nationale Politie, SP, 18 juli 2017: https://www.sp.nl

 

omslag zorgvisie september 2017Hans Feenstra, bestuursvoorzitter van het Martini Ziekenhuis in Groningen. adviseert de zorgverzekeraars op te doeken.. Er moet volgens hem gestopt worden met de marktwerking en veel meer regionaal worden samengewerkt. In het septembernummer van vaktijdschrift Zorgvisie legt hij uit dat er geen betere zorg ontstaat door concurrentie: “We moeten ophouden te doen alsof concurrentie leidt tot betere zorg. Het is een liberaal dogma dat alleen maar leidt tot onnodig hoge reserves bij zorgverzekeraars en zorgaanbieders. Geld waarvoor burgers geen zorg krijgen. Het systeem prikkelt zorgaanbieders tot meer behandelingen en diagnoses doen dan strikt noodzakelijk is.

Regionaal

Volgens Feenstra, die zelf acht jaar voorzitter was van zorgverzekeraar De Friesland, kunnen regionale overheden de rol van de verzekeraar overnemen. Zorgverzekeraars maken hun regierol in het zorgstelsel niet waar en zijn in feite overbodig. De echte budgetonderhandelingen doet het ministerie via de meerjarige zorgakkoorden. Zorgverzekeraars zijn in de rol van uitvoerders gekomen. Regionale overheden kunnen de rol van verzekeraars als inkopers prima overnemen, met prikkels voor beter presteren, zoals in Zweden gebeurt.

NZa en ACM hinderen samenwerking

Regionale samenwerking levert volgens Feenstra veel meer op, maar de marktmeesters Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en Autoriteit Consument en Markt (ACM) vormen daarbij hinderlijke obstakels.“Geef partijen de ruimte om zelf afspraken te maken, geef ze een bonus voor samenwerking. Geef ziekenhuizen prikkels om zaken af te stoten en stimuleer goede samenwerking met huisartsen. Ik geloof heilig dat samenwerking veel meer oplevert”.

In hetzelfde nummer van Zorgvisie toont onderzoeker Leo Vandermeulen van adviesbureau Prismant aan dat meer concurrentie helemaal niet leidt tot lagere tarieven en efficiëntere zorg. Hij komt tot deze conclusie op basis van data uit het Diagnose Informatie Systeem (DIS) uit 2014; alleen de NZa beschikt over recentere informatie. Vandermeulen roept de NZa op tot nader onderzoek op basis van recente data om vast te stellen of het zorgstelsel wel de beoogde doelen oplevert: betere kwaliteit, lagere tarieven en meer doelmatigheid.

Feenstra: ‘Afscheid nemen van marktdenken’, Zorgvisie, 28 augustus 2017: www.zorgvisie.nl

Topman Martini Ziekenhuis: 'Doek zorgverzekeraars op', RTV Noord, 28 augustus 2017: www.rtvnoord.nl

 

wiepke cahn oratie 12 september 2017Zestig procent van de psychiatrische patiënten heeft ook lichamelijke aandoeningen en dertig procent van de patiënten met een lichamelijke aandoening heeft ook psychiatrische problemen. Een blinde vlek in de medische wereld omdat er vooral vanuit specialismen behandeld wordt, volgens Wiepke Cahn, hoogleraar Lichamelijke gezondheid bij psychiatrische aandoeningen bij het UMC Utrecht Hersencentrum. Tijdens haar oratie op dinsdag 12 september 2017 pleitte Cahn voor een meer integrale benadering van ziekte – de mens in zijn omgeving:“We moeten af van het hokjesdenken. Doordat we niet naar de hele mens kijken, vallen grote groepen mensen tussen wal en schip”.

In 2016 kostte de gezondheidszorg in Nederland 70 miljard euro, ongeveer 25-30% van de totale overheidsuitgaven. In vergelijking met ons omringende landen geeft Nederland meer geld uit aan de behandeling van psychiatrische aandoeningen. Toch lijkt dit zich niet te vertalen in een betere gezondheid van patiënten. Wiepke Cahn: “De gapende kloof tussen lichamelijke en psychische ziektes komt voornamelijk door de manier waarop de zorg op dit moment is ingericht. De scheiding tussen de geestelijke gezondheidszorg en de rest van de medisch specialistische zorg, belemmert de genezing van veel patiënten”.

Verwaarlozing

Ook de psychiatrie heeft volgens Wiepke Cahn te weinig aandacht voor de mens als geheel. “De levensverwachting van mensen met een chronische psychiatrische aandoening met 15-20 jaar is afgenomen. De belangrijkste doodsoorzaken zijn hart- en vaatziekten, maar ook andere lichamelijke aandoeningen zoals diabetes en kanker komen vaker voor bij mensen met een psychiatrische aandoening. Je kunt eigenlijk zeggen dat de psychiatrie de lichamelijke gezondheid van patiënten schromelijk heeft verwaarloosd”.

Zorg in de buurt

Cahn ziet op verschillende fronten mogelijkheden om een langer en beter leven voor patiënten te bewerkstelligen. “Onderzoek naar het verbeteren van medicijnbeleid is een must. Daarnaast moeten we inzetten op leefstijl en gedragsverandering. Niet makkelijk, zeker niet als je ziek bent, dus daar is gespecialiseerde ondersteuning bij nodig. Ik denk ook dat het goed is om affiniteit met de psychiatrie te toetsen bij de toelating tot de verschillende opleidingen, te beginnen met de geneeskunde. Het belangrijkste is om goed na te denken over een andere organisatie van zorg in Nederland. We moeten de wijk in, de gemeente en uitkeringsinstanties betrekken. Alleen door integratie van de psychiatrie in de rest van hulp- en zorgverlening zal de patiënt beter herstellen en zijn weg vinden binnen een gezondere maatschappij”.

“Hokjesdenken in de zorg belemmert de genezing van de patiënt”, UMC Utrecht, dinsdag 12 september 2017: www.umcutrecht.nl

Meer info over Wiepke Cahn bij UMC Utrecht:www.umcutrecht.nl/Cahn-W

 

omslag onderwijsfilosofen in actie joop berding izaak dekkerJoop Berding en Izaak Dekker gaven zeven jaar samen les aan de masteropleiding Pedagogiek van Hogeschool Rotterdam. Voor Berding waren het de laatste zeven jaar van zijn carrière als docent  - hij is met pensioen gegaan - voor Dekker waren het zijn eerste jaren.
In het essay Onderwijsfilosofen in actie blikken beide docenten terug op die periode. Hun essay werd gepresenteerd tijdens het Startsymposium Master Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam op 25 augustus 2017 dat ging over Visies en idealen... voor en in de klas.

De Master Pedagogiek is bedoeld voor professionals die hun inzicht willen verbreden. Het accent ligt op beleid, maatschappelijke en politieke theorie rond opvoeden en onderzoek doen. De opleiding is sterk gericht op het naar binnen halen van kennis uit de beroepspraktijk en deze toe te passen in het onderwijs. Veel studenten werken in het onderwijs en de (jeugd)zorg, sommigen in de creatieve of therapeutische sfeer, bij de politie of hebben een eigen bedrijf.

John Dewey en Hannah Arendt

Het essay begint met de betekenis van de onderwijsfilosofie van de Amerikaanse pedagoog en filosoof John Dewey (1859-1952) die een onuitwisbare invloed heeft gehad op het denken over onderwijs en lesgeven van de beide docenten: “Het zijn inzichten die je, eenmaal opgedaan, niet meer ‘ont-leert’. Je kunt ze nuanceren en eventueel aanlengen met wat alledaagse pragmatiek, maar het inzicht blijft hangen. Het is een reis die wel weer terug naar huis kan leiden, maar nooit meer kan worden vergeten. En het blijft niet bij die ene reis”.
Ook het werk van de Duits-Amerikaanse filosofe Hannah Arendt (1906-1975) had dat effect...“alhoewel haar gedachtengoed ons gek genoeg een heel andere kant uit leidde. Waar Dewey de ogen opent voor de mens als het biologische wezen en leren als organisch proces, wijst Arendt je overtuigend op de principiële verantwoordelijkheden van de opvoederende mogelijkheden maar ook de beperkingen van het onderwijs. Dit is het bijzondere van wat bij sommigen bekend staat als onderwijsfilosofie en bij anderen als theoretische pedagogiek. Beide hebben de reputatie abstract te zijn. Het gaat vaak niet om individuele casussen maar om theorieën, niet om praktische oplossingen maar om de achterliggende vragen. Als docent kun je je daarom afvragen wat je in je hectische praktijk van alledag met onderwijsfilosofie of theoretische pedagogiek te maken hebt. Het antwoord is toch echt: heel veel. Onderwijsfilosofie gaat namelijk over wie jij wilt zijn als docent, hoe mensen volgens jou leren en willen ‘verschijnen’ in de wereld en hoe je omgaat met kinderen en jongeren, ook in hun ‘rol’ als leerling of student”.

Voor professionals en instellingen in het onderwijs (en breder de pedagogische sector) is het onmogelijk neutraal te zijn, aldus de auteurs: ”Of je nou compleet intuïtief of juist evidence-based werkt, in beide gevallen draag je uit waar je voor staat, wat je belangrijk vindt en welke rolverdeling je voor de student en jezelf voor ogen hebt. Door te doceren impliceer je te weten waar onderwijs voor is bedoeld. Leren heeft altijd een richting nodig: leer je bijvoorbeeld om bij een groep te horen, een ‘zelf’ te worden, om kennis te vergaren of om simpelweg een diploma te bemachtigen? Welk van deze doelen steunen en organiseren we als samenleving en waarom? Wat hoort daar minimaal bij en wat legitimeert wie om zich daarmee te bemoeien?”

Zeven belangrijke inzichten

Berding en Dekker beschrijven wat ze hebben geleerd, wat er is gelukt en wat er soms misging. We komen te weten als lezer wat er gebeurt als een docent de onderwijsfilosofie in praktijk brengt. Het essay is gestructureerd aan de hand van verschillende praktijksituaties waarin zij twijfelden hoe zij als docenten moesten handelen. Deze situaties interpreteren ze met de pedagogische theorieën die centraal staan in de masteropleiding. Lukte het de theorie in praktijk te brengen? Was dat eigenlijk wel mogelijk, of wenselijk? Deze vragen en reflectie daarop zijn uitgemond in zeven belangrijke inzichten of zeven lessen over visies en idealen in en voor de klas

Klik hier voor downloaden van Onderwijsfilosofen in actie, door Joop Berding en Izaak Dekker, Masteropleiding Pedagogiek Hogeschool Rotterdam, 2017.

joop berding izaak dekker hogeschool rotterdam master pedagogiek

 

 

 

 

 

 


Links Joop Berding met naast hem Izaak Dekker tijdens de presentatie van hun
essay
Onderwijsfilosofen in actie op het Startsymposium Masterpedagogiek
van de Hogeschool Rotterdam op 25 augustus 2017

 

Onder het motto NPO Radio 1 bij de les stelde de radiozender van 3 tot en met 8 september 2017 luisteraars de vraag: hoe kan het onderwijs in Nederland nog beter?

Pierre Wind, topkok, docent en eerste Kok des Vaderlands (in 2014) heeft uitgesproken meningen over het onderwijs. Op de laatste dag van de serie vertelde hij hoe het onderwijs beter kan. Een ding is duidelijk: als Pierre Wind voor de klas staat, let je op. “Ik ben echt heel streng”. Hij geeft vier tips voor het onderwijs.

1. Regeer met een ijzeren vuist

Als docent aan het Mondriaan College voor Horeca en Toerisme en aan de HAS in Den Bosch regeerde hij met een ijzeren vuist over zijn leerlingen. Telefoon tevoorschijn halen? Prima, maar dan ben je hem twee weken kwijt. Spijbelen? Geen probleem, maar de gemiste dag haal je wel twee keer in.
Wind: “Ik ben een tiran met passie. Ik wil dat ze de stof oppakken en dat ze leren koken en van het vak gaan houden. Een student hoeft het niet leuk te vinden, maar hij moet wel denken: hier heb ik wat aan.''
...
“Ik maak me heel veel zorgen. De laatste tien jaar wordt er vooral gekeken vanuit de student: hey student, wat wil jij? Ze worden gezien als klanten. Je moet helemaal niet luisteren naar wat studenten willen. Je moet zelf beslissen wat goed onderwijs is, en dat bied je aan”.

2. Pomp de basis erin

Wind noemt zichzelf conservatief en innovatief. Volgens hem moet een opleiding beginnen met twee jaar klassikale ervaring voordat het innovatieve, projectgerichte onderwijs kan beginnen. Die combinatie is volgens hem belangrijk want “die basiskennis moet je er gewoon inpompen. Als je de vakboeken die in de jaren tachtig op de lagere technische school werden gegeven nu zou toepassen bij het MBO, blijkt dat er toen meer inhoud over het vak gegeven werd dan nu”. Volgens Wind is het niveau van de lesstof dus enorm omlaag gegaan. En hoe komt dat?

3. Denk in de lange termijn

Vanwege de politiek en de veel te korte levensduur van hun onderwijsplannen. “Ze maken er een zootje van”, zegt Wind. “Waar ik helemaal gek van word is dat er om de vier jaar een nieuw onderwijsstructuur komt. Dat houdt in dat ik me niet kan bezighouden met innovatie van de lesstof maar de basis weer moet herijken. Dat is de ondergang van het onderwijs. Mijn oplossing: regel met alle partijen in de Kamer een beleid voor vijftien of zestien jaar. Je kan het wel verbeteren, maar de structuur mag niet veranderen”.

4. Beoordeel een docent op zijn resultaten

Wind stoort zich ook aan de sociale eisen die aan docenten gesteld worden. Dat een leraar vooral leuk gevonden moet worden is onjuist, en studenten die over docenten oordelen leveren volgens hem nooit objectieve resultaten op. “Het is absurd dat studenten tegenwoordig evaluatieformulieren over docenten kunnen invullen. Ik vind dat een docent beoordeeld moet worden op slagingspercentage en wat de algemene kennis is. Dan test je of een docent echt goed is.
Ik heb docenten gehad die ik m’n leven niet meer vergeet. Als ik bij een of twee leerlingen zo’n docent kan worden, die bepalend is geweest voor zijn of haar handelen, dan heb ik voldoende gedaan”.'

Een van de reacties op de uitzending luidt: “Maak die man alsjeblieft minister van onderwijs! Of topambtenaar. Die man heeft visie”.

Luister naar het gesprek: Npo Radio 1 Bij de les: Pierre Wind geeft tips voor het onderwijs: www.nporadio1.nl

 


kunstenaars frederiksoord 4Een groep van twaalf kunstenaars, uit elke provincie een, woont en werkt de hele maand september 2017 in het militair basiskamp Entre Nous in het Drentse Frederiksoord. Zij willen nadenken over de verzorgingsstaat van de toekomst. Hoe gaat die eruit zien?
Artistiek leider Edwin Stolk vertelt in een video van regionale omroep RTV Drenthe:

omslag blue a memoir john sutherlandDe Britse hoofdcommissaris van politie John Sutherland uit Londen zegt in een interview hoe hij in zijn ziel “stukjes meedraagt van iedereen die gestorven is”. Hij heeft een inzinking gehad en vertelt openhartig over de harde realiteit van politiewerk in het huidige Groot-Brittannië.
Sutherland heeft veel gezien en meegemaakt. Uiteindelijk werd het hem allemaal teveel. Hij is niet meer in staat het beroep dat hem zo lief is uit te oefenen. Sutherlands verhaal in de online-versie van dagblad Daily Mirror bevat foto’s die zijn verhaal illustreren. We zien zijn portret op jonge leeftijd als beginnend politieman, beelden van gebeurtenissen die volop in het nieuws zijn geweest en waarbij Sutherland was betrokken alsmede een recent portret van een ‘sadder and wiser man’.

Sutherland droomde er als kind al van politieman te worden. In 1992 ging hij werken bij de Metropolitan Police in het zuiden van Londen. Getrouwd en vader van drie kinderen was hij een gelukkig man die een kundig gijzelingsonderhandelaar bleek met compassie voor slachtoffers van geweldsdelicten. Hij was een zeer ervaren politieman, verantwoordelijk voor honderden politiemensen en de veiligheid van duizenden burgers.
Op een kwade dag stortte zijn wereld in elkaar. Het was april 2013 en hij had zich al maanden niet goed gevoeld, maar hij ging door met zijn veeleisende werk in de hoofdstad. Hij kreeg paniekaanvallen en schrok midden in de nacht wakker. Op een dag, nadat hij de avond daarvoor al om zeven uur naar bed was gegaan, gaf hij te kennen dat hij naar het ziekenhuis wilde. In de zeven maanden daarna zou hij niet meer naar zijn werk gaan.

Ik heb mijn armen om haar heen geslagen

In een café vlakbij Scotland Yard vertelt deze bedachtzame politieman dat hij wacht op toestemming om met pensioen te gaan op grond van slechte gezondheid: “Ik voel me een stuk beter dan voorheen, maar ik zal nooit kunnen terugkeren naar mijn oude baan. Wat er is gebeurd, heeft me veranderd”.
Twintig jaar lang had hij zich met passie op zijn werk gestort, maar nu beseft hij dat hij niet langer de fysieke noch de psychische kracht heeft door te gaan. Ook in het dagelijks leven is hij niet in staat normaal te functioneren: “Onlangs reed ik met mijn gezin naar een bruiloft. We reden langs iemand die waarschijnlijk geraakt was door de zijspiegel van een bus. Haar gezicht zat onder het bloed en ik kreeg een paniekaanval. Mijn oude ik zou hebben gestopt. Ik was helemaal overstuur. Er was al hulp aanwezig, dus ik ben niet uitgestapt".

Hij vertelt dat hij geen films meer kan bekijken waar hij vroeger dol op was. Vooral oorlogsfilms, zoals Black Hawk down en We were soldiers. Hij kan nog wel kijken naar sport en romantische films, maar niet naar het nieuws; een krant lezen gaat ook niet. .
Sutherland doorliep zijn carrière in een van de lastigste wijken van Londen. Daardoor heeft hij uniek inzicht gekregen in problemen waarmee de politie wordt geconfronteerd.
Hij heeft te maken gehad met geestelijke gezondheidskwesties en de manier waarop de politie die aanpakt. Hij heeft meegemaakt hoe de politie problemen moet zien op te lossen die niet tot haar taken behoren en die andere instanties laten liggen: “Ik herinner me toen ik politie-inspecteur was dat we om ongeveer 11 uur ‘s avonds een telefoontje kregen van de sociale dienst. Dat was weer zo’n typisch geval dat naar de politie doorgeschoven werd en dat niets had te maken met ons [...] Het ging om een spoedgeval waarbij een jong meisje in veligheid gebracht moest worden vanwege de slechte geestelijke gesteldheid van haar moeder. We kregen te horen dat er een kind in gevaar verkeerde en dus gingen we erop af. De moeder deed de deur open. Mijn vader leed aan een bipolaire stoornis en hij en mijn moeder wisten dat goed te verbergen. Zelf begreep ik het niet helemaal, maar ik wist er daardoor wel wat meer vanaf dan de meeste mensen. Hier stond een van die mensen van wie je weet, als ze je aankijken, dat ze niet in orde zijn. Het meisje lag te slapen in haar bed en ik dacht, ik wil dit kind niet aan het schrikken maken, dus ik schoof mijn pet wat naar voren zodat ze, als ze wakker werd, een herkenbaar persoon zou zien die je kon vertrouwen. Ze was rustig en zo mak als een lammetje; misschien was het wel niet de eerste keer dat dit gebeurde. Nadat ze zich had aangekleed brachten mijn collega’s haar naar de auto.
Op dat moment raakte de moeder totaal van streek. Ik heb mijn armen om haar heen geslagen en een knuffel gegeven. Dat kalmeerde haar voldoende, waarna ik kon vertrekken. Toen ik de deur achter me dicht had getrokken dacht ik hoe vreselijk dit was in alle opzichten. Ik denk wel eens dat de politie de gaten moet dichten die andere instanties behoren te dichten”.

Keeping the peace and falling to pieces

John Sutherland heeft een boek geschreven, verschenen in mei 2017: Blue: A memoir – Keeping the peace and falling to pieces. Daarin heeft hij het over Dr Edmond Locards beginsel van de forensische wetenschap: “Elk contact laat een spoor achter”. Het is duidelijk dat het niet louter gaat om bewijs maar ook om de emotionele weerslag van de confrontatie met harde misdaad. Sutherland was gijzelingsonderhandelaar in 2008 toen advocaat Mark Sanders in zijn huis was omsingeld en ten minste vijf keer werd geraakt door scherpschutters tijdens een schietpartij. Markham had, thuiskomend van zijn werk, het in zijn flat op een drinken gezet, waarna hij stomdronken met een geweer in het wilde weg was gaan schieten, dwars door de ruiten van zijn flat heen. De vijf duur durende dreiging heeft Sutherland diep geraakt.

Sutherland was ook betrokken bij Kodjo Yenga, de zestienjarige tiener die doodgestoken werd nadat hij, onder luid geschreeuw van ‘dood hemachterna gezeten was door een straatbende jongens en meisjes: “Het gebeurde in de middag op een doordeweekse dag. Hij was een goeie jongen die nog nooit met de politie in aanraking was geweest en die tegen een groep jongens aanliep die hem uitdaagde om de gaan vechten. Na zijn dood heb ik alle betrokken instanties bij elkaar geroepen en gezegd dat we op zoek moesten naar de achtergrond van deze kinderen en erachter zien te komen of er een patroon viel waar te nemen. Wat we hebben ontdekt was nu niet direct een verrassing, maar schokkend was het wel. Een van hen kwam uit een gebroken gezin, maar het merendeel had geen onderwijs genoten. Sommigen hadden familieleden die wandaden hadden begaan. Anderen hadden al een strafblad. Wat het meest opviel was dat ieder van hen, zonder uitzondering, was opgegroeid in een gezin met huiselijk geweld”.

20-Jarenplan

Sutherland zou het liefst zien dat politieke partijen plannen maken voor de lange termijn - hij heeft het zelfs over een 20-Jarenplan - en die tot inzet maken van hun verkiezingscampagnes. Zijn verhaal toont aan dat we nog maar net zijn begonnen met enig besef van het cumulatief slopende effect van het werk dat wij van de politie vragen.
De onvermijdelijke vraag is uiteraard: Waarom storten niet alle politiemensen in? Het antwoord daarop is dat er veel meer politiemensen zijn die lijden en worstelen dan we denken. Sutherland hoopt dat zijn boek anderen kan helpen: “Al is er maar een die er wat aan heeft, dan is het dat waard”.

Lees het hele interview met John Sutherland, door Steve Myall: “In my soul, I carry pieces of everyone who died": Top cop who suffered breakdown reveals brutal truth of what it takes to be a police officer in Britain today,  The Mirror, 6 september 2017: www.mirror.co.uk

Lees daar ook de reacties.

Pagina 1 van 113
Joomla webdesign: Zoccolo Concepting & Design