header2

Inloggen

Redactie Beroepseer

Redactie Beroepseer

Bart Kiers van Zorgvisie - site en magazine voor management en beleid in de zorg - meldt dat BuurtzorgT voor het eerst een contract heeft afgesloten met een zorgverzekeraar voor het geven van gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg (GGz) aan patienten in de wijk. BuurtzorgT biedt tweedelijns-GGz op een radicaal andere manier aan. Niet in klinieken, maar bij mensen thuis.
Het contract is gesloten met zorgverzekeraar VGZ. Volgens BuurtzorgT en VGZ is het een uniek contract omdat het is gebouwd op basis van vertrouwen en gelijkwaardigheid. Beide zeggen hiermee een partnership te hebben gesloten om samen doelen te bereiken en problemen op te lossen.

VGZ-manager zorginkoop GGz, Marloes van Dongen, vertelt dat ze in 2017 regelmatig gesproken heeft met BuurtzorgT om de werkwijze te begrijpen. Zo is het vertrouwen geleidelijk gegroeid: “BuurtzorgT zet patiënten en hun omgeving centraal en probeert verspilling van zorg tegen te gaan. Dat past goed in onze visie van zinnige zorg”.
Jos de Blok, mede-oprichter van BuurtzorgT: “BuurtzorgT wil geen onnodige psychiatrische zorg leveren. De inzet is gericht op herstel en het versterken van het sociale netwerk van patiënten”.
Het contract geldt voor één jaar. Dan willen BuurtzorgT en VGZ bekijken hoe de samenwerking is bevallen. Of een meerjarencontract er daarna inzit, valt nog niet te zeggen. VGZ sluit in principe alleen meerjarencontracten af met alliantiepartners.

De Nieuwe GGz

Volgens Van Dongen wil VGZ met dit contract ook De Nieuwe GGZ een impuls geven. De Nieuwe GGZ, gelanceerd in oktober 2015, is een beweging die zich inzet  voor een nieuw élan in de GGz. Ze maakt zich sterk voor ontmanteling van de bureaucratie in de GGz en mobiliseert de bij de GGz betrokken mensen om nieuwe samenwerkingsverbanden aan te gaan, projecten te starten en een visie te ontwikkelen om de GGz toekomstbestendig te maken.

Lees het hele artikel Jos de Blok lyrisch over contract VGZ met BuurtzorgT, door Bart Kiers, Zorgvisie,
16 februari 2018: www.zorgvisie.nl

BuurtzorgT: http://buurtzorgt.nl

De Nieuwe GGZ: www.denieuweggz.nl

 

koen timmers thumbKoen Timmers uit het Belgische Hasselt heeft grote kans verkozen te worden tot de beste leraar ter wereld. Hij is genomineerd als een van de tien leerkrachten die in aanmerking komen voor de Global Teacher Prize 2018. De prijs wordt jaarlijks uigereikt aan een ‘buitengewone leerkracht die een opmerkelijke bijdrage aan zijn of haar beroep heeft geleverd’, door de in Dubai gevestigde Varkey GEMS Foundation. Aan de onderscheiding is een prijs verbonden van een miljoen dollar.
De Global Teacher Prize wil voor het onderwijs doen wat de Nobelprijs doet voor de wetenschap, de literatuur en de vrede.

vernieuwing lokale democratie samenleving centraal omoocKennisplatform OMOOC*) - voor overheidsmanagers, professionals en bestuurders - is op 13 februari 2018 van start gegaan met de mooc Vernieuwing lokale democratie. Een mooc is een zogeheten massive open online course, ofwel een cursus die gratis op internet wordt gegeven en waaraan iedereen kan deelnemen.

Het doel van deze mooc is ambtenaren, wethouders, raadsleden en gemeentesecretarissen te inspireren en inzicht te bieden om nieuwe invulling te geven aan de lokale democratische samenleving.
In maart 2018 wordt het programma Democratic Challenge van het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) beëindigd. Democratic Challenge was een driejarig programma, gericht op de vernieuwing van de lokale democratie, binnen én buiten de overheid. Centraal in het programma stonden lokale experimenten, het zoeken naar innovatieve vormen van democratie.
Uit de experimenten zijn lessen te trekken, ze hebben geleid tot tal van inzichten die in de online cursus worden gedeeld.

Vijf inzichten

De cursus bevat vijf afleveringen waarin steeds een inzicht omtrent lokale democratie centraal staat.

Aflevering 1
, te volgen van 13 februari tot 20 maart, heeft als onderwerp: Jouw democratisch kompas met Laurens de Graaf, burgemeester van Lopik en lector Hogeschool Utrecht en Jornt van Zuylen van Democratic Challenge: “We kijken naar verschillende democratische waarden zoals transparantie, inclusie, zeggenschap, checks & balances, vaardigheden en deliberatie. We helpen u om bewuster na te gaan welke waarden van belang zijn en welke waarden een rol kunnen spelen in uw eigen gemeentelijke praktijk”.

Aflevering 2: 20 februari. Onderwerp: Democratisch begroten. Met Tim van het Hof, raadslid gemeente Breda, en Suzanne van der Eerden, projectleider Breda begroot.

Aflevering 3: 27 februari. Onderwerp: Loten en andere nieuwe vormen van representatie. Met Harmen Binnema, docent/onderzoek Universiteit Utrecht en Thea Bakhuys, lid van de Coöperatieve Wijkraad in Groningse Oosterparkwijk.

Aflevering 4: 6 maart. Onderwerp: Digitale democratie. Met Francesca Bria, directeur NESTA en Josien Pieterse, initiatiefnemer en mede-directeur van Netwerk Democratie.

Aflevering 5: 13 maart. Onderwerp: Bouwstenen voor een lokaal democratisch akkoord. Met Jornt van Zuylen, projectleider Democratic Challenge.

Deze mooc is bestemd voor iedereen die werkt in de gemeentelijke overheid aan democratievernieuwing. De inzichten zijn ook interessant voor initiatiefnemers buiten de overheid. Primaire doelgroep zijn ambtenaren en raadsleden. Verder richt de mooc zich op griffiers, gemeentesecretarissen, bestuurders, vernieuwers en initiatiefnemers.

Noot
*) OMOOC is een samentrekking van de ‘o’ van overheid en mooc staat voor massive open online courses. Het is een nieuwe manier van kennis verwerven en delen in de publieke sector.

Klik hier voor brochure Vernieuwing lokale democratie.

Meer info, volledig programma en instructies deelname Vernieuwing lokale democratie, Omooc: https://omooc.nl/moocs/vernieuwing-lokale-democratie/

Democratic Challenge: http://democraticchallenge.nl

omooc vernieuwing lokale democratie

 

witte staking werkdruk universiteitIngrid Robeyns, hoogleraar Ethiek aan de Universiteit van Utrecht was zondag 11 februari 2018 te gast in het televisieprogramma Buitenhof om over de kwaliteit van de universiteiten te praten. De concrete aanleiding was de aandacht in landelijke media voor discussies die in de wereld van de universiteit spelen, waaronder de ontslagbrief van Eelco Runia, universitair docent aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), het wegstemmen van het plan van de RUG om een campus in China te openen, de discussie Engelstalig onderwijs aan de universiteiten, en de aanhoudende kritiek van wetenschappelijk medewerkers over de groeiende bureaucratie en de hoge werkdruk.

In Science Guide, het digitale nieuwsmagazine voor de kennissector, schrijft Robeyns dat het al langer rommelt aan de universiteiten: Denk aan de Maagdenhuisbezetting, de ReThink beweging, de discussies over democratisch bestuur aan universiteiten en de petitie van WO in actie over te hoge werkdruk aan de universiteiten: “Ëen incidentele hoge werkdruk, of een langdurige hoge werkdruk bij bepaalde functies met uitzonderlijke verantwoordelijkheden is te begrijpen. Maar dat de meerderheid van de wetenschappers jaar in, jaar uit, een te hoge werkdruk ervaart, moet de sector zich aantrekken”.

Andere factoren

De ontoereikende financiële kaders zijn, aldus Robeyns, wellicht de grootste oorzaak van de onacceptabele hoge werkdruk in de wetenschap: “Maar niet de enige oorzaak. Universitaire medewerkers zijn, meer dan vroeger, veel tijd kwijt aan verantwoording en controlemechanismes. Dit is een fenomeen dat we niet alleen in het wo zien, maar dat ook voor andere beroepsgroepen in de semi-publieke sector geldt.

De Stichting Beroepseer heeft al meerdere studies gewijd aan de mate waarin er een georganiseerd wantrouwen bestaat tegen professionals, en waarin gedocumenteerd wordt hoe schadelijk dat is voor het goed functioneren van professionals. Daarnaast wordt er in discussies, bijvoorbeeld met vertegenwoordigers van vakbonden, ook soms geopperd dat de CvBs zelf andere keuzes zouden kunnen maken die de werkdruk zouden kunnen verminderen door bijvoorbeeld minder geld uit te geven aan marketing, en dat geld te besteden aan onderzoek en onderwijs. In hoeverre dat een significant verschil zou maken, durf ik niet te zeggen, maar het lijkt me wel goed daar helderheid over te scheppen”.

Een witte staking 

Het is tijd om deze roofbouw op het wetenschappelijk personeel te stoppen. Volgens Robeyns proberen de Vereniging van Universiteiten (VSNU) en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) al jarenlang middels argumentatie, het schrijven van rapporten en politieke onderhandelingen, duidelijk te maken dat de financiering ontoereikend is: “Maar de vraag is of deze strategie voldoende vruchten zal afwerpen. En de vraag is ook waarom de wetenschappers op de werkvloer niet zelf het heft in handen nemen en hun frustraties niet enkel bij het koffiezetapparaat delen, maar tot actievoeren over gaan.

Eén mogelijkheid daarbij is het werken volgens contract: niet meer uren te werken dan het aantal dat je contractueel moet werken, en dan volgens de procentuele verdeling van je taakstelling. Deze zogenaamde ‘witte staking’ is eigenlijk niet meer dan het illustreren dat de sector draait op de overuren van het personeel.
Deze ‘witte staking’ is geen magische oplossing. Zonder expliciete steun van de CvBs, en in het bijzonder de VSNU, zal het voor de wetenschappers op de werkvloer moeilijk zijn om een echte verandering teweeg te brengen”

Lees het hele artikel van Ingrid Robeyns, Een ‘witte staking’, Science Guide, 14 februari 2018: www.scienceguide.nl

Kwantitatief onderzoek naar ervaringen van academici op Nederlandse universiteiten per vakgebied, Groepsblog Beroepseer, 13 februari 2018: www.beroepseer.nl

Ook academici komen in actie tegen 'onacceptabele werkdruk', door Gerrit-Jan Kleinjan, Trouw, 20 oktober 2017: www.trouw.nl

 

“Als we op de universiteiten opeens volgens contract gaan werken, veertig uur per week, loopt het binnen vier weken spaak. Het systeem draait op onze overuren”, aldus Ingrid Robeyns, hoogleraar Ethiek aan de Universiteit van Utrecht in het televisieprogramma Buitenhof op 11 februari 2018. Ze is in debat over werkdruk en bureaucratie op de universiteiten met Elmer Sterken, rector magnificus van de Rijksuniversiteit van Groningen.

In het boek Goed werk voor academici dat gaat over spanningen in het werk van Nederlandse academici staat een hoofdstuk dat is gewijd aan de onderzoeksresultaten van een kwantitatief onderzoek. In het voorjaar van 2014 organiseerde het Ministerie van Financiën een interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) om vast te stellen of de middelen voor wetenschappelijk onderzoek in Nederland op de juiste wijze worden ingezet. Men hield een uitgebreide enquête onder het personeel aan Nederlandse universiteiten en andere academische instellingem, waarop door ruim 4.000 respondenten werd gereageerd.

Voor het hoofdstuk Goed werk voor academici per vakgebied ii is enkel de respons gebruikt van de 2.774 medewerkers van universiteiten. De vragen die aan deze respondenten werden voorgelegd besloegen vele facetten van de wetenschapsbeoefening in Nederland. Een aantal belangrijke uitkomsten van dit onderzoek werd reeds twee jaar terug gepubliceerd en vormde mede de basis voor Wetenschapsvisie 2025 die het Ministerie van OCW in november 2014 publiceerde. De gegevens konden onder meer aan het functieniveau van de respondenten gerelateerd worden, waardoor een nauwkeuriger beeld van de bestaande wenselijkheden en spanningen ontstond. In die publicaties werd evenwel niets gezegd over de vraag in hoeverre die wenselijkheden of spanningen aan een specifiek wetenschapsvakgebied te relateren zijn. Terwijl gegevens daarover in de IBO-enquête wel bijeengebracht waren.
Het Rathenau Instituut was bereid om de rechte tellingen per vraag beschikbaar te stellen.

Vraagstukken In de enquête:

- doelen en prioriteiten die in het academisch leven aan de orde zijn (paragraaf 1);
- de aansturing van medewerkers (paragraaf 2);
- de wijze van beoordelen (paragraaf 3);
- de wijze van belonen (paragraaf 4);
- twee soorten rendement (paragraaf 5);
- structureel overwerken (paragraaf 6);
- onenigheid over de beoordeling (paragraaf 7);

Paragraaf 8 bevat een samenvattend overzicht naar vakgebied.

omslag goed werk voor academici klKlik hier voor downloaden van het hoofdstuk Goed werk voor academici per vakgebied II. Een kwantitatief onderzoek op basis van een survey,
door Gabriël van den Brink & Bas Mali.

Wetenschapsvisie 2025: keuzes voor de toekomst, Rijksoverheid, 25 november 2014: www.rijksoverheid.nl


symposium waarheidsvinding 2 Waarheidsvinding als ambacht - De feitenvrije wereld en het alternatief van beroepseer

‘Wetenschap is ook maar een mening’. Het onderscheid tussen feiten en meningen lijkt steeds vager te worden in het publieke debat, de politieke arena en de media. Deskundigheid op basis van (wetenschappelijke) kennis neemt af aan betekenis doordat zij in toenemende mate als mening wordt bestempeld.

Herman van den Bosch heeft zich verdiept in institutionalisering en de gevolgen ervan voor de mens. Uit studies blijkt dat het vermogen tot waarnemen minder manifest is geworden vanaf het tijdperk waarin de mens zich ging vestigen - na de tijd van jagen en verzamelen  - en al helemaal in de tijd van de industriële revolutie. Hoe komt dat?
Van den Bosch is hoogleraar managementwetenschappen aan de Open Universiteit,

Van den Bosch: “De industriële revolutie bracht toenemende specialisatie met zich mee. Vooral in de werksituatie kwam er steeds meer hiërarchie en deze zorgde, samen met systemen voor planning & controle voor uniforme voorschriften en toezicht daarop. Bij een vierde kenmerk sta ik wat langer stil: Institutionalisering.
Institutionalisering is regulering van gedrag binnen uiteenlopende vormen van organisaties. Karl Weick spreekt van sense making. Organisaties zorgen ervoor dat hun leden op een vergelijkbare manier leren kijken naar, spreken over en duiden van de wereld. Zo’n gemeenschappelijke framing is uiterst effectief: Ze vermindert onzekerheid en ambiguïteit en ze verschaft een gedeeld oordeel over goed en slecht. Daar staat tegenover een vergaande bijziendheid voor zaken die buiten dit kader vallen en er blijft weinig ruimte over voor intuïtie en authentiek waarnemen en het opvangen van soft signals”.

Institutionalisering in de gezondheidszorg

Van den Bosch heeft een aantal studies gevonden die de gevolgen van institutionalisering illustreren in ziekenhuizen en zorginstellingen: “De eerste studie gaat over het feit dat ernstige medische fouten vaak voorkomen hadden kunnen worden als meer aandacht was besteed aan soft signals: Vaak terloopse opmerkingen van patiënten of voorzichtige vragen van jongere medewerkers over ziekteverschijnselen. Dergelijke opmerkingen werden afgedaan met dit komt wel vaker voor of waar bemoei je je mee. Het handelen volgens protocollen is bij veel medewerkers in de plaats gekomen van de eigen ogen open houden.

Uit de tweede studie blijkt dat het vermogen om soft signals te coderen nog niet is verdwenen maar ook hoe het wordt onderdrukt. Soft signals worden vaak opgevangen tijdens terloopse gesprekken met patiënten. De onderzochte medewerkers gaven echter aan dat ze dit soort gesprekken steeds vaker uit de weg gaan omdat ze in de war raken en dat leidinggevenden er geen waarde aan hechten.

De derde studie laat zien dat medewerkers elkaar minder aanspreken op fouten als ze ervaren hebben dat dit niet effectief is of schadelijk voor henzelf is. Dat laatste is weer een rechtstreeks gevolg van de ervaren sociale veiligheid en de invloed van hiërarchie.

Veel professionals in de gezondheidszorg willen niets liever dan hun werk goed doen en daarbij hoort ook open staan voor soft signals. Vergaande protocollering, sociale onveiligheid, werkdruk en hiërarchische verhoudingen zorgen ervoor dat dit laatste niet altijd vanzelfsprekend is. Bovenstaande studies kunnen makkelijk worden aangevuld met voorbeelden van buiten de gezondheidszorg”.

Managers zijn blij met robots

De vraag rijst of we hiermee misschien de prijs voor onze welvaart moeten betalen? Van den Bosch: “Op het eerste gezicht is dat inderdaad het geval. Welvaart komt neer op de mogelijkheid ook bij een modaal salaris veel producten en diensten te kunnen aanschaffen. Lage prijzen zijn het gevolg van massaproductie en die is op haar beurt het gevolg van schaalvergroting en strakke regulering van het werk. Managers zijn daarom blij met robots, maar voor sommige werkzaamheden zijn laagbetaalde werknemers goedkoper. Deze moeten dan wel werken volgens strakke voorschriften. Dat lukt niet altijd, want mensen zijn nu eenmaal slechte machines. Bedrijven zien dan ook uit naar de komst van een nieuwe generatie robots, gebaseerd op kunstmatige intelligentie, die nog meer werkzaamheden kunnen overnemen, ook van hoger opgeleiden”.

Klik hier voor lezen van de hele blog waarin Herman van den Bosch ingaat op een alternatieve ontwikkeling: zelforganisatie, zelfbestuur en leiderschap: “In veel werkzaamheden leggen mensen het af tegen machines. Laten we die daar dan vooral inzetten. Andere werkzaamheden daarentegen hebben baat bij de combinatie van ratio en gevoel en die is uniek voor mensen”.

Mensen zijn slechte machines, door Herman van den Bosch, Betrokken wetenschap, 29 januari 2018: https://hmjvandenbosch.com

betrokken wetenschap herman vanden bosch 

 

omslag achtergrondstudie tarlijke ideeen gezonde samenleving rvsIn april 2017 publiceerde de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) De Zorgagenda voor een gezonde samenleving. Die publicatie was tevens het startsein voor een grootschalig gesprek over de uitwerking van zes in De Zorgagenda opgenomen kernopgaven. In de zomer van 2017 volgde een raadpleging. Een groot aantal mensen werd gevraagd naar hun ervaringen en ideeën over zorg en hulp, over wat er goed gaat en wat er nog beter kan. Dankzij de samenwerking met ruim veertig ledenorganisaties in de zorg en het sociaal domein heeft RVS veel mensen kunnen benaderen. Het resultaat van deze raadpleging is gepubliceerd in de achtergrondstudie Talrijke ideeën over een gezonde samenleving, die hoort bij het essay Gezien en gehoord.
De achtergrondstudie bevat een analyse van de unieke ervaringen en ideeën van ruim 17.000 cliënten, patiënten, mantelzorgers, vrijwilligers, zorg- en hulpverleners, bestuurders en gemeenten. Al die verschillende ervaringen en ideeën vormen een waardevolle kennisbron.

De publicatie bevat tevens een uitwerking van de zes kernopgaven uit De Zorgagenda. Die uitwerking bestaat uit een schets van de ideeën en ervaringen van de geraadpleegde deelnemers..Het betreft dus een beschrijvende studie, waarin verschillende perspectieven op een zelfde vraagstuk de revue passeren. De studie is daarmee een weergave van de meningen van de deelnemers en als zodanig niet de visie van de RVS.
RVS vroeg de deelnemers een onderwerp te kiezen dat zij het belangrijkst vonden, waarna een aantal vragen volgden.
1. Wat (is de grootste belemmering of het grootste knelpunt)?
2. Wie (is als eerste aan zet om daar iets aan te veranderen)?
3. Hoe (kan diegene of die organisatie dat doen)?

De drie principes

In het essay Gezien en gehoord presenteert de RVS drie principes voor toetsing van nieuwe beleidsplannen, maatregelen en initiatieven in de komende jaren. De drie principes zijn eenvoud, grenzenwerk en leren. Deze principes zijn gebaseerd op de dagelijkse ervaringen van de 17.000 deelnemers aan de raadpleging.

 Kernboodschap de drie principes

Neem het principe eenvoud. Deelnemers geven aan dat ze vaak verdwalen in de complexiteit van zorg en hulp. Cliënten en patiënten hebben nog te vaak moeite om de zorg te vinden die ze nodig hebben. Zorg- en hulpverleners, mantelzorgers en vrijwilligers verdwalen in de overdaad aan regels en formulieren. De RVS vindt daarom dat de betrokkenen bij een nieuw plan of een nieuwe maatregel zich moeten afvragen: voor wie maak ik het nu eenvoudig? En begrijpen burgers het?

Het werken met de drie principes maakt het mogelijk dat politici, beleidsmakers, bestuurders en professionals elkaar kunnen aanspreken op hun afwegingen. Ze bieden een toets: zijn we met de goede dingen bezig? Is er draagvlak te verwachten voor dit plan of deze aanpak? Gezien en gehoord is dan niet langer alleen de titel van het essay, maar een manier van werken die zorgt voor een actieve verbinding tussen de ‘tekentafel’ en de ervaringen van mensen.

Pauline Meurs, voorzitter van de RVS over De Zorgagenda: “De overheid staat voor grote puzzels in zorg en hulp waar geen eenvoudige oplossingen voor zijn. Wij hebben die vraagstukken verbonden met de taal en belevingswereld van burgers. Het was indrukwekkend om te zien hoeveel mensen met ons meedachten. Er zijn zoveel mensen die mee willen werken aan een gezonde samenleving. Daar kunnen politici, beleidsmakers en bestuurders de komende jaren echt op bouwen”.

De dagelijkse ervaringen van burgers blijken een waardevolle en onmisbare kennisbron voor het maken van beleid op alle niveaus. Ook toekomstige adviezen komen in samenspraak tot stand. De RVS zet de dialoog met de samenleving de komende jaren voort.

omslag gezien  en gehoord de zorgagenda voor een gezonde samenleving rvsDownload hier de uitgebreide editie van De Zorgagenda voor een gezonde samenleving, met het essay Gezien en gehoord, Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, februari 2018: www.raadrvs.nl

Download hier de Achtergrondstudie Talrijke ideeën over een gezonde samenleving .17.000 ervaringen met zorg en hulp, Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, februari 2018: www.raadrvs.nl

Vergeleken met zeven andere westerse landen is Nederland een middenmoter in termen van economische groei per hoofd van de bevolking sinds 2002. Nederland heeft relatief goed gepresteerd qua uitvoer, maar opmerkelijk minder goed qua consumptie, hetgeen samenhangt met relatief ongunstige reële ontwikkelingen van het beschikbare inkomen en de huizenprijs, aldus het Bulletin van de Nederlandsche Bank: Nederland middenmoter qua economische groei, koploper bij uitvoer en hekkensluiter bij consumptie

Waar komt die gematigde consumptieontwikkeling in Nederland vandaan? Het blijkt dat in Nederland de ontwikkeling van het reële beschikbare inkomen van huishoudens (per capita) zich van meet af aan in de onderste regionen bevindt. In de eerste jaren na de kredietcrisis zakte het inkomen in Nederland verder weg, terwijl de inkomens in de meeste andere landen vrij snel na 2009 weer een opgaande lijn vertoonden. De ongunstige ontwikkeling van het reële beschikbare inkomen weerspiegelt een achterblijvende arbeidsinkomensquote (AIQ) en een gestegen lastendruk. In Nederland is de AIQ relatief sterk gedaald, terwijl de lastendruk van huishoudens tot aan 2013 van de onderzochte landen verreweg het sterkst is gestegen, vooral door hogere pensioenpremies en overige sociale premies.

De consumptie wordt naast het reële beschikbare inkomen ook bepaald door het financieel vermogen van gezinnen, waarvan de ontwikkeling vooral afhankelijk is van de huizenprijsontwikkeling. De reële huizenprijs heeft zich sinds 2002 in Nederland het ongunstigst ontwikkeld. Van de beschouwde landen was alleen in Nederland de reële huizenprijs in 2016 lager dan in 2002.
Kortom: de teleurstellende consumptieontwikkeling in Nederland in de periode 2002 - 2016 moet vooral worden toegeschreven aan de relatief forse daling van de AIQ, forse stijging van de lastendruk (vooral door hogere sociale premies) en scherpe terugval van de reële huizenprijzen.
De verwachting is dat het nog geruime tijd zal duren voordat de opgelopen achterstand zal zijn ingelopen.

Zwakkere onderhandelingspositie werkenden

Uit een analyse van gegevens van acht Nederlandse bedrijfstakken over de periode 1996-2015 blijkt dat de daling van de arbeidsinkomensquote (AIQ) samenhangt met de toegenomen flexibilisering van de arbeidsmarkt. Een mogelijke verklaring hiervan is de zwakkere onderhandelingspositie van werkenden in de flexibele schil ten opzichte van werknemers met een vast dienstverband. Uit de literatuur blijkt dat deze zwakkere onderhandelingspositie onder andere voortvloeit uit overheidsbeleid. Zo zijn de ontslagkosten van werknemers met een vast dienstverband hoger dan van werkenden in de flexibele schil. De baanzekerheid van werkenden in de flexibele schil is daardoor lager, wat ertoe kan leiden dat deze groep minder sterk staat in onderhandelingen over hun beloning.

Daarnaast is de onderhandelingspositie van werkenden in de flexibele schil zwakker vanwege de lagere organisatiegraad van deze groep. Tussen 1995 en 2011 was gemiddeld 10% van de werknemers met een flexibel dienstverband aangesloten bij een vakbond, terwijl dit percentage ruim twee keer zo hoog lag voor werknemers met een vast dienstverband (24%).

Zzp’ers met een minimumloon tot 40% goedkoper dan werknemers

Tegelijkertijd ondermijnt de groei van de flexibele schil de onderhandelingspositie van werknemers met een vast dienstverband. Deze groep moet immers concurreren met werkenden in de flexibele schil, die over het algemeen goedkoper zijn en makkelijker zijn te ontslaan als gevolg van juridische en fiscale verschillen. Zo heeft het Ministerie van Financiën becijferd dat zzp’ers met een minimumloon tot 40% goedkoper zijn dan werknemers.

Maar, de daling van de AIQ hangt niet alleen samen met de toegenomen flexibilisering van de arbeidsmarkt. Technologische vooruitgang en globalisering hebben mogelijk ook een dempende werking op de AIQ.

DNBulletin: Nederland middenmoter qua economische groei, koploper bij uitvoer en hekkensluiter bij consumptie, Nederlandsche Bank, 8 februari 2018: www.dnb.nl

DNBulletin Flexibilisering arbeidsmarkt gaat gepaard met daling arbeidsinkomensquote, De Nederlandsche Bank, 1 februari 2018: www.dnb.nl

Nederlandse economie middenmoter in het eurotijdperk, Blog van Peter Keus en Johan Verbruggen, Vakblad voor economen ESB, 8 februari 2018: https://esb.nu

‘Flexwerk holt Nederlandse welvaart uit’, door Lars Pasveer, Villamedia, 8 februari 2018: www.villamedia.nl

Lees ook:  Ik vertrek… Column van Britt van Uem, Nederlandse Vereniging van Journalisten, 7 februari 2018: www.nvj.nl/nieuws/ik-vertrek%E2%80%A6

 

 

 

 

ambachtacademie3Het ambacht heeft de krachten gebundeld. Resultaat is een op 6 februari 2018 van start gegane nieuwe opleidingsstructuur die past bij het ambacht: de Ambachtsacademie.
Ervaren ambachtslieden, ondernemers uit verschillende ambachtelijke branches, hebben de opleidingen ontwikkeld met ondersteuning van een onderwijskundig bureau. Zij hebben het beroeps- en diplomaprofiel opgesteld waarin is vastgelegd wat je moet ‘kunnen en kennen’, om een vakbekwaam ondernemer te worden.

Pagina 1 van 124
Joomla webdesign: Zoccolo Concepting & Design